Hoorcolleges Respiratie - € 2.31
€ 2.31

Hoorcolleges Respiratie

Samenvatting van de hoorcolleges van het vak respiratie van diergeneeskunde


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (3 of 22 pages)
Preview: Hoorcolleges Respiratie Preview: Hoorcolleges Respiratie Preview: Hoorcolleges Respiratie

Hoorcolleges respiratie

Hoorcollege 1 Anatomie en embryologie
De ademhaling zorgt voor: gasverplaatsing -> in de luchtwegen (neus ect.)
gasuitwisseling -> in de alveoli
Neus
varken -> planum rostrale, om te wroeten en ondersteund door bot
kat/hond -> philtrum, fusielijn (ook geiten en schapen)
rund -> planum nasolabiale, deze is per koe anders van microstructuur (vingerafdruk)
De neus wordt ondersteund door een kraakbeenskelet en heeft veel diersoort- en
rasverschillen. Er is een afsluiting met de mond door het palatum (gehemelte).
De neus ontstaat door invaginatie van neusgaten dat 2 neuszakken vormt, het caudale deel
van de zak verdwijnt, waardoor er Choana-vorming = achterste neusgang is. Deze vormt de
verbinding tussen de neusholte en de nasofarynx.
Het neusseptum groeit uit het dorsale dak van de neusholte naar ventraal en is gelijk met de
vorming van het secundaire gehemelte. Het neusseptum gaat rusten op os vomer.
De mate van fusie van neusseptum met palatum varieert per diersoort.
Het os vomer gaat bij rund caudaal naar boven liggen i.p.v. op het palatum, waardoor er
verbinding van de neusholten ontstaat en dus geen gehele scheiding plaatsvindt. Bij een
ziekteproces caudaal daarvan is er dus uitvloeiing uit beide neusgaten.
Conchae = neusschelpen
Longitudinale laminae: - basis van mesoderm: later verbening
- ectodermale bekleding
Dorsale concha uit os nasale en sluit aan bij
ethmoidale conchae.
Ventrale concha uit os maxillare.
meati (meatus) = neusgang
Er zitten veel gaten in het bot, omdat er veel venen
doorheen lopen. Deze grote vene plexus zijn nodig
voor de verwarming en bevochtiging van de lucht.
Achterin de neus zit een zeefbeen (os ethmoidale)
die vele openingen heeft en de gezeefde lucht naar het reukorgaan brengt.
De sinus paranasalis ontstaat door invaginatie van neusepitheel in de schedelbotten en is
een postnatale uitgroei. (sinus frontalis voorhoofd en sinus maxillaris - bovenkaak).
De sinus frontalis is vooral verbonden met de caudale neusholte en de maxillaris met de
meer craniale neusholte.
Het paard heeft geen directe verbinding tussen de neusholte en de sinus frontalis, deze gaat via de maxillaris.

De luchtzak bij het paard ontstaat uit het eerste kieuwzakje als ventrale uitzakking en
ontwikkeld het middenoor en de buis van Eustachius. Deze kan genfecteerd raken, zwelling
caudaal van de kaak, en moet goed behandeld worden vanwege alle zenuwen die
erlangslopen en kunnen uitvallen. Ook belangrijke venen, dus doodbloeden.


Hoorcolleges respiratie

De larynx wordt gevormd uit de 2e en 3e kieuwboog (tongbeenskelet) en de 4e en 6e
kieuwboog (strottenhoofd). Het heeft vele kraakbeengewrichten, waardoor het beweegbaar
is. Er zijn meerdere spieren voor het sluiten en maar 1 spier voor het openen.
Er kan verlamming optreden als de n. laryngeus recurrens kapot gaat.
De m. circoarytenoideus dorsalis opent de stemspleet;
De m. circoarytenoideus lateralis, m. vocalis, m. ventricularis en m. arytenoideus transversus
sluiten de stempleet, zodat er geen voedsel in komt.

De longen ontstaan als longknoppen die vergroten tot een linker en rechter hoofdbronchus.
Ze verlengen naar caudaal tussen de slokdarm en het hart, waar ze bedekt zijn met een
viscerale pleura. Uit de hoofdbronchus splitsen secondaire lobaire bronchi af.
Bij herkauwers en het varken ontspringt de rechter craniale lobulaire bronchus direct uit de
trachea (Bronchus trachealis).
Er ontstaat een tertiaire (segmentale) bronchi die weer verder splitst in de terminale bronchi
(0,5mm diameter). Van daaruit is er een overgang naar de respiratoire bronchioli en alveoli
(ductus en saccus).
De laryngo-tracheale buis is bekleed met endoderm en heeft een buitenlaag van
splanchnisch mesoderm. Uit het endoderm ontstaat respiratoir epitheel en mucosaklieren
en uit het mesoderm bindweefsel, kraakbeen, gladde spieren, bloedvaten en lymfevaten.
De alveoli worden eerst gevormd van kubisch epitheel dat differentieert tot:
- type I: plat epitheel voor gasuitwisseling
- type II: kubisch epitheel voor surfactant productie
Prenataal zijn de longen gevuld met vloeistof uit de type II cellen en het klierweefsel. Door
adembewegingen wordt er ook amnionvloeistof geaspireerd, wat een belangrijke stimulus
voor de prenatale longgroei en adembeweging is.
De trachea is opgebouwd uit kraakbeenringen/ligamenten, een m. trachealis en een
slijmvlies met pseudogelaagd trilhaarepitheel om slijm af te voeren.
De ene diersoort heeft de m. trachealis aan de binnenkant van de trachea en de ander aan
de buitenkant, waardoor ze er anders uitzien.
De bloedcapillairen en alveoliwanden liggen dicht tegen elkaar aan en er is een fusie van
beide basaallagen. De bloed-luchbarrire: endotheel, gefuseerde basale laminae en
alveolaire epitheelcel.


Hoorcolleges respiratie

Er zijn meerdere holtes die niet opgevuld worden door longweefsel, maar wel buitend de
ribwand steken en dus aangeprikt kunnen worden en gaan ontsteken.
Verschillende alveoli
Pneumocyten I: dunne wand van de aveoli met uitpuilende kern
Pneumocyten II: gevacuoliseerd en produceren longsurfacant
Vogel
Deze heeft een choanaalspleet en infundibulairspleet, waardoor
het gehemelte altijd open is. Verder heeft de vogel geen epiglottis,
c. thyreoidea en geen stembanden maar een syrinx.
Er zijn geen aveoli in de longen, maar een tegenstroom principe.
Luchtzakken ze hebben 2 caudale thoracale en 2 abdominale
luchtzakken.
Ventilatie:
Inademing -> verse lucht naar de achterste luchtzakken en lucht uit
de longen naar de voorste luchtzakken.
Expiratie -> lucht uit de achterste luchtzakken naar de longen waar via luchtcapillairen
gasuitwisseling plaatsvindt. De lucht uit de voorste luchtzakken wordt uitgeademd.
Ademen gebeurd door een onderdruk door het uitzetten van het sternum.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoorcollege 2 Fysiologie I
Dyspneu is een drang om meer te ademen dan je
kunt ademen, dit heeft diverse redenen.
De partiele zuurstofspanning = concentratie x druk
Op hogere hoogtes is er eenzelfde concentratie aan
stoffen, maar de druk is veel lager, waardoor de
partiele drukken veel lager zijn.
Bij de inspiratie wordt er een deel van de verse lucht
gemengd met zuurstofarme lucht, waardoor de
zuurstofspanning wat lager wordt.
In de alveoli is de pO2 dan ook lager (14 kPa).
In de arterien is uitwisseling en bij aankomst in
de venen is er een pO2 van 5kPa dat in de
alveoli weer wordt verhoogd door
uitwisseling.
O2 in de lucht -> alveoli -> bloed via diffusie
-> transport via bloed -> O2 afgeleverd bij de
weefsels -> extracellulaire matrix -> als
lipofiele stof naar intracellulair.


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,31

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Iris95
Iris95

Number of documents: 42

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit