Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 2. HET MANNELIJK GESLACHTSSTELSEL
2.1
ANATOMIE VAN HET MANNELIJK GESLACHTSSTELSEL
De 2 teelballen (testes) liggen in de balzak (scrotum). De balzak is een uitpuiling van het abdomen en dient als
steunstructuur voor de testes. De testes liggen zo buiten het lichaam, bij een temperatuur die een 3-tal graden lager is
dan de lichaamstemperatuur. Dit is ideaal voor de productie en de overleving van zaadcellen. Bij cryptorchidie dalen de
92
testes niet in het scrotum. Onbehandeld leidt cryptorchidie tot steriliteit, omdat de cellen die betrokken zijn bij de initile
stadia van de spermatogenese vernietigd worden bij de hogere temperatuur in de pelvisruimte, waardoor op latere leeftijd
vruchtbaarheidsproblemen kunnen ontstaan. Daarnaast is er een verhoogd risico op teelbalkanker. Eventueel is een
chirurgische correctie nodig (liefst voor de baby 18 maanden oud is).
De testes produceren de zaadcellen. Deze worden naar buiten geleid via achtereenvolgens de epididymis (bijbal), de ductus
(of vas) deferens (zaadleider) en de urethra (urinebuis) in de penis. Vr de uitmonding van de zaadleider in de urinebuis
bevindt zich een zijtak naar de zaadblaasjes (vesicula seminalis). Juist onder de blaas, waar de zaadleider in de urinebuis
uitmondt, zijn zowel de urinebuis als de zaadleider omgeven door een klier: de prostaat.
De zaadblaasjes produceren een vocht, dat zich tijdens de ejaculatie mengt met het zaad. Het vocht uit de zaadblaasjes
vormt 60% van het ejaculaatvolume en bevat elementen die de overleving van de zaadcellen en de bevruchting bevorderen.
Het bevat stoffen om de zuurtegraad van de vagina te neutraliseren, want onder zure omstandigheden kunnen de
zaadcellen immers niet overleven.
De prostaat produceert een secreet dat 30% van het ejaculaatvolume vormt en bestanddelen bevat die de spermacellen
activeren. Bij 1 op 3 mannen boven de 60 jaar vergroot de prostaat 2 tot 4 maal boven de normale grootte, waardoor de
urethra vernauwd wordt. Dit resulteert in frequent urineren, verminderde kracht van de urinestraal, nadruppelen na
urineren en een gevoel van onvolledige lediging van de blaas. Bij deze hypertrofie van de prostaat, maar ook bij andere
prostaataandoeningen zoals een prostaatontsteking (prostatitis), zal het gehalte van het prostaat specifiek antigen (PSA)
in het bloed stijgen. Prostaathypertrofie is meestal goedaardig (benigne prostaathypertrofie), maar kan ook het gevolg
zijn van een kwaadaardige tumor (cf. Pathofysiologie I). Een hypertrofe prostaat kan chirurgisch verwijderd worden.
Hormoondependente vormen van prostaathypertrofie kunnen ook met anti-androgene geneesmiddelen behandeld
worden. Hiervoor worden androgeen-receptorblokkers gebruikt en analogen van het gonadotrofine releasing hormoon
(GnRH), die de vrijstelling van de gonadotrofines LH en FSH uit de hypofyse inhiberen. Deze geneesmiddelen beletten dat
de prostaat gestimuleerd wordt door de androgenen, waardoor het prostaatweefsel regresseert en de problemen bij het
urineren verbeteren.
De penis bestaat uit een schacht (corpus) met aan het einde de eikel (glans penis). Een belangrijk onderdeel van de penis
is de urethra die enerzijds zorgt voor de afvoer van urine uit de blaas en anderzijds voor de passage van het ejaculaat
vanuit de testes/epididymis. In de schacht lopen 3 zwellichamen, zijnde 2 corpora cavernosa en 1 corpus spongiosum. Deze
bestaan uit sponsachtig weefsel en gladde spiercellen, en vullen zich met bloed om zo een adequate erectie mogelijk te
maken. De eikel is omgeven door een huidplooi, met name de voorhuid (preputium). Bij circumcisie of besnijdenis wordt
de voorhuid over de glans penis volledig of gedeeltelijk verwijderd. Dit wordt soms uitgevoerd omwille van het potentieel
voordeel van minder urineweginfecties, een bescherming tegen peniskanker en een verminderd risico op seksueel
overdraagbare ziekten (zoals aids).
93
2.2
DE VORMING VAN DE SPERMACELLEN (SPERMATOGENESE)
De testes zijn opgebouwd uit een kluwen van buisjes, de tubuli seminiferi (= zaadbuisjes), waarvan de wand bestaat uit
kiemepitheel. De cellen uit dit kiemepitheel (spermatogonia) vermenigvuldigen zich zeer snel door mitotische celdeling
(kerndeling). Door middel van meiose (reductiedeling) ontstaan hieruit spermatocyten die verder differentiren tot
spermatiden. Deze rijpen uiteindelijk uit tot rijpe zaadcellen (spermatozoa), die aan de luminale zijde van het epitheel
loskomen en zo in het lumen van het zaadbuisje terechtkomen. De wand van de zaadbuisjes bestaat dus uit verschillende
lagen waarin naar het lumen toe de cellen progressief meer en meer gedifferentieerd zijn tot zaadcellen. Eens vrijgekomen
uit de zaadbuiswand migreren ze naar de epididymis, de bijbal, waarin alle zaadbuisjes samenkomen en waarin de
zaadcellen tot volle rijping komen.
Tussen de zaadbuisjes zitten de interstitile cellen van Leydig. Deze synthetiseren en secreteren het belangrijkste
mannelijk geslachtshormoon, het testosteron.
In de wand van de zaadbuisjes zitten de Sertoli cellen tussen de zich differentirende geslachtscellen. Deze cellen staan
in voor de steun, bescherming en voeding van de geslachtscellen: - - -
Ze mediren de effecten van testosteron en FSH op de spermatogenese.
Ze produceren het inhibine, een substantie die de FSH-secretie inhibeert en op die manier ook een invloed heeft
op de productie van spermacellen.
Ze controleren het vrijkomen van de spermacellen in het lumen van de zaadbuisjes.
Bij mannen gaat het verlies van de voorplantingscapaciteit trager achteruit dan bij vrouwen. Gezonde mannen kunnen
reproductief zijn tot op een leeftijd van 80-90 jaar. Vanaf 55 jaar is er een achteruitgang van de testosteronsynthese, wat
leidt tot verlies in spierkracht, minder overlevende spermacellen en een daling van de libido.
94
2.3
DE HORMONALE REGELING VAN DE MANNELIJKE FERTILITEIT
De mannelijke fertiliteit wordt geregeld door de hersenen (hypothalamus en hypofyse) en de testes. De hypothalamus
stelt het gonadotrofine releasing hormoon (GnRH) vrij, dat via een portaal systeem de adenohypofyse bereikt en daar de
vrijstelling stimuleert van de gonadotrofinen: het luteniserend hormoon (LH) en het follikel stimulerend hormoon (FSH).
Het LH stimuleert de Leydig cellen tot secretie van testosteron, wat de spermatogenese bevordert en een viriliserende
invloed heeft (cf. infra).
Het FSH werkt in op de Sertoli cellen. Het versterkt de invloed van testosteron op de spermatogenese en stimuleert de
vrijstelling van inhibine.
De vrijstelling van de gonadotrofinen door de hypofyse wordt gecontroleerd door een terugkoppelingsmechanisme via
hormonen uit het bloed: - -
Testosteron: inhibeert de vrijstelling van GnRH en de vrijstelling van LH.
Inhibine: inhibeert de vrijstelling van FSH.
In afwezigheid van GnRH, FSH en LH atrofiren de testes en stopt de zaadcelproductie.
In de pre-puberteit zijn de concentraties van testosteron, FSH en LH laag. In het begin van de puberteit wordt de
hypothalamus minder gevoelig voor de inhiberende terugkoppeling van testosteron. De concentraties van FSH en LH en
bijgevolg ook van testosteron nemen toe, waardoor de spermatogenese begint en de verschillende
voortplantingsmechanismen zich ontwikkelen (testes, prostaat, libido). Indien geen testosteron gevormd wordt, is de man
steriel.
95
Testosteron zorgt ook voor de secundaire (niet op voortplanting gerichte) mannelijke geslachtskenmerken (= viriliserende
werking): - - - - - - - -
Haargroei op pubis, oksels, aangezicht, armen, benen, borst
Vergroting van de larynx en verdikking van de stembanden waardoor de stem zwaarder wordt.
Vergroting van de testikels en het scrotum met toename van pigmentatie en verrimpelen van de huid.
Groter worden van de penis zowel in lengte als omvang.
Verdikking en vettiger worden van de huid door een toename van de activiteit van de talgklieren (met mogelijke
ontwikkeling van acn).
Groei en verzwaren van de beenderen.
Toename van de skeletspiermassa (= anabole werking).
Afname van het onderhuids vetweefsel.
Deze ontstaan gemiddeld vanaf het 13de levensjaar.
Opmerking: Anabole steroden zijn derivaten van het testosteron. Ze oefenen een anabole invloed uit, maar hebben een
minder uitgesproken viriliserende invloed. Zij worden in de geneeskunde gebruikt om de spieraanmaak te bevorderen bij
verzwakte personen. In sportmiddens worden ze misbruikt als dopingmiddel. Zij werden historisch ook door bepaalde
veehouders misbruikt om bij dieren de spiermassa te verhogen en de vetfractie te verlagen.
2.4
DE MANNELIJKE VOORTPLANTING
De mannelijke voortplanting gebeurt in 2 fasen: - -
2.4.1
Erectie van de penis om de copulatie mogelijk te maken.
Ejaculatie van zaadcellen.
Erectie
Bij seksuele excitatie (mechanisch, visuele prikkels, emoties, gedachten...) ontstaat een reflex via het centraal zenuwstelsel.
Bij deze reflex komt stikstofmonoxide (NO) vrij uit niet-adrenerge, niet-cholinerge neuronen die de arteriolen van de penis
bezenuwen. Dit NO relaxeert de arteriolen van de penis via de vorming van cGMP. Hierdoor wordt de penis gevuld met
bloed, die daardoor groter en rigider wordt. Dit effect wordt nog versterkt door compressie van de afvoervenen, wat de
afvoer van bloed uit de penis belemmert.
De erectie is essentieel om copulatie mogelijk te maken. Indien geen erectie kan optreden, spreekt men van impotentie of
erectiele disfunctie. Dit kan het gevolg zijn van psychische problemen, alcoholisme, geneesmiddelen, diabetes, vasculaire
en neurologische problemen. Sommige vormen van impotentie kunnen behandeld worden met remmers van
fosfodisterase, wat verantwoordelijk is voor de afbraak van cGMP (bv. sildenafil = Viagra).
Juist vr de ejaculatie stellen de bulbo-urethrale klieren een slijm vrij, dat sporen van zure urine (schadelijk voor de
spermacellen) neutraliseert.
96
2.4.2
Ejaculatie
Wanneer een kritische graad van seksuele excitatie bereikt wordt, ontstaat een spinale reflex waarbij de orthosympatische
(OS) activiteit naar de genitalin verhoogt. Als gevolg hiervan ontstaan: - - -
Ritmische contracties van zaadleiders, prostaat en zaadblaasjes die hun inhoud ledigen in de urinebuis en zo het
ejaculaat doorheen de urinebuis naar buiten stuwen. Dit gaat gepaard met een genotsgevoel, toename van
hartritme en bloeddruk, en een veralgemeende spiercontractie (= orgasme).
Contractie van de blaassfincter, wat belet dat urine in het ejaculaat of sperma in de blaas terecht zou komen.
Na de ejaculatie volgt ontspanning van spieren en psyche, en verdwijnt de erectie door vasoconstrictie van de
penisarteriolen (onder invloed van noradrenaline, vrijgesteld door orthosympatische zenuwen). . De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 20.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question