Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel - € 1.99
€ 1.99

Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel

In het boek het spijsverteringsstelsel wordt beschreven wat de functie en werking van het spijsverteringsstelsel is is. Aan bod komt de fysiologie van het spijsverteringsstelsel. Ook wordt de werking van mondholte, slokdarm (oesophagus), maag (gastro), twaalfvingerige darm (duodenum), ileum, jejenum, colon, dikke darm, rectum en endeldarm beschreven. Daarnaast wordt beschreven hoe de neurale sturing van de spijsvertering tot stand komt. Voor het boek 'het spijsverteringsstelsel' betaalt u 1,50 Euro. Het spijsverteringsstelsel is ook een hoofdstuk van het 312 pagina tellende fysiologieboek, introductie in de fysiologie. Voor het volledige boek 'Introductie in de fysiologie' betaalt u slechts 10,50 Euro


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (7 of 22 pages)
Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel Preview: Bouw en werking van het spijsverteringsstelsel

WWW.ZOWERKTHETLICHAAM.NL

Het spijsverteringsstelsel
Bouw en werking van het
spijsverteringsstelsel
www.zowerkthetlichaam.nl
22-01-2015

Het spijsverteringsstelsel

COPYRIGHT: De door www.zowerkthetlichaam.nl gepubliceerde inhoud en werken zijn auteursrechtelijk
beschermd. Elk geoorloofd gebruik behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van
www.zowerkthetlichaam.nl. Dit geldt voor vermenigvuldiging, bewerking, vertaling, opslag, verwerking of
weergave van de inhoud in databases of andere elektronische media en systemen. Ongeoorloofde
vermenigvuldiging of weergave van afzonderlijke delen van de inhoud of complete pagina's is niet toegestaan
en strafbaar. Slechts vervaardiging van kopieen en voor persoonlijk, priv, niet-commercieel gebruik van
inhoud is toegestaan.

Inhoud


Spijsvertering; overzicht van het spijsverteringsstelsel .......................................................... 4


Spijsvertering; anatomie van het spijsverteringsstelsel ......................................................... 6


Spijsvertering; vertering en opname van koolhydraten ....................................................... 10


Spijsvertering; vertering en opname van eiwitten................................................................ 12


Spijsvertering; vertering en opname van vetten .................................................................. 15


Spijsvertering; functie van voedingsvezels ........................................................................... 17


Spijsvertering; opname van water ........................................................................................ 19


Spijsvertering; opname van vitamines .................................................................................. 20


Spijsvertering; opname van natrium, kalium, calcium en ijzer ............................................. 21

LITERATUURLIJST.................................................................................................................................. 22

H1

Spijsvertering; overzicht van het spijsverteringsstelsel

Het spijsverteringsstelsel bestaat uit mondholte, speekselklieren, slokdarm (oesophagus), maag,
dunne darm, lever en galblaas, alvleesklier (pancreas) en dikke darm (colon). Elk onderdeel van het
spijsverteringsstelsel heeft een specifieke functie. De hoofdfuncties van het spijsverteringsstelsel is
het verteren en opnemen (absorberen) van het voedsel. Bekende ziekten van spijsverteringsstelsel
zijn, slokdarm-, maag-, alvleesklier- en dikke darmkanker.

1.1

Onderdelen van het spijsverteringsstelsel

De spijsvertering begint bij de inname van voeding in de mondholte en eindigt bij de anus met de
ontlasting. Het spijsverteringsstelsel bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Mondholte en speekselklieren
2. Slokdarm (oesophagus)
3. Maag
4. Dunne darm
5. Lever en galblaas
6. Alvleesklier (pancreas)
7. Dikke darm (colon)
De functie van de verschillende onderdelen van het spijsverteringsstelsel worden hieronder
toegelicht:
1.1.2 De functies van de mondholte en de speekselklieren
De tanden die in de mondholte liggen kunnen stukken voedsel afsnijden. De kiezen vermalen
vervolgens het voedsel. Het vermaalde voedsel wordt vermengd met speeksel. Speeksel zorgt ervoor
dat het voedsel makkelijker kan worden doorgeslikt. Daarnaast bevat speeksel amylase. Amylase is
een enzym dat het zetmeel (amylose; een polysacharide) verteert.
1.1.3 De functie van de slokdarm (oesophagus)
De slokdarm verbindt de mondholte en keelholte met de maag. De oesophagus vervoert het voedsel
van mondholte naar de maag.
1.1.4 De functies van de maag
De maag scheidt maagzuur (zoutzuur; HCl) uit. Het maagzuur doodt bacterien. Ook scheidt de maag
het inactieve pepsinogeen uit. Pepsionogeen wordt door het maagzuur omgezet in het actieve enzym
pepsine. Pepsine speelt een belangrijke rol in de eiwitvertering. Tenslotte kneedt de maag de
voedselbrij. Door het kneden van de voedselbrij kunnen spijsverteringsenzymen heel erg goed
inwerken.
1.1.5 De functies van de dunne darm
De dunne darm bestaat uit de twaalfvingerige darm (duodenum), nuchtere darm (jejunum) en
kronkeldarm (ileum). De dunne darm scheidt samen met de alvleesklier spijsverteringsenzymen uit.
Deze spijsverteringsenzymen zorgen ervoor dat de voedselbrij wordt verteerd in opneembare
(absorbeerbare) voedingsstoffen. De dunne darm neemt ook de verteerde voeding op en geeft deze
af aan het bloed. Daarnaast zit een groot gedeelte van het immuunsysteem in de dunne darm en is
dus ook afweer tegen ziekteverwekkers (pathogenen) die op het voedsel zitten een belangrijke
functie van de dunne darm. Verder produceert de dunne darm hormonen en verstuurt
zenuwimpulsen die de spijsvertering sturen en benvloeden.

1.1.6 De functies van de lever en galblaas
De galblaas vormt een opslagplaats van gal. Gal wordt door de lever geproduceerd. Gal bevat stoffen
die een belangrijke rol spelen in de vetvertering. Gal verteert niet de vetten in de voeding, maar
zorgt ervoor dat grote vetdruppels in de voedselbrij die in de twaalfvingerige darm zit, wordt
verdeeld in kleine vetdruppeltjes. De lever vormt een belangrijk station van de voedingsstoffen die
zijn opgenomen.
1.1.7 De functies van de alvleesklier (pancreas)
De alvleesklier produceert een stof (bicarbonaat) die de zure voedselbrij die de maag verlaat en in
het duodenum terecht komt, neutraliseert. Hierdoor kan de koolhydraatvertering weer op gang
komen. Een lage pH inactiveert namelijk de werking van amylase. Verder produceert de alvleesklier
pro-enzymen die in de dunne darm worden omgezet in actieve enzymen. Deze enzymen hebben een
belangrijke rol in de koolhydraat-, eiwit- en vetvertering.
1.1.8 De functies van de dikke darm (colon)
De dikke darm speelt een belangrijke rol in de absorptie van water. Ook zorgt het laatste deel van de
dikke darm voor de ontlasting.

1.2

Lagen van het spijsverteringsstelsel

De verschillende organen van het spijsverteringsstelsel bestaan uit verschillende lagen. Afhankelijk
van het spijsverteringsorgaan zijn deze lagen dikker, of juist dunner. De vier verschillende lagen
vanuit het binnenste van het orgaan bezien, zijn:
1. Mucosa; is het deel van het spijsverteringskanaal dat in contact komt met het voedsel
2. Submucosa; bestaat uit elastische vezels en zorgt voor elasticiteit
3. Muscularis externa; bestaat uit spieren die in de lengte en breedte van het
spijsverteringskanaal lopen
4. Serosa; bestaat uit bindweefsel

1.3

(Darm)peristaltiek

De peristaltiek van het spijsverteringsstelsel wordt veroorzaakt door de spierlaag die in het
spijsverteringskanaal voorkomt. Door de peristaltiek wordt de voedselbrij vanuit de slokdarm richting
de anus geduwd. Door de peristaltiek wordt de voedselbrij gekneed, waardoor de
spijsverteringsenzymen goed in kunnen werken.

1.4

Vertering en opname van voeding

Het doel van het spijsverteringsstelsel is het verteren en opnemen (absorberen) van de verteerde
voeding. In het spijsverteringsstelsel worden de macronutrienten koolhydraten, eiwitten en vetten
verteerd tot makkelijk opneembare voedingsstoffen. Naast de opname van macronutrienten worden
ook de micronutrienten (vitamines, mineralen en spoorelementen) geabsorbeerd. Hoewel
voedingsvezels niet worden verteerd, stimuleren de voedingsvezels wel een goede peristaltiek en
dus vertering.

H2

Spijsvertering; anatomie van het spijsverteringsstelsel

Het spijsverteringsstelsel bestaat uit verschillende delen. Deze delen zijn de mondholte met onder
andere de speekselklieren, de keelholte (pharynx), de slokdarm (oesophagus), de maag, de dunne
darm, de lever en galblaas, de alvleesklier (pancreas), de dikke darm (colon) en de endeldarm
(rectum). Bijna het gehele spijsverteringskanaal van mondholte tot anus is opgebouwd uit vier
lagen.

2.1

Lagen van het spijsverteringskanaal

De verschillende organen van het spijsverteringsstelsel bestaan uit vier verschillende lagen. Deze vier
verschillende lagen zijn:
1. Mucosa (het slijmvlies)
2. Submucosa (bindweefsellaag)
3. Muscularis externa (spierlaag)
4. Serosa (peritoneum en bindweefsel)
De bouw van de verschillende lagen van het spijsverteringsstelsel wordt hieronder beschreven:
2.1.1 Bouw van de mucosa
De mucosa is de laag van het spijsverteringskanaal dat in contact staat met het voedsel. Deze laag
wordt ook wel het slijmvlies genoemd. De mucosa bestaat uit drie lagen; de epitheellaag, een laag
van losmazig bindweefsel (lamina propria) waarin lymfevaten en -follikels, bloedvaten, klieren en
gladde spiervezels voorkomen en een laag met gladde spiervezels (muscularis mucosa).
2.1.2 Bouw van de submucosa
De submucosa bestaat uit losmazig bindweefsel waarin veel lymfevaten, lymfod weefsel en
bloedvaten voorkomen. Daarnaast bestaat deze laag uit vele zenuwvezels en zenuwcellen die voor
autoregulatie van het spijsverteringsstelsel zorgen. Deze concentratie van zenuwvezels en cellen
wordt de plexus van Meissner genoemd.
2.1.3 Bouw van de muscularis externa
De muscularis externa bestaat laag gladde spiervezels die als een ring om het spijsverteringskanaal
liggen (circulaire laag) en een laag die in de lengte van de spijsverteringskanaal liggen (longitudinale
laag). Tussen de twee spierlagen ligt wederom een concentratie van zenuwvezels en cellen. Deze
laag wordt de plexus van Auerbach (of plexus myentericus) genoemd. De muscularis speelt een
belangrijke rol in de (darm)peristaltiek.
2.1.4 Bouw van de serosa
De serosa bevat bindweefsel met bloedvaten en lymfevaten.

2.2

Onderdelen en organen van het spijsverteringsstelsel

Het spijsverteringsstelsel bestaat uit verschillende onderdelen en organen. De onderdelen en
organen van het spijsverteringsstelsel worden hieronder opgesomd:
1. Bouw van de mondholte en speekselklieren
2. Bouw van de keelholte (pharynx)
3. Bouw van de slokdarm (oesophagus)
4. Bouw van de maag
5. Bouw van de dunne darm
6. Bouw van de lever en galblaas
7. Bouw van de alvleesklier (pancreas)
8. Bouw van de dikke darm (colon)
9. Bouw van de endeldarm (rectum)
De bouw van de verschillende onderdelen en organen van het spijsverteringsstelsel wordt hieronder
beschreven:

2.3

Bouw van de mondholte en speekselklieren

De mondholte wordt begrensd door de mond (met twee lippen), wangen, tong, gebit, harde
gehemelte (palatum durum), zachte gehemelte (palatum molle) en de huig (uvula). Het epitheel van
de mondholte is meerlagig plaveiselepitheel. In de mondholte geven zes grote en een aantal kleine
speekselklieren (glandula salvaria) speeksel af. De zes grote speekselklieren zijn:
1. Twee oorspeekselklieren (glandula parotis)
2. Twee onderkaakspeekselklieren (glandula submandibularis)
3. Twee ondertongspeekselklieren (glandula sublingualis)

2.4

Bouw van de keelholte (pharynx)

De keelholte verbindt de mondholte met slokdarm en luchtpijp (trachea). Door deze dubbele
verbindingsfunctie bevat het deel dat de keelholte met de slokdarm verbindt meerlagig
plaveiselepitheel en het deel dat de keelholte met de luchtpijp verbindt trilhaarepitheel met
slijmbekercellen. De keelholte bevat de amandelen (tonsillen) die samen de ring van Waldeyer
vormen, een ring die een belangrijke rol speelt in de afweerreactie.

2.5

Bouw van de slokdarm (oesophagus)

De oesophagus verbindt de keelholte met de maag. De muscularis externa bestaat in het begin van
de oesophagus met name uit dwarsgestreept spierweefsel en nabij de maag bestaat de muscularis
externa uit glad spierweefsel. De epitheellaag van de oesophagus vormt grote gelijkenis met de
epitheellaag van de mondholte. In de submucosa liggen tubulo-alveolaire klieren (glandulae
propriae) en dichtbij de maag liggen in de mucosa cardiaklieren.

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 1,99

Buy this documentAdd document to cart

1 student were before you!


  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Zowerkthetlichaam
Zowerkthetlichaam

Number of documents: 17

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit