Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 2.1 PLATO (428-347 VC)
Platoonse filosofie balanceert tussen het zoekende en altijd voorlopige karakter van het weten, en de tendens om zo een coherente en systematische verklaring van de werkelijkheid te bieden.
IN DE BAN VAN SOCRATES
Was de leermeester van Plato
Ethische dimensie blijft bij Plato centrale plaats bekleden
DE ZIEL
Ontwikkeling zielsleer o Ziel principe van het leven => kern van de persoonlijkheid o Beginsel zedelijk leven
Morele goedheid: o Redelijke ziel (verstandigheid) o Vurige of driftige (dapperheid) o Vermogen tot begeren (zelfbeheersing/mate)
alle 3 eigen werkterrein
deze 3 samen vormen RECHTVAARDIGHEID
HET INZICHTELIJKE
Arbitraire opvattingen van andere orde dan inzicht
Kennis gaat over: o Zijn o Het vaste
o Het stabiele in de werkelijkheid
INNOVATIE: kennis houdt zich niet bezig met het zichtbare maar wl met het puur inzichtelijke
Zuiver inzichtelijke = ware werkelijkheid, waarvan zintuiglijke slechts afschaduwing is
HET PROBLEEM VAN DE MORELE OPVOEDING
CENTRALE VRAGEN VANUIT 1 OVERKOEPELENDE PROBLEMATIEK
morele opvoeding van de mens, moet worden ontwikkeld binnen de ruimere morele orde van de staat
We delen opinies of meningen: vinden dat dit goed is en leren het aan onze kinderen o Waarvan we niet kunnen aangeven waarom ze waar zijn o Uitermate kwetsbaar
Stabiele morele houding nodig die tegen slechte invloeden bestand is.
DE MORELE STAATSORDE
Staat hangt af van goed bestuur: organisatie door mensen met filosofische ziel omv wijsheid uitverkozen
1. Leiders (wachters) : redelijkheid
Belangenloos zijn: geen priv-eigendom & familiebanden
2. Helpers : dapperheid
(opdeling van de wachters)
Bewaken interne en externe veiligheid van de staat: leger en politie
3. Handwerkers (landbouwers & ambachtslieden) : zelfbeheersing
Voorzien in de materile behoeften van de hele bevolking
Staat = rechtvaardig als taken correct vervult worden
Staatsorde // inwendige orde vd inwendige ziel
Mens is een mini-staat
Probleem: men gaat nooit mensen vinden die volledig beantwoorden aan de vereisten die men stelt!
DE KENNIS
KENNIS
Wereld van het zijn
Stabiel
Volmaakt
Universeel
waarneming overstegen
ZINTUIGELIJKE WAARNEMING
(mening)
Wereld van het worden
Onstabiel
Onzuiver
Particulier
Ideen (vormen)
= vaste ijkpunten die ons toelaten de wereld rondom ons te begrijpen o Afzonderlijk bestaan
PARTICIPATIE
= relatie tussen zintuiglijke wereld en die ideen
Mimsis = nabootsing o Zintuiglijke waarnemingen zijn de verafschaduwing van ideen o Concrete hond x + concrete hond y + concrete hond z = idee hond
HET GOEDE
Overgerfd van Socrates
Verheven boven alle ideen: ook boven het zijn
Aan gene zijde van het zijn
met de zon
Ideen elk op hun beurt volmaakt:
het rechtvaardige behelst niet zomaar rechtvaardigheid, maar komt neer op perfectie, de ideale rechtvaardigheid o idee niet enkel ideel maar ook ideaal o op die manier draagt elk idee het goede in zich!
LOSLATEN VAN HET LICHAMELIJKE
Voor geboorte: ziel aanwezig in ideenwereld => perfecte kennis
Bij incarnatie (geboorte): kennis verloren moeten dit terug activeren
o Wederherinnering (anamnese):
Komt geleidelijk tot stand, eerst door zintuigelijke afbeeldingen: brengen ons niet rechtstreeks tot ideen
idee zelf moet herinnerd worden zonder ervaring
maieutiek (vroedvrouwkunde)
Brengt stelling in herinnering o Dialectiek
= dialoog die we met onzelf of met anderen voeren, dwingt ons rekenschap af te leggen van elk bereikt resultaat
we bereiken toestand die we voor geboorte hadden o Leren sterven
Scheiding lichaam en ziel voorbereiden
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question