Ziekteleer respiratie - € 2.99
€ 2.99

Ziekteleer respiratie

Samenvatting van het ziekteleerboek van het vak respiratie van diergeneeskunde


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (2 of 62 pages)
Preview: Ziekteleer respiratie Preview: Ziekteleer respiratie

Ziekteleer respiratie

2.2 - Pathofysiologie van respiratoire aandoeningen
Een verminderde ventilatie kan het gevolg zijn van:
Obstructies van de voorste luchtwegen (neus, keel, larynx, trachea), maar ook worden veroorzaakt
door ruimte-innemende processen in de borstholte, bv. vocht in de pleurale holte.
Verstoorde functie van de ademhalingsspieren en het diafragma.
Een sterkere stimulatie van het ademcentrum, bv. door een metabole acidose of anemie.
Cardiovasculaire aandoeningen, aanleiding tot verstoring van de functie van het respiratiestelsel.
Dyspneu is het klinisch gevolg van een discrepantie tussen de door het medullaire
ademhalingscentrum gewenste ventilatieniveau en de beperkte capaciteit van het
ademhalingsapparaat en geeft een onaangename en bedreigende sensatie (ademhonger).

2.2.2 - Verminderde ventilatie en diffusie
De mechanica van de ademhaling
Actieve inspiratie: een kracht om de longen en thorax te vervormen tegen de elasticiteit en stugheid
van het weefsel in en een kracht om de luchtwegweerstand te overwinnen gedurende de instroom of
uitstroom van gas. Dit is een dynamische kracht die maximaal is bij de sterkste luchtstroom
halverwege de inspiratie of expiratie.
De statische kracht is gedurende een groot deel van de ademteug lineair aan het longvolume.
Compliantie is het volume en de opgewekte negatieve druk: CL = VL /PL. De vereiste krachten
nemen toe bij longaandoeningen, die gepaard gaan met verlies van compliantie of weefselelasticiteit.
De compliantie wordt benvloed door de oppervlaktespanning in de alveoli tussen de vloeistoffase en
gasfase die moet tijdens het inademen overwonnen worden om verse lucht in de alveoli te krijgen.
Door hun kleine straal hebben de kleinste alveoli de grootste oppervlaktespanning (wet van Laplace),
maar ook de hoogste concentratie aan surfactant.
In de pneumocyten type 2 worden surfactanteiwitten geproduceerd, die de oppervlaktespanning
verlagen. Te weinig surfactant -> meer kracht nodig bij het inademen om lucht in het alveolaire
gedeelte te krijgen, waardoor veel alveoli samenvallen. Bij een pneumonie vermindert de aanmaak
van surfactant door de pneumocyt type 2, waardoor alveoli samenvallen.
Palv = VL/min x RLW. Door de toename van de functionele residuale capaciteit (FRC) is de uitrekking
tijdens de inspiratie groter en vereist daarmee ook meer kracht.
Zolang tijdens expiratie de intraluminale druk (druk in de bronchien en bronchioli door de elastische
longdruk) groter is dan de extraluminale druk (door de uitademingspieren), zullen de kleinere
luchtwegen zonder matrix van kraakbeenringen, passabel blijven voor lucht. Maar bij een grotere
extraluminale druk is de intraluminale druk, zullen de kleinere luchtwegen tijdens expiratie worden
dichtgedrukt (collaberen).
De extraluminale druk gelijk aan de intraluminale druk wordt equal pressure point (EPP) genoemd.
Normaal in de grotere intrathoracale luchtwegen, maar bij een geforceerde uitademing naar caudaal
verplaatsen tot voorbij de laatste kraakbeenring.
De achtergebleven lucht uit niet aangedane bronchi kan in naastgelegen bronchi achter de obstructie
genhaleerd worden (airtrapping) en epitheel beschadigen -> emfyseem.
Chronische longaandoeningen: intermitterende luchtwegobstructie (recurrent airway obstruction =
ROA) bij het paard. De longen kunnen door hyperinflatie de elasticiteit te verhogen, zodat expiratie
weer passief verloopt. De koepelvorm van het diafragma wordt vlakker en geeft een mechanisch
nadeel tijdens de inspiratie, omdat er minder kracht kan genereren (wet van Laplace).
Verdere compensatie door een actieve abdominale ademhaling bij chronische bronchitis.


Ziekteleer respiratie
Diepe inademingen worden bemoeilijkt bij restrictieve aandoeningen (pijnlijke thorax bij
pleuropneumonie) met lage compliantie, dus te costale ademhaling. Bij obstructieve aandoeningen is
het efficienter om rustig, langzaam en diep in- en uit te ademen, dus te abdominale ademhaling.
De snelle, korte ademhalingen (panting) in het kader van de warmte-regulatie worden beperkt, wat
kan leiden tot warmte-intolerantie.
Neurale regulatie
Het evenwicht tussen bronchodilatatie en bronchoconstrictie wordt bepaald door de invloed van het
sympathische en parasympathische zenuwstelsel. In de rustsituatie is er een tonische release van
acetylcholine uit parasympathische (vagus)takken. Via muscarinereceptoren (M3) op de gladde
spiercellen vindt er een stijging plaats van intracellulair calcium, die resulteert in bronchoconstrictie
en mucussecretie. De gladde spiercellen van de luchtwegen zijn nauwelijks sympathisch
gennerveerd, maar hebben 2-receptoren, gestimuleerd door circulerende catecholamines.
Stimulatie van een 2-receptor leidt tot intracellulaire verhoging van cAMP, dus spiercel relaxatie.
In de regulatie van de bronchotonus spelen de volgende receptoren een rol:
Irritatiereceptoren: op epitheelcellen van luchtwegen en worden gestimuleerd door stof, giftige
gassen en koude lucht. Zij geven bronchoconstrictie, hoest, versnelde ademhaling en tachycardie.
C-receptoren: in het interstitium en de alveolaire wanden en worden door mechanische irritatie
geprikkeld. Zij zorgen voor een snelle oppervlakkige ademhaling en bradycardie.
Rek- of strekreceptoren: in de longen die tijdens het inademen worden geactiveerd. Ze remmen
de afgifte van acetylcholine, waardoor bronchodilatatie optreedt. Kortdurende hyperinflatie
(positieve beademing) geeft een sterke remming op het centrum: de Hering-Breuer-reflex.
Bronchodilatatie medicamenteus bevorderd door anticholinergica (parasympathicolytica) zoals
atropine en/of 2-mimetica (sympathicomimetica) zoals clenbuterol.
Intracellulair is er competitie tussen het sympathisch en parasympathisch systeem wat tot
functioneel antagonisme leidt. Intermitterende luchtwegobstructie (RAO) bij het paard heeft een
verschuiving van het evenwicht naar n kant en neemt de gevoeligheid van de receptoren van het
andere systeem af. In deze gevallen is gebruik van 2-mimetica weinig effectief; in tegenstelling tot
M3-antagonisten.
Niet-neurale regulatie
Peptiden geproduceerd bij ontstekingen, bloedstolling en allergische reacties.
Histamine (mestcellen), serotonine, substance-P en calcitonin-gene related peptide (CGRP),
platelet activating factor (PAF) en verschillende prostaglandinen veroorzaken bronchoconstrictie.
Het vasoactieve intestinaal peptide (VIP) en leukotrienenantagonisten geven een bronchodilatatie.
Deze regulaties vallen onder farmaconmechanische koppeling. Als bij een chronische ontsteking de
epitheelcellen in het bronchiale deel van de longen minder epithelium derived relaxant factor
produceren, zorgen het prostaglandine PGE2 voor een toename van de bronchiecontractiliteit.

2.2.3 - De longcirculatie
Een vaatbed dat een hoge volumecapaciteit en een lage weerstand heeft: het is een lage druk circuit.
Door afwezigheid van baroreceptoren in de longcirculatie is er geen cardiale regulatie van de
bloeddruk in de longen.
De doorbloeding van de verschillende delen in de longen wordt benvloed door de alveolaire druk.
Dorsale deel: expiratoire alveolaire druk groter dan de pulmonale arteriele druk, waardoor deze
delen bij een laag ademvolume minimaal geperfundeerd worden.
Ventrale deel: gemiddelde pulmonale bloeddruk groter dan de alveolaire druk, waardoor bij lage
ademvolumes het grootste gedeelte van het hartminuutvolume door deze longcapillairen gaat.


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,99

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Iris95
Iris95

Number of documents: 42

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit