NIMA examen basis - € 2.99
€ 2.99

NIMA examen basis

NIMA examen basis

In deze samenvatting heb ik het hele boek van marketing oriëntatie van Co Bliekendaal en Ton van Vught samengevat. Hiermee kan je je goed voorbereiden op je NIMA examen en zodra je dit kent zal je je diploma behalen.


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (10 of 59 pages)
Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis Preview: NIMA examen basis

Samenvatting NIMA-examen marketing
Hoofdstuk 1
Wat is marketing
Marketing is afgeleid van het Engelse woord to market, dit betekent: op de markt brengen.
Marketing is het rekening houden van de behoeften en wensen van de klant.
Bij alles wat een afnemer doet, zal hij de afnemer centraal zetten
Definitie marketing
Marketing is het bevredigen van de wensen en de behoeften van afnemers.
Marketing probeert antwoorden te geven op vragen als:
- Welke behoeften zijn er
- Hoe kunnen we hierin voorzien
- Welke mensen willen deze producten kopen
- Welke prijs willen ze ervoor betalen
- Hoe weten ze dat deze producten worden aangeboden en waar ze de producten kunnen
kopen
Als er antwoord is op deze vragen kan je een product op de markt zetten of je assortiment uitbreiden.
Marktbenadering orientaties (5)
- Productie orientatie
- Product orientatie
- Verkoop orientatie
- Marketing orientatie
- Maatschappelijke orientatie

1. Productie orientatie
Het uitgangspunt is zoveel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten.
Werd na de industriele revolutie toegepast.
Verkopersmarkt (sellers market), wil zeggen dat er een tekort bestaat aan allerlei producten zodat de
producenten/verkopers het voor het zeggen hebben.
2. Product orientatie
Een goed product verkoopt zichzelf. Is het uitganspunt bij product orientatie.
De kwaliteit van het product vormt een belangrijke voorwaarde voor de verkoop ervan.
Dit concept was nodig omdat er meer concurrentie kwam.
3. Verkoop orientatie
Het werd duidelijk dat technisch en kwalitatief hoogwaardige producten geen garantie waren voor
succes. De verkoop ging nu ook een grote rol spelen.
De markt veranderde van verkopersmarkt naar kopersmarkt (buyers markt).
Tussen 1930 en 1950 was verkoop orientatie bij veel ondernemingen het uitgangspunt.
4. Marketing orientatie
De ondernemer richt zich steeds meer op de markt.
Een visie die na 1950 in veel organisaties wordt toegepast.
Hierbij staan de wensen en verlangens van de afnemers centraal. De ondernemer probeert zoveel
mogelijk kennis te verkrijgen van de wensen en verlangens van de consument. (marktonderzoek)
5. Maatschappelijke orientatie
Bedrijven gaan steeds meer maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Bescherming van het milieu speelt hierbij een grote rol.
Bijvoorbeeld een bedrijf die maatschappelijk verantwoord onderneemt door een bijdrage te
leveren aan een beter milieu.

De groothandel, de detailhandel en de consumenten zijn allemaal afnemers.
Een afnemer is een particulier of een organisatie die producten of diensten koopt of huurt.
Er zijn 2 soorten afnemers:
De finale afnemer
De finale afnemer koopt/gebruikt een product om in zijn eigen behoeften te voorzien.
Bijvoorbeeld kopers van Nespresso.
De industriele afnemer
Een industriele afnemer koopt goederen/diensten met het doel deze weer door te verkopen. Hij koopt
ze als het ware in om zijn bedrijf te laten draaien.
Bijvoorbeeld: serviceproviders.
De marketing gericht op industriele afnemer noemen we industriele marketing (business
marketing)
De marketing gericht op de consument noemen we consumentenmarketing.
Een organisatie kan zijn marketingactiviteiten ook richten op distribuanten zoals de detailhandel of
groothandel. Zo richt Douwe Egberts zich behalve op de consument ook op bijvoorbeeld de Albert
Heijn en de Jumbo. De marketing die zich richt op de distribuanten noemen we handelsmarketing of
trade marketing.
Alle afnemers van een bedrijf bij elkaar noemen we een markt, de afzetmarkt.
Potentiele afnemers zijn afnemers die overwegen het product te kopen.
Deze mensen behoren ook tot de afzetmarkt.
Verschillen tussen industriele marketing en consumentenmarketing
- Het aantal consumenten is vele malen groter dan het aantal industriele afnemers, maar de
orders van industriele afnemers zijn echter veel groter dan van consumenten.
- Bij industriele afnemers is er vaak spraken van een langdurige relatie hoewel consumenten
ook vaak bij dezelfde winkels kopen, gaat dit op de industriele markt verder.
- De aankoopbeslissing van consumenten is vaak emotioneel terwijl bedrijven veelal rationele
aankoopbeslissingen nemen. Bij de aankoop door bedrijven zijn vaak meerdere mensen
betrokken. Zon groep mensen wordt een DMU genoemd (een decision making unit).
Een gatekeeper is degene die over alle informatie van de leveranciers beschikt.
Reciprociteit is sprake van als leverancier en afnemer over een weer producten van elkaar
afnemen.


Marketingmix
Product
Prijs
Plaats
Promotie

Product
Met het product kun je direct in de behoeften van de afnemer voorzien.
Het product heeft niet alleen betrekking op het fysieke, tastbare product, maar ook op de verpakking,
de garantie en service, het merk, het assortiment en de kwaliteit.
Al deze elementen vormen de productiemix.
Prijs
Hierbij moet je niet alleen kijken naar de consument, maar ook jou product vergelijken met de
concurrentie of jou prijs niet te hoog is gehanteerd.

Plaats
Hierin stel je vast hoe je jouw producten wilt verkopen en waar.
De keuze hangt af van het soort product, de prijs van het product.
Zo zal een fabrikant van dure producten voor andere distributiepunten kiezen dan iemand met
goedkope producten.
Promotie
Het promotiebeleid van een onderneming kent de volgende promotiemix:
- Persoonlijke verkoop
- Salespromotion
- Reclame
- Public relations
- Sponsoring
Persoonlijke verkoop
Moet de ondernemer onder andere vaststellen hoeveel vertegenwoordigers er nodig zijn om een
bepaalde markt te bewerken.
Salespromotion
Gaat het om welke promotionele ondersteuning de onderneming aan een product wil geven om op
korte termijn de afzet, omzet te verhogen.
Reclame
Reclame wordt gemaakt om de consument te vertellen waarom die het product moet kopen.
Public relations
Probeert men het beeld van het bedrijf te verbeteren.
Sponsoring
Sponsoring zorgt voor extra bekendheid bijvoorbeeld de Rabobank die de hockeyclub sponsort en op
deze manier meer naamsbekendheid krijgt.
Als de marketingmix goed wordt ingezet door een bedrijf zal dit leiden tot de die Rs.
Ruil, relatie en reputatie.
Door het hanteren van een goede marketingmix bouwt de ondernemer een goede reputatie op die
leidt tot het opbouwen van relaties. Als een product of bijvoorbeeld de prijs/kwaliteitverhouding niet in
orde is, kan de reputatie worden geschaad en de relatie worden verstoord.
Interne omgevingsfactoren
Interne omgevingsfactoren liggen binnen het bedrijf. Dit wordt ook wel de micro omgeving genoemd.
Binnen het bedrijf spelen de volgende interne omgevingsfactoren een rol:
- Productiecapaciteit
- De financiering
- De marketingmix
- Het personeel
Voor het management van een onderneming zijn dit beheersbare factoren. Dat wil zeggen dat het
daarop zelf invloed kan uitoefenen.
Productiecapaciteit
De productiecapaciteit van een bedrijf is de maximale hoeveelheid productie die een bedrijf binnen
een bepaalde periode kan vervaardigen.
Vaak is de productiecapaciteit groter dan de gerealiseerde productie, maar soms is deze ook kleiner
dan is het een beperking.
Financiering
Soms moet een bedrijf kostbare machines aanschaffen omdat de oude versleten zijn of omdat de
productiecapaciteit vergroot moet worden. Als het bedrijf het geld dat hiervoor nodig is niet zelf
beschikbaar heeft, dan zal dit geleend moeten worden.

Personeel
De onderneming is afhankelijk van het personeel niet alleen of er genoeg personeel is, maar ook of ze
goed gemotiveerd zijn en hun werk goed kunnen uitvoeren.
Externe omgevingsfactoren
Externe omgevingsfactoren kunnen onderscheiden worden op meso- en macroniveau.
Bij factoren uit de meso-omgeving gaat het om externe, niet-beheersbare factoren die vanuit de markt
of de branche (de bedrijfstak), het marketingbeleid kunnen benvloeden.
Voorbeelden zijn: de toeleveranciers, de concurrentie, de tussenhandel, de consument, het aanbod op
de kapitaal- en arbeidsmarkt, de media, brancheorganisaties, de kamer van koophandel, de overheid,
actiegroepen, belangorganisaties en de publieke opinie.
Factoren uit de macro omgeving zijn externe, niet beheersbare invloeden vanuit de maatschappij.
Deze invloeden kunnen betrekken hebben op:
- Economische omgevingsfactoren
Dit zijn alle factoren die het inkomen en de koopkracht van de consument benvloeden.
Voorbeelden zijn: besteedbaar inkomen, inkomen, inflatie, wisselkoersen.
- Demografische omgevingsfactoren
Zijn alle factoren die de opbouw en de samenstelling van de bevolking bepalen. Denk hierbij aan:
aantal huishoudingen, leeftijd, geslacht, opleiding.
- Politiek-juridische omgevingsfactoren
Alle maatregelen, wetten, en voorschriften die het doen en laten van een onderneming benvloeden.
Bijvoorbeeld: politieke maatregelen, wettelijke voorschriften en bestemmingsplannen.
- Sociaal-culturele omgevingsfactoren
Alle ontwikkelingen uit de samenleving die het koopgedrag van de afnemers bepalen, zoals nieuwe
trends.
- Technologische omgevingsfactoren
Alle technologische ontwikkelingen die van invloed zijn op de marktpartijen.
Voorbeelden zijn: nieuwe productiemethoden, internet en social media.
- Maatschappelijke omgevingsfactoren
Dit zijn alle stromingen en ideeen die vanuit de maatschappij het ondernemingsbeleid benvloeden.
Emancipatie en milieubeweging zijn hier voorbeelden van.

Hoofdstuk 2
Het begrip management heeft 2 betekenissen. n betekenis is management als vak, als
wetenschap.
Een andere betekenis is management als team van leidinggevenden. Dat team is er dan
verantwoordelijk voor dat de gestelde doelen worden gerealiseerd. Het management moet
leidinggeven en moet proberen de samenwerking tussen de medewerkers te bevorderen.
Management is het leiden van een organisatie naar het gestelde doel.
We spreken van een organisatie als een geordende groep mensen de beschikking heeft over
middelen om een doel te realiseren.
Bij bedrijven maken we onderscheid tussen:
- Profitorganisaties
- Not-for-profitorganisaties
Profitorganisaties
Is een organisatie die streeft naar winst. Ze produceren voor een anonieme markt.
Albert Heijn en Unilever zijn hiervan voorbeelden.
Alle activiteiten van deze organisatie worden beoordeeld op hun bijdrage aan de winst van een
organisatie. Zo zal Unilever pas een nieuw product op de markt brengen als er een winstperspectief is
voor dat product.
De profitorganisaties richten zich op een doelgroep.
Dit is in feite een anonieme markt.
Not-for-profitororganisaties

Hebben geen winstoogmerk. Bij deze organisaties staat het voorzien in de maatschappelijke
behoeften centraal. Denk bijvoorbeeld aan Amnesty International, het Rode Kruis en SIRE.
Onder organisatiestructuur verstaan we de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en
bevoegdheden tussen personen en afdelingen en de relaties die daartussen worden gelegd.
De volgende relaties kunnen we hierin onderscheiden:
- Lijnrelatie
- Stafrelatie
- Matrixorganisatie
Lijnrelatie
Is de relatie tussen de leider en de ondergeschikten. De leider heeft de bevoegdheid om opdrachten
te geven aan de ondergeschikte.
De voert de opdrachten uit en legt verantwoording af aan de leider, die de uitvoering van de opdracht
controleert.
Als een organisatie alleen uit lijnrelaties bestaat noemt men dit een lijnorganisatie.
Stafrelatie
Een marketingmanager kan vaak niet alles en heeft daarom specialisten om zich heen die hem
ondersteunen.
Een stafafdeling houdt zich bezig met het adviseren van de leider en het verzamelen van informatie
voor de manager. Er is dan sprake van een stafrelatie. Stafrelatie houdt wel in dat de staffunctionaris
alleen verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het advies dat hij geeft. Hij heeft zich niet met de
uitvoering te bemoeien. De uitvoering van het advies is in handen van de lijnfunctionaris.
Als er binnen de lijnorganisatie stafafdelingen zijn spreekt men van een lijn-staforganisatie.
Matrixorganisatie
Als projecten geen eenmalig maar een blijvend karakter hebben dan ontstaat de matrixorganisatie.
Kenmerk van deze organisatievorm is dat de medewerkers door verschillende leiders worden
aangestuurd.
In de matrixorganisatie onderscheiden we 3 soorten leiders
- De hierarchische leider: is degene die eindverantwoordelijk is voor het project.
- De operationele leider: deze geeft de opdracht tot uitvoering van het project.
- De functionele leider: deze is gespecialiseerd in een bepaald onderdeel van het project.
Het officieel vastgelegde deel van het functioneren van een organisatie noemt men de formele
organisatie.
Alles wat in een organisatie plaatsvindt buiten de formele organisatie om noemt men informele
organisatie.
De meest voorkomende marketingfuncties zijn:
- Marketingdirecteur (geeft leiding aan de marketing-en verkoopfunctie binnen een
organisatie, hij is verantwoordelijk voor de afstemming tussen de marketing en de
verkoopplannen)
- Marketingmanager (is verantwoordelijk voor de analyse, uitvoering en evaluatie van
marketingactiviteiten van de organisatie. Hij staat direct onder de directeur)
- Marketingservices manager (planning, administratie, klantenservice, marktonderzoek en
promotie.
- Productmanager (is verantwoordelijk voor de analyse, planning, uitvoering en invoering,
controle en evaluatie van de marketingactiviteiten van een bepaald product. Als de
verantwoordelijkheid een merk betreft, noemen we het brandmanager.
- Accountmanager (waar grote klanten een grote rol spelen is de functie van accountmanager
een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die grootwinkelbedrijven als klant
hebben. De accountmanager onderhoudt de contacten met deze grote afnemers.

Een plan zal je antwoord moeten geven op 3 vragen:
1. Wat willen we bereiken
2. Hoe realiseren we dat
3. Binnen welke periode moet dat gebeuren
Langtermijnplannen
Die betrekking hebben op een periode van vijf tot tien jaar
(Strategisch karakter)
Middellange termijnplannen
Die betrekking hebben op een periode van twee tot vijf jaar
(Strategisch karakter)
Korte termijnplannen
Die betrekking hebben op een periode van 1 jaar.
(Operatoneel karakter)
Bij een strategisch plan gaat het om het plannen van een hoofddoelstelling van een onderneming.
Zon plan omvat dan bij voorkeur alle activiteiten van die onderneming.
Het kenmerk van een strategisch plan is dat de keuze niet op korte termijn verandert of ongedaan kan
worden gemaakt. De keuze om een product op de Duitse markt te introduceren, is een voorbeeld van
een strategisch plan.
De operationele beslissingen hebben vooral een korte termijn karakter.
De plannen die hierop betrekking hebben, worden ook wel tactische plannen genoemd. Het gaat
daarbij om beslissingen die in een jaarplan nader worden uitgewerkt. Er worden daarbij middelen van
korte termijn vastgelegd. Een reclameplan is hiervan een voorbeeld.
Vergelijkingen tussen strategisch en tactische planning tabel 2.1 in je boek op bladzijde 37.
Een ondernemingsplan is een totaalplan voor alle activiteiten van een onderneming. Zo plan kan
betrekking hebben op lange termijn (strategisch) of korte termijn (tactisch).
In dit plan staat de missie van de onderneming.
In een ondernemingsplan staat ook wat de corebusiness die betreft de kernactiviteiten van de
organisatie. Hier wordt antwoord gegeven op de vraag: welke producten voorzien in welke behoeften
bij welke afnemers
Bijvoorbeeld de NS: voorzien in behoefte aan vervoer door het aanbieden van treinreizen aan
zakenlui, tieners, gezinnen bedrijven en andere afnemers.
Veel grote ondernemingen bestaan tegenwoordig uit SBUs (Strategic Business Units)
Binnen deze grote onderneming is een SBU een min of meer zelfstandige organisatie-eenheid die de
beschikking heeft over eigen middelen.
Kenmerken van SBU zijn:
- Eigen doelstellingen en missie, onafhankelijk van andere SBUs
- Eigen strategisch ondernemingsplan
- Marktgeorienteerd
- Bewerken van eigen doelgroepen
- Geleid door een marketingmanager
- Eigen budgetten
- Eigen producten

Afgeleide doelstellingen moeten aan de volgende eisen voldoen:
- Duidelijkheid
- Haalbaarheid
- Meetbaarheid

Het marketingplan is een deelplan van een ondernemingsplan.
Marketingplannen leggen de beslissingen vast die in het kader van het te voeren marketinggebied
moeten worden uitgevoerd. Deze plannen kunnen achteraf worden gebruikt om na te gaan of ze tot
het beoogde resultaat hebben geleid.
Een marketingplan bevat de volgende onderdelen:
- De situatieanalyse (Een beschrijving van de situatie waarin het bedrijf zich bevindt. Hier
wordt een interne en externe analyse gemaakt. Waarbij in wordt gegaan op:
De markt: wie zijn de vragers, hoe groot is de omvang van de markt, hoe ontwikkelt de vraag
zich enzovoort)
De concurrentie: wie zijn de concurrenten, wat zijn hun marktaandelen
De doelgroep: wat is het profiel van de doelgroep, het koopgedrag, wat zijn de bestedingen
De distributiestructuur: welke distributiekanalen worden ingeschakeld en welke ontwikkelingen
doen zich hiervoor
Het eigen beleid: hoe zag het marketingbeleid er in de afgelopen jaren uit
Externe factoren: welke omgevingsfactoren zijn van invloed op de vraag, welke
ontwikkelingen kunnen daarin worden gesignaleerd enzovoort
- De prognose (De toekomstige vraag naar het product wordt ingeschat. Hierbij moet rekening
gehouden worden met de verwachte toekomstige activiteiten van de concurrenten.
- De probleemstelling (situatieanalyse en de prognose vormen de basis van de
probleemstelling)
- De doelstellingen (hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen marketingdoelstellingen
en instrumentdoelstellingen. Die laatste doelstellingen hebben betrekking op de marketingmix.
Een vaak voorkomende marketingdoelstelling is het vergroten van het marktaandeel.
Doelstellingen moeten SMART zijn, specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en
tijdsgebonden.
- De strategie (strategie is de weg waarlangs de onderneming het doel wilt bereiken. Het doel
van marketing is het voorzien in de behoefte van de afnemers. Je hebt 4 verschillende
marketingstrategieen:
- Marktpenetratie (het bedrijf wilt met bestaande producten meer afzet krijgen op markten waar
het al actief is dus bestaand product, bestaande markt.) je hebt hierbij 2 varianten namelijk,
marktverdieping en marktverbreding. Bij marktverdieping probeert het bedrijf meer producten
aan bestaande klanten te verkopen, bij marktverbreding probeert het bedrijf nieuwe klanten te
werven.
- Productontwikkeling (Op een bestaande markt een nieuw product introduceren)
- Marktontwikkeling (bestaande producten op nieuwe markt)
- Diversificatie (nieuw product + nieuwe markt, meest riskante strategie)


De tactiek (wordt per instrument van de marketingmix aangegeven wat er in de
planningsperiode moet gebeuren om de doelstellingen te bereiken)
De controle (bij de controle wordt nagegaan of, en in hoeverre de doelstellingen zijn
gerealiseerd. En of dit met de begrote kosten mogelijk is geweest)
De bijsturing (het resultaat van de controle wordt gebruikt voor het verbeteren van het
volgende marketingplan. Vaak gebeurt dit ook al in het huidige marketingplan.

Massamarketing
Met name bedrijven die productgericht ingesteld waren, maakten gebruik van massamarketing. De
kenmerken hiervan zijn:
- Het in een massa produceren van producten
- Het op 1 manier maken van reclame en massadistributie
Productdifferentiatie
Als een ondernemer productdifferentiatie toepast, worden producten op de markt gebracht die op
bepaalde producteigenschappen van elkaar verschillen. Denk daarbij aan verschillen in kwaliteit,
grootte, smaak en prijs. Deze strategie wordt toegepast omdat consumenten variatie willen of van
smaak veranderen. Hierbij kan een onderneming zich ook onderscheiden van de concurrent.
Marktsegmentatie
Bij marktsegmentatie gaat men ervan uit dat een markt heterogeen is samengesteld. Dat wil zeggen
er zijn verschillen tussen groepen afnemers of consumenten. Marktsegmentatie is het opdelen van
een markt in verschillende (homogene) groepen afnemers (segmenten), waarvoor het wenselijk kan
zijn voor elk segment een aparte marketingstrategie of marketingmix toe te passen.
Het segmentatie proces bestaat uit 3 stappen:
- Segmenteren
- Doelgroep bepaling
- Positioneren
Segmenteren
Een belangrijke vraag voor een ondernemer is hoe hij het best op een markt kan segmenteren.
Dat wil zeggen: op welke manier kan hij de markt indelen zodat er geen homogene segmenten of
deelmarkten ontstaan
Vier groepen segmentatiecriteria zijn:
- Geografische variabelen (geografische kenmerken dus waar komen ze vandaan)
- Demografische variabelen (leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, religie, kindertal,
gezinsgrootte en gezinslevenscyclus)
- Psychografische variabelen (de levensstijl)
- Gedragsvariabelen (hierbij heb je verschillende criteria die men kan rekenen tot de groep
gedragsvariabelen zoals: de gebruikssituatie (bijv. koffie of thee), de gebruiksstatus, de
gebruiksfrequentie en de mate van consumententrouw.
Gedragssegmentatie
We kunnen bij gedragssegmentatie omschrijven als segmentatie waarbij de markt wordt opgedeeld in
afnemersgroepen op grond van hun gebruik of respons met betrekking tot een bepaald
productaanbod en voor wie het wenselijk kan zijn een afzonderlijke marktbenadering toe te passen.
Wil segmentatie effectief zijn dan moet het aan een aantal voorwaarden worden voldaan:
- De omvang van het segment (wordt niet alleen bepaald door aantal consumenten, maar ook
de koopkracht)
- De meetbaarheid van het segment (als je geen meetbare resultaten kunt vaststellen is het te
overwegen de markt niet te segmenteren)
- Homogeniteit van het segment (de markt moet ingedeeld kunnen worden in allerlei kleine
groepen waarbij ieder segment homogeen is. Homogeen wilt zeggen dat de consumenten in
het segment zo veel als mogelijk op gelijke wijze moeten reageren op de marketingmix als dit
niet mogelijk is heeft segmenteren geen zin.
- De bereikbaarheid van het segment (moet via communicatie en distributie te bereiken zijn.

Ieder product dat op de markt komt kent een fase van productontwikkeling.
Het productontwikkeling proces begint met het ontstaan van het idee tot het moment dat het door
de afnemer wordt gekocht. Dit proces kent de volgende stappen:
- Exploratiefase (in deze fase ontstaan verschillende ideeen. Deze kunnen afkomstig zijn uit
de markt of de onderneming zelf)
- Screeningfase (niet alle ideeen zijn even bruikbaar. In deze fase worden de ideeen getoetst
op bruikbaarheid en realiseerbaarheid)
- Conceptontwikkeling fase (de gescreende ideeen worden ontwikkeld tot volledige
productconcepten. Deze productconcepten worden uitgewerkt op papier)
- Strategieontwikkeling fase (is het productconcept succesvol dat wil zeggen slaat het aan bij
de consument dan kan gestart worden met het bedenken van een marketingstrategie)
- Fysieke productontwikkeling fase (in deze fase komt men tot de ontwikkeling van 1 of
meerdere prototypen. Een prototypen is een eerste proefmodel van een nieuw product, dat
alle voorziene technische functies reeds kan uitoefenen)
- Testfase (dit is de laatste fase voordat het product op de markt wordt gentroduceerd in deze
fase is het prototype goedgekeurd en kan een proefserie worden geproduceerd)
- Productintroductie fase (zijn de resultaten van de testmarkt positief dan kan de introductie
van het product plaatsvinden. Dit vereist investering in productiecapaciteit, scholing of
bijscholing van de verkopers en het op de hoogte brengen van de handel)
Doelgroep bepaling
Nadat de markt is gesegmenteerd moet worden vastgesteld op welke afnemers het bedrijf zich gaat
richten, dit is de doelgroep bepaling. De aanbieder kan zijn aanbod volledig gaan afstemmen op de
gekozen doelgroep (en).
Positioneren
Is het realiseren van een bepaalde positie in de waarneming van de doelgroep ten opzichte van
concurrenten.
Bij positionering wordt in reclame-uitingen vaak gebruikgemaakt van een USP: een unique selling
proposition. Dit is een exclusief verkoopargument dat de concurrentie niet kan of wil hanteren.
Het USP van Nike is Just do it.
Mondiale marketing is marketing die zich bezighoudt met de integratie of standaardisatie van
marketingactiviteiten in verschillende markten.
Een internationale marketingstrategie houdt rekening met behoeften, waarden een attitudes van de
internationale consument.
Een land kan besluiten om eigen industrie te beschermen. Dit wordt protectionisme genoemd. Bij
protectie zijn tarifaire en non-tarifaire maatregelen mogelijk.
Tarifaire maatregelen zijn:
1. Invoerrechten waardoor buitenlandse producten duurder worden en dus minder aantrekkelijk
2. Subsidiering van de binnenlandse producten of van de export
Non tarifaire maatregelen zijn:
1. Kwaliteitseisen waaraan buitenlandse producten moeten voldoen
2. Embargos voor bepaalde producten
3. Een deviezenbeperking waardoor er geen geld is om buitenlandse producten te kopen
4. Invoercontingentering of wel quotering, dat wil zeggen: er mag jaarlijks slechts een bepaalde
hoeveelheid van een product worden ingevoerd
Redenen om te internationaliseren
- Een grote concurrentiedruk op de thuismarkt van buitenlandse concurrenten
- Meer kansen op de buitenlandse markt voor Nederlandse bedrijven; zo zijn veel bedrijven zich
gaan richten op Oost-Europese landen. Daarnaast kan de winstgevendheid van buitenlandse
markten groter zijn.
- Een grotere totale afzetmarkt, wat schaalvoordelen meebrengt
- Risicospreiding
- De vraag van klanten om internationale service; dit speelt bijvoorbeeld bij banken
- Overcapaciteit die benut kan worden door te internationaliseren

Informatiebronnen
In Nederland is veel kennis aanwezig over internationale markten. De drie belangrijkste
informatiebronnen zijn:
1. De internationale kamer van koophandel, de international Chamber of commerce (ICC)
2. De economische voorlichtsdienst (EVD) met uitstekende database van landeninformatie
3. De Fenedex een vereniging van exporterende en internationaliserende bedrijven
Door structureel te plannen wordt het aantal risicos dat internationalisering met zich meebrengt,
verkleind. In een exportplan worden de mogelijkheden voor export, de kansen en bedreigingen, de
haalbaarheid en de strategie bepaald.
De volgende vijf vragen worden daarin uitgewerkt:
- Is het bedrijf export klaar (Hiervoor worden de sterke en zwakke kanten van het bedrijf in
kaart gebracht. Productiecapaciteit, financiele situatie en de aanwezige kennis)
- Op welke exportmarkt gaat het bedrijf zich richten en met welk product (Door de
omgevingsfactoren in kaart te brengen)
- Hoe wordt de markt bewerkt (De marketingstrategie wordt bepaald dit houdt in, doelgroep
bepalen, positionering kiezen en marketingmix kiezen)
- Is het commercieel haalbaar (Deze vraag geeft antwoord op de mogelijke kosten en
opbrengsten)
- Welke aanpassingen zijn er binnen het bedrijf mogelijk
Producten die zonder aanpassingen in het buitenland worden verkocht wordt rechtstreekse
productextensie genoemd.
Manieren om de buitenlandse markt te betreden
- Via directe export, bij directe export wordt direct aan de klant verkocht.
Dit heeft als voordeel dat er geen commissies aan tussenpersonen betaald hoeven te worden
en dat er goed klantencontact is.
Het kost echter tijd om de markt te leren kennen en relaties met afnemers op te bouwen.


Via indirecte export hierbij wordt gebruik gemaakt van een tussenpersoon, een agent, partner
of zaakwaarnemer die al beschikt over lokale kennis en contacten.


Via directe investeringen, hierbij wordt een buitenlandse onderneming overgenomen


Via een joint venture, hierbij wordt door meerdere bedrijven een nieuwe onderneming
opgericht waarin de risicos en winsten worden gedeeld. In sommige landen mogen
buitenlandse bedrijven alleen via een joint venture investeren.

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,99

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Rosalie Van Eijden
Rosalie Van Eijden

Number of documents: 1

Recommended documents

More subjects of Horeca management

economie Marketing

Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit