Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: saarroekeloos - 2 years ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 4.3 MARTIN HEIDEGGER (1889-1976) EN DE EXISTENTIELE FENOMENOLOGIE

Concrete existentie ernstig nemen = existentile fenomenologie

UITGANGSPUNT: onherleidbare relatie tussen mens en wereld moet worden gevat vanuit de meest oorspronkelijke bestaanservaring
1. Lichaam van belang
(de mens is immers lichamelijk aanwezig in de wereld)
Existentie wordt gedefinieerd in de lijn vd openheid op de wereld.

2. Eindigheid van het bestaan (eindigheidsfilosofie) Bewustzijn is altijd in de wereld verwikkeld.

Opdracht van de wijsbegeerte niet langer primair situeert in een zoektocht naar objectiviteit, maar in verklaring van de alledaagsheid.

DASEIN
In-de-wereld-zijn van de mens ligt nooit voorgoed vast.
o Mens heeft geen wezen dat hij stelselmatig moet ontplooien o Bestaan ligt in het kunnen-zijn o Geen voorafgaande essentie

De mens is altijd op zichzelf vooruit:
Hier en nu aanwezig maar tegelijkertijd ook altijd afwezig
hij is daar (Da): waar zijn mogelijkheden liggen

Mens is dus primair Dasein o drukt bijzondere relatie uit die de mens heeft tot eigen bestaan o aanwezig in de wereld, maar beseft dat het niet samenvalt met de gegeven feitelijkheid
o valt niet samen met zichzelf

Heidegger neemt afstand van Husserl
Heid. legt de nadruk op dat de cognitieve of theoretische interesse niet de eerste of de belangrijkste bezigheid is van het Dasein

oorspronkelijke manier van in-de-wereld-zijn blootleggen, dat voorafgaat aan theoretische interesse

Dasein is in 1e plaats concreet aanwezig zijn in de wereld
Vooraleer dat men zich vragen gaat stellen is het dasein al verworteld in de wereld


EXISTENTIALEN
Zoektocht naar de grondstructuren van de openheid van het Dasein moet een nieuw begrippenapparaat smeden.

Existentialen (GEEN eigenschappen)
= Opdrachten die het dasein moet vervullen en waaraan het niet kan ontsnappen.
zijn dieptestructuren op grond waarvan oppervlakte-structuren mogelijk zijn
VGL met categorien van Kant

Existentialen zijn ontologische structuren van het Dasein o Ontisch (=slaat op de gegevenheid van dingen (de zijnden)) o Ontologisch (= datgene wat die gegevenheid mogelijk maakt (het zijn vd zijnden))

1. Het in de wereld zijn
2. Sorge
3. Mit-sein
4. Entschlossenheit

ONZE OMGANG MET DE DINGEN IN DE WERELD
Sorge
= intresse in de alledaagse wereld o Slaat op koesterend bezig zijn met dingen of personen
o Het nodige doen of voorzien om het object van onze zorg zo gaaf mogelijk te bewaren.

Zorgend omgaan met ons eigen bestaan
ons kunnen zijn en de realisering van onze mogelijkheden

Zorgend omgaan met anderen

Zorgend omgaan met de dingen in de wereld o Niet gericht op kennis, wl op handelen
o Dingen die we in de alledaagse wereld aantreffen dienen ergens en toe: tuigen
- Staan ten dienste van het Dasein
- Tuigen staan in verband met elkaar (tuigencomplex)
- Alle tuigen verwijzen naar elkaar: roepen elkaars bestaan op en maken het mogelijk.
Uiteindelijk punt: dat niet meer ten dienste staat van iets anders, maar doet dingen bestaan in functie van eigen bestaan
Dat punt is het Dasein
Datgene wat de dingen doet bestaan in functie van zijn eigen bestaan.

Zuhandenes
Waarom van de dingen ligt in hun dienstigheid aan het Dasein
Alledaagse, zorgende omgang met de dingen

Hoeft niet om objectieve dingen te gaan: voor de alledaagse beleving volstaat de betekenis en het nut dat een ding voor mij heeft.
Vorhandenes
Wnr Zuhandenes niet meer functioneert: dan pas vallen de dingen op
ze maken zich los van het netwerk van verwijzingen

Presenteren zich als Vorhanden: zijn enkel nog gegeven, losgemaakt uit het perspectief van hun bruikbaarheid.

Men kan dingen als ding beschouwen

Overgang: bezigzijn theoretische interesse

Mogelijk om ding te objectiveren, te onttrekken aan het concrete en het tijdelijke, en als het voorwerp te beschouwen.

Theoretische of objectiverende interesse is een afgeleide van het alledaags bezigzijn met de dingen.



MIT-SEIN EN MIT-DASEIN
In feite gaat het Dasein altijd al uit van het bestaan van anderen.

In-de-wereld-zijn is een zijn-met-anderen of mede-zijn (mit-sein)

Ander niet zozeer ontdekken als gebruiker of eigenaar van gebruiksvoorwerpen, maar als iemand die ook openstaat naar de wereld.
o Mit-Dasein: mensen delen een gemeenschappelijke wereld waarop zij samen betrokken zijn. o In de eenzaamheid vallen de anderen op door hun afwezigheid.

HET MEN (DAS MAN)
In het dagelijks leven worden dingen van een persoon gevraagd die men niet zelf beslist heeft en waar men ook geen beslissingsbevoegdheid over heeft.
bv. Om de trein te nemen op tijd op het perron staat


Als men tracht de regels naast zich neer te leggen erkent men dus dat er regels zijn, en zal men met de gevolgen geconfronteerd worden.
o Van wie afhankelijk?
bv. Niet de agent van wie men afhankelijk is
hun functie is uitvoerend tov de gestelde wetten en geplogenheden. Zij worden ook door anderen aangestuurd

Het gaat over de onafhankelijkheid tegenover een onpersoonlijk ander:
een men (das man)
geen gezicht
wel dwingende kracht


OPENHEID (ENTSCHLOSSENHEIT)
Existentiaal dat de mens te realiseren heeft

Openheid en vastberadenheid!!!

3 structuurmomenten:
1. AFFECTIVITEIT (Befindlichkeit)
- Passieve kant van de beleving
- Onze stemming (Stimmung) is de ontische uitdrukking van deze ontologische structuur van de affectiviteit
- Fundamenteel: geen in-de-wereld-zijn zonder dat affectiviteit verloopt

2. VERSTAAN (Verstehen)
- Gaat NIET om cognitief weten of om theoretische kennis
- Gaat WEL om een onmiddellijk, preconceptueel verstaan vd dingen in onze omgeving en id wereld.


3. TAAL (Rede)
- Grondmogelijkheid van het Dasein om dingen te ordenen, te rangschikken of af te bakenen.
- Door taal onderscheiding en structuur in de wereld.


TIJDELIJKHEID
Dasein is wezenlijk tijdsgebonden

Om onze mogelijkheden te ontplooien moeten we de tijd tijd geven men kan niet aan tijd ontsnappen

Grondstructuren Dasein en de zorg:
1. IK BEN REEDS IN DE WERELD (verleden)
2. IK BEN OP MEZELF VOORUIT (toekomst)
3. IK BEN ID WERELD EN GA OM MET DE DINGEN ID WERELD
(heden)
Tijdsextasen: manieren waarop ik uitsta naar de tijdelijkheid
De 3 elementen zijn samen aanwezig in de tijdelijkheid
GEEN chronologische uiteenliggende ervaringen
Zowel toekomst als verleden: worden vanuit het nu ervaren

GEWORPENHEID, ONTWERP EN VERVALLEN
We zijn in de wereld geworpen (verleden)
hebben hier niet voor gekozen

Ontwerp: de mens kan en moet zelf zijn mogelijkheden verwezelijken (toekomst)
is persoonlijk

Vervallen: weggezonken in inauthenticiteit van een doorsneebestaan (heden) Grondstructuur van het bestaan

Basisstructuur van de zorg bestaat in het zichzelf moeten overstijgen, terwijl men reeds in de wereld is en zich in de dingen verloren heeft


ANGST
Vrees vs Angst Duidelijk afgebakend object onbestemd

Moet een ontwerp zijn

Angst is met andere woorden angst voor het niets: voor de mogelijkheid dat mijn bestaan op niets gebaseerd is

Angst een van de drijvende motoren van ons bestaan (Grundbefindlichkeit)


DE DOOD
Sein zum Tode

Niet extern aan het leven!

Wl voortdurend aanwezige speler in ons bestaan o Manifesteert zich als grens, NIET als eindpunt
o Horizon, die het geheel van ons leven afbakent: maakt leven mogelijk o Iets kan pas bestaan als het een afgebakend geheel vormt

Opnemen van eindigheid is dus zonder meer een voorwaarde voor authentiek bestaan o Eindigheid impliceert volheid en volmaaktheid
o Heidegger sluit zich aan bij vroeg-Griekse notie zoals Parmenides
o Heidegger zegt dat volgens hem de voor-socratische filosofie een meer authentieke bestaanswijze uitdrukt dan degene die sedert Socrates en Plato opgeld gemaakt hebben.


ZIJN EN TIJD EN VERDER
Ontologisch: blootleggen van het Dasein dat neerkomt op het onderzoeken van het zijn en de zijnden
toegangsweg van het zijn

In de traditionele filosofie: zijn voorhanden
Bij heidegger: zijn niet op de eerste plaats te zoeken in een geobjectiveerde vorm

Daseinanalyse o Fundamenteler niveau van het zijn bereikt
o Gaat vooraf aan de scheiding tussen object en subject
Kan niet in objectieve kennis beschreven worden
o Wetenschappers beschouwen het zijn als iets wat feitelijk gegeven is, wat als zodanig verklaard moet worden. we moeten dat denken overwinnen
niet in staat om ons inzicht bij te brengen in de diepere ontologische structuur van het in-de-wereld-zijn

We moeten op zoek naar een nieuw waarheidsbegrip => gebaseerd op een meer fundamenteel begrip van het zijn.

SEIN UND ZEIT Heidegger o zijnsgebeuren (seinsgeschichte) = in de zijnden onthult zich zijn, maar het verhult zijn zich ook.
o Hij spreekt over een nieuwe wending: maar het bevat geen nieuwe opvattingen
o Ommekeer van het perspectief op het zijn:

Ontologische Differenz
= nadruk op het onderscheid tussen het zijn en de zijnden
VROEGER: zijn wordt als hoogste zijnde beschouwt
- Onto-theologische traditie
- Men is zijn in de oorspronkelijke zin vergeten + vergeten dat ze het vergeten zijn (seinsvergessenheit)

Zijn
Geen substantief
Een activiteit van het tonen in dat tonen
(onverborgenheid) ligt de waarheid vervat
Oorsprong van de zijnden Treedt in elk zijnde vanuit de achtergrond naar de voorgrond. Zijnde
Plaats waar het zijn een blijk geeft van zichzelf.

- Ontdekking van het zijn ligt niet aan de openheid van het Dasein, maar aan het zich tonen van zijn zelf.
- Zijnsgebeuren uit zich als een diachronische opeenvolging van onthullingen van het zijn

In andere tijdscontexten is wordt er telkens een nieuwe samenhang tussen de zijnden en het zijn

IN ONZE HUIDIGE TIJDSCONTEXT:
- Ons zijnverstaan: technologisch of technocratisch
Logisch uitvloeisel van metafysische denken
gericht op beheersing, controle en sturing van het zijnde
- Rekenende denken = overheersend Ons denken wordt beperkt en beheerst.
- Kunnen onze tijdscontext niet gebruiken om een ander perspectief op de werkelijkheid en het zijn in te nemen.
- Zijn onthult zich in techniek, maar verhult zich tegelijk.
- We moeten radicale beperktheid van onze toegangswegen tot zijn aanvaarden.
geen zijn buiten de gegeven tijdsdimensie

Betere weg:
Andenken = machteloosheid erkennen om zijn volledig te doorgronden en in gelatenheid (gelassenheit) het eeuwig uitstel van de toegangsweg tot het zijn aanvaarden.
differentie
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit