Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Werkloosheid
Enkel voor werknemers, niet voor zelfstandigen (kunnen geen werkloosheidsuitkering krijgen)
Bedrag van de uitkering verschilt in functie van de gezinssituatie
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) is bevoegd maar de uitbetaling gebeurt door:
o De vakbond waarbij je bent aangesloten
o Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen voor wie niet aangesloten is bij een vakbond
Belgi heeft een hoge syndicalisatiegraad, dit is omdat vakbonden ook werkloosheidsuitkeringen uitbetalen. In andere landen zijn vakbonden er niet voor de werklozen, enkel voor de werknemers
Begrippen
Voltijds of deeltijds werkloos
Een voltijdse werkloosheidsuitkering wordt in principe slechts toegekend in geval van werkloosheid in een voltijdse arbeidsbetrekking. Een werknemer die vrijwillig deeltijds gaat werken heeft in principe geen recht op een voltijdse werkloosheidsuitkering.
Volledig of tijdelijk werkloos
Volledige werkloze = iemand die niet langer is verbonden door een arbeidsovereenkomst
Deeltijdse werkloze = wordt beschouwd als een volledig werkloze voor de uren waarop hij gewoonlijk niet tewerkgesteld is
Tijdelijk werkloze = iemand die nog steeds is verbonden door een arbeidsovereenkomst, maar de uitvoering ervan is geheel of gedeeltelijk geschorst, bv. door gebrek aan werk wegens economische oorzaken, technische stoornis,
Voorwaarden werkloosheid
Toelaatbaarheidsvoorwaarden
= voorwaarden waardoor de werkloze toegang krijgt tot de werkloosheidsregeling. De voorwaarden houden in dat de werkloze 1st een periode gewerkt moet hebben en pas nadien recht heeft op een werkloosheidsuitkering.
Vereiste aantal arbeidsdagen tijdens referteperiode behalen
Referteperiode = de periode waarin werklozen voldoende arbeidsdagen moeten bewijzen om toegelaten te worden tot het recht op werkloosheidsuitkering. De duur van de referteperiode is net als het aantal te bewijzen arbeidsdagen afhankelijk van de leeftijd. In de referteperiode moet je dus x aantal arbeidsdagen kunnen aantonen.
Verzekeringsprincipe: eerst zelf voldoende bijdragen betaald hebben aan de sociale zekerheid via RSZ-bijdragen = sociale zekerheid in enge zin
Sommige dagen worden gelijkgesteld met arbeidsdagen, bv. ziektedagen, stakingsdagen, moederschapsverlof,
Toekenningsvoorwaarden
= voorwaarden waardoor de werkloze het recht verwerft op een werkloosheidsuitkering. De werkloze moet dus aan een aantal voorwaarden voldoen om aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering. Deze worden pas nagegaan indien de werkloze voldoet aan de toelatingsvoorwaarden.
Onvrijwillig werkloos zijn:
o Geen eigen ontslag
Kan wel gebeuren dat je eigen ontslag moet indienen omdat de situatie echt niet meer houdbaar was (bv. je baas pestte je). De situatie was onhoudbaar dus wordt deze als onvrijwillig gezien.
o Geen ontslag om dringende reden
o Geen aangeboden passende dienstbetrekking weigeren. Criteria passende job:
Beroepsgeschiktheid
Arbeid in Belgi
Afwezigheid van huis en verplaatsingsduur (dagelijkse afwezigheid van thuis mag niet meer dan 12h zijn + de verplaatsingsduur enkel niet meer dan 2h)
Loon: netto bezoldiging moet minstens gelijk zijn aan netto uitkering
Medische geschiktheid voor de job
Bv. Iemand met een lerarendiploma die enkel in het hoger onderwijs wil staan, kan een job in de fabriek weigeren (beroepsgeschiktheid), maar gaat na een tijdje wel een job in het secundair onderwijs moeten aanvaarden.
Zonder loon zijn, dus geen opzeggingsvergoeding hebben
Zonder arbeid zijn:
o Niet voor rekening van een derde een activiteit uitvoeren tegen betaling van loon/materile voordelen
o Nevenactiviteit (zelfstandige of in loondienst) die al werd uitgeoefend voor je werkloos werd, kan met behoud van uitkeringen worden voortgezet onder enkele voorwaarden
o Vrijwilligerswerk mag maar moet schriftelijk worden aangegeven bij het werkloosheidsbureau
Beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt:
o Gedetineerden hebben geen recht op een werkloosheidsuitkering
o Niet studeren, tenzij goedkeuring van de VDAB (knelpuntberoepen) of werkplekleren
Als werkzoekende ingeschreven zijn bij de VDAB
Arbeidsgeschikt zijn
Minstens 18j en hoogstens 65j zijn (= niet op pensioenleeftijd zijn, maar deze leeftijd is aan het opschuiven)
In Belgi verblijven
Werkloosheidsuitkering
Het bedrag van de werkloosheidsuitkering wordt bepaald door een aantal factoren:
De gezinssituatie van de werkloze
Bedrag van het laatst verdiende loon
Beroepsverleden
Duur van de werkloosheid
Aard van de werkloosheid (volledig of tijdelijk)
Tewerkstellingsregime (voltijds of deeltijds)
Categorien van werklozen:
o Gezinslast
o Alleenwonenden
o Samenwonende
Bv. Een samenwonende man die al 15 maanden werkloos is en maandelijks 6000 verdiende, zal 40% krijgen van het laatste verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens = 2873,36
De werkloosheidsuitkering is degressief = verminderd met de tijd. Hoe langer je werkloos bent, hoe lager de uitkering.
Nog enkele uitsmijters
Werkloosheidsgraad en werkgelegenheidsgraad:
o Werkloosheidsgraad = het aantal werklozen t.o.v. het aantal werkenden. Werklozen zijn degenen die willen werken, maar het niet doen
o Werkgelegenheidsgraad = wie niet werkt, dus ook niet beroepsactieven (mensen die ervoor kiezen om niet te werken, bv. huismoeder)
Wie deeltijds werkt om te ontsnappen aan werkloosheid, heeft recht op een aanvullende uitkering
Wie een werkloosheidsuitkering wilt, moet actief zoeken naar werk. Opvolging gebeurt door VDAB of Actiris (Brussel)
Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT):
o Sinds 1 januari 2012 is het brugpensioen vervangen door het SWT
o = regeling tussen oudere werknemers, in geval van ontslag voor de pensioengerechtigde leeftijd, die mogelijkheid biedt om naast de werkloosheidsuitkering ook een aanvullende vergoeding te genieten die ten laste is van de werkgever. De werkgever betaalt dus een supplement op de werkloosheidsuitkering
o = geen pensioen, maar een onderdeel van de werkloosheidsreglementering
o Krijgt wel lager pensioen als je op SWT gaat
o Gaat enkel als je ontslagen wordt (in realiteit zijn het vooral werknemers die vragen aan hun werkgever of ze op SWT mogen)
o Moet in principe 62j zijn met een beroepsloopbaan van 40j voor mannen en 39j voor vrouwen om op SWT te gaan
Ziekte en invaliditeit
Twee sociale risicos:
De gezondheidszorgen (artsenconsultaties, geneesmiddelen en ziekenhuisopnames)
De inkomstenderving (uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, ook moederschapsrust)
Algemene voorwaarden:
Aangesloten zijn bij een ziekenfonds = mutualiteit:
o Vrij te kiezen bij welke
o Lidmaatschapsbijdrage betalen
o Ook een gratis hulpkas = de Hulpkas in de ziekteverzekering (HZIV)
o Aansluitingsverplichting geldt voor elke persoon die:
Ouder is dan 25j (ongeacht het sociaal statuut)
Jonger is dan 25j en werkt
Jonger dan 25j, werkloos is en een uitkering ontvangt
Voldoende RSZ-bijdragen betalen
Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) is de openbare instelling die verantwoordelijk is voor de ziekteverzekering. De ziekteverzekering wordt gefinancierd door RSZ- bijdragen van werkgevers en werknemers. Het RIZIV maakt de nodige bedragen over aan ziekenfondsen, die op hun beurt de uitkeringen/terugbetaling van medische zorgen aan de sociaal verzekerde bezorgen.
Ongeacht welk ziekenfonds (of hulpkas) zal elke gerechtigde dezelfde uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en terugbetaling van medische kosten ontvangen staat in de Ziekteverzekeringswet. Daarnaast kunnen ziekenfondsen een vrij aanvullend aanbod voorzien dat verschilt van ziekenfonds tot ziekenfonds, bv. geboortegeschenken, sportkampjes, terugbetaling sportabonnementen, De hulpkas heeft geen extra aanbod.
Ziekte en invaliditeit: sector gezondheidszorgen
= terugbetaling van medische kosten en geneeskundige verzorging
Bv. terugbetaling geneesmiddelen, verminderd tarief bij de dokter,
Toepassingsgebied: voor wie?
!Gaat hier niet om een aanvullende vrijwillige verzekering, bv. hospitalisatie- of tandenverzekering!
Om recht te hebben op gezondheidszorg, moet men een bepaalde hoedanigheid hebben en, in bepaalde gevallen, voldoende bijdragen hebben betaald.
Gerechtigden:
o Moet behoren tot 1 van de categorien, bv. werknemer
o Bijna iedereen is gerechtigd, want 1 van de categorien is ingeschreven in het Rijksregister dus legaal in het land verblijven
Personen ten laste van gerechtigden:
o Deel uitmaken van het gezin van een gerechtigde
o Geen eigen rechten hebben
Bv. Als de echtgenote van een werknemer zelf een werknemer is, heeft deze eigen recht en kan niet als persoon ten laste worden beschouwd
o Echtgenoot/kind/(groot)ouder/om het even welke persoon met wie de gerechtigde samenwoont
Vrijwillig aansluiten door persoonlijke bijdrage = verzekeringsprincipe
Bv. als je niet legaal in het land verblijft of geen persoon ten laste van een gerechtigde bent, kan je via persoonlijke bijdragen genieten van een ziekteverzekering
Terugbetaalbare prestaties: wanneer?
Terugbetaling:
Bezoeken en raadplegingen van artsen
Kinesist
Verzorging door verpleegkundigen en diensten voor thuisverpleging
Tandverzorging
Verlossing
Prothesen, rolstoelen, verbanden en implantaten
Psychologische zorg
Revalidatie
Hospitalisatiekosten en kosten in woonzorgcentra
(soms) geen terugbetaling:
Geneeskundige zorgen in het buitenland, tenzij ziek op reis
Niet naleven controleverplichtingen
Niet-erkende zorgverstrekker
Verzorging zonder rechtvaardiging, bv. louter esthetisch
Geen voorschrift/advies van adviserend geneesheer
Terugbetaling: hoe?
Betalingstechnieken:
o Terugbetaling: de patint betaalt eerst zelf het volledige bedrag en verkrijgt terugbetaling van dit bedrag vanwege zijn ziekenfonds, na overhandiging van het getuigschrift
o Derdebetalersregeling: enkel het remgeld (= persoonlijk aandeel in de kostprijs) zelf betalen. Het overige deel wordt rechtstreeks afgehandeld tussen de zorgverstrekker en de ziekenfondsen
De terugbetaling is vaak niet het volledige bedrag, maar een bepaald %
Geen terugbetaling bij:
o Wat niet op de nomenclatuur staat
Nomenclatuur = politieke afspraken van wat wordt terugbetaald en hoeveel ervan wordt terugbetaald
o Wat de arts aanrekent boven het officile tarief
Artsen kunnen ook iets extra aanrekenen, maar moeten dit op voorhand meedelen. Ze mogen dit enkel doen als de patint een private verzekering heeft (maar in praktijk houdt niet elke arts hier rekening mee).
Financile toegankelijkheid
Medicatie
Patint betaalt remgeld aan de apotheker, die op basis van het voorschrift de tussenkomst van het ziekenfonds bekomt = derdebetalersregeling
Remgeld voor medicatie is afhankelijk van de categorie waartoe het voorgeschreven geneesmiddel behoort. Deze categorien zijn afhankelijk van het therapeutisch nut (bv. klasse A is medicatie die onontbeerlijk wordt beschouwd)
Generische producten = geneesmiddelen die onder een andere naam dan het oorspronkelijk geneesmiddel op de markt gebracht zijn nadat het patent is vervallen en minstens 30% goedkoper zijn (bv. Nurofen voor Ibuprofen EG)
Ziekenhuiskosten
Voor ziekenhuiskosten wordt de derdebetalersregeling toegepast = alles wat door de ziekteverzekering ten laste wordt genomen, wordt rechtstreeks door het ziekenfonds aan het ziekenhuis betaald. De patint betaalt bij het verlaten van het ziekenhuis enkel remgeld. De ziekenhuiskosten omvatten:
Verblijfskosten:
o Kosten voor gebruik kamer, maaltijden en verpleegkundige hulp
o Ziekenhuis mag enkel een kamersupplement aanrekenen als de patint voor een eenpersoonskamer kiest
Forfaitaire kosten
Honoraria = erelonen (zijn wettelijk vastgelegd): vergoedingen die je betaalt voor de prestaties van artsen
Ziekenvervoer
Ziekte en invaliditeit: sector uitkeringen
Sector uitkeringen is de tak voor die een vervangingsinkomen voorziet voor de werknemers die niet kunnen werken als gevolg van hun gezondheidstoestand.
Gerechtigden: voor wie?
Algemene voorwaarden:
o Aangesloten bij een ziekenfonds
o Voldoende RSZ-bijdragen betaald
o Na doorlopen van wachttijd (in 1 jaar 180 arbeidsdagen)
Je mag je niet pas aansluiten als je ziek bent, gaat dan geen uitkering krijgen
Voor werknemers en werklozen
Voorwaarde is dat er een arbeidsovereenkomst is en die omwille van arbeidsongeschiktheid niet kan worden uitgevoerd
Geen afgeleide rechten, bv. als je kind ziek wordt zal deze geen uitkering krijgen als zijn ouders werken kind moet eerst zelf gewerkt hebben om een uitkering te krijgen
Arbeidsongeschikt: wanneer?
Bij arbeidsongeschiktheid:
Zijn alle werkzaamheden stopgezet, met uitzondering van progressieve werkhervatting en vrijwilligerswerk.
Progressieve werkhervatting geeft arbeidsongeschikte medewerkers de kans om hun werk gedeeltelijk te hervatten en te wennen aan hun reguliere arbeidsritme wanneer ze nog herstellende zijn.
Activiteiten als vrijwilliger worden niet beschouwd als een werkzaamheid voor zover de adviserende arts van het ziekenfonds vaststelt dat de activiteiten verenigbaar zijn met de algemene gezondheidstoestand.
Stopzetten van de arbeid moet het gevolg zijn van start of verergering van een ziekte of letsel
Door de ziekte of het letsel kan (bijna) niet worden gewerkt:
o Gedurende de 1ste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid moet je 66% arbeidsongeschikt zijn voor de eigen job
o Na 6 maanden arbeidsongeschiktheid moet je 66% ongeschikt zijn t.o.v. alle mogelijke jobs
Bv. Niet meer als poetsvrouw kunnen werken door rugproblemen, maar wel nog als receptioniste aan de slag kunnen gaan niet meer arbeidsongeschikt na 6 maanden
Aangifte van werkonbekwaamheid
Arbeidsongeschiktheid moet worden aangegeven bij het ziekenfonds via getuigschrift van arbeidsongeschiktheid, ingevuld door de behandelde arts
Aangifte moet gebeuren voor het einde van de periode van gewaarborgd loon
Wie niet aan het werk is bij aanvang van de arbeidsongeschiktheid, heeft slechts 48h tijd voor de aangifte
Laattijdige aangifte? financile sanctie die gelijk is aan 10% van de uitkering voor de periode van laattijdigheid
Bedrag van de ziekte-uitkering
De eerste 30 dagen van de arbeidsongeschiktheid wordt een gewaarborgd loon uitbetaald door de werkgever verschil tussen arbeider (14 dagen) en bediende (30 dagen)! Daarna wordt de uitkering uitbetaald door het ziekenfonds.
Bij arbeiders wordt na 14 dagen het gewaarborgd loon verder uitbetaald door de ziekenkas i.p.v. door de werkgever. Gewaarborgd loon betaald krijgen door de ziekenkas is niet hetzelfde als een uitkering van de ziekenkas.
De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de duur van de arbeidsongeschiktheid. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:
De eerste 12 maanden = primaire arbeidsongeschiktheid
Periode die daarop volgt = invaliditeit
Primaire vergoeding
Gedurende de eerste 12 maanden van de arbeidsongeschiktheid
Gerechtigde ontvangt een vergoeding voor de dagen waarvoor hij geen loon ontvangt
Na afloop van de maand gewaarborgd loon
De uitkering voor primaire arbeidsongeschiktheid bedraagt 60% van het loon beperkt tot de loongrens voor ZIV-uitkeringen
Formule: maandloon26 x60%
De ziekteverzekering rekent in 6-dagen werkweken, vandaar dat het maandloon wordt omgerekend naar een dagloon binnen een 6-dagen werkweek
Er zijn maximale en minimale dagbedragen
Herval: in principe begint bij elke arbeidsongeschiktheid een nieuwe periode van primaire arbeidsongeschiktheid te lopen. Er start geen nieuwe periode in geval van herval = na werkhervatting hervallen in de arbeidsongeschiktheid met dezelfde oorzaak binnen een periode van 14 dagen. Invaliditeitsuitkering
Na 1 jaar ziekte wordt de gerechtigde op invaliditeit geplaatst heeft dus niets te maken met een blijvende beperking, maar duidt enkel op het feit dat men reeds 1 jaar arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft ontvangen, bv. burn-out van langer dan een jaar
Tijdens de periode van invaliditeit wijzigen de uitkeringspercentages en zijn deze afhankelijk van de gezinscategorie van de zieke persoon. Ook hier is er een maximale dagbedrag (maandloon/26) en een minimumuitkering.
De invaliditeitsuitkering bedraagt:
65% voor een invalide met een persoon ten laste. Volgende personen worden als ten laste beschouwd:
o Echtgenoot of samenwonende partner
o Kind dat samenwoont met de gerechtigde (ook na 25j)
o Bloedverwanten tot de 3de graad
Dit als deze personen zelf niet werken
55% voor een invalide die alleenstaand is
40% voor een invalide die samenwoont Controle arbeidsongeschiktheid
Werkgever kan controlearts sturen tijdens periode gewaarborgd loon
De arbeidsongeschiktheid (= eerste jaar) moet erkend worden door het ziekenfonds
Invaliditeit moet uitgesproken worden door een arts van een mutualiteit
Na 10 weken arbeidsongeschiktheid ontvang je een vragenlijst die je verplicht moet invullen, op basis van de antwoorden kijkt de adviserend arts van de mutualiteit om je uit te nodigen naar een terug-naar-werktraject
Controle verhinderen = uitkering verliezen
Sociale bijstand
Bijstandssysteem: voldoende bestaansmiddelen waarborgen als bestaanszekerheid van de burger bedreigd wordt = laatste vangnet, geen band met arbeid vereist = sociale zekerheid in brede zin
Wat kan het OCMW doen?:
Maatschappelijke hulp
Maatschappelijke integratie (door tewerkstelling of leefloon)
Maatschappelijke hulp
Kan verschillende vormen aannemen, bv.:
Financile hulp gelijk aan het leefloon ( een leefloon)
Hulp in natura
Verwarmingstoelage
Ziekteverzekering in orde brengen
Tussenkomen in medische kosten
Dringende medische hulp
Het OCMW kan beslissen dat je maatschappelijke hulp krijgt:
Voor een beperkte periode
Bepaalde voorwaarden naleven, bv. cursus volgen
Kan dat je in sommige gevallen later moet terugbetalen
Kan als aanvulling bij een leefloon verleend worden
Maatschappelijke integratie
Maatschappelijke integratie kan bestaan uit een leefloon of tewerkstelling. In beide gevallen krijg je een Gendividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie = GPMI. Een GPMI is geen recht op zich maar is altijd gekoppeld aan een leefloon, tewerkstelling of een combinatie van beide.
Het OCMW kiest zelf welke vorm van maatschappelijke integratie ze je bieden, je kan niet zeggen ik wil enkel een leefloon en geen tewerkstelling.
Het GPMI is een samenwerking, soort overeenkomst, tussen het OCMW en de gerechtigde, waarbij aan de toekenning van leefloon/tewerkstelling enkele wederzijdse afspraken worden gekoppeld. Via het GPMI spreken de gerechtigde en het OCMW af dat de persoon die hulp vraagt bepaalde stappen zal zetten om zelf zijn situatie te verbeteren. Het OCMW zal deze persoon helpen en begeleiden om de doelen te bereiken. De uitvoering van deze overeenkomst wordt minstens 3x per jaar gevalueerd.
Tewerkstelling
Bv. Groot Eiland (studentenrestaurant) is een organisatie opgericht voor deze tewerkstelling.
Leefloon
Het leefloon zijn forfaitaire bedragen (maar eigenlijk te laag). Je leefloon is afhankelijk van de categorie waartoe je behoort.
Categorie 1: samenwonende = onder hetzelfde dak wonen van personen en die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen
Categorie 2: alleenstaande = personen die alleen wonen en niet tot categorie 1 of 3 behoren
Categorie 3: gezinshoofd = personen die samenwonen met een gezin te hunnen lasten (woont samen met minstens n ongehuwd kind dat te zijnen laste is)
!De definities van de categorien verschillen per stelsel in de sociale zekerheid!
Gerechtigden: wie heeft recht op maatschappelijke integratie?
Om het recht op maatschappelijke integratie te kunnen genieten, moet men aan volgende voorwaarden voldoen:
Verblijfplaats:
o Werkelijke verblijfplaats moet in Belgi zijn
o OCMW kan niet eisen dat je een huurcontract of adres hebt
Nationaliteit:
o Belg
o (Familielid van een) burger van de EU
o Erkend politiek vluchteling
o Subsidiair beschermde
o Staatloze
o Vreemdeling ingeschreven in het bevolkingsregister
Leeftijd:
o Meerderjarig
o Als minderjarige heb je recht op het leefloon als je:
Getrouwd bent
Kind ten laste hebt
Zwanger bent
Uitputten van sociale rechten: je moet je rechten laten gelden op andere uitkeringen waarvan je misschien kan genieten
Bv. Als je recht hebt op een werkloosheidsuitkering, moet je die aanvragen en geen leefloon
Werkbereidheid: je bent bereid om te werken, tenzij dit niet gaat om medische redenen of om billijkheidsredenen (bv. studeren)
!Je hebt te weinig bestaansmiddelen!:
o = alle soorten inkomsten binnen het huishouden
o In principe alle bestaansmiddelen, bv. beroepsinkomen, inkomsten uit onroerende goederen, inkomsten uit roerende kapitalen, uitkeringen,
o Heel wat inkomsten zijn vrijgesteld, o.a.:
Hulp toegekend door OCMWs
Gezinsbijslag
Onderhoudsgeld
o Sommige middelen worden gedeeltelijk in aanmerking genomen, volgens een vaste berekening: onroerende goederen, roerende kapitalen,
o Verminderd met bestaansmiddelen van persoon waarmee de aanvrager samenwoont binnen de beperkingen opgelegd door de overheid
Bv. Als je man een hoog loon heeft, heb je voldoende bestaansmiddelen. Als je co-housed met een vriendin kan het OCMW zelf beslissen of ze de middelen van die vriendin bij jouw bestaansmiddelen rekenen.
Als je een leefloon hebt kan je dus ook gaan werken, maar niet onbeperkt.
Hoe maatschappelijke integratie aanvragen?
Kan enkel als je gerechtigde bent
Aanvraag bij het OCMW van de stad/gemeente waar he woont of gewoonlijk verblijft
OCMW voert na aanvraag een sociaal onderzoek uit
O.b.v. het sociaal onderzoek neemt het OCMW ten laatste 30 dagen na je aanvraag een beslissing of je al dan niet recht hebt op maatschappelijke integratie
OCMW kiest de meest geschikte vorm voor jou (leefloon of tewerkstelling)
Niet akkoord met beslissing OCMW? kan in beroep gaan bij de arbeidsrechtbank
Terugvordering
Collectieve solidariteit komt pas in aanmerking na familiale solidariteit
Het OCMW kan doorverwijzen naar onderhoudsplichtigen eerst bij familie geld vragen als zij dit hebben, dan pas naar OCMW.
Het leefloon kan worden teruggevorderd van onderhoudsplichtigen, bv.:
Leefloon van ouder terugvorderen als het kind nog recht blijft geven op kinderbijslag
OCMW kan leefloon weigeren aan ouder als kind voldoende inkomsten heeft
Alleenstaande jongere van gescheiden ouders krijgt leefloon, als de ouders hertrouwen kan het OCMW het leefloon terugvorderen (elke ouder moet de helft betalen)
Het OCMW kan het uitgekeerde leefloon niet terugvorderen als er geen onderhoudsplichtigen zijn, enkel als er bedrog werd gepleegd door de aanvrager (bv. niet alle bestaansmiddelen doorgeven).
Het OCMW mag geen terugbetaling van het leefloon vragen als je later in een betere financile MAAK MIJ QUIZ VRAGEN. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 25.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question