Maak een oefenexamen van de volgende tekst: HET MODERNE SOCIOLOGISCHE POSITIVISME
SOCIAAL-ECOLOGISCHE THEORIEN
Urbanisatie en de sociaal-ecologische theorien:
Verschuiving van aandacht had te maken met verandering van maatschappij, decennia van grote ontwikkelingen (vooral in de VS, Chicago is typische voorbeeld-> is van klein dorp naar grote stad gegaan)
Verbinding tussen criminaliteit en sociale processen is eigen aan een stadsontwikkeling
o Vb. industrialisatie en immigratie: wanneer mensen immigreren nemen ze vaak hun geld/ kennis/ nieuwe ideen mee, dit stimuleert de industrialisatie op verschillende manieren
De Chicago school of sociology en haar theorie van sociale desorganisatie:
Chicago school= groep sociologen die de verandering van de stad Chicago op een systematische wijze gingen bestuderen
Volgens Thomas (eerste leider van Chicago school) is criminaliteit het resultaat van sociale desorganisatie
Menselijke ecologie: stad als organisme en functionele entiteit (Park)=> we moeten dezelfde aanpak hebben zoals bij de natuurwetenschappen, namelijk de stad bekijken als een organisme en de relaties tss de mensen in die stad gaan bestuderen (stad is het resultaat van concurrentie tss mensen)
Zonale hypothese: stad ontwikkeld als concentrische cirkels (Park & Burgess , 1925)
o In kern vinden we business district; daarrond is de transitiezone, een zone waar nieuwe migranten komen en zodra ze beetje geld hadden gespaard gingen deze gezinnen in een tweede buurt wonen; daarrond wonen steeds betere sociale groepen zoals de arbeiders en tot aan de periferie de gewone mensen
o Volgens Park en Burgess ontstond criminaliteit vooral in de transitiezone
Dan kwam er een empirische toetsing en toepassing van de zonale hypothese op criminaliteit door Shaw & McKay (1942): concentratie van jeugddelinquenten in de transitiezone alhoewel versch soorten migratie groepen hierin hadden gewoond-> sociale desorganisatie van deze transitiezone bevordert criminele gedragingen
Evaluatie sociale desorganisatietheorie:
Sociale desorganisatietheorie en studies van Chicago School bijna vergeten na WWII
Kritieken:
o Zwakten in operationalisering van sociale desorganisatie
o Gebruik van officile criminaliteitsstatistieken, weinig kritische houding
o Structureel determinisme: als de sociale kenmerken het individuele gedrag bevorderen of veroorzaken is er dan nog plaats voor vrije wil van het individu? Of zijn ze bena gedwongen door de sociale context waarin ze leven?
o Te nauwe band tussen delinquentie en status van lagere klasse
o Is het ook van toepassing op impulsieve of emotionele misdrijven?
Maar belangrijke kern van waarheid: invloed van socio-economische en culturele omgeving op individuele beslissingen en gedragingen
o Inspiratie voor latere theorien ook omwille van etnografisch werk van Chicagoans
Sociaal-ecologische theorien na Chicago School:
Sociaal-ecologische theorien kenden heropleving in jaren 80 en 90
Chicago socioloog Robert Sampson is sinds deze herontdekking een sleutelfiguur
o Hij zorgt voor een betere toetsing van de theorie
o Concept van collective efficacy, dit bestaat volgens hem op 2 componenten:
sociale cohesie/sociaal vertrouwen (collective): dit wijst vooral op de structurele kenmerken van de buurt en is het tegenovergestelde van sociale desorganisatie
informele sociale controle (efficacy): heeft vooral te maken met de agency, wat mensen doen in de buurt, de verwachtingen van sociale controle, het feit dat jij in een bepaalde buurt woont en verwacht bepaalde mensen actief zullen worden om bepaalde regels te implementeren, vb als er brand is dat ze de brandweer zullen bellen, omdat je verwacht dat anderen zich zo gedragen ga je je zelf ook zo gedragen (dus focus op eigen keuze en vrije wil)
Sutherlands differentile associatietheorie:
Deze theorie stelt dat: crimineel gedrag = aangeleerd gedrag
o Cultuur en cultuurconflict
Zijn theorie was een uitbreiding van de sociale desorganisatietheorie
Maar: Gabriel Tarde?
Principles of Criminology (1947): negen abstracte stellingen ter formalisering theorie
Kritieken
o Zelfstandige theorie?
o Geen aftoetsen met kwantitatief onderzoek mogelijk
Wel voorloper van sociale leertheorien
ANOMIE- EN STRAINTHEORIEN
Grote depressie en de anomie- en straintheorie van Merton:
Merton publiceerde zijn theorien op het einde van de woelige jaren 30
Mertons anomie- en straintheorie (1938):
Hij ontwikkelde een structurele (macro) theorie die focust op 2 concepten
Twee centrale concepten, op twee niveaus:
o Macro: Anomie
Anomie werd ontwikkeld door Durkheim maar Merton had er andere ideen over
Botsing idealen American Dream (=het idee dat als men hard werkt, men toch een bepaalde welvaart kan bereiken) en de middelen om Dream te bereiken om te verklaren waarom sommige landen hoge criminaliteitscijfers hebben
Hij gebruikt dit vooral om te verklaren waarom armere maatschappijen (zoals bvb India) een lagere criminaliteitscijfer hebben dan waar de mensen al vrij rijk zijn (zoals bvb VS) dit is omdat de American Dream hier anders is
o Micro: Strain
Spanning die ontstaat als mensen voelen dat ze de middelen niet hebben om bepaalde culturele doelen te bereiken om individuele criminaliteitscijfers te verklaren
o 5 manieren om op die spanning te reageren
Belangrijke assumptie:
o Doelen en aanvaardbare middelen gedefinieerd door cultuur/samenleving
Mertons straintheorie reacties:
de 5 manieren om te reageren
Conformisme= aanpassen aan het gedrag en opvattingen die heersen in een bepaalde groep met als doel geaccepteerd te worden door deze groep
Innovatie= nieuw idee, nieuw proces, Het proces van innoveren omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing
Ritualisme= houding van iemand die een originele doelstelling niet meer onderschrijft of haalbaar acht, maar nog wel de achterliggende methodes en middelen gebruikt
Terugtrekking= afwijzing van zowel doel als middelen vb. in geval van alcoholist, deze persoon kan geen job houden en zal dan mss dakloos worden omdat hij de doelen en middelen verwerpt
Rebellie= extreme vorm van innovatie maar eig wil men hier in opstand komen, op zoek gaan naar nieuwe doelen en nieuwe middelen vb. kan ook een terrorist zijn die op macro niveau een nieuwe vorm maatschappij wil maken
Evaluatie Mertons theorie:
Sterke theorie die ook enorm invloedrijk is geweest, vb.
o Subcultuurtheorien (zie volgende slides)
o Recent werk van kritische/culturele criminologen
Grote impact gehad op beleid
o Vb. War on Poverty van President Johnson (VS) in jaren 60
Kritieken
o Nooit grondig empirisch getest
o Sociaal determinisme, weinig aandacht voor vrije wil
o Is er maar n cultuur in huidige maatschappij?
o Te veel gebaseerd op officile criminaliteitscijfers
o Te veel gefocust op criminaliteit van lagere klassen
o Onderschatting van sociale controle
o Toepasbaar op alle criminaliteitsvormen?
SUBCULTUURTHEORIEN
Subcultuurtheorien:
Cohen (1955) :
Hoofddoel voor (werkende) jongeren is status, niet economisch succes/ welvaart
o Criminele subcultuur geeft status vb. ze vormen gangs om een bepaalde status te verwerven (ze gaan dan ook vechten met andere gangs wat hun voldoening en meer status geven)
Cloward en Ohlin (1960)
Onderscheiden drie subculturen, afhankelijk van beschikbare (illegale) middelen in een buurt
o Criminele subcultuur gericht op diefstal
o Conflicterende subcultuur gericht op vechten
o Vermijdende subcultuur gericht op drugs
Evaluatie subcultuurtheorien:
Focus op collectieve aard van veel (jeugd-)delinquentie
Deviantie begrepen in sociale en politieke context
o Aandacht voor sociale-economische omstandigheden van de arbeidersklasse
Kritieken
o Determinisme (determinisme zegt dat alles wat er gebeurt van tevoren al vast ligt, je hebt er geen invloed op)
o Selectiviteit [en gender]
o Conformiteit
o Anomie: meeste delinquente jonge mensen geloven eig nog in het gewone waardensysteem, zij verwerken de meeste waarden en normen van de gewone maatschappij niet
CONTROLETHEORIEN
Controletheorien: Hirschi:
Controletheorien zijn redelijk nieuwe theorien
Er heerst in de maatschappij een relatief negatieve visie op de mens namelijk dat mensen zich egostisch en asociaal gedragen en dat alle mensen criminaliteit zouden kunnen plegen onder normale omstandigheden
Assumptie: mensen zouden normaal wet overtreden om te voorzien in eigen noden
leden van controletheorie ontwikkelen hier een nieuwe vraag uit: Waarom pleegt iemand geen criminaliteit? (want idd de meeste mensen plegen geen criminaliteit)
o Of, Waarom conformeren mensen aan de wet?
Eerste theorie voor deze vraag=> Hirschi (1969): Sociale bindingen theorie
Sociale controle over individu in de vorm van bindingen: meeste mensen plegen geen criminaliteit omdat ze goede banden hebben met anderen
Verzwakte of verbroken bindingen met samenleving kan leiden tot criminaliteit
o Vier soorten bindingen: attachment, commitment, involvement, en belief
Positieve toetsing/ correlatie (hoog scoren op ene component is vaak ook hoog scoren op het andere component) voor deze theorie maar toch werd er enkele jaren later nog een theorie ontwikkeld
Tweede theorie voor deze vraag=> Hirschi en Gottfredson (1990): zelfcontroletheorie
Met deze theorie werd er een poging gedaan tot een universeel verklaringsmodel
Criminaliteit = ontstaat door alle gedragingen die met nastreven eigenbelang te maken hebben
Gebrek aan zelfcontrole hoofdbron van criminaliteit
o Zelfcontrole is afhankelijk van opvoeding, ontstaan vooral in eerste 3 jaar van het leven van een individu: als deze individuen goede hechting hebben met hun ouders en de ouders de gedragingen van hun kind goed monitoren
o Impulsiviteit, risicovol gedrag, egosme, temperament,
Theorie begint met sociologische verklaring (opvoeding van kinderen door de ouders) maar word uiteindelijk naar psychologisch gegaan (bepaalde vorm van zelfcontrole die ied heeft determineert of we criminaliteit plegen of niet)
Evaluatie controletheorien:
In het algemeen is de focus op controle innovatief/ vernieuwend
Kritiek op Hirschis sociale bindingen theorie
o Richting causale verband tussen sociale binding en criminaliteit onduidelijk
o Is criminaliteit echt een natuurlijk verschijnsel?
o Theorie kan omvang en type criminaliteit niet verklaren
o Vier dimensies zijn niet wederzijds uitsluitend
o Geen bewijs voor involvement en belief
Kritiek op Gottfredson en Hirschis zelfcontroletheorie
o Kan niet alle vormen van criminaliteit verklaren
o Waarom neemt crimineel gedrag af met leeftijd?
o Verwaarlozing van delinquente leeftijdsgenoten en bendes
o Onderschatting van sociaaleconomische factoren en opportuniteiten
INTERMEZZO: 3 UITDAGINGEN VOOR HET SOCIOLOGISCH POSITIVISME
Drie uitdagingen voor het positivisme sinds jaren 60:
1. Labelingbenadering
o Afwijzing van causaliteit, focus op definities en deviantie
o Interpreterende, inductieve, sociologische aanpak, constructivistisch en soms relativistisch
2. Conflict, radicale, of kritische criminologie
o Politieke economie van criminaliteit en haar beheersing, focus op machtstructuren, vaak Marxistisch
o Political activist en normatief: nieuwe sociale orde was einddoel
3. Realisme, neoclassicisme
o Rationele mens, focus op opportuniteiten
o Ook normatief: kritiek op vooruitstrevend beleid, focus op rechtvaardigheid
o Heropleving van gouvernementele project >> administratieve criminologie
DE LABELINGBENADERING
Labelingbenadering gefundeerd in symbolisch interactionisme:
Grondleggers symbolische interactionisme: George Mead en Herbert Blumer
Nadruk op sociale interactie op microniveau: de subjectieve betekenis die mensen toewijzen aan acties (menselijk gedrag), gebeurtenissen en dingen
o Interpreteren van elkaars gedrag en daar eigen gedrag op afstemmen, beelden vormen van elkaar en gedrag uitwisselen
Geen formele focus, maar affiniteit (= aantrekkingskracht/ binding) met deviantie
o Deviantie ontstaat binnen de sociale interactie, wanneer individu een reactie ontvangt op zijn gedrag
Labeling in plaats van oorzaken:
Deviantie = inbreuk op formele en informele regels i.p.v. afwijking van gezonde of normale
o Visie op maatschappij: pluralistisch of conflictperspectief
Groot succes in de jaren 1960
Labeling is geen n alomvattende theorie, wel drie gemeenschappelijke kenmerken
o Constructie deviantie
o Erkenning ongelijkheid in labelingproces: bepaalde mensen hebben hogere kans om een etiquette te krijgen
o Ervaring van gelabelde persoon en gevolgen: interesse in de reacties die mensen die zon label krijgen ontwikkelen
De evolutie naar de labelingsbenadering: belangrijke voorlopers:
Beginpunt: in een boek van Tannenbaum Crime and the Community (1938)
o Er word gepraat over de Dramatization of evil en vooral de toepassing op jeugddelinquentie: hij zei dat het heel belangrijk is om een beperkte reactie te hebben op criminele gedragingen bij jonge mensen omdat deze reactie hun criminele identiteit zou kunnen versterken
Lemerts Social Pathology (1951)
o Primaire deviantie: gewone criminele gedrag van een jong persoon
o Secundaire deviantie (vooral belangrijk vr Lemert): ontstaat als jonge mens die criminaliteit pleegt een bestempeling krijgt van anderen dat hij crimineel is, hij beschouwt zichzelf mss niet als crimineel maar vanaf dat hij dit label krijgt van bvb zijn ouders dan zal hij zich crimineel beginnen voelen
o Volgens Lemert kan labelling van secundaire deviantie leiden tot deviance amplification door self-fulfilling prophecy: men krijgt dit label en zal zich er dan ook naar gedragen omdat men steeds minder legitieme opties heeft in de maatschappij, zijn label is al geplaatst
Studies pas in jaren 1960 herontdekt
Beckers Outsiders: Studies in the Sociology of Deviance (1963):
Uitgangspunt: menselijk gedrag is inherent sociaal
Kernthese:
o Social groups create deviance by making the rules whose infraction constitutes deviance and by applying those rules to particular people and labeling them as outsiders.
o From this point of view, deviance is NOT a quality of the act the person commits, but rather a consequence of the application by others of rules and sanctions to an offender. The deviant is one to whom that label has successfully been applied, deviant behavior is behavior that people so label (p. 9)
Kansarme mensen hebben meer kans om etikettering te ervaren
Maar geen passief subject, er is nog vrij wil ook voor getiketteerde individuen
o In latere verwerkingen verliest subject autonomie
Beleidsaanbevelingen:
Aanhangers labelingtheorie hebben beleidsaanbevelingen ontwikkeld
Beleid: zo weinig mogelijk interventies
o Vooral bij jongeren heel voorzichtig zijn, ter voorkoming van secundaire deviantie
o Idee van om-/afleiding komt daarvandaan (diversiemaatregelen)
Voor de meest radicalen: abolitionisme (= afschaffing doodstraf)
Invloedrijke theorien bouwen op labelingbenadering:
Evaluatie labelingbenadering:
Een nieuw (sociologisch) benadering, maar geen volledig ontwikkelde theorie
Problematisering van het begrip criminaliteit was innovatief (en nodig!)
o Maar: geen deviantie zonder sociale interventie?
Voor Becker & Co. wel, voor sommige latere auteurs niet
Devianten als passieve slachtoffer?
Kritiek afhankelijk van het perspectief
o Voor positivisten: vaag, simplistisch en zonder empirische ondersteuning
o Voor fenomenologen: niet ver genoeg in deconstructie
o Voor kritische criminologen: niet genoeg aandacht voor machtsstructuren
Becker repliceert:
o I never thought the original statements by myself and others warranted being called theories, at least not theories in the fully articulated kind they are now criticized for not being (p. 178)
CONCLUSIE
Moderne sociologische positivisme, labelingbenadering (en kritische criminologie) zien criminaliteit als resultaat van maatschappelijke processen
o Sociologische positivisme dominant tot 1960 en sociologische insteek tot 1980-90
Zelfs binnen positivisme geen consensus over oorzaken
o Voor Chicago school: sociale desorganisatie
o Voor Merton: anomie en strain
o Voor Cohen en Cloward en Ohlin: subcultuur
o Voor Hirschi: gebrek aan sociale bindingen
o Voor Gottfredson en Hirschi: gebrek aan sociale controle
Labelingbenadering: geen uitgewerkte theorie, maar omdraaien van perspectief heel innovatief en nuttig
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question