€ 5.99

Psychodiagnostiek 1

Samenvatting Psychodiagnostiek 1 powerpoints & notities, Toegepaste Psychologie Thomas More, Fase 1


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (10 of 122 pages)
Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1 Preview: Psychodiagnostiek 1

Download all 122 pages for € 5,99

Buy this documentAdd document to cart



Psychodiagnostiek I
Algemene informatie over PSD1

Inleiding tot psychodiagnostiek
Belang van psychodiagnostiek
Aanvullende tekst op toledo: De valkuilen van ons denken (Meuleman & Verplaetse, 1998)
Vakjargon dien je te kennen
Voorbeelden:
- Valide test: meet het instrument wat het verondersteld wordt te meten
- Predictieve validiteit: vorm van validiteit van een test of meting waarmee wordt aangegeven in
hoeverre een test een criterium buiten de test kan voorspellen.
- Betrouwbaarheid: waarnemingen, die onder dezelfde omstandigheden herhaald, dezelfde
uitkomst geven.
- Normeren: het vaststellen van een rangorde, zodat iemands plaatsbepaling in deze rangorde kan
worden beoordeeld.


Waarom doen we aan psychodiagnostiek
Impliciete diagnostiek
Iedereen doet aan diagnostiek: beoordelen van andermans gedrag.
Maar niet iedereen doet dat op de juiste manier.
Expliciete diagnostiek
Echte psychodiagnostiek zoals een psychologisch dienstverlener dat doet.
We gaan een hypothese maken en toetsen op een wetenschappelijke manier:
- Is het niet te eenzijdig wat we nu denken
- Zijn er andere mogelijke verklaringen voor het bepaald gedrag
We moeten ons bewust zijn van mogelijke foutenbronnen:
- Sommige aspecten kunnen bij jezelf emotioneel beladen zijn;
- Geheugeninvloeden; we kunnen betrouwbaardere diagnoses stellen door ervaring.

1. Alledaags impliciet diagnosticeren
= toekennen van oorzaken aan verschijnselen of gedragingen;
= attributietheorie: hoe mensen gedrag van zichzelf en anderen verklaren in termen van
oorzaak-gevolg.
Iedereen doet het, elke dag . vooral als er een afwijking is van een verwacht patroon
Voorbeelden:
- Filmpje: Sociaal experiment
Wat zou jij doen als je een man ziet vallen
In het filmpje draagt de ene man een kostuum een andere is verkleed als clochard.
Resultaat: de man in kostuum wordt veel vaker geholpen.
Uiterlijk is van belang bij het oordelen.
- Tijdschriften en magazines als entertainment, vb. Flair test.
- Televisie en documentaires: vb. extremer (on)gewenst gedrag
zoals bv. programmas over eetstoornissen op Telefacts.

2. Probleem impliciete diagnostiek
Het ongewapende oordeel
- Ongewapend: niet gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde theorieen en dus
onbetrouwbaar.
Foutenbronnen op basis van onderzoek naar
a. Hoe mensen met kansen en waarschijnlijkheden omgaan;
b. Hoe mensen geneigd zijn om vuistregels en richtlijnen (heuristieken) te volgen;
c. Hoe de kwaliteit is van de verrichte psychodiagnostiek

A. Omgaan met kansen en waarschijnlijkheden
Mensen zijn slecht in het schatten, afwegen en herzien van kansen:
Voorbeeld:
Welk type woorden zijn het meest frequent in het Engels
Woorden die beginnen met een 'r' of woorden die 'r' als derde letter hebben
Uitkomst:
de meeste mensen vinden (a) waarschijnlijker dan (b). [Uit Gigerenzer (2008)]
Juiste antwoord: r = even veel kans.
Je moet harder nadenken om een woord te vinden met r als derde letter.


Voorbeeld:

Uitkomst:

"Mijn vriend is professor. Hij schrijft graag gedichten, is nogal verlegen en
klein van gestalte. Op welk terrein is hij werkzaam: Chinese literatuur of
psychologie
de meeste mensen denken dat het om een hoogleraar Chinese literatuur gaat.
Juiste antwoord: er zijn eigenlijk veel meer hoogleraren psychologie. Dus
hij heeft meer kans om een hoogleraar psychologie te zijn.
Zo (statistisch) moeten we dus redeneren, en niet o.b.v. een beschrijving.

B. Oorzaak = volgen van vuistregels en heuristieken
HEURISTIEK (vuistregel)
- (vuist)regel om sneller tot de oplossing van een probleem te komen (vaak impliciet of
onbewust);
- Informele, intutieve en speculatieve oplossingsstrategieen;
- In tegenstelling tot algoritmen, die altijd en overal werken, zijn heuristieken specifieke
strategieen die we leren gebruiken in specifieke situaties en die niet altijd een oplossing
garanderen;
- Hoe meer ervaring met een taak hoe beter ontwikkeling van heuristieken.
Vaak oorzaak van foutenbron
- Representativiteitsheuristiek:
De overtuiging van hoe iets eruit moet zien om representatief te zijn voor een bepaald
proces.
- Beschikbaarheidsheuristiek:
Hangt af van het geheugen verbeelding & vooringenomenheid.


BESCHIKBAARHEID
Voorbeeld: Welk type woorden zijn het meest frequent in het Engels
Woorden die beginnen met een 'r' of woorden die 'r' als derde letter hebben
De meeste mensen vinden (a) waarschijnlijker dan (b). [Uit Gigerenzer (2008)]
We kiezen o.b.v. beschikbaarheid in het eigen geheugen.



REPRESENTATIVITEIT
Voorbeeld: "Mijn vriend is professor. Hij schrijft graag gedichten, is nogal verlegen en
klein van gestalte. Op welk terrein is hij werkzaam: Chinese literatuur of
psychologie
De meeste mensen denken dat het om een hoogleraar Chinese literatuur gaat.
We kiezen o.b.v. een beschrijving die representatief is: leest graag gedichten,
klein van gestalte,....
Hier spreken we ook van Base rate: onvoldoende rekening houden met de
statistische verdeling.



Hoe statistisch redeneren mensen

Experiment I van Tversky & Kahneman
- Bart is 34 jaar, intelligent maar weinig creatief. Hij is dwangmatig en maakt een saaie
indruk. Hij was altijd sterk in wiskunde maar zwak in taal
- Rangschik naar waarschijnlijkheid:
a. Bart is accountant
b. Bart speelt in een hardrockband
c. Bart is een accountant die in een hardrockband speelt





Uitkomst: 85% vindt A het meest waarschijnlijk en B het minst waarschijnlijk.
In strijd met: P(accountant & hardrocker) P(hardrocker)
Verklaring T & K: representativiteitsheuristiek
Beschrijving Bart voldoet absoluut niet aan beeld van hardrocker, meer aan
beeld van hardrockende accountant
Juiste antwoord: c is het minst waarschijnlijk, omdat de kans om beiden te
zijn is kleiner dan of een accountant of een hardrocker.



Andere statistische fouten


Velen denken dat vliegen gevaarlijker is dan autorijden
Lijst van 19 beroemde vrouwen en 20 gewone mannen: meeste mensen denken dat er
meer vrouwen dan mannen op lijst




Verklaring T & K: mensen gebruiken beschikbaarheidsheuristiek
Hoe gemakkelijker voorbeelden van een fenomeen te binnen schieten, des te frequenter is
dat fenomeen.
Mensen oordelen dus o.b.v. wat direct beschikbaar is in het geheugen, zonder verder na te
denken over anderen hypothesen.
Als psychodiagnosticus gaan we verschillende hypothesen formuleren en aftoetsen a.d.h.v.
transparante toetsingscriteria uit theorieen, andere onderzoeken, handboeken zoals bv. de
DSM5,...
= kwaliteitsvolle diagnostiek.



Opdracht
Mijn ouders slagen mij regelmatig, dit is toch normaal
Beschikbaarheidsheuristiek
Ze weet niet beter, ze is niets anders gewoon. Ze gebruikt haar eigen heuristiek.
Een man en zijn zoon hebben een zwaar verkeersongeval. De man overlijdt en de zoon wordt met
zware verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. De chirurg van dienst stelt echter: ik kan niet
opereren, want dit is mijn zoon. Hoe kan dit
Representativiteitsheuristiek
Men denkt vaak dat een chirurg een man is (representatie van een chirurg in het geheugen)
maar in dit geval is het een vrouw, zijn moeder.

C. Impact op kwaliteit van de psychodiagnostiek
Casus Rik (9 jaar):
Concentratiemoeilijkheden, moeilijk stil zitten, impulsief, snel boos,...
Wat is er aan de hand
Extra aandachtspunt: confirmation bias
= informatie zoeken die het idee bevestigt.
Een mogelijke hypothese volgens onze heuristieken zou ADHD kunnen zijn.
Als we dit als enige hypothesen gebruiken in de praktijk, zal de hulpverlener op zoek gaan
naar zaken die zijn hypothese bevestigen. = confirmation bias.
Het hoeft niet per se om een stoornis te gaan. Er kunnen ook alledaagse problemen zijn:
relationele problemen, problemen binnen zichzelf, op school,...


Foutenbronnen in psychodiagnostiek
- Vaak geen systematische en consistente werkwijze
Voorbeeld: een client komt toe en krijgt meteen een reeks vragenlijsten gegeven.
Zijn ze wel relevant
- Informatie zoeken die idee bevestigt = confirmation bias.
- Te vlug adviezen formuleren.
Je moet eerst luisteren naar de vraag van de client en op maat van de client adviezen formuleren.
- Gebrekkige betrouwbaarheid en validiteit van de onderzoeksmiddelen en ongeschikte normen.
- Voor de hand liggende diagnosen en interventies over het hoofd zien, m.a.w. het te ver gaan
zoeken.
- Diagnostisch proces onvoldoende afgestemd op de hulpvragen van de client.
- Besluitvorming onvoldoende gebaseerd op beschikbare gegevens; geen objectieve criteria
hanteren (= verhoging van de subjectiviteit).
Je moet je besluit kunnen verantwoorden a.d.h.v. Objectieve criteria zoals bv. de DSM 5.
- Besluitvorming onvoldoende geexpliciteerd en daardoor onvoldoende duidelijk voor collegas en
clienten.
Je moet je besluit goed kunnen uitleggen op een manier dat de client het begrijpt.
Voorbeeld: als je blokpatronen afneemt, moet je kunnen uitleggen wat dat juist meet.
- Eigen persoon als foutenbron. Je moet je bewust zijn dat je zelf benvloedt kan worden.
- Onvoldoende samenwerking met client en zijn omgeving.
Voorbeeld: Je moet zowel rekening houden met kinderen n ouders als eventueel scholen,...
- Teveel vakjargon in de communicatie.

Impliciete diagnostiek in psychodiagnostiek
Fouten en vertekeningen mogelijk in elke fase van de psychodiagnostische besluitvorming

De invloed van foutenbronnen kan verminderd worden door gebruik van een duidelijk
psychodiagnostisch procesmodel

3. EXPLICIETE DIAGNOSTIEK als oplossing
Expliciete psychodiagnostiek

- Wetenschappelijk verantwoorde vormgeving van het proces;
- Valide & betrouwbare producten (instrumenten /methodieken).
= prescriptief kader of model
= PSYCHODIAGNOSTISCH PROCESMODEL
Prescriptief kader: het schrijft voor hoe je als psychodiagnosticus aan de slag moet gaan met een
bepaalde hulpvraag van de client.


Voorbeeldvraag: Is diagnostiek hetzelfde als testen afnemen


Neen, diagnostiek is een proces, waarbij testen afnemen al dan niet een onderdeel kan vormen.
Je moet dus niet altijd testen afnemen, enkel indien nodig.
Diagnostiek is het analyseren van het gedrag op een systematische manier om te komen tot een
integratief beeld dat je kan koppelen aan een advies of interventie.
Je gebruikt valide als betrouwbare instrumenten en methodieken waarvan de effectiviteit
bewezen is.
Je kan ook instrumenten gebruiken die niet genormeerd zijn (effectief bewezen), zoals gedrag
turven, en een conclusie vormen, maar je de waarde van dat instrument kunnen bepalen en nog
andere instrumenten of methodieken moeten gebruiken die meer gefundeerd zijn.

= prescriptief model: schrijft voor hoe je als diagnosticus aan de slag moet gaan met een
bepaalde hulpvraag van de client, welke stappen je moet ondernemen.
We gaan hypothesetoestend werken tot we een goed antwoord kunnen geven op de vraag van
de client.


Observatie:
Inductie:
Deductie:
Toetsing:
Evaluatie:

verzamelen en groepering van gegevens ten behoeve van de vraagstelling.
formuleren van hypothesen o.b.v. ideeen opgedaan in de observatie &
theorie.
omzetten van hypothesen in een toetsbare voorspeling.
= consequentie van de hypothese.
nagaan of de voorspellingen stand houden; afname & interpretatie van
testmateriaal, observaties,...
kan de hypothese verworpen of aangehouden worden

! Voorbeelden

102 is NIET significant groter dan 99, daarom kunnen we concluderen dat blondines even intelligent
zijn als brunettes.


Hyopthese: Er zijn indicaties dat Rik leidt aan ADHD;
Dataverzameling: Multi-informant = we laten zowel de client zelf rapportage doen als de
ouder, leerkrachten, omgeving...
Toetsende onderzoek: In de DSM 5 criteria staat dat ADHD in alle contexten voorkomt, bij Rik
komt het gedrag enkel voor in de thuiscontext, dus we kunnen onze hypothese niet
bevestigen.
Theorie:
We hebben gezien dat het gedrag ontstaan is na de vechtscheiding (zie beschrijvend
onderzoek), dus:
Nieuwe hypothese: Rik heeft de vechtscheiding niet verwerkt.

Wat betekent EXPLICIETE PSYCHODIAGNOSTIE


Explicieter werken met (gevalideerde) theorieen; theorieen waarvan de effectiviteit bewezen is
en wetenschappelijk onderbouwd zijn.
Bewust rekenschap geven van de keuze van bepaalde theorie; waarom gebruiken we die
theorie
Praktijkkennis gebaseerd op gesystematiseerde praktijkervaringen; wij krijgen ervaring door
stages en opdrachten.
Duidelijk de denkstappen vastleggen die geleid hebben tot het advies; je moet het kunnen
uitleggen.
Onderzoek doen naar de waarde van theorieen en de effecten van interventies; je moet een
goede keuze maken voor interventie op basis van onderzoek en deze interventie goed opvolgen.
Resultaten (durven) uitwisselen met collegas.

CONCLUSIE
Alledaags impliciet diagnosticeren

Expliciete diagnosticeren
door wetenschappelijk opgeleide psychodiagnostici
= schatten, afwegen en herzien van kansen obv psychodiagnostisch procesmodel (empirische
cyclus)


Inleiding tot psychodiagnostiek
Geschiedenis van de psychodiagnostiek
Aanvullende tekst op toledo: Historische ontwikkeling testen

Focus op tests...
Vroeger: Focus op tests.
Nu:
Psychodiagnostisch proces, waarbij tests een onderdeel kunnen zijn.
Focus op intelligentie & persoonlijkheid.

1. Historische context




Ontstaan eind 19de eeuw
Historische context; samenleving
Wetenschappelijke psychologie
Door de bevolkingsgroei, verstedelijking & industrialisatie was de industrie genoodzaakt op
een efficiente manier mensen te selecteren voor bepaalde zaken.
Ook experimentele psychologie ontstond: men probeerde wetmatigheden te vinden tussen
verschillen in mensen.
Geschiedenis diagnostiek = geschiedenis testen
Individuele verschillen in intelligentie en persoonlijkheid
Testen voor selectie & testen voor plaatsing
Vanuit praktisch probleem

1.1 Historische voorlopers


Rat race (afvallingskoers):
Vroeger:
Selectieprocedures in Chinese keizerrijk
Selectie van de Gideonbende (het Oude Testament)
Selectie van soldaten obv persoonlijkheid.
Nu:
Hedendaagse ratraces bijv. Overheid en bedrijfsleven, afvalkoers bij solliciteren,...



Typologieen
o.a. Hippocrates, Plato,

1.2 Diagnostiek avant la lettre




13de eeuw: schoolprestaties via mondelinge examens op universiteit (Bologna)
16de eeuw: selectie van hoogbegaafden
18de & 19de eeuw: persoonlijkheid werd gediagnosticeerd obv uiterlijk
Bv. intelligentie obv schedelomtrek

10

2. Bijdrage uit verwante disciplines
Periode tot het verschijnen van de Binet-Simontest

2.1 Psychiatrie






Begin 19de eeuw: onderscheid zwakzinnigheid en psychiatrische stoornissen (krankzinnigheid).
Pinel: interesse
Esquirol: diagnose
Sguin: behandeling
Begin 20ste eeuw: classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen
Kraepelin Taxonomisatie
Vandaag o.a. DSM als geheel van afspraken
Medisch denkmodel: syndroom als gevolg van pathologisch proces

Pinel (1745)
Salpetriere (vanaf 1795)
Zachte aanpak: psychologische aanpak & verzorging
Diagnostiek: observatie en onderzoek
Dossier
Kennis bij personeel
Pinel had interesse voor geestenzieken;
Hij was de eerste die pleitte voor een zachte aanpak;
Diagnostiek: hij deed vooral aan observatie en onderzoek;
Was de eerste die een dossier maakte van zijn clienten;
Zorgde ervoor dat het personeel goed opgeleid werd.

Esquirol (1772)





Zwakzinnigheid: permanent, ongeneeslijk
Psychiatrische stoornis:
Kan ontstaan op latere leeftijd.
Kan verbeteren.
Schetsen:

Leerling van Pinel;
Depressie: dementie, manie & melancholie;
Verstandelijke beperking: idiotie;
Hij maakte als eerste onderscheid in zwakzinnigen: 3 niveaus van idiotie.

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 5,99

Buy this documentAdd document to cart

7 students were before you!


  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Ti Ma
Ti Ma

Number of documents: 13

Recommended documents

More subjects of Toegepaste Psychologie

A&O Algemene Psycholgie Algemene Psychologie Arbeids- en Organisatiepsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie (A&O) Capita Selecta Kinderen & Jongeren Capita selecta kinderen en jongeren Consumentenpsychologie Counseling & Coaching Counseling & coaching SPP Crossculturele Psychologie Denkkaders Pyschologische Counseling Forensic Psychologie Forensic Psychology Gedragneurowetenschappen Gedragsneurowetenschappen Gedragsneurowetenschappen 1 Geen Gerontopsychologie Gezondheidspsychologie Gezondheidspsychologie 2016-2017 Intrafamiliaal geweld Intrafamiliaal geweld (IFG) Klinische Neuropsychologie Klinische psychologie Klinische psychologie (KLP) klinische psychologie gastcolleges MPO 1 MPO II MPO1 MPO2 Onderwijsloopbaanbegeleiding Ontwikkelingspsychologie Ontwikkelingspsychologie basis Ontwikkelingspsychologie specialisatie Opvoedingsinterventies Opvoedingsondersteuning Pedagogie Persoonlijkheidspsychologie Persoonlijkheidspsychologie 2015-2016 Persoonlijkheidspsychologie 2016 persoonlijkheidspsychologie, personality psychology Practicum Practicum 1 PSD 2 psychodiagnostiek Psychodiagnostiek 1 Psychodiagnostiek 1 (PSD 1) psychodiagnostiek 2 Psychodiagnostiek 3 Psychodiagnostiek 3 KLP Psychologie van Organisatie en Samenleving Psychologie van organisatie en samenleving (POS) Psychologische Gespreksvoering Psychologische interventies kinderen en jongeren recht Recht 2e jaar Religie, zingeving en levensbeschouwing (RZL) Religie, zingeving, levensbeschouwing RZL : Religie, zingeving & levensbeschouwing Samenvatting arbeids- en organisatiepsychologie Samenvatting klinische psychologie (KLP) Samenvatting school- en pedagogische psychologie School en Pedagogische Psychologie School- en pedagogische psychologie School- en pedagogische psychologie (SPP) School- en pedagogische psychologie SPP School-en pedagogische psychologie Sociale Psychologie Specialisatie Algemene psychologie SPP Statistiek Statistiek 1 Statistiek 2 Statistiek II TP Werkt!

Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit