€ 5.09

GIS Sociale structuren: Leerdoelen tem H8

Alle antwoorden op de leerdoelen van Sociale structuren tem hoofdstuk 8.
Zeer handig om te leren en om zelf te maken neemt het heel veel tijd in.


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (2 of 28 pages)
Preview: GIS Sociale structuren: Leerdoelen tem H8 Preview: GIS Sociale structuren: Leerdoelen tem H8

Download all 28 pages for € 5,09

Buy this documentAdd document to cart

LEERDOELEN:
H1:
Begrippen:
Ancien Rgime: regeringsbestel voor de Franse revolutie die deze heeft vernietigd. Het was een manier
van regeren waar de koning de absolute macht had en een standenmaatschappij heerste.
Neolithische revolutie: mensen gingen van nomadische levensstijl naar sedentaire levensstijl (zo een
10.000 jaar geleden)
Industriele revolutie: (rond 1870) snelle verandering op economisch vlak van handmatig naar
machinaal produceren van goederen. Wat veel efficienter was.
Feodaliteit: systeem waarbij men grond leent in ruil voor diensten (leenstelstel). Het gevolg hiervan
waren de drie standen: adel, clerus en werkers.
Stand: groep mensen met eigen voorrechten
Telos: het doel, voortgekomen uit de Griekse filosoof Aristoteles, elke mens heeft zijn eigen doel en
moet zo goed mogelijk dit proberen te vervullen.
Thomisme: gebaseerd was op Aristoteles en verder uitgewerkt door Thomas van Aquino (thomisme).
Samenleving is volgens hem door God geschapen, bouwwerk: drie standen. Samenleving is een corpus
(lichaam), elke sociale groep is een lichaamsdeel, net zoals een hand geen hoofd kan worden, kan een
boer geen koning worden. mensen waren voorbestemd door hun geboorte om hun taak op te nemen
in de samenleving. Ook mannen en vrouwen hadden daarbij verschillende taken. Menselijk streven
moest gericht zijn op lotsbeschikking, het eigen lot aanvaarden en voldoening zoeken in die eigen
situatie. In die taakverdeling had iedere groep rechten en plichten: feodaliteit (heersers moesten
bescherming bieden, zorg dragen voor ondergeschikten,) het thomisch denken met haar natuurlijke
orde gaf aanleiding tot het corporatisme.
Voorbestemdheid, lotsbeschikking: zie Aristoteles, een mens heeft hier geen invloed op, hij is
voorbestemd om de taak die hij kreeg bij zijn geboorte zo goed mogelijk uit te voeren.
Discours: zie document.
Heilige geest tafels: De kerkelijke overheid riep tot de oprichting van parochiale steunfondsen, heilige
geest tafels genoemd. Het geld werd ingezameld via verplichte taks op vermakelijkheden, men ging er
van uit dat als je geld voor zoiets hebt ook de financiele marge had om schenkingen te doen aan het
goede doel. Deze taks was het onderdeel van het caritas (liefdadigheid). Dit is volgens de kerk een
plicht van de meer gegoeden. Barmhartigheid is een morele plicht. Het doel van caritas was niet zozeer
de armoede verlichten, maar de zielenheil van de gever bevorderen.
Caritas: liefdadigheid
Disciplinering: verplicht aanstellen van armen in werkhuizen. Vanaf de 18de eeuw ontstond een breed
scala van armenhuizen, het was eerder een gevangenis. De Franse filosoof Michel Foucault spreekt
daarom van de periode van grote opsluiting. Disciplinering was hierbij het codewoord.
Werkhuizen en armenhuizen: werken was je telos, wie op straat zonder geld rondliep moest doen aan
verplichte tewerkstelling in dit soort huizen, zodat je verantwoordelijkheid en werkethos werd
bijgebracht. Deze huizen waren meer een gevangenis.

Plato: onderscheidde drie groepen: de filosofen (denkers), de strijders en de werkers.
Aristoteles: teleologie: iedereen heeft zijn eigen doel en functie in de maatschappij.
Deze twee filosofen dachten dat specialisatie en takenverdeling eigen is aan de mens.(5de eeuw voor
christus)
Thomas van Aquino: thomisme (zie hierboven). 13de eeuw Italie
Thomas Robert Malthus: bracht demografie van een landbouwsamenleving in kaart. Hij onderzocht
het verband tussen bestaansmiddelen en de bevolkingsgroei. Er ontstonden kloven tussen bevolking
en bestaansmiddelen, kwam tot uiting in voedselschaarste en hoge voedselprijzen. Die leidden tot
ondervoeding en hongersnood en zo tot een stijging van overlijdens. In vele gevallen zorgt dit voor he
uitbreken van oorlogen, ziektes en vetes, na zo een bestaanscrisis volgde meestal een heropleving.
Voedsel is een natuurlijke rem op de bevolkingsgroei. Om de 25 jaar ontstaat er volgens hem een crisis.
Michel Foucault: (jaren 1970) Franse filosoof, vertegenwoordiger van de stroming van het
structuralisme . Hij dacht vooral na over hoe macht in een samenleving functioneert. Hij kwam tot de
slotsom dat macht niet zozeer door personen of instanties wordt uitgeoefend als wel door het discours
(vertoog).
Hans Achterhuis: Het oeuvre van Achterhuis kenmerkt zich door de verbinding van filosofie met
actuele
maatschappelijke
vraagstukken
rond
bijvoorbeeld
ontwikkelingshulp,
welzijnswerk, gezondheidszorg en

milieuproblematiek.
Begrippen
als arbeid,
schaarste, utopie, techniek of geweld, die een belangrijke rol spelen in het begrijpen en ervaren van
actuele problemen, worden door Achterhuis aan een kritisch onderzoek onderworpen. Deze aanpak,
waarbij filosofie wordt gekoppeld aan een uitgebreid onderzoek van dossiers, rapporten en
krantenartikelen, heeft Achterhuis met een aan Michel Foucault ontleende term wel
actualiteitsanalyse genoemd. (zie document)
Inzichten:
1. Hoe en waarom werkte de neolistische revolutie sociale ongelijkheid in de hand: door de nood
aan landeigendom, nood aan verdediging hiervoor: zo ontstaat strijdersklasse om de
landbouwgrond en overschotten te bewaken (zij trekken de macht naar hen toe), mensen gaan
samenleven in sedentaire dorpen door deze ophoping ontstaat er specialisatie in beroepen
(boeren, ambachten), noodgedwongen aan afspraken en politieke structuren.
2. Hoe dachten Plato, Aristoteles en Thomas van Aquino over sociale ongelijkheid Ze dachten
dat specialisatie en takenverdeling eigen is aan de mens. Voor de Griekse filosofen zijn
sommigen aangewezen om te heersen en anderen voorbestemd om ondergeschikt aan
anderen te zijn.
3. Waarom was er onderproductie tijdens AR Door het autarkisch samenleven: overleven en het
gesloten systeem: gilden. Het gevolg hiervan was een lage levensverwachting, hoge nataliteit
en hoge mortaliteit
4. Vanuit welke ideeen richtte de kerk actie op tijdens het AR en hun organisaties en doel: in de
18de eeuw ondervonden de Kerkelijke sociale diensten een sterke groei. De kerkelijke overheid
riep tot de oprichting van parochiale steunfondsen, heilige geest tafels genoemd. Het geld
werd ingezameld via verplichte taks op vermakelijkheden.
5. Waarom kreeg de overheid interesse voor het armoedevraagstuk en wat waren hun
antwoorden hierop De politieke interesse in de 17de eeuw die ontstond vooral uit angst. De
armen, bedelaars en behoeftigen werden als een bedreiging gezien, de elite sprak van de

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 5,09

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
anoniem
anoniem

Number of documents: 4

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit