Introductie in het metabolisme - € 1.99
€ 1.99

Introductie in het metabolisme

In het boek introductie in het metabolisme wordt beschreven wat de functie en werking van de stofwisseling is. Aan bod komt de fysiologie van de stofwisseling. Ook wordt de werking van de glycolyse, pyruvaatdehydrogenase, citroenzuurcyclus, electronentransportsysteem, oxidatieve fosforylering, beta-oxidatie, vetsynthese, vetverbranding, eiwitstofwisseling en thermoregulatie beschreven. Voor het boek 'introductie in het metabolisme' betaalt u 1,50 Euro. Introductie in het metabolisme is ook een hoofdstuk van het 312 pagina tellende fysiologieboek, introductie in de fysiologie. Voor het volledige boek 'Introductie in de fysiologie' betaalt u slechts 10,50 Euro


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (6 of 18 pages)
Preview: Introductie in het metabolisme Preview: Introductie in het metabolisme Preview: Introductie in het metabolisme Preview: Introductie in het metabolisme Preview: Introductie in het metabolisme Preview: Introductie in het metabolisme

WWW.ZOWERKTHETLICHAAM.NL

Introductie in het metabolisme
Stofwisseling van de mens
www.zowerkthetlichaam.nl
29-01-2015

Introductie in het metabolisme


COPYRIGHT: De door www.zowerkthetlichaam.nl gepubliceerde inhoud en werken zijn auteursrechtelijk
beschermd. Elk geoorloofd gebruik behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van
www.zowerkthetlichaam.nl. Dit geldt voor vermenigvuldiging, bewerking, vertaling, opslag, verwerking of
weergave van de inhoud in databases of andere elektronische media en systemen. Ongeoorloofde
vermenigvuldiging of weergave van afzonderlijke delen van de inhoud of complete pagina's is niet toegestaan
en strafbaar. Slechts vervaardiging van kopieen en voor persoonlijk, priv, niet-commercieel gebruik van
inhoud is toegestaan.


Inhoud


Metabolisme; overzicht van het metabolisme ....................................................................... 4


Metabolisme; koolhydraatopbouw en koolhydraatafbraak ................................................... 7


Metabolisme; vetstofwisseling, vetopbouw en vetverbranding ........................................... 10


Metabolisme; eiwitstofwisseling, eiwitopbouw en eiwitafbraak ......................................... 12


Metabolisme; alanine-cyclus, cori-cyclus en afvallen ........................................................... 14


Metabolisme; thermoregulatie ............................................................................................ 16

LITERATUURLIJST.................................................................................................................................. 18


H1

Metabolisme; overzicht van het metabolisme

Voor alle levensprocessen in het lichaam is energie nodig. Alle energie die het lichaam nodig heeft
moet uiteindelijk in de vorm van AdenosineTrifosfaat (ATP) geleverd worden. Het lichaam heeft
een voorraad van ATP voor enkele seconden. Het lichaam kan echter koolhydraten, eiwitten en
vetten afbreken tot ATP. Het afbreken van moleculen tot kleinere moleculen wordt katabolisme
genoemd en levert ATP op. Het opbouwen van grote moleculen uit kleinere moleculen wordt
anabolisme genoemd en kost ATP. Wanneer de energie-inname groter is dan het energiegebruik is
er sprake van een positieve energiebalans. Wanneer de energie-inname kleiner is dan het
energiegebruik is er sprake van een negatieve energiebalans.

1.1

Anabolisme en katabolisme

Grofweg bestaat het metabolisme uit twee tegenovergestelde processen. Deze processen zijn het
anabolisme en het katabolisme. Anabolisme zijn alle stofwisselingsprocessen waarbij uit kleine
moleculen grotere moleculen worden gevormd. Anabole processen kosten energie (ATP). Anabole
stofwisselingsprocessen zijn:
1. Glycogenese: opbouw van glycogeen uit glucose
2. Gluconeogenese: nieuwvorming van glucose uit lactaat, of glucogene aminozuren, of glycerol
3. Lipogenese: opbouw van vet uit vetzuren en glycerol
4. Transaminering en aminering: opbouw van eiwitten uit aminozuren
Katabolisme is het tegenovergestelde van anabolisme. Katabolisme zijn alle stofwisselingsprocessen
waarbij grote moleculen worden afgebroken tot kleinere moleculen. Katabole processen leveren
energie (ATP) op. Katabole stofwisselingsprocessen zijn:
1. Glycogenolyse: afbraak van glycogeen tot glucose
2. Glycolyse: anaerobe afbraak (zonder zuurstof) van glucose tot pyruvaat (pyrodruivenzuur), of
lactaat, waarbij 2 ATP per glucosemolecuul ontstaan. Ook komt zuur (H+ionen) vrij dat de
glycolyse na ongeveer 60 seconden remt
3. Lipolyse: afbraak van vetten tot glycerol en vetzuren
4. Beta-oxidatie: afbraak van vetzuren tot acetylCoA
5. Citroenzuurcyclus en electronentransportsysteem: afbraak van acetylCoA met zuurstof tot
water en koolstofdioxide, waarbij 16-17 ATP per acetylCoA molecuul ontstaan
6. Transaminering en deaminering: afbraak van eiwitten en aminozuren
Anabolisme en katabolisme gaan vaak samen. Voor de glycogenese is bijvoorbeeld energie nodig uit
de lipolyse, beta-oxidatie, citroenzuurcyclus en electronentransportsysteem.


1.2

Koolhydraatstofwisseling; opbouw en afbraak van koolhydraten

De lever speelt een belangrijke rol in de koolhydraatstofwisseling. De lever kan de monosachariden
glucose, fructose en galactose afkomstig van het spijsverteringsstelsel en vervoerd door de poortader
omzetten in glucose, vervolgens opslaan als glycogeen, of er vrije vetzuren, vetten en lipoprotenen
(cholesterol) uit maken. Andere cellen dan de levercellen kunnen alleen het monosacharide glucose
gebruiken. Daarom vervult de lever zon belangrijke rol in de koolhydraatstofwisseling. De lever zet
namelijk fructose en galactose om in glucose. De meeste cellen zijn in staat om een
glycogeenvoorraad op te bouwen, en/of om het glucose om te zetten in vet. Rode bloedcellen,
zenuwcellen en cellen van het immuunsysteem kunnen geen glycogeenvoorraad opbouwen en
hebben dus een constante glucosetoevoer nodig.
Wanneer het lichaam energie nodig heeft, zullen de glycolyse, citroenzuurcyclus en
electronentransportsysteem de overhand hebben. Wanneer het lichaam geen energie nodig heeft,
zal aanvankelijk de glycogeenvoorraad opgebouwd worden uit het glucose. Wanneer de
glycogeenvoorraad vol zit, wordt er vet uit koolhydraten gevormd. Uit glucose wordt acetylCoA
gevormd dat in de lipogenese verder wordt verwerkt tot vet.

1.3

Vetstofwisseling; opbouw en afbraak van vetten

Wanneer de energie-inname groter is, dan het energiegebruik (energiebalans positief) wordt de
overtollige energie opgeslagen als vet. De vorming van vet wordt lipogenese genoemd. Om nieuwe
vetten (triglyceriden) te vormen zijn vetzuren nodig en glycerol. Vetzuren worden gevormd door
acetylCoA-moleculen aan elkaar te koppelen. Glycerol wordt gevormd in een van de processen van
de glycolyse. Bij de vorming van vetten worden drie vetzuren aan een glycerolmolecuul gekoppeld.
Met uitzondering van rode bloedcellen, zenuwcellen en cellen van het immuunsysteem zijn alle
cellen in staat tot vetvorming en opslag.
Wanneer het energiegebruik groter is, dan de energie-inname (energiebalans negatief) wordt vet uit
de vetopslag vrijgemaakt en verbrand (aeroob proces; met zuurstof). Het afbreken van vet tot
vetzuren en glycerol wordt lipolyse genoemd. De ontstane vetzuren worden in de beta-oxidatie
afgebroken tot acetylCoA. Ook uit glycerol ontstaat op een gegeven moment acetylCoA. Het
acetylCoA kan vervolgens in de citroenzuurcyclus worden afgebroken tot water en koolstofdioxide.

1.4

Eiwitstofwisseling; opbouw en afbraak van eiwitten

De eiwitstofwisseling bestaat uit opbouw en afbraak van eiwitten. In het lichaam is er constant
sprake van beide stofwisselingsprocessen. Soms kan echter het evenwicht dat meer naar
eiwitopbouw liggen en soms dat meer naar eiwitafbraak. Bij herstel van een blessure zal eerst
eiwitafbraak de overhand hebben. Beschadigde eiwitten van de weefsels moeten namelijk worden
afgebroken. Daarna zal eiwitopbouw de overhand hebben. Er moeten namelijk nieuwe weefsels
worden opgebouwd.
Eiwitafbraak bestaat uit transaminering en deaminering. Bij de eiwitafbraak worden de eiwitten
afgebroken tot aminozuren. Vervolgens kunnen deze eiwitten verder worden verbrand, of worden
opgeslagen als vet.
Eiwitopbouw bestaat uit transaminering en aminering. Bij de eiwitopbouw worden de aminozuren
aan elkaar gekoppeld tot eiwitten.

1.5

Nucleinezuurstofwisseling

De nuclenezuren guanine, cytosine, adenine en thiamine zijn onderdelen van het DNA. DNA wordt
nooit afgebroken. Op basis van het DNA wordt het mRNA gemaakt. mRNA bestaat uit guanine,
adenine, cytosine en uracil. mRNA wordt regelmatig afgebroken. Cytosine en uracil kunnen na
bewerking worden afgebroken in de citroenzuurcyclus en electronentransportsysteem. Guanine en
adenine worden als urinezuur met de urinezuur uitgescheiden.


1.6

Thermoregulatie; warmteproductie en warmte-afgifte

Om de chemische processen goed te kunnen laten verlopen in het lichaam is een constante
temperatuur van ongeveer 37 graden celcius nodig. Het is daarom belangrijk dat de
lichaamstemperatuur constant blijft. Wanneer de lichaamstemperatuur te hoog dreigt op te lopen
kan het lichaam warmte kwijtraken door de doorbloeding van de huid te stimuleren en middels
convectie (warmtestroming), conductie (geleiding), straling (infraroodstraling) en evaporatie
(verdamping van zweet).
Wanneer de lichaamstemperatuur te laag dreigt te worden, neemt de huiddoorbloeding af en kan
het lichaam gaan rillen. Bij rillen trekken de spieren samen. Hierbij komt warmte vrij.


Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit