Werkcolleges SE - € 2.31
€ 2.31

Werkcolleges SE

Samenvatting van de werkcolleges van Stofwisseling en Endocrinologie (SE) van diergeneeskunde


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (3 of 39 pages)
Preview: Werkcolleges SE Preview: Werkcolleges SE Preview: Werkcolleges SE

SE werkcolleges

Werkcollege 1 Koolhydraatstofwisseling
Casus 1: hondje van een half jaar heeft s morgens en na grote pauzen tussen het eten problemen.
Pas problemen nadat het op 8 weken leeftijd bij de familie kwam. Er wordt een biopt genomen na
vasten en na de maaltijd en er wordt lactaat en glucagon bij gedaan, waarbij fructose-1,6-bisfosfaat
ophoping plaatsvindt. Alleen bij die na de maaltijd is er glucosevorming.
- er is een F-1,6-BP deficientie, waardoor de f-1,6-bp ophoopt.
- klachten: voor het eten treden er flauwtes op en sloomheid.
- de controle-hond gebruikt na vasten glycogeen en later TAG voor de gluconeogenese. Verder
lactaat, eiwitten, glycerol en aminozuren.
- de patient gebruikt na gevoed te zijn het glycogeen uit de voeding.
- de patient moet vaak kleine beetjes gevoerd krijgen en dus ook s nachts om vasten te voorkomen.
- enzym X is deficient en komt in sommige weefsels voor waar geen gluconeogenese plaatsvindt.
dit enzym zorgt ervoor dat de gluconeogenese kan plaatsvinden, vormt warmte door ATP vrijmaken.

Tandem-enzym
Regelschema glucagon: F-1,6-bisfosfatase met geactiveerd worden en PFK geremd worden.
Hoge glucagon -> vet verbranden -> geen GLUT-4.
FBPase moet actief worden, zodat PFK2 genoemd wordt.

glucose maken = FBPase actief
glucose gebruiken = PFK inactief
cAMP heeft een eigen kinase PKA, deze zet de fosfaat erop, dus fosforyleerd.
Regelschema insuline: F-2,6-BP bindt aan PFK om te stimuleren en remt de F-1,6-BPase. Een klein
beetje fructose-6-fosfaat wordt omgezet door PFK2 dat geactiveerd wordt door insuline om F-2,6-BP
te laten stijgen.


SE werkcolleges
Casus 2: twee pups van een half jaar oud met vergrootte lever en zwakke skeletspieren. Ze hebben
slapte aanvallen dat beter wordt als ze eten krijgen. Na vasten een bloedje genomen, waaruit kwam
dat ze hypo-glycemisch waren.
- test 1: glucagon intraveneus.
hondje A lichte stijging van glucoseconcentratie in het bloed en sterke lactaat stijging.
hondje B niet tot nauwelijks waarneembare stijging in beide.
- test 2: maaltijd, met 2 uur later glucagon toediening.
hondje A lichte stijging van glucoseconcentratie en sterke lactaat stijging.
hondje B sterke verhoging van glucoseconcentratie en lactaat normaal.
Diagnose hondje A
Er is een enzymdeficientie. Bij de gezonde hond stijgt het glucosegehalte door glycogeenafbraak door
PKA -> glucose-6-p en dat met g-6-pase naar glucose, waardoor de concentratie lactaat laag is.
Door een defect in de glucagoncascade heeft de toediening van glucagon geen effect.
Hond A maakt veel lactaat uit het glycogeen.
Er wordt wel glucose-6-p gevormd maar door het missen van g-6-pase kan er geen glucose uit
gevormd worden. De spiercellen hebben geen g-6-pase, omdat deze alleen zelf gebruikt heeft.
Het leverglycogeen stapelt op doordat het niet weg kan, meer glycogeen werkt niet.
Hondje B heeft een probleem door debranching enzym deficientie. Steeds net na het eten worden
nieuwe glycogeentakken aangemaakt, alleen de uiteinden kunnen worden afgebroken, omdat de
splitsing niet weggewerkt wordt.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Werkcollege 2 Vetstofwisseling
Vetzuren
- zowel koolhydraten als uit eiwitten kunnen eruit gesynthetiseerd worden.
- kunnen niet onder extreme omstandigheden in glucose omgezet worden, omdat acetyl-CoA nooit in
glucose kan worden omgezet.
- worden alleen in de lever omgezet in ketonlichamen.
- onverzadigd kunnen ze niet door het lichaam zelf gemaakt worden. Tot de 9e C-atoom kan je het
zelf maken, maar langere onverzadigde ketens niet. De lange onverzadigde mogen dus niet
ontbreken in de voeding.
TAG
- het is kwantitatief een veel efficientere vorm van reservebrandstof dan glycogeen. Ze zijn
hydrofoob/apolair dus wordt er geen water bij opgeslagen. Per C-atoom levert het veel meer ATP
dan glycogeen doordat glucose al meer geoxideerd is.
- is kwalitatief inferieur omdat er geen er geen glucose uit kan worden gemaakt. Er kan glycerol uit
gemaakt worden, maar te weinig voor de hersenen tijdens vasten.
- de opslag als glycogeen in lever- en spierweefsel is gelijk, maar de spier kan het niet meer afgeven,
omdat deze er geen vrije glucose van kan maken.


SE werkcolleges

Veel TAG in het bloed geeft vertroebeling.
Goed cholesterol is HDL.
Slecht cholesterol is LDL die blijft plakken (gebeurt bijna niet bij dieren).


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,31

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Iris95
Iris95

Number of documents: 42

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit