Dit hoofdstuk gaat over de opbouw van de aarde en de beweging van aardplaten. De aarde bestaat uit een aardkern, aardmantel en aardkorst. De aardkorst is verdeeld in grote platen die langzaam bewegen. Dat gebeurt door warmte en stromingen in de aardmantel. Deze beweging heet platentektoniek.
Wanneer aardplaten uit elkaar bewegen, tegen elkaar botsen of langs elkaar schuiven, ontstaan natuurverschijnselen zoals aardbevingen, vulkanen en gebergten. Bij botsende platen kunnen hoge gebergten ontstaan, zoals plooiingsgebergten. Ook kunnen aardbevingen veel schade veroorzaken. De kracht van aardbevingen wordt gemeten met de schaal van Richter.
Daarnaast leer je hoe vulkanen ontstaan. Onder de aardkorst zit heet vloeibaar gesteente, magma genoemd. Wanneer dit naar buiten komt, heet het lava. Vulkanen liggen vaak bij plaatgrenzen.
Ook Nederland komt in het hoofdstuk aan bod. Hoewel Nederland niet dicht bij actieve plaatgrenzen ligt, beweegt de bodem wel langzaam. Door gaswinning kunnen bijvoorbeeld kleine aardbevingen ontstaan in Groningen. Het hoofdstuk laat zien dat de aarde voortdurend verandert en altijd in beweging is.
aardrijkskund aardrijkskunde aardrijkskunde, nederlands, en frans bewegen sport en maatschappij biologie bsm ckv duits economie engels filosofie frans geschiedenis kunst kunst algemeen kunstgeschiedenis maatschappijleer maatschappijwetenschappen muziek nederlands nederlandse taal en literatuur scheikunde science tekenen wiskunde