Inhoudsopgave
1. De chemische samenstelling van de cel 1
2. Het element koolstof in de biochemie 2
3. Onderscheid: polair en apolair 2
4. Onderscheid: stevige bindingen – zwakke bindingen 2
5. Overzicht vd bouwstenen vd macromol ed bindingen ertussen 3
6. Enkelvoudige en meervoudige suikers (mono-, di-, oligo- en polysacchariden) 3
6.1 Monosacchariden 3
6.2 Di-, oligo- en polysacchariden 4
6.2.1 Disacchariden 4
6.2.2 Trisacchariden 5
6.2.3 Polysacchariden 5
7. Vetzuren en lipiden 6
7.1 Vetzuren 6
7.2 Neutrale lipiden, triacylglycerolen of triglyceriden 6
7.3 Fosfolipiden 6
7.4 Glycolipiden 7
8. Aminozuren en proteïnen 7
8.1 Algemene structuur van proteïnen 7
8.2 Functies van proteïnen 7
8.3 Aminozuren 8
8.4 Peptiden, polypeptiden en proteïnen 9
8.5 De ruimtelijke structuur van proteïnen 9
8.5.1 Primaire structuur 9
8.5.2 Secundaire structuur 9
8.5.3 Tertiaire structuur 9
8.5.4 Quaternaire structuur 10
8.6 Iso-elektrisch punt ve prot 11
8.7 Heteroprot of geconjugeerde prot 11
9. Nucleotiden en nucleïnezuren 11
9.1 Structuur vh erfelijk materiaal 11
9.2 Expressie vh erfelijk materiaal 12
9.2.1 DNA als genetisch materiaal 12
9.2.2 Overzicht vd genexpressie: verband tss DNA, RNA en proteïne 13
10. Biochemische verbindingen id cel met andere functies. 13
11. Experimentele methoden vr de studie vd biochemische verbindingen vd cel 14