Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: NathaelleDehertogh - 2 years ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst:
Sociale ongelijkheid: Is hoe mensen verschillend worden behandeld en minder of meer waardering krijgen gebaseerd op sociale factoren zoals hun achtergrond of inkomen.
Sociale stratificatie: Is waanneer mensen in verschillenden groepen worden verdeeld op basis van verschillenden factoren zoals beroep of rijkdom en waar mensen verschillenden niveaus van waardering krijgen.
Sociale positie: de plaats een persoon/groep inneemt in een sociale interactie
Sociale mobiliteit: het opklimmen of afdalen in een sociale orde
Meritocratische samenleving: een samenleving die is gebaseerd op je merites ( verdiensten) zoals je intelligentie of opleiden en niet op zaken zoals je afkomst of je religie.
Socialisatie: Het proces war je bewust of onbewust waarden en normen gaat aanleren
Sociale rol: de gemeenschappelijke verwachtingen in een groep over hun gedrag
Sociale stratificatie in onze hedendaagse wereld ( maatschappelijke velden)
- Politiek : lobbygroepen
- Sociaal: positie in sociaal netwerk
- Cultureel: toegang tot culturele activiteiten
- Economisch: loon mannen en vrouwen
- Juridisch: wetgeving over huwelijk en adoptie
Slavernij
-Extra blad
Het kastenstelsel
- Alleen in India 3000 jaar geleden ingevoerd maar ondertussen verboden
- Kastelozen: onrein (vuilste werk)
- Priesters en leraren: rein










Typische eigenschappen:
Levenslang tot dezelfde kaste
Endogaam huwelijk (= alleen trouwen met jouw eigen kaste)
Beperking in beroepskeuze en sociale contacten
Aanvaarding van je vaste plaats
- Ze geloofden in rencarnatie
- als je een goed de regels van je kaste volgt = ga je in een goede kasten worden geboren
Standensamenleving
Gebaseerd op Grond
Hoe meer grond = hoe meer macht
- Adel had veel politieke en economische macht

Veel concurrentie tussen de geestelijkheid en de adel
Typische eigenschappen:
Huwelijk endogaam (= alleen trouwen uit dezelfde stand)
Elke stand heeft zijn eigen plichten en rechten
De katholieke kerk had een verantwoording gevonden voor het systeem dus veel mensen geloofden erin
Sociale mobiliteit mogelijk door
- Militaire daden
- Het kopen van rechten
- Toetreden tot lagere categorien van de geestelijkheid
Klassensamenleving



De verschillenden voorwaarden om van een standen naar klasse samenleving te gaan:
1. Arbeidsdifferentiatie en kapitalisme
- zorgden voor sociale mobiliteit en een nieuwe economische structuur, waardoor klasse en bezit belangrijker werden dan de traditionele standen op basis van grondbezit.
2. Centralisatie politiek
- omdat het een centraal bestuur en belastingstelsel mogelijk maakte, wat de macht van de feodale heren brak en samenwerking met rijkere ondernemers stimuleerde. Dit zorgde voor meer uniformiteit en sociale mobiliteit buiten de traditionele standen.
3. Verlichting en rationalisme
- De Verlichting verzwakte religie door wetenschap, waardoor de goddelijk geordende sociale orde werd betwijfeld en maatschappelijke verandering mogelijk werd.
4. Agrarische, demografische en industrile revolutie
- Er waren teveel menselijke arbeidskrachten en de machines namen juist hun plaats in dus mensen waren bereid alles te doen om hun arbeid te verkopen
5. Amerikaanse revolutie (1776)
- bevorderde gelijkheid en individuele autonomie, waardoor mensen minder afhankelijk werden van traditionele groepen en de staat meer als een gezamenlijke creatie zagen.
6. Het ontstaan van de klassenmaatschappij
- De moderne industrile maatschappij beindigde de standensamenleving in Europa, mede door de Franse Revolutie (Dclaration des droits de l'Homme et du citoyen, 1789), die de sociale positie niet langer door afkomst liet bepalen.
Marxistische theorie voor sociale stratificatie
Gebaseerd op productiemiddelen ( grond, kapitaal en arbeid)

Bourgeoisie:
De kapitalisten
Bezitten de productiemiddelen, investeren in fabrieken
Proletariaat:
De werkende klasse
Enkel hun arbeidskracht die ze verhuren aan de burgerij voor een loon



Ontstaan van klassen ( volgens Marx)
1. Primitief Communisme:
- Oudste vorm van maatschappelijke organisatie.
- Geen klassen; iedereen heeft gelijke toegang tot productiemiddelen.
- Voorbeeld: jagers-verzamelaars samenlevingen.

2. Opkomst van Landbouw:
- Landbouw wordt dominante productievorm.
- Mogelijkheid voor specialisatie in andere taken naast voedselproductie.
- Toenemende arbeidsverdeling leidt tot economisch surplus.

3. Vorming van Klassen:
- Privbezit en accumulatie van economisch surplus.
- Ontstaan van twee klassen:
Productieven: bezitten alleen arbeidskracht.

Niet-productieven: bezitten productiemiddelen.
4. Voorspelling van Marx:
- Toenemende polarisatie tussen klassen.
- Sociale spanningen en conflicten als gevolg.
- Voorspelling van een communistische revolutie.
- Streven naar een klasseloze maatschappij.
Slotbedenking
Marx zijn voorspelling heeft geen aanhang meer MAAR:
Zijn stratificatietheorie blijft relevant om sociale ongelijkheid te begrijpen
Theorie van Max Weber
3 indelings criteria:
a) Klasse
b) Status
c) Macht


Klasse
Een klasse is een verzameling van individuen die ongeveer een gelijke positie delen in de markteconomie.
Marktsituatie: is een economische positie die toegang bepaalt tot alles wat schaars is:
(= opleiding, goede huisvesting, gezondheidszorg)
2 belangrijkste klasse
- Wel Productiemiddelen bezitten
- Geen productie middelen bezitten
Nog meer verschillen in diegenen die geen productiemiddelen bezitten zoals mensen die hun vaardigheden op de markt zetten enz.
Hij onderscheid de kapitalistche maatschappij in 4
1) De kapitaal bezittende ( hoge burgerij)
2) De bezitloze kaders ( managers)
3) De kleien burgerij(zelfstandige ambachtslui)
4) De handarbeiders in loondienst
Weber geloofden NIET in de polarisatie tussen klassen
Status
Webers definitie: De beoordeling door anderen van het prestige van een groep of persoon
( Komt overeen met de hedendaagse definitie)
Macht
Volgens weber: Het vermogen m de eigen doelstellingen te bereiken, zelfs tegen de wil van anderen.
De hoeveelheid macht dat iemand beschikt wordt bepaald door
Zijn klasse
Zijn status
Zijn bezit
Zijn lidmaatschap







Pierre Bourdieu
Sociale stratificatie = niet alleen afhankelijk van je economisch kapitaal.
Hij maakt een onderscheid tussen verschillenden kapitalen:
Economisch kapitaal
Dit bestaat uit je economische hulpmiddelen zoals salaris, vermogen, eigendom, Vroeger was dit de enige bepalende factor voor je sociale positie.
Bv. Een chirurg krijgt een hele hoge loon

Cultureel kapitaal
Dit bestaat uit je kennis, vaardigheden, opleidingen, attitudes, normen en waarden.
Bv. met een goed diploma kan je makkelijker een goeie job krijgen

Sociaal kapitaal
Dit bestaat uit je netwerken en relaties.
Bv. Je kent een politicus die je zal helpen bij je vergunning

Symbolisch kapitaal
Dit bestaat uit je sociale erkenning, prestige dat hoort bij je sociale positie
Bv. De job van een rechter geeft je veel aanzien en prestige

Lingustisch kapitaal
Dit gaat over je beheersing van de taal van de dominante cultuur.
Bv. Iemand die een goede beheersing heeft van de dominante taal, zal gemakkelijker kunnen volgen aan de universiteit

Elke klasse heeft zijn eigen leefwereld ( habitus) meer daarin meer of minder kapitaal
De kapitalen bepalen je sociale status
Volgens Bourdieu leven we niet in een meritocratische samenleving want hij kijkt kritisch naar het onderwijs dat volgens hem wordt georganiseerd voor en door de middenklasse waardoor kinderen uit de lagere klasse het onderwijs niet past voor hun habitus en daarom lijken ze ongekwalificeerd.
Reproductietheorie: er zijn geen gelijke kansen en dat de klassenstructuur zich voortdurend reproduceert


Sociale wetenschappen
RECHT
Gedragsregels: Bepalen welk gedrag aanvaard wordt en zorgen ervoor dat je kan voorspellen hoe anderen zich gaan gedragen.
Rechtsregels: zijn gedragsregels die worden ondersteund door de overheid en waar er sancties bij horen.

Vrouw Justitia:
Zwaard= het vonnis
Weegschaal= afweging van getuigenissen
Blinddoek= veroordelen op feiten niet persoon
Recht: Is het geheel van regels de dat relatie tussen mensen regelt en zorgt voor een harmonieuze samenleving.
(Dynamisch)=Want het beweegt mee met de evolutie
Rechtspraak: is het proces waar een rechter een oordeel vormt over de rechtszaak.
Bronnen van recht
Wetgeving
Alle wetten=( een wet is een verzameling van rechtsregels)
Rechtspraak
De rechters zelf
Rechtsleer
Juristen
Scheiding der machten
Welke macht? Wie? Wat doen ze?
Wetgevende Parlement Maakt de wetten
Rechterlijke Rechtbanken Bestraffen en beoordelen mensen
Uitvoerende De koning, 1ste minister Besturen het land

Belangrijke principes van het recht
Toegang tot een rechter: Pro deo
Recht van verdediging
Onafhankelijke en onpartijdige rechter: neutraal en onbevooroordeeld
Openbaarheid van de rechtspraak: alles is publiek


Hoeveel rechtsdomeinen zijn er?
- 4
- Sociaal, handels, burgerlijk en strafrecht
Hoeveel gerechtelijke niveaus zijn er?
- 5
- Hele land, gerechtelijk gebied, provincie, gerechtelijk arrondissement en gerechtelijk kanton



Privaat recht: Tussen burgers onderling
o Burgerlijk recht
o Handels recht
o Arbeidsrecht
o
Publiekrecht: tussen een burger en de overheid
o Strafrecht
o Staatsrecht
o Administratief recht
o Socialezekerheidsrecht
o
Sociaalrecht = regels tussen werkgever en werknemen
Handelsrecht = regels tussen handelaars of ondernemers over huur of het verkopen van huizen
Burgerlijkrecht = de regels tussen burgers onderling
Strafrecht = wetten die aangeven welk gedrag strafbaar is

Niveaus van de kantons
Vredegerecht
- Kleine geschillen onder de 5000 EUR boeten (leningen of schadevergoedingen)
Politierechtbank
- Overtredingen, verkeersmisdrijven of verongelukte slagen
Niveaus van arrondissement
Arbeidsrechtbank
- Geschillen tussen werknemer en gever
Ondernimngsrechtbank
- Geschillen in economische zaken
Rechtbank van eerste aanleg
- Alle zaken die nergens anders passen
Burgerlijke rechtbank
- Geschillen van meer dan 5000 EUR
1. Familierechtbank
2. Correctionele rechtbank
3. Strafuitvoeringsrechtbank
(Jongeren)
MOF: misdrijf omschreven feit
- Als de jongeren een misdrijf plegen
VOS: verontrustende situatie
- Als ze zich in een slechte familiale situatie bevinden
Niveau van provincies
Hof van assisen
- Misdaden, politieke misdrijven en persmisdrijven
Niveau van de rechtsgebieden
Hof van beroep
- Als je het niet eens bent met jouw vonnis
Arbeidshof
- Je kan hier in beroep gaan tegen de vonnis in de arbeidsrechtbank
Niveau van de staat
Hof van Cassatie
- Controleert de wettigheid van de zaak en kijkt niet naar de grond van de zaak
2 administratieve rechtbanken
Grondwettelijk hof
- Juridisch advies en beschermd de burger tegen onwettelijk overheidsbeslissingen
Raad van State
- Scheidsrechter tussen diverse wetgevers
Juristen
Rechter Advocaat Procureur
Lost de conflicten op tussen een burger of met de staat Verdedigd de burger of een bedrijf Verdedigd de staat of overheid


SOWE SOCIALE STRATIFICATIE EN GEVOLGEN

Functionalistische benadering
Parson, Davis en Moore
In Functionalisme wordt uitgegaan van de veronderstelling dat sociale verschijnselen een bepaalde functie vervullen in de samenleving, en dat de verschijnselen onderling samenhang vertonen

Parson deelde de maatschappelijke organisatie in 3 delen:
1. De persoonlijkheid van de mensen (=sociale actoren)
2. De cultuur waarop het handelen van die actoren steunt ( socialisatie)
3. Het samen handelen van/de interactie tussen die actoren of het sociale









Het functionalisme benadrukt het belang van harmonie en evenwicht in de samenleving.

Kenmerken van sociale cohesie

Betrokkenheid van mensen bij de samenleving
Orintatie op collectieve waarden en normen
Deelname aan maatschappelijke instituties en organisaties
Participatie aan sociale netwerken
Onderlinge waardering en contacten
Sociale stratificatie = onvermijdelijk, universeel en functioneel noodzakelijk
Door gemeenschappelijke waarden rangschikking!
Waarde beroepen macht, inkomen en gezag

Beloningssysteem:
- Hoe belangrijker, hoe meer macht, status, en hogere materiele vergoedingen
Sociale stratificatie = motivatiemechanisme

Gevolgen van sociale ongelijkheid

Als iedereen gelijk zou zijn = egalitaire samenleving
Matheuseffect: Is de term voor het feit dat rijken rijker worden en armen armer
Cumulatieve achterstelling: Hoe meer de maatschappij evolueert hoe meer zij achtergesteld worden
Armoede
In Belgi is er 18.6 % van de bevolking in risico om in armoede te belanden
Hoe wordt armoede gemeten:
1. Op basis van inkomen
2. Ernstige materiele en sociale deprivatie
3. Mensen met zeer lage werkintensiteit of in zo een huishouden wonen
De armoedegrens is het inkomen dat iemand nodig heeft om te kunnen voorzien in de minimale levensbehoeften.
Armoede is niet enkel het tekort aan geld maar ook:

Gevolg van sociale stratificatie: sociale mobiliteit
Sociale mobiliteit: het proces waar een individu of groepering overstapt van de ene sociale positie naar de andere sociale positie
Verschillende vormen:
- Verticale mobiliteit: naar een andere sociaal-economische status
- Horizontale mobiliteit: in dezelfde sociaal-economische status
- Intergenerationele mobiliteit: In een andere generatie van jouw familie
- Intergenerationele mobiliteit: In jouw generatie
Middelen tot sociale mobiliteit
Geld: door de lotto te winnen
Huwelijk: door adel te trouwen
Opleiding: Als je een master neemt
Politiek: Wanneer de vrouwenrechten zijn ontstaan
Indruk: door sociale netwerken te creren in een jeugdbeweging
Hoe probeert de overheid gelijke kansen te geven aan de bevolking?
Huizen van Nederlands, Yieha ( jongeren vakanties) en job coaching

SW. H7; Gevolgen van sociale stratificatie: MACHT
Macht speelt een centrale rol, in sociale stratificatie
Max Weber: def. Macht; is de mogelijkheid, eventueel tegen de wil van anderen in, te krijgen wat men wil.
Niet absoluut zeker
7.1 De soorten macht en hun machtsbronnen
Macht steunt altijd ergens op, je heb het niet zomaar. ZES soorten
7.1.1 Economische macht
Controle over productiemiddelen, ondernemers krijgen veel macht.
banen creren, werknemers aanwerven/ontslaan, veel/weinig betalen, ..
Volgens Marx is dit de basis van sociale stratificatie en is elke andere vorm van macht hiervan afgeleid.
7.1.2 Sociale macht
Steunt op de mogelijkheid om mensen te mobiliseren op basis van solidariteit of verbondenheid aan een bepaalde zaak. ( bezit van organisatiemiddelen)
Bv. massademonstratie, staking
In geval van de vakbonden= organisatie die opkomt v/d rechten van de werknemers, stakingen, enz.
sociale verandering,
ontstaan van sociale beweging (klimaat, Palestina, ..) als een paar mensen een andere mening hebben. W en N
gefocust op 1 sociaal probleem vrd. Niet totale bestaande orde. Bv. Migratie, armoede, ..
- Het aansluiten bij zo een beweging slecht gezien door grote machthebbers, want je gaat hun tegen in


7.1.3 Politieke macht
uit zich als de mogelijkheid om de doelstellingen en de daartoe benodigde middelen van de samenleving te bepalen.
mogelijkheid om geweld en dwang te gebruiken.
Geweldsmonopolie = alleen de staat mag burgers van hun vrijheid beroven als zij de wetten overtreed.
MAAR! niet overal zo, bv. Maffia (Itali), terroristen,..
Niet alleen om landen te besturen maar ook bij macht posities zoals leraar, CEO , mon daddy ;)
7.1.4 Culturele macht
steunt op de mogelijkheid om het gedrag van anderen te sturen via een aanspraak op hun waarden. Het gaat dan om overtuigen, het geven van informatie, het bepleiten van het eigen gelijk. Waardegevoel of moreel besef van anderen te benvloeden.
Paus, Taylor Swift
7.1.5 Deskundigheidsmacht
Kennis is macht Je kan hogere positie verkrijgen door kennis denk aan wetenschappers, leraren, uitvinders, enz.
7.1.6 Andere machtsbronnen
Fysieke macht: bah ta compris hein
Connectiemacht: op basis van sociaal netwerk. Het is een straf- en beloningsmacht.
Imagovorming: op basis van je sociale status. Hoe hogere status hoe meer respect. Er wordt hogere statussymbolen gebruikt om dit aan te tonen. Als men die nadoet zonder een hoge status te hebben noemen we dit nep statussymbolen

7.2 Strategien om macht op te bouwen
Ruil
Een machtbron omruilen voor een ander
x Geld voor kennis (studies)
Het scheppen van machtsbronnen
nieuwe macht ontwikkelen
x studies = kennis
x publiciteit = imago
x receptie bezoeken = connecties
Het vergroten van de afhankelijkheid van de andere partij
je maakt iemand afhankelijkheid van jouw maakt
x tijdens werkloosheid: werknemer afh. Van werkgever
Het omzetten van een machtsbron in een positie
iets van macht dat je hebt in een positie zetten
x studies voor dokter, je wordt dokter exclusief
Het verwerven van steun
samenwerken bij weinig macht
x coalitievorming

7.3 Machtsuitoefeningsstrategien
Beloften en dreigementen - sancties
Macht woedt uitgeoefend door andere machtsbron te beloven of te afnemen niet te vaal anders loyaliteit problemen
Zie kader p.221 (niet vanbuiten kennen)
Het beperken van de alternatieven van de andere partij
Invloed ontsnappen door alternatieve hulp bronnen aan te boren
x 1 winkel in een klein dorp
x werkboekje voor arbeiders
Manipulatie van informatie
Je gaat info manipuleren tot je eigen wil
x je zegt bepaalden dingen niet
x goede relatie met massamedia (fox news met Trump)
x manipulatie statistieken
Manipulatie van de besluitvorming agenda
De themas bepalen die op de agenda gaan komen te staan
x agendasettings theorie
Het creren van druk
Kan je doen met connectiemacht druk creren op andere dus kan hij niets anders doen
x stakingen
x lobbys
Strategische competentie
Vaardig zijn in benvloeden en onderhandelingen tactieken
x hoe Poetin over de oorlog praat
Machtsdeling
Je probeert onenigheid of verdeeldheid onder je ondergeschikten te creren, je gaat mensen tegen elkaar zetten
x Julius Caesar





. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit