€ 3.99

Fiscale economie samenvatting H1 tm H7, H9 en H11

Een uitgebreide samenvatting van het boek Inleiding Belastingheffing Ondernemingen en Particulieren 2016/2017 van H1 t/m H7, H9 en H11. De informatie van de hoorcolleges is hierin verwerkt.


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (3 of 33 pages)
Preview: Fiscale economie samenvatting H1 tm H7, H9 en H11 Preview: Fiscale economie samenvatting H1 tm H7, H9 en H11 Preview: Fiscale economie samenvatting H1 tm H7, H9 en H11

Download all 33 pages for € 3,99

Buy this documentAdd document to cart

Fiscale economie

H1: De fiscale geschiedenis van Nederland in vogelvlucht


Belastingen worden al heel erg lang geheven en zijn verplicht. De overheid financiert haar uitgaven met
de belastinginkomsten. Er wordt hiervoor geen bepaalde tegenprestatie geleverd.



Caesar hield zich al bezig met belastingen, want hij zag toen al het belang hiervan in om zo dingen
gedaan te krijgen en zijn macht uit te breiden.
Belastingen sinds de romeinen:
Toen werd alleen in tijden van nood (oorlog) belasting geheven van de armen.
Er was toen ook een urinebelasting (werd gebruikt als schoonmaakmiddel).
Er werd in die tijd ook belasting geheven op grond, later werd de invulling hiervan bepaald
(iugum) de hoeveelheid landbouwgrond die een span ossen in een dag konden omploegen.
Hiermee konden de verwachte opbrengsten berekend worden. Vruchtbare grond werd zwaarder
belast dan minder vruchtbare vroege variant van draagkrachtbeginsel.
Ook werd er vaak betaal in natura (runderhuiden).
Toen de belastingen omhoog gingen dankzij een bezetter, werd dit opgelost door geweld.
In de Middeleeuwen:
De laagste klasse moest belasting betalen, de rijken niet.
De volledige belastingvrijstelling van de rijken wordt een p
rivilege genoemd (staat haaks op
gelijkheidsbeginsel).
Belasting in steden bestond vooral op de eerste levensbehoeften (a
ccijns). Deze belasting
vormde een inkomstenbron voor de overheid budgettaire argument.
Spaanse overheersing:
De Hertog van Alva heerste over Nederland. Belasting in 3 categorieen: de honderdste penning,
de twintigste penning en de tiende penning.
Honderdste penning eenmalig 1% over roerende en onroerende goederen.
Twintigste penning soort omzetbelasting van 5% op onroerende goederen.
Tiende penning soort omzetbelasting van 10% op roerende goederen.
De tiende penning is nooit geheven want er was ook veel commentaar op.
De Gouden Eeuw:
Er was nog geen algemeen belastingstelsel in het Republiek der Verenigde Nederlanden. Er
bestonden alleen licenten en convooien (in-en uitvoerrechten)
Licenten: handelsrechten
Convooien: vergoeding voor bescherming van marine tegen vijanden of zeerovers.
Er werd belasting geheven op levensbehoeften (a
ccijns) en op woningen op basis van aantal
schoorstenen (voorloper huidige onroerendezaakbelasting).
Kerby kwam met belasting op trouwen & begraven, hier was veel kritiek op.
Franse bezetting:
De Code Napoleon van toen heeft nog steeds een basis in de huidige Grondwet.
Het eerste algemene belastingstelsel, bedacht door G
ogel, werd centraal geregeld.
Hierbij werd geprobeerd om zo eerlijk mogelijk belasting te heffen (soort draagkrachtbeginsel).
Gogels systeem bestond uit indirecte (accijnzen levensmiddelen) en directe belastingen
(grondbelasting etc.).
Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden:














Willem 1 bouwde het belastingstelsel op basis van Gogel maar legde meer nadruk op het
belasten van vermogen dan consumptie.
Pierson grondlegger onze inkomstenbelasting.
Wet Vermogensbelasting, discussie of dit een vermogensbelasting is of een
inkomstenbelasting.
Besluit Bedrijfsbelastingen
Er kwam een fictief bronnenstelsel synthetische inkomstenbelasting (er kwam 1 heffingswet).
Hierbij werd niet over het reele vermogen belasting betaald, want dit was moeilijk te meten.
Er werd over de vermogenswinsten inkomstenbelasting betaald, en over het vermogen zelf ook
nog vermogensbelasting.
Tweede wereldoorlog:
Door een Duitse bezetter werd er afscheid genomen van het fictieve bronnenstelsel, er kwam
een inkomstenbelasting over het reele vermogen.
Bronnentheorie: alleen inkomsten uit een bron worden belast, de met de bron behaalde
opbrengsten blijven buiten heffing.
Jaren 60
Minister Hofstra veranderde de belastingwetten, er kwam een bronnenstelsel.







H2: Algemene aspecten


















Tegenwoordig worden specifieke producten extra belast, zoals sigaretten. Dit wordt gedaan omdat
sigaretten het welzijn van mens en milieu schaadt. Dit soort belastingen die worden ingezet om een
bepaald economisch of sociaal doel te bereiken instrumentele belastingen.
Er zijn verschillende soorten belastingen zoals inkomstenbelasting, omzetbelasting, kansspelbelasting
Tegenwoordig gelden de volgende definities:
Directe belastingen belastingen op inkomen, winst en vermogen; die je zelf betaald aan de
Belastingdienst.
Indirecte belastingen belasting verwerkt in de prijs van goederen.
Men moet nu belasting betalen over zijn inkomsten, inkomstenbelasting (IB). Hier worden de mensen
belast via het draagkrachtbeginsel (ability to pay). Sterkste schouders dragen zwaarste lasten.
Draagkracht wordt bepaalt: op basis van inkomen, vermogen, consumptie, winst, etc.
Profijtbeginsel men moet belasting betalen omdat men gebaat is bij activiteiten van de overheid
(bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting).
Inkomen is moeilijk aan te geven: juridisch, economisch, maatschappelijk.
Het huidige belastingstelsel bestaat uit 3 boxen:
Box 1: inkomen uit werk en woning
Winst uit onderneming, loon, resultaat uit overige werkzaamheden, eigen woning
(vreemd) en periodieke uitkeringen.
Belast zijn de werkelijke inkomsten m.u.v. eigen woning (eigenwoningforfait).
Het betreft een progressief stelsel.
Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang
Speciale heffing voor grote aandeelhouders met belang van minimaal 5 %.
Belast zijn werkelijke inkomsten.
Het betreft een proportioneel tarief is 25%.
Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen
Hier betaal je niet over werkelijke inkomsten, maar over een forfaitair inkomen.
Er is feitelijk sprake van een degressief tarief; als de werkelijke inkomsten stijgen zal het
tarief dalen.
Er is een rangorderegeling de inkomensbestanddelen worden belast op basis van het
eerstgenoemde wetsartikel waar ze toe behoren.
Let op! Schulden worden ingedeeld op basis van de vraag waarvoor de schuld is aangegaan;
dus als men een hypothecaire lening afsluit om aandelen te kopen (box 3) dan valt die schuld
ook in box 3 en dus niet in box 1 (omdat hij niet gebruikt is om een eigen woning te kopen).
De boxen zijn onafhankelijk van elkaar; er staan als het ware schotten tussen de boxen (a
nalytisch
stelsel). Een negatief inkomen uit de ene box kan niet verrekend worden met een positief inkomen uit
een andere box. Er is echter n belangrijke uitzondering:
De persoonsgebonden aftrek wordt over de boxen heen gerekend. Als er niet voldoende
saldo is in box 1 wordt de rest in box 3 en vervolgens box 2 verrekend. Als dit ook niet mogelijk
is wordt het restant overgebracht naar het volgende jaar.
Persoonlijke omstandigheden; subjectieve draagkracht: heffingskorting en persoonsgebonden aftrek
(uitgaven in verband met persoonlijke situatie zoals scholing of alimentatie).
Belastingen kunnen gebruikt worden als instrumentele maatregelen (gedrag stimuleren/remmen),
hier zijn grenzen aan verbonden:


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 3,99

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
victor427
victor427

Number of documents: 2

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit