Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 4.1 HET RATIONALISME VAN RENE DESCARTES (1596-1650)
Filosofie ten dienste van de wetenschap.
Grondlegger analytische meetkunde.
Filosofie schoot te kort net daar waar de wetenschap het sterkst staat: in de wiskundige methode om tot zekerheid te komen.
1. Analyse (ontbinding)
Wiskunde klimt op tot de 1e basisprincipes
Bij analyseren vraagstuk ontdekt men de basisprincipes.
2. Synthese (samenstelling)
Oorzaken met oog op effecten
Verklaren vanuit een keten van definities en axiomas die vooraf opgesteld zijn.
Mathesis universalis
Alle kennis van de werkelijkheid systematiseren volgens dezelfde, volledig mathematisch verantwoorde methode.
Rationalisme
= zekerheid over de werkelijkheid buiten ons wordt verworven door de rede en niet door de zintuigen.
DE TWIJFEL
Methode om door te stoten op het onbetwijfelbare
Twijfel = methodisch maar ook universeel o Auctoritates
Elke mogelijke aanname, elk mogelijk argument wordt verworpen, zolang we geen zekerheid hebben over fundering ervan.
o Zintuigen (fata morgana)
Wantrouwen tov de zintuigen o Metafysische twijfel
Wat als denken zo in elkaar zit dat het structurele fouten begaat
hypothese: le malin gnie
gaat over de geldigheid in het instrumentarium van het denken
EERSTE ZEKERHEID: JE PENSE DONC JE SUIS
Er is zeker dat er een activiteit is.
Twijfel kan niet door de twijfel onderuit gehaald worden.
DAT ik twijfel
Dat IK twijfel
Om die twijfel te dragen is er een substantie nodig => denkende substantie denken is meer dan enkel nadenken: ook willen en voelen
DUALISME
SUBJECTIVISME heeft keerzijde: wereld van het object wordt nu de buitenwereld, waarover voorlopig niets geweten is
Dualisme (res cogitans vs res extensa) We weten niet of er een buitenwereld is
Breuk tussen denkende en uitgebreide zaak
Ontmoeten elkaar in de pijnappelklier
res cogitans
(innerlijke wereld van het denken) res extensa
(uitwendige wereld die van een andere orde is)
Gesloten bewustzijn (cogito ferm) o Identiteit
o Prioriteit intellectuele activiteit
HET PROBLEEM VAN DE BRUG
Waarom cogito onbetwijfelbaar zeker?
Ide claire et distincte o Welonderscheiden: idee helemaal op zichzelf gekend, los van al het andere o Logisch evident
Bijkomende criteria o Ingeboren (ides innes)
moeten van nature aanwezig zijn in het cogito o Verwijzen per definitie naar bestaanb buiten het cogito o Garandeert juistheid denken van buiten uit
Zekerheid over de buitenwereld: malin gnie uitschakelen, die zekerheid van de mathematische kennis in de weg staat.
TWEEDE ZEKERHEID: HET BESTAAN VAN GOD
Ide de linfini o Logisch evident o Op zichzelf gekend o Ingeboren o Verwijst per definitie naar bestaan buiten cogito? o Garandeert juistheid denken van buiten uit?
2 godsbewijzen
1. A POSTERIORI
o Vertrekt uit gekende effecten
(aanwezigheid van het idee van de oneindigheid in het cogito) van daaruit opklimmen naar oorzaak die effecten heeft voortgebracht
o Causaliteit
Effect= oorzaak van het oneindige
Oorzaak > gevolg (minstens evengroot)
Cogito is NIET oorzaak
Oorzaak groter dan ikzelf (idee oneindigheid)
Oorzaak = volmaakte oneindigheid = GOD
god heeft cogito in mij geplant
2. A PRIORI o Op grond van een analyse van een godsidee komen we tot de conclusie dat God noodzakelijk moet bestaan.
o Analyse
Oneindigheid impliceert volmaaktheid
Wat niet bestaat, kan niet volmaakt zijn
Idee oneindigheid impliceert bestaan oneindigheid
Idee oneindigheid impliceert bovendien goedheid en waarachtigheid
Als god bestaat dan moet hij volmaakt zijn, goede god bedriegt ons niet in ons
denken
= 1e stap buiten het cogito
Ontkrachting hypothese malin gnie
verwijst naar de waarheidswaarde van de puur abstracte (mathematische) begrippen
DERDE ZEKERHEID: HET BESTAAN VAN DE BUITENWERELD
Ide de ltendu (uitgebreidheid, innemen van plaats) o Logisch evident o Op zichzelf gekend o Verwijst naar buitenwereld, maar bewijsbaar?
Rpresentations in cogito (voorstellingen: beelden, geluid, geur,)
Oorzaak is NIET cogito
Oorzaak is NIET god
oorzaak = derde substantie
buitenwereld bestaat
Mediaat realisme (bemiddeling)
Tussen medium medierende factor, tussen de voorstellingen
Kan men ervan uitgaan dat iets bestaat? Men kan de zintuigen vertrouwen op voorwaarde dat men er een verklaring voor heeft. aangetoond dmv de rede
(kwantitatieve kennis)
DE MATHEMATISCHE STRUCTUUR VAN DE WERKELIJKHEID
Dat de wereld bestaat o Dankzij rpresentations (door iets veroorzaakt) o Dankzij causaliteit
Dat de wereld is zoals hij in de voorstellingen verschijnt o Dankzij God
Wat de wereld is o Dankzij ide de ltendu (wereld van uitgebreide zaken)
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question