Maak een oefenexamen van de volgende tekst: KERNBEGRIPPEN EN DEFINITIES
Veelvoorkomende criminaliteit = een bepaalde groep van criminele feiten die zeer frequent voorkomen in de maatschappij en dewelke hinderlijk zijn of onveiligheidsgevoelens bij burgers kunnen veroorzaken
Veelvoorkomende criminaliteit vs. gewone criminaliteit vs. kleine criminaliteit
Parapluterm voor een heleboel criminele feiten
3 hoofdcategorien:
1. Vermogenscriminaliteit/ eigendomscriminaliteit
o Diefstal en afpersing
o Geweld tegen eigendom vb. vandalisme, vernieling, brandstichting
2. Gewelds- of persoonscriminaliteit (= misdrijven tegen de lichamelijke integriteit)
o Moord en doodslag
o Slagen en verwondingen
o Verkrachting
o Aanranding van de eerbaarheid
o => vaak te maken met zwaardere criminaliteit
3. Jeugdcriminaliteit
o Alle inbreuken gepleegd door minderjarigen
Verschil eigendomscriminaliteit en geweldscriminaliteit niet altijd even duidelijk: in geval van diefstal met geweld
Verschil doodslag en moord:
Doodslag:
o Art. 393 Sw.
o Iemand opzettelijk doden zonder voorbedachte rade
Moord:
o Art. 394 Sw.
o Iemand opzettelijk doden met voorbedachte rade
Voorbedachte rade of niet, 2 versch artikelen in strafwetboek
Kernbegrippen:
Frequenties= absolute (criminaliteits)cijfers
o Geen context, moeilijk vergelijkbaar
o Vb. in belgi zijn de laatste tijd x moorden gebeurd
Prevalentie = voorkomen; de proportie van het totale aantal gevallen van een fenomeen in een populatie
o aantal personen drager van bepaald kenmerk in bepaalde tijdspanne in functie van het aantal subjecten in de onderzoekspopulatie
o men maakt een berekening en kijkt naar wat het percentage is van mensen met een bepaald kenmerk-> hoe vaak komt een bepaald kenmerk voor bij mensen in een populatie
o vb. 3 tot 6% van de mannen in de brede bevolking heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis
o vb. 5,1% van Belgische bevolking heeft tijdens laatste jaar cannabis gebruikt (laatste jaar prevalentie)
Criminaliteitsgraad= In essentie: berekening prevalentie = criminaliteitsgraad als prevalentie toegepast op het voorkomen van misdrijffenomenen
o OOK mogelijk: criminaliteitsmaandgraad, gemiddelde criminaliteitsmaandgraad, criminaliteitsjaargraad
o vb. in 2009 waren er 1,7 moorden per 100,000 inwoners in Belgi
Trend= vergelijking criminaliteitscijfers over tijd
o Stijging of daling
o Verschil berekenen tussen oude en nieuwe waarden
((nieuwe waarde oude waardeoude waarde) en dan al dan niet uitkomst*100 voor %
Criminaliteitsindex= gewogen graad met delicten die eerder ernstig zijn
o Relatief risico
o Vb.
BELGISCHE CIJFERS EN TRENDS
Geen exacte cijfers kennen, wel weten wat de trends zijn van de hoofdcategorien
ALGEMEEN OVERZICHT
Categorien in rood sterk gestegen sinds 2000
Lichte groei 2000-2011
Daling vanaf 2011: -18,5% (met uitzondering van 2020)
Vanaf 2000 daling: 13,5%
= Algemene trend geregistreerde criminaliteit (2020- 2021)
EIGENDOMSCRIMINALITEIT
Algemene daling van 54,4% sinds 2000
Diefstal met vzo (= verzwarende omstandigheden): -58,1%
In het algemeen zien we een daling maar toch kwam er in 2022 weer een stijging
Zeer sterke daling van autodiefstal sinds 2000 (-88,4%): het is nu niet meer zo makkelijk om een auto te stelen
Daling, stijging, en opnieuw daling van woninginbraak (totale trend -54,6%) (vandaag bijna de helft t.o.v. 2000)
exponentile groei informaticacriminaliteit:
gelijkaardig beeld op Vlaams, Waals en Brussels niveau
PERSOONSCRIMINALITEIT
Stijging van persoonscriminaliteit (vooral groot bij slagen en verwondingen, bijna 1/3de meer)
IFG= intra familiaal geweld: heel erg gegroeid
Moord en doodslag: met bijna 100% gegroeid t.o.v. 2000
Kloppen de cijfers? Is er een verklaring voor de cijfers?
Bij de invoering huidige statistieken heeft men besloten geen versch te maken tss poging en voltooide moorden en doodslagen
Waarom zon sterke stijging in geweldscriminaliteit?
Niemand weet het, MAAR:
Niet noodzakelijk stijging in aantal feiten
Stijging in statistieken kan ook te maken hebben met waarnemingen, aangiften, en politieactiviteiten en -registratie
o Versch slagen en verwondingen en poging tot moord hangt ook af van de interpretatie, sommige zullen bepaalde cases mss al zien als poging tot moord en anderen eerder als gewoon slagen en verwondingen
In Belgi is er geen database voor moord/doodslag
Betere gegevens en meer onderzoek zijn nodig!
Men ziet dat pogingen tot moord en doodsslag heel sterk gegroeid zijn ten aanzien van 2000
Maar de voltooide moorden zijn sterk gedaald
Wat weten we nog meer over moorden (inclusief doodslag) in Belgi?
Cijfers zijn betrouwbaar: weinig onderrapportage
totale aantal Moord/doodslag = slechts zeer klein percentage van algemene geregistreerde criminaliteit (0.1%)
Types moorden: bijna geen onderzoek in Belgi .
Seriemoordenaars la Dutroux komen gelukkig heel zelden voor
Typologie van moorden (inclusief doodslag) en de gegevens van Nederland 1992-2006:
Moorden in de familiesfeer (30%)
o Partnerdoding (17%)
o Kinderdoding (4%)
o Ouderdoding (2%)
o Overig (7%)
Moorden bij ruzies buiten familiekring (21%)
Moorden in de criminele sfeer (13%)
Roofmoorden (7%)
Seksuele moorden (3%)
Overige (14%)
Niet opgelost (13%)
Seksuele moorden gebeuren zelden, meeste moorden gebeuren in familiesfeer
Buiten familiekring: men kent elkaar al wel maar heeft ruzie
Bevindingen uit Europees onderzoek:
De meeste daders zijn mannen ( 90%)
Velen van hen hebben problemen gehad als kind
Velen zijn laagopgeleid of werkloos
Voornaamste leeftijdscategorie van daders is 20 tot 40 jaar
70% van slachtoffers zijn mannen
Vaak persoonlijke en/of emotionele redenen als motief
o 50% van alle mannelijke en bijna alle vrouwelijke slachtoffers kennen hun daders
50% van daders en slachtoffers zijn van allochtone afkomst
Moordcijfers (inclusief doodslag) van Belgi en andere EU landen
Belgi heeft hoog moordcijfer
Wat weten we nog meer over moorden (inclusief doodslag) in Belgi?
Cijfers zijn betrouwbaar: weinig onderrapportage
Moord/doodslag = slechts zeer klein percentage van algemene geregistreerde criminaliteit (0.1%)
Types moorden: bijna geen onderzoek in Belgi . maar zoals in andere landen vooral moorden tussen familieleden en vrienden
o Weinig moorden in de criminele sfeer, nog minder seksuele moorden
Hogere moordgraad in Belgi tav andere West-Europese landen: onduidelijke redenen
JEUGDDELINQUENTIE
Cijfers en trends:
Voornamelijk eigendomscriminaliteit, overwegend gepleegd door jongens
Trends in jeugddelinquentie:
o Algemene daling van 2010 tot 2020
o Tijdelijke stijging in 2020 (deels door coronadelicten)
Jeugdonderzoeksplatform (JOP-monitor): 1/5 jongeren pleegde in het voorbije jaar minstens n feit
Daderprofiel:
o Jongens meer betrokken bij delicten
o Maar: geslachtsverschillen verminderen, vooral bij online delicten (bij straatdelicten zijn het vooral jongens)
Geografische spreiding:
o Grootstedelijke jeugd: vaak daderschap van online dan offline misdrijven
o Vlaanderen: meer slachtofferschap van seksueel getinte fotos
Risicofactoren en slachtofferschap:
o Leeftijd, geslacht, familiale omstandigheden,..
o Grootstedelijke scholen: meer SO-schap van diefstal, intimidatie en afpersing
o Meisjes: groter risico op straatbedreiging en online bedreiging
o Meervoudig SO-schap vooral bij bekendheid dader-SO en veel tijd spenderen in dezelfde omgeving
INTERNATIONALE EN HISTORISCHE TRENDS
TRENDS MOORDEN
Fenomenale daling West-Europese moordgraad:
Begonnen op verschillende momenten in verschillende landen
Wel (kleine) stijgingen: laatste tussen 1950-1990, na WOII
moord en doodslag in historische context: moordgraad per 100 000 inwoners
Elias civilisatiehypothese (+ Spierenburgs hypothese):
Civilisatieproces volgens Norbert Elias:
o Studie van etiquetteboeken van de 15e tot 18e eeuw
o Bevolking internaliseerde gedragsvoorschriften geleidelijk
o Nadruk op zelfbeheersing, terughoudendheid en planning: mensen zijn terughoudender tegenover vroeger
o Priv geweld toenemend onder controle van overheid
o Civilisatieproces= vorm van zelfbeheersing, heeft vooral te maken met ontstaan van moderne staat (vroeger kon ied geweld gebruiken maar monopolisering van geweld gebeurd, vandaag word geweld vooral gebruikt door de overheid en vertegenwoordigers van de overheid)
Hypothese van Pieter Spierenburg:
o Blootstelling aan dagelijkse criminaliteit vermindert angst en tolerantie: mensen hadden in het verleden meer directe ervaringen met geweld omdat geweld toen veel normaler was en bijna dagelijks gebeurde-> intussen is geweld (pogingen tot moord en doodslag) strafbaar
o Afstand tot geweldcriminaliteit vergroot afkeer en angst
o Media-aandacht en sociaal-politiek klimaat benvloeden perceptie van veiligheid: we horen heel vaak nieuws over geweld door de media, hierdoor zijn we steeds banger geworden voor geweld, we voelen ons onveilig (niet omdat we ECHT onveilig zijn maar omdat we info krijgen over geweld en geen directe ervaringen meer hebben)
DE CRIME DROP
forse stijging in de geregistreerde criminaliteit vanaf 1950
Criminaliteit steeg, alle vormen (niet alleen gewelds), veel burgers werden bang voor criminaliteit en vroegen voor maatregelen om de burgers te beschermen
maar daling vanaf begin jaren 90
Daling gebeurde op de versch plaatsen op versch momenten
Forse daling in de VS maar ook in Europa:
Eurostat (2018) meldt
o - 36% autodiefstallen in EU tussen 2008 en 2016
o -24% roven in EU tussen 2012 en 2016
of shift naar internetcriminaliteit?
De crime drop:
1. Complex fenomeen: daling verschillende vormen veelvoorkomende criminaliteit in de meeste westerse landen
2. Internationaal verspreid: niet allen VS, internationaal fenomeen
3. Meerdere factoren: waaronder:
1. Economische welvaart
2. Demografische trends (vergrijzing)
3. Verschuiving naar online criminaliteit
4. Veranderingen in opvoeding en jeugdgewoontes
5.
Een van de meest significante criminologische fenomenen van de moderne tijd, totaal onverwacht!
Reductie van gelegenheid door reactieve beveiliging:
Volgens analyse van Farrell et al. (2011) en van Dijk (2012) van de ICVS: domino-effect en instaphypothese
o Ze maken een link met de toegenomen beveiliging
In jaren 70: veel vrouwen gingen werken dus veel huizen stonden leeg-> makkelijker inbraak plegen
Welvaart steeg, mensen werden rijker, dieven konden meer dure goederen stelen
Vanaf 1980: mensen beschermden hun eigendommen beter, dus nu moeilijker om dingen te stelen of in te breken, inbraak en autodiefstallen daalden
-> responsieve beveiliging: beveiliging die is gekomen als respons op de stijging van criminaliteit
o Domino-effect: ze zeggen dat er een daling is van inbraken en autodiefstallen al van einde jaren 80, deze daling van eigendomscriminaliteit heeft zich verspreid tot andere criminaliteitsvormen, vanaf deze eeuw ziet men dan ook een daling van geweldsdelicten
o Instaphypothese: volgens hem zijn bepaalde criminelen niet begonnen met zware diefstallen doordat mensen meer beveiliging hadden, ze gingen niet meteen beginnen met autos te stelen en hadden dus geen ervaring met zware diefstallen, niet de enige verklaring voor crime drop maar wel een plausibel antwoord
Belgi in lijn met andere landen?
(Latere) daling van eigendomscriminaliteit in Belgi
o Latere daling is misschien het gevolg van lager beveiligingsniveau
Stijging van geweldscriminaliteit in Belgi is eigenaardig
o Maar ook in Belgi daling van voltooide moorden/doodslagen in laatste jaren
o Andere landen (i.e. VK en VS) ervaren intussen ook weer stijging van geweldcriminaliteit: heeft te maken met verandering in waarneming
CONCLUSIE
Verschillende vormen veelvoorkomende criminaliteit: eigendomscriminaliteit, persoonscriminaliteit en jeugddelinquentie
Vermogenscriminaliteit is veel voorkomender dan geweldcriminaliteit
In Belgi ook daling van vermogenscriminaliteit, maar stijging van geweldcriminaliteit (incl. officile moorden met pogingen)
Internationale trends en vergelijking
o Historische daling van moorden in heel Europa
o Stijging van criminaliteit vanaf jaren 1950 maar opnieuw sterke daling sinds 1990
Demografische trends, toename van gelegenheden en reactieve beveiliging kunnen algemene criminaliteitstrend verklaren
Shift naar internetcriminaliteit?
o In Belgi gebeurde daling voor veel delicten pas later
o Hoge moordgraad in Belgi, onduidelijke redenen
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question