Ziekteleer SE - € 2.99
€ 2.99

Ziekteleer SE

Samenvatting van het ziekteleerboek van Stofwisseling en Endocrinologie van diergeneeskunde


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (2 of 39 pages)
Preview: Ziekteleer SE Preview: Ziekteleer SE

SE ziekteleer

6.2 - Stoornissen in de glucose- en vetstofwisseling
6.2.1 - Hypoglykemie
Exocriene pancreasweefsel hebben groepjes cellen met een endocriene functie (eilandjes van
Langerhans). De meest voorkomende endocriene celtypen binnen de eilandjes is de -cel, die
insuline produceert en afgeeft. Een ander is de -cel, die glucagon produceert en afgeeft.
Daarnaast zijn er nog andere hormoonproducerende celtypen voor somatostatine en gastrine.
De eilandjes van Langerhans functioneren als een glucostaat door op de veranderingen in de
concentraties van brandstoffen te reageren met een sterk wisselend bihormonaal signaal (insuline en
glucagon), waardoor het glucosegehalte in het plasma op peil wordt gehouden. Ontsporingen van de
glucostaat kunnen leiden tot een te laag glucosegehalte in het bloedplasma (hypoglykemie) of een
overmaat aan glucose in het bloed (hyperglykemie).
Bij een dreigend tekort aan glucose worden eerst de glycogeenvoorraden in de lever aangesproken
onder invloed van de lage I/G-ratio (molaire verhouding tussen insuline en glucagon in het plasma).
Na 1 tot 2 dagen vooral door de gluconeogenese met als substraat lactaat/pyruvaat, aminozuren uit
spieren en glycerol uit vetweefsel. Als deze tekortschieten ontstaat een hypoglykemisch syndroom.
Hypoglykemie zijn klinisch de ziektebeelden die ontstaan door een verlaagde glucoseconcentratie in
het bloed. Snelle daling van deze concentraties (< 3,0 mmol/l) kan leiden tot neurologische
verschijnselen, omdat de hersenen voor hun energievoorziening vooral aangewezen zijn op glucose.
Hypoglykemie manifesteert zich in twee vormen:
Een aanbodhypoglykemie die het gevolg is van een verminderde beschikbaarheid van glucose.
Een vraaghypoglykemie die is gekenmerkt door een verhoogd verbruik van glucose.
Aanbodhypoglykemie
Door een afname van de gluconeogenese (en glycogenolyse), zoals bij leveraandoeningen
(levercirrose, portosystemische shunts) en bij tekort aan glucocorticoden. De glucoseconcentratie
wordt zelden zo laag, dat zich verschijnselen van hypoglykemie ontwikkelen.
Vooral bij jonge dieren (lammeren, biggen, pups) die onvoldoende moedermelk krijgen. Deze hebben
een relatief hoog glucoseverbruik, relatief grote hersenen en vrij beperkte glycogeenvoorraden. De
gluconeogenese is nog onvoldoende ontwikkeld om de hoeveelheden glucose te kunnen aanmaken.
Lage glucoseconcentraties leiden tot een tekort aan insuline (hypoinsulinemie) en een overmaat aan
glucagon (hyperglucagonemie). Hiermee wordt de glycogeenafbraak, gluconeogenese en ketogenese
bevorderd. Toch kan hiermee door jonge dieren soms geen normoglykemie worden gehandhaafd als
de glucoseopname stagneert. Door glycogeendepletie is de lever van hypoglykemische jonge dieren
klein en donker.
Verschijnselen: varieert van spierzwakte en spiertrillingen, atactische gang tot collaberen of aanvallen
met een epileptiform karakter. Kan worden gecompliceerd door hypothermie en ketose wat
lethargie en coma geeft.
Diagnose: anamnese of ze gedronken hebben, aangevuld met beoordeling van de buikvulling.
Hypothermie bij pasgeboren lammeren
Een lagere dan de normale lichaamstemperatuur, bij ongeveer 5% van alle lammeren die binnen 1
tot 2 dagen na de geboorte sterven. Het verloopt progressief en geeft een afname van alle
lichaamsfuncties. De ooi zorgt door drooglikken en geven van beschutting voor een beperking van dit
warmteverlies. Als het lam aan kou wordt blootgesteld zal de eigen warmteproductie toenemen.
Thermogenese vindt plaats door rillen en door verbranding van bruin vet.


SE ziekteleer
De belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van hypothermie zijn:
Groot warmteverlies in de eerste 5 uur post partum door een natte vacht, weersomstandigheden
(kou, wind, vocht) en een trage ooi (drooglikken). De bloedsuikerspiegel is vaak erg hoog.
Afgenomen warmteproductie door het niet/onvoldoende opnemen van colostrum in de eerste
uren post partum of door hypoxie tijdens de partus. Vaak lammeren ouder dan 6 uur (12 tot 48
uur). Deze lammeren hebben zeer lage bloedsuikerspiegels (hypoglykemie).
Verschijnselen: varieren van slapte, niet meer kunnen staan, comateus, coma, tot sterfte.
Lammeren die vlak na de geboorte zijn gestorven zijn vaak nog nat van het vruchtwater. De maag is
leeg en door het snelle verloop zijn de vetreserves niet uitgeput. Oudere lammeren die sterven
doordat ze niet hebben gedronken, hebben lege magen, terwijl hun vetreserves vrijwel uitgeput zijn.
Soms zijn er tekenen van dehydratie.
Diagnostiek: temperaturen tussen 37 en 39C wijzen op een geringe hypothermie, lager dan 37C op
een ernstige hypothermie.
Therapie: milde hypothermie (37-39C): beschutting en afgedrogen als ze nog nat zijn. Zo snel
mogelijk biest geven, temperatuur controleren en het drinken bij de ooi.
Ernstige hypothermie (< 37C):
Lammeren ouder dan 5 uur waarschijnlijk hypoglykemisch, dus 10 ml/kg glucose, 20%-oplossing,
intraperitoneaal geven.
Verwarmen met warme lucht van 37-40C. De lichaamstemperatuur ieder half uur controleren.
Zodra de temperatuur 37C bedraagt, hoeft het dier niet meer te worden verwarmd.
Colostrum met behulp van de slokdarmsonde (50 ml/kg). Kan het dier daarna nog niet staan, dan
3 maal daags gevoerd worden met een slokdarmsonde, terwijl bijverwarming plaatsvindt met een
infrarood lamp. Als het lam vlot is kan het terug naar de ooi.
Preventie: goede behuizing en omgevingstemperatuur van de aflammende ooien. Goede voeding van
de ooien tijdens de dracht en kort na de partus voldoende biestproductie. Tijdens het aflammen
problemen voorkomen door regelmatige controle en opsporen van lammeren met hypothermie.
Neonatale hypoglykemie bij biggen
Pasgeboren biggen hebben een koolhydraatreserve die bestaat uit leverglycogeen, bloedglucose en
-fructose. Biggen met een laag geboortegewicht (<1kg) hebben een geringere leverglycogeenreserve.
Bij gebrek aan substraat zal de glycogeenvoorraad snel worden verbruikt. Van hypoglykemie wordt
gesproken bij een bloed-glucosegehalte van 3 mmol/l of minder.
De oorzaak is een inadequate melkopname direct na de geboorte door: onvoldoende melkproductie
bij de zeug, bv. door mastitis, agalactie, hypocalciemie of afwijkend gedrag of congenitale
afwijkingen (gespleten verhemelte, splayleg), infectieuze aandoeningen en ernstige
klauwaandoeningen. Milieufactoren: lage omgevingstemperatuur, slecht gesoleerde vloeren en een
hoge luchtsnelheid spelen ook een rol bij het al of niet handhaven van de lichaamstemperatuur.
Verschijnselen: wankele gang met de neus ter ondersteuning op de grond en de achterbenen
gespreid. In latere fase liggen de dieren en maken fietsende of trappende bewegingen, waarbij ze
trillen en een schoksgewijze ademhaling en schuimvorming rond de mond hebben.
De lichaamstemperatuur daalt en er wordt bradycardie gevonden. Na 24 tot 36 uur volgt de dood.
Sectie: lege maag, kleine lever en uraatkristallen in de nieren en de blaas. Ook is de blaas overvuld.
Diagnostiek: verschijnselen en een bloedglucosegehalte van minder dan 3 mmol/l.
DDx: ziekte van Aujeszky, streptokokkenmeningitis, ijzerintoxicatie en E. coli-sepsis in aanmerking.


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,99

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Iris95
Iris95

Number of documents: 42

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit