€ 4.49

Werken in Gedwongen Kader H11, H12, H16 en H18

Werken in Gedwongen Kader H11, H12, H16 en H18

Samenvatting van H11, H12, H16 en H18 van het boek Werken in Gedwongen Kader van Anneke Menger. Lesstof voor het vak 'forensische zorg' van de minor Werken in Gedwongen Kader.


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (2 of 9 pages)
Preview: Werken in Gedwongen Kader H11, H12, H16 en H18 Preview: Werken in Gedwongen Kader H11, H12, H16 en H18

Download all 9 pages for € 4,49

Buy this documentAdd document to cart

Werken in gedwongen kader
Hoofdstuk 11 Zedendelinquenten
De opvatting is dat zedendelinquenten vaker recidiveren en dart hun gedrag moeilijk te benvloeden
is. De meeste zedendelinquenten plegen ook andere vormen van delicten en zijn daardoor beter te
typeren als generalistische daders.
11.2 Dark Number
Dark number zijn delicten die ook plaatsvinden maar niet officieel bekend worden. Dit is bij
zedendelicten zeer hoog. In 2012 zijn er 15.000 tot 16.000 meldingen geweest van aanranding en
verkrachting. In 29% van de gevallen leidde dit tot een proces verbaal en 5% werd een veroordeling.
Het dark number is dus groot. In veel gevallen is de dader een bekende, waardoor het doen van
aangifte lastig is. Daarnaast zijn jonge kinderen vaak het slachtoffer. Voor hen is het moeilijk om dat
in woorden om te zetten. Als er geen bewijs is, is het jouw woord tegen het woord van de dader.
11.3 Subtypen Seksuele delinquenten
1. Tussen minderjarige en volwassen daders
De meeste minderjarige daders lijken niet te recidiveren naar een seksueel delict. De meest
volwassen zedendelinquenten zijn in hun jeugd niet veroordeeld voor een zedendelict. Wel hebben
zij in hun puberteit gefantaseerd over seksuele handelingen met kinderen.
2. Tussen mannelijke en vrouwelijke daders
Vrouwelijke daders vormen enkele procenten van de populatie zedendelinquenten. Ook recidiveren
zij nauwelijks. De meeste vrouwen plegen hun delict in combinatie met een mededader (partner).
Vrouwen vertonen wel vaker seksueel grensoverschrijdend gedrag.
In internationale literatuur worden mannen onderverdeeld in subtypen:
- Hands-off daders:
Heeft geen fysiek contact met een slachtoffer (kinderporno, potloodventer(schennispleger)). Een
schennispleger kan honderden keren recidiveren, maar in de meeste gevallen word er geen aangifte
gedaan. Een groot deel kan later over gaan tot aanranding of verkrachting. Binnen de groep
schennisplegers kan een verdeling gemaakt worden naar:
o generalistische plegers: vermogens- en geweldsdelicten
o specialistische plegers: plegen alleen schennis.
In de specialistische groep zitten vaak exhibitionisten. Bij hen is sprake van een patroon van
tenminste een halfjaar, die gepaard gaat met seksueel opwindende fantasieen, drang of
gedragingen. Kinderpornodownloaders recidiveren weinig.
- Hands-on daders:
Zijn ook onder te verdelen in generalistisch en specialistisch. Het onderscheid tussen generalistische
plegers en specialistische plegers valt samen met het onderscheid tussen kindmisbruiker (volwassen
solo dader), leeftijdgenootmisbruikers (solo dader met dezelfde leeftijd) en groepsdaders (altijd
leeftijdgenoot). Een kindmisbruiker moet niet verward worden met een pedofiel. Een pedofiel
brengt zijn seksuele voorkeur niet altijd in de praktijk. Een incestpleger hoeft niet per definitie een
pedofiel te zijn, maar kiest voor het makkelijkste slachtoffer.
11.4 Recidivepatronen
De meeste zedendelinquenten plegen ook anderen delicten (generalistische plegers).

11.5 Trends
Vanaf 2005 is er een dalende trend in de zedencriminaliteit. Het is met 1/3 afgenomen. Het aantal
meldingen bij pornografie en ontucht met misbruik van gezag blijf constant. Het kan ook te maken
hebben met het niet willen doen van aangifte.
11.6 Samenleving en zedendelinquenten
De zedendelinquent bestaat niet en de recidivepatronen kunnen erg verschillen. Net als de
achtergronden van de daders. Na veroordeling blijft een dader levenslang geregistreerd als
zedendelinquent (geen VOG). Risico is wel dat de re-integratiemogelijkheden op deze manier beperkt
worden.
11.7 Handelingsperspectieven
Er zijn zedendelinquenten die begeleiding nodig hebben om niet in ander crimineelgedrag te
vervallen. En er zijn zedendelinquenten die begeleiding nodig hebben om zedenrecidive te
voorkomen. Tussen deze twee uitersten zijn ook nog variaties denkbaar. Op basis van het
risicogevaar word de behandeling gentensiveerd. Soms is er behandeling bij een forensisch
psychiatrische kliniek (FPK) of is er sprake van een klinische opname. Vaak is er sprake van
intrapsychische of interpersoonlijke problematiek (angststoornis, depressie, sociale isolatie). Ook is
soms langdurig toezicht van groot belang.
Hoofdstuk 12 LVB
12.1 Definitie LVB
Bij LVB is er sprake van een beperking in het cognitief functioneren (IQ) en in het adaptief gedrag
(vaardigheden)(communicatie). Het IQ is tussen de 70 en 85 n problemen in het adaptief gedrag.
Deze groep heeft wel ondersteuning nodig.
12.2 Kenmerken en problemen LVB
Het herkennen van deze mensen is erg moeilijk. Mensen met LVB hebben de volgende kenmerken:
- Beperkingen in hun denken waardoor ze vaak minder kunnen met de aangeboden
informatie, minder op zoek gaan naar nieuwe informatie en moeite hebben met abstract
denken;
- Beperkter werkgeheugen, slaan dingen minder goed op;
- Moeite met sociale informatieverwerking, kunnen minder goed een adequate (assertieve)
manier van handelen kiezen;
- Moeite met informatie generaliseren naar andere situaties;
- Achterstand in taalbegrip (ook al lijkt het taalgebruik soms wel correct);
- Emoties niet verbaal kunnen uiten en daardoor minder makkelijk beheersen;
- Moeite met sociale relaties en zich verplaatsen in de ander;
- Beperkt ontwikkeld geweten;
- Beperktere impulscontrole;
- Laag zelfbeeld (door faalervaringen en zelfoverschatting).
Leerproblemen, psychiatrische stoornissen, medisch-organische problemen en problemen in
gezinnen en samenleving resulteren vaak in ernstige gedragsproblemen.
Niet alleen een hulpverlener vind het lastig om iemand met LVB te herkennen, maar ook de persoon
met LVB zelf vind het lastig om dit te herkennen.
12.3 Omvang van de groep mensen met een LVB en delinquent gedrag.
Er is een verhoogde kans op criminaliteit bij mensen met LVB. Vaak zijn het vermogenscriminaliteit,
brandstichting en zeden en minder geweld en zware criminaliteit.

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 4,49

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Nadine00
Nadine00

Number of documents: 1

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit