Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 4.3 HET KRITISCH IDEALISME VAN IMMANUEL KANT (1724-1804)
Filosoof van de verlichting (Aufklrung)
Vooruitgang van de mens onstuitbaar als elke mens individueel de verantwoordelijkheid voor zichzelf zou opnemen en zijn leven op een redelijke manier zou ordenen.
Een cht gebruik van de rede is autonoom: o Rede stelt eigen wet
o Laat de mens toe om in vrijheid te leven
Wereld kan alleen beter worden als het subject zichzelf ontvoogdt.
Rede actief op 2 vlakken o Theoretische kennis = wetenschap
Kritik der reinen Vernunft o Redelijk handelen = moraliteit
Kritik der praktischen Vernunft
RATIONALISME EN EMPIRISME
Kant zal proberen aan scepticisme te beantwoorden, precies door het ten zeerste au srieux te nemen.
o Welke rol speelt de waarneming in de kennis?
Terminologie: o A priori = universeel en noodzakelijk geldig zonder aan de empirie te moeten worden getoetst. o A posteriori = uitspraak, gebaseerd op de empirie, die niet universeel en noodzakelijk geldig is.
o Analytisch = uitspraken waarvan de geldigheid gegarandeerd wordt door de betekenis van de termen zelf: analyse van de uitspraak laat ons toe de waarheidswaarde ervan te bepalen.
o Synthetisch = uitspraken waarin de termen worden gecombineerd: er wordt iets nieuws geaffirmeerd dat niet gegeven is in de definitie van de termen zelf.
Classificatie van uitspraken:
1. Synthetisch a posteriori
Verbinding onderwerp en empirische vaststelling
Bv. De postbode is geweest. (brief in de brievenbus)
Bv. Het regent (alles is nat rond mij)
2. Analytisch a priori
Inhoud van het begrip expliciteert, empirische vaststelling overstijgt
Bv. Een cirkel is rond
Bv. Alle vrijgezellen zijn ongehuwd
3. Synthetisch a priori
Verbinding van onderwerp en predikaat dat de empirische vaststelling overstijgt door aanspraak te maken op algemene geldigheid en noodzakelijkheid.
niet te reduceren tot een analyse van de termen zelf
moeilijk te verklaren
Bv. Water kookt op 100C
Bv. 2+5=7
4. Analytisch a posteriori KAN NIET
Want analytisch oordeel moet altijd universeel en noodzakelijk geldig zijn. Onafhankelijk van de empirie.
Hoe zijn synthetisch a priori uitspraken mogelijk?
Is het wel mogelijk om kennis over de wereld te verwerven, die de empirie overstijgt?
o Ze affirmeren iets nieuws en maken aanspraak op universele geldigheid, zonder dat elk afzonderlijk geval empirisch moet worden geverifieerd.
o Wetenschappen hebben rele vooruitgang geboekt MAAR niet achterhaald hoe ze mogelijk zijn
COPERNICAANSE REVOLUTIE
We moeten in filosofie een copernicaanse revolutie doorvoeren:
Aandacht richten op de actieve rol die het subject speelt in de kennisverwerving. we gaan objecten construeren, niet passief ondergaan
TRANSCENDENTAAL STANDPUNT
We moeten standpunt vinden van waaruit we scepticisme kunnen overstijgen!
1. Scepticus twijfelt aan alles maar twijfel zelf is rel.
Er moet een subject zijn voor wie het sceptisch standpunt een standpunt is.
2. Sceptische twijfel gaat uit van een tegenstelling tussen objectieve en subjectieve ervaringsoordelen.
Dit onderscheid is voorwaarde om te kunnen twijfelen.
in twijfel lijkt iets objectief, maar in de werkelijkheid is het een pure subjectieve fictie
3. Het komt erop aan dat subject uit (1) zelf objectief is.
Universeel geldig en particulariteit overstijgen.
Voor stap 3 moet het subject zichzelf onderzoeken.
Transcendentaal standpunt = aan zichzelf ontstijgen van het subject
Transcendentale onderzoek:
richt zich op de manier waarop de dingen worden gekend, en niet op de dingen zelf.
Vraagt naar mogelijkheidsvoorwaarden die voorafgaan (a priori) aan de objectkennis, en het benadert het subject van zijn puur formele kant, los van elke inhoudelijke bepaling.
DOEL: komen tot de a-priori voorwaarden van objectieve rationele kennis
ANALYSE VAN HET KENPROCES: FASE 1. TRANSCENDENTALE ESTHETIEK
Analysering van de waarneming
Prikkels komen binnen bij de zintuigen
instroom wordt passief ondergaan (de gewaarwording)
Subject = actief als waarnemer en structureert de prikkels o Om dit te doen beschikt waarnemingsvermogen over eigen instrumentarium
Tijd
Ruimte
Opleggen waardoor de veelheid van de prikkels worden geordend tot 1 waarneming => Anschauung
(gewaarwording + tijd en ruimte = anschauung)
Tijd en ruimte = a-priori vormen van de waarneming
subjectieve elementen die behoren tot de basisuitrusting van het transcendentale subject
1e ingeboren principes die we in onze zoektocht ontdekken !!
Getuigt van een rel bestaan van iets buiten mij: Geen reden om aan te nemen dat waargenomen prikkels niet tot een bepaald ding behoren
Dat ding op zichzelf (Ding an sich), los van de waargenomen prikkels, kan ik op geen enkele manier achterhalen.
We nemen dingen waar, voor zover ze zich aandienen.
FASE 2. TRANSCENDENTALE ANALYTIEK
Voeren met verstand een bewerking uit op de Anschauung
Laat toe om verschillende vormen van het object te analyseren
RESULTAAT = kenobject
Categorien
o A priori vormen van het verstand o 12
Kwaliteit
Kwantiteit
Relatie
Modaliteit o Op zichzelf geen kennis, heeft waarneming nodig en omgekeerd
verzoent rationalisme en empirisme
Kennis is resultaat van de toepassing van deze schemas: Categoriseren van de kenmerken van de waargenomen objecten
Verstand = passief en actief tegelijk o Passief: inhoud aangereikt krijgt vanuit de waarneming o Actief: doordat het zelf formeel ingrijpt in de waarnemingsstof
gedachten zonder inhoud zijn leeg, waarnemingen zonder begrippen zijn blind
Kenobject = wat binnen en door het subject zelf wordt opgebouwd, op grond van de waarneming.
GEEN KENNIS MOGELIJK ZONDER WAARNEMINGSSTOF
Das Ding an sich ist ein Unbekanntes
we kunnen niet weten wat de boekentas voor ons is
Transcendentaal subject/ Ich denke = mijn kenacten
elke mens eigen kenacten, eigen waarnemingen
Relatie
categorisch Deze steen is zwaar. substantie-accident
hypothetisch Als een steen zwaar is, kan ik hem niet optillen. oorzaak-gevolg
disjunctief De steen is zwaar of licht. wisselwerking
FASE 3. TRANSCENDENTALE DIALECTIEK
Vermogen dat aan het werk is is de zuivere rede (Vernunft)
Enkel het denken ah werk, kennis niet meer
Thematiek traditionele metafysica keert terug: o Ik o Wereld o God
3 transcendentale ideen:
Nooit kennen (want niet waargenomen)
Spelen wl rol in ons denken
Kernobjecten in deze ideen betrekken.
Regulatief: fungeren als aantrekkingspolen of magneten die automatisch elk een aantal kenobjecten tot een eenheid structureren.
DE METAFYSICA ALS ONMOGELIJKE WETENSCHAP
Theoretisch agnosticisme:
Over de grote themas van de metafysica kan nooit zekere kennis worden bereikt.
Wie zegt dat metafysica wel tot niveau kennis kan komen:
komt in fase van transcendentale schijn (of fatale illusie)
wordt door de aard van de zaak zelf gedwongen zichzelf tegen te spreken.
Metafysica is onmogelijke wetenschap
kennis niet mogelijk want er zijn geen prikkels
STOP met godsbewijzen: men kan hier geen wetenschap van hebben
KRITIEK VAN DE PRAKTISCHE REDE
Mogelijkheidsvoorwaarden binnen de ethiek
Uitgangspunt: moreel feit: besef dat plichten vervuld moeten worden.
begrijpen hoe dat plichtsbesef zich aan ons kan voordoen
plicht doet zich voor als iets onvoorwaardelijks
gij zult niet doden regels die zich categorisch voordoen (geen uitzonderingen) Plicht onvoorwaardelijk en overal geldt, ongeacht omstandigheden.
Hoe kan dit? Men kan maar liegen wanneer men ervanuit gaat dat de andere de waarheid spreekt. Als men ervanuit gaat dat je liegt dan bestaat er geen liegen.
Vgl Aristoteles:
o A: beschouwt ethiek als gericht op een einddoel (streven naar geluk), dan maakt hij de ethiek hypothetisch: afhankelijk van een achterliggend doel. o K: zoekt ipv een beschrijving van wat in de concrete omstandigheden en voor mij persoonlijk een goede, deugdzame reactie is een formele bepaling van universele regels die voor iedereen onverkort geldig zijn
Vervullen van plicht geluk
We doen het niet om het geluk maar dit is een gevolg
Categorische imperatief:
De wet die de rede zichzelf onvoorwaardelijk oplegt en waarmee ze haar handelen onderwerpt aan de eis tot universaliteit.
Hoogste goed = volmaakte realisering zedelijkheid
Postulaten van de praktische rede
1. Onsterfelijkheid van de morele persoon
Verwezenlijking deugd is niet volmaakt: plichtsvervulling en streven naar volmaakte zedelijkheid spelen zich af tegen een oneindige horizon. Persoonlijk eeuwig voortbestaan.
2. Bestaan van God
God die de plichtsvervulling op een rechtvaardige manier met geluk zal belonen.
3. Vrijheid
Bestaat in het vermogen om een volmaakte zedelijkheid te realiseren.
3 postulaten komen overeen met de transcendentale ideen (Ik, God en wereld)
Menselijke rede kan toch doordringen tot de metafysische werkelijkheid
LINK TUSSEN ZUIVERE EN PRAKTISCHE REDE:
waar het ene stopt (fundamenten), waar geen kennis meer van is, dit zijn de fundamenten voor de ethiek (3 postulaten)
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question