€ 4.99

Inleiding tot de communicatiewetenschap

Inleiding tot de communicatiewetenschap bachelor communicatiewetenschappen op de UA. Volledige samenvatting van alle hoofdstukken + inhoudstafel. Samengevat op basis van HB, PP en notities.


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (5 of 75 pages)
Preview: Inleiding tot de communicatiewetenschap Preview: Inleiding tot de communicatiewetenschap Preview: Inleiding tot de communicatiewetenschap Preview: Inleiding tot de communicatiewetenschap Preview: Inleiding tot de communicatiewetenschap

Download all 75 pages for € 4,99

Buy this documentAdd document to cart

1 Inleiding
Communicatiewetenschap is een relatief jonge wetenschappelijke discipline (50 Europa, na WOII).
Communicatiewetenschappelijke fenomenen werden voordien onderzocht vanuit retoriek,
psychologie, sociologie, taalkunde
Heath & Bryant identificeerden 4 invalshoeken die een belangrijke basis vormen voor communicatie
theoretisch of wetenschappelijk denken: retoriek, propaganda en media-effecten, informatietheorie
en groepsdynamica


Aristoteles bestudeerde de retoriek(4de eeuw VC):
Onderzocht welke tactieken sprekers konden gebruiken om de gedachten en de gedragingen van
het publiek te benvloeden 3 intrinsieke middelen om publiek te overtuigen;
ethos (persoonlijkheid en waarden van de spreker)
pathos (inspelen op de emoties van het publiek)
logos (logica van argumentatie)



Tussen WOI en WOII: aandacht voor propaganda en media-effecten
onderzocht binnen de departementen sociologie, psychologie, politieke wetenschappen



Informatietheorie: Hoe kan info elektronisch verstuurd worden



Groepsdynamica: leiderschap en invloed die mensen op elkaar uitoefenen in kleine groepen

Mead (30): mensen leren elkaar kennen d.m.v. communicatie

Eerst was communicatie een onderdeel van andere disciplines. Sinds 60 is de WETENSCHAP zelf
ontstaan als individuele discipline waarbinnen zich verscheidene communicatiefenomenen (PR,
massacommunicatie ) (vandaar meervoud) voordoen.
Wetenschap Wetenschappen (subdisciplines)


2 Basisconcepten en modellen
2.1 Inleiding



Er is geen eenduidige, correcte definitie van communicatie
2 dominante tradities: processchool & betekeniscreatieschool

2.2 Wat is communicatie
Van Dale:


Mededeling, kennisgeving bv. verloving, huwelijk klemtoon op zender (kan dat bedoelde ontvanger
boodschap niet opmerkt)
Verbinding bv. stoomboot transport

Uitwisseling van gedachten, het geestelijk met elkaar verkeren bv. gewone intermenselijke
communicatie (dagelijks) geen eenzijdig proces
goede bron voor de common sense definities (hoe wordt het begrip gebruikt i/d dagelijkse taal)
Fauconnier: (1 v/d grondleggers van de comm.we. in Vlaanderen)


Geen enkele definitie die als DE definitie beschouwd kan worden
Definitie is goed als:
Bruikbaar/ operationeel binnen bepaald wetenschappelijk visie, benadering, veld
Logisch en coherent
Niet tegengesproken door waarneembare werkelijkheid
Te onderscheiden van andere maatschappelijke problemen

Besluit: geen eenduidige, correcte definitie van communicatie
Dagelijkse-omgang definities (Van Dale) = common sense
Voor communicatiewetenschappers; moet voldoen aan bepaalde voorwaarden
Twee belangrijke perspectieven (Heath & Bryant: 2 scholen of benaderingen)
Processchool ziet communicatie als transmissie van boodschappen: (INTENTIE)


Nadruk op hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen, hoe kanalen en media efficient
kunnen worden ingezet
Communicatie is een (benvloedings)proces: ene persoon benvloedt gedrag, gedachten van
andere persoon
Niet bedoeld effect = communicatiefout nakijken waar liep het fout
Basis: psychologie en sociale wetenschappen
Richt zich primair op communicatieactiviteiten ACTS
Bij geslaagde communicatie is er geen verschil tussen input en output

Betekeniscreatieschool ziet communicatie als productie en uitwisseling v. betekenissen (EFFECT)


Nadruk op hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om zo betekenissen tot
stand te brengen
Niet bedoeld effect communicatiefout, maar bv. cultuurverschil (THUIS is anders voor
Engelsman dan voor Vlaming)
Communicatie is de studie van teksten
Centrale methode = semiotiek (tekenleer)
Richt zich primair op de producten van communicatie (krantenartikelen, reclamespots,
televisieprogrammas, enz.) WORKS
Teksten maken en lezen worden beschouwd als parallelle processen


Nadruk op boodschappen en hoe mensen er betekenis aan geven bv.
boodschapanalyse v/e film

Besluit:
PS: klemtoon op ACTS, actoren en hun intenties; fout = comm.fout binnen proces
BCS: klemtoon op WORKS en hoe die effect hebben op mensen; fout = door verschil tussen personen
(bv. cultuurverschil) en niet binnen het proces

2.3 Breek- of discussiepunten in de definities van communicatie
A. Intentionaliteit


Het passief-actief model van McQuail
Bedoeld door
zender = actief

Niet bedoeld door
zender = passief

Intentioneel ontvangen = actief


Niet intentioneel ontvangen = passief


1. Z + O = actief
Een persoon die intentioneel een boodschap zendt naar een persoon die de boodschap
intentioneel ontvangt bv. brood kopen bij de bakker
2. Z = passief + O = actief
Een persoon die niet intentioneel een boodschap zendt naar een persoon die die
intentioneel ontvangt bv. afluisteren van een gesprek
3. Z = actief + O = passief
Een persoon die intentioneel zendt naar een persoon die niet intentioneel ontvangt bv.
passief luistergedrag in de klas
4. Z + O = passief
Een persoon die niet intentioneel zendt naar een persoon die niet intentioneel ontvangt
bv. indrukken van mensen op straat


Theologische opvatting: sprake van communicatie wanneer zender een boodschap wilt
uitsturen en ontvanger de boodschap wilt ontvangen (=1of3)
Processchool: nadruk op handelingen; sterk vertegenwoordigd in de massacommunicatie
Niet alle gedrag is communicatief maar wel informatief (Motley)


Gedragsopvatting: zien communicatie veel ruimer (vnl. non-verbale communicatie) (=1,2,3,4)
studie van de interpersoonlijke communicatie
Alle gedrag van mensen is communicatief
Mensen kunnen zich niet niet-gedragen dus onmogelijk niet-communiceren
(Watzalawick)
Soms bedoelde communicatie die als onbedoelde communicatie wordt gemaskeerd
(en vice versa) bv. politicus dat pintje drinkt voor volkser imago
soms intentionaliteit moeilijk vast te stellen


B. Geslaagdheid als criterium
Voorwaarden voor geslaagde communicatie: (p.13-14)
GC =


Goede
Expressie
communicatie


Transmissie


Ontvangen
door pers. X


Interpretatie
zoals bedoeld


Uitwerking
zoals bedoeld

Voorbeeld:
Ik schrijf een sms: Varken (E= expressie)
Ik verstuur het bericht (T= transmissie)
Piet ontvangt het bericht (O= ontvangst)
Piet interpreteert het bericht zoals bedoeld (I= interpretatie)
Piet brengt varkenslapjes (ipv rundslapjes) mee uit de Delhaize (U= uitwerking zoals bedoeld door
zender)
C. Richting van de communicatie





Enrichtings- of tweerichtingsverkeer
One way: van A B of omgekeerd = processchool, massacommunicatie
Two way: van A B (feedback) = gedragscommunicatie, interpersoonlijke communicatie
Lineair: one way of circulair: two way
Feedback: nieuw proces
Van A naar B en wanneer B antwoord op A is er sprake van een nieuw communicatieproces

D. Observatieniveau



In communicatiewetenschap beperkt men zich tot de menselijke communicatie
Niveaus:
- Intrapersoonlijk (binnen n persoon bv. praten met jezelf)
- Interpersoonlijk (tussen mensen)
- Groepscommunicatie (+2 mensen)
- Organisatiecommunicatie (bv. website UA)
- Massacommunicatie (bv. krant, tv)

2.4 Elementen van het communicatieproces
Inleiding: waarom procesanalyse
Technisch-didactisch nut
Verschillende deelaspecten van communicatie op een logische manier ter sprake brengen en met
elkaar verbinden
Verklarend kader voor het (niet) slagen van communicatie


BRON/ZENDER

Meestal wordt enkel zender gebruikt;
Technische gevallen: bron = persoon (mond/brein), zender = technisch apparaat (bv. tel. hoorn)


I/d eerste communicatiemodellen en theorieen benadrukte men vooral de macht v/d zender
zender = actief en ontvanger = passief
(Latere studies erkenden dat publiek actief is mensen selecteren en interpreteren/evalueren info + ook door
komst Nieuwe Media (internet))

2. ONTVANGER/BESTEMMELING
Meestal wordt enkel ontvanger gebruikt;
Technische gevallen: bestemm. = persoon (oor/brein), ontvanger = technische appar. (bv. tel.hoorn)


Ontvangt boodschap, decodeert en interpreteert die


Later meer aandacht voor ontvanger bv. constructivisme: onderstreept de cognitieve
activiteiten van mensen bij ontvangst en de verwerking v. boodschappen mensen
vormen zich daarbij een bepaald beeld v.d. realiteit + zal verdere handelen bepalen.

3. BOODSCHAP
= datgene wat wordt uitgedrukt door de zender en overgedragen naar de ontvanger
Wat wordt precies overgedragen
o In de wetenschappelijke literatuur spreekt men van meaning, informatie en tekens
(kunnen niet zomaar overgedragen worden omdat ze slechts ontstaan door de
interpretatie v.d. boodschap)
o boodschap bevat dus iets dat betekenis kan hebben.
o Iets = TEKENS
= verbale of non-verbale stimuli die betekenis dragen, iets betekenen
Bestaat uit signifiant (betekenaar) en signifi (betekende; verwijst naar iets) bv.
woord hond (signifiant) en verwijst naar bepaald soort dier (signifi)



3 categorieen:
Symbolen:
- geen natuurlijke relatie tussen betekenaar en betekende
- relatie = resultaat v. conventie, van afspraken
- bewuste of onbewuste afspraak tussen mensen om op een bepaalde
manier uitdrukking te geven aan een bewustzijnsinhoud
- tekens staan niet vast
- bv. stoel verwijst naar fysiek object om op te gaan zitten, maar IS dat
object niet! (ceci nest pas une pipe)
zelfde object maar verschillende tekens bv. chair in het engels
- zelfde tekens maar verschillende betekenissen bv. middelvinger
Iconen:
fysieke gelijkenis tussen betekenaar en betekende bv. foto v jou gezicht is
een icoon van jou

Indices:


sensorische ervaring A verwijst naar B bv. donkere wolken = index van regen

Code:
o SYSTEEM van betekenissen, gemeenschappelijk voor leden van een (sub)cultuur
o Bestaat uit tekens, regels en conventies die bepalen hoe en in welke context deze tekens
worden gebruikt
o (En)Coderen = omzetten in een code die de transmissie mogelijk maakt
o Er wordt 2x gecodeerd: van gedachte naar teken en van teken naar signaal
4. SIGNAAL


= technisch-natuurkundig concept (luchttrillingen, stroomstootjes ...)


2 soorten:

bv. bij telefoongesprek worden woorden (tekens) omgezet in elektromagnetische trillingen (signalen)

Primaire signalen:
- Natuurlijk (F2F-communicatie)
- Boodschap overbrengen via rechtstreekse zintuigelijke prikkels:
o Zien (optisch of visueel)
o Horen (akoestisch of auditief)
o Voelen (tactiel)
o Ruiken (oleofactisch)
o Smaken (gustatief)


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 4,99

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
RilkeGryspeerdt
RilkeGryspeerdt

Number of documents: 5

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit