Maak een oefenexamen over het onderwerp: CGO
De student herkent de verschillende dimensies van positieve gezondheid.
De student benoemt de belangrijkste beenderen van het lichaam
De student benoemt de vier lichaamsholten en de inhoud van de borstholte en buikholte
De student verkent de verschillende definities van gezondheid en gezondheidsbeleving
De student kan uitleggen wat het doel is van de beroepscode voor verpleegkundigen en kan deze toelichten.
kan uitleggen wat het beroepsgeheim inhoudt en weet onder welke voorwaarden het beroepsgeheim doorbroken kan worden.
legt de begrippen vaccinatie en groepsimmuniteit uit.
benoemt welke rol de JGZ speelt in de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.
kan de normale en afwijkende waarden van temperatuur van een patint benoemen en interpreteren.
De student kan uitleggen tegen welke ziektes gevaccineerd wordt in het meest recente vaccinatieschema en kan het doel van het Rijksvaccinatieprogramma benoemen.
De student benoemt welke richtlijnen in de Jeugdgezondheidszorg worden gebruikt en op welke manier deze worden toegepast.
De student kan uitleggen hoe de normale groei en ontwikkeling (op lichamelijk, motorisch, psychosociaal, spraak-taal en cognitief gebied) in de zuigelingenperiode verloopt.
kan vertellen wat oorzaken zijn van gezondheidsverschillen.
weet wat verstaan wordt onder sociaaleconomische status (SES).
weet welke invloed een lage SES heeft op gezondheid.
weet wat gezondheidsvaardigheden zijn.
kan vertellen wat de relatie is tussen gezondheidsvaardigheden en gezondheid.
weet wat belangrijk is bij de zorg aan mensen met lage gezondheidsvaardigheden.
kan vertellen wat het Health Concept van Lalonde inhoudt.
weet wat de invloed van gezondheidsdeterminanten is op gezondheid.
kan een definitie geven van pneumonie en beschrijven wat de meest voorkomende symptomen, aanvullende onderzoeken en behandeling is van pneumonie.
kan uitleggen welke groepen zorgvragers meer kans lopen een pneumonie te ontwikkelen
kan uitleggen waarom ademhalingsoefeningen en -therapie helpen bij het voorkomen en behandelen van pneumonie.
De student kan de verschillende fasen van de zwangerschap en de bevalling benoemen met kenmerkende aspecten.
De student heeft theoretische kennis over zwangerschap en de voorbereiding op de bevalling.
De student kan beschermende factoren en risicofactoren (en risicogedrag) voor a.s. moeder en kind benoemen.
De student kan het belang van hechting en contactsteun benoemen.
De student kan het zorgsysteem rondom zwangerschap en bevalling benoemen.
De student kan benoemen welke voorlichting aan de zwangere en haar partner gegeven wordt (rekening houdend met diversiteit) tijdens de zwangerschap
beschrijft mogelijke oorzaken van een verstandelijke beperking.
kan de verschillende typeringen van mensen met een verstandelijke beperking omschrijven: -een zeer ernstige en ernstige verstandelijke beperking, - een matig verstandelijke beperking, - een licht verstandelijke beperking.
beschrijft de verschillende vormen van wonen voor mensen met een verstandelijke beperking.
beschrijft welke zorg mensen met een verstandelijke beperking nodig kunnen hebben.
kan het verpleegproces doorlopen bij het patintprobleem: (risico op) huiddefect en gebruikt daarbij kennis over de huid, wondgenezing en huidkanker.
benoemt wat verstaan wordt onder ethiek.
benoemt wat een morele vraag is
benoemt wat het verschil is tussen normen en waarden.
De student weet waar de thuiszorg voor is, wie er in thuiszorgorganisaties werken en wat de thuiszorg aan ondersteunding kan bieden voor de clint.
De student kan het belang van informele zorgverlening in de thuissituatie toelichten.
De student kan uitleggen welke factoren van invloed zijn op gezond ouder worden.
De student kan in een casus veelvoorkomende gezondheidsproblemen bij ouderen herkennen.
De student kan benoemen wat de impact is van incontinentie op een zorgvrager.
De student herkent in de casus de kenmerken van een blaasontsteking en kan de gevolgen voor de patint benoemen
De student kan de noodzaak van mondhygine uitleggen en toelichten.
De student kan benoemen wat de impact is van eenzaamheid op een zorgvrager.
De student kan benoemen wat zelfmanagement is bij ouderen en hoe je dit kunt stimuleren en ontwikkelen.
De student kan het verpleegproces doorlopen met betrekking tot mondhygine, incontinentie en eenzaamheid.
De student kan benoemen wat de kenmerken zijn en hoe de diagnose gesteld wordt bij mensen met dementie.
De student kan de rol van een casemanager dementie uitleggen.
De student kan beschrijven welke manieren er zijn om om te gaan met een dementerende zorgvrager.
De student kan uitleggen wat mantelzorg inhoudt en kan analyseren welke risicos er zijn op overbelasting van mantelzorgers.
De student kan het SOFA model benoemen en uitleggen wat het is
De student weet verschillende vormen van dementie te beschrijven (Vasculaire dementie, fronto-temporale en alzheimer)
VTV
Wat zijn de principes van handhygine
Wat kan je vertellen over BRMO en het norovirus?
kan vertellen wat de uitgangsprincipes van de ABCDE methodiek zijn
kan het meten en interpreteren van de temperatuur demonstreren volgens de richtlijnen
kan beargumenteren welke methode van temperaturen gebruikt wordt
kan benoemen welke factoren van invloed zijn op de vitale functies
kan benoemen welk regelmechanismen van invloed is op de temperatuur
kan vertellen wat de uitgangsprincipes van de ABCDE methodiek zijn
kan het meten en interpreteren van de temperatuur demonstreren volgens de richtlijnen
kan beargumenteren welke methode van temperaturen gebruikt wordt
kan benoemen welke factoren van invloed zijn op de vitale functies
kan benoemen welk regelmechanismen van invloed is op de temperatuur
kan laten zien dat hij/ zij een bed kan verschonen met een patint erin
kan aandachtspunten benoemen ten aanzien van het verschonen van een bed
kan houdingaspecten van de verpleegkundige herkennen en benoemen.
In een gesimuleerde situatie de ademweg (A) en ademhaling (B) controleren en interpreteren bij een zorgvrager zonder een stoornis in bewustzijn.
De indicaties en de contra-indicaties benoemen van het meten van de saturatie en tellen van de ademhaling.
De perifere saturatie meten en interpreteren.
Laten zien dat hij/ zij de ademhaling van de patint kan tellen.
Observaties benoemen bij het controleren van de ademhaling.
De betreffende parameters (vitale functies) op de juiste wijze registreren.
kan een zorgvrager verplaatsen in bed met en zonder hulpmiddelen (zoals glijzeilen)
kan transfertechnieken toepassen voor verplaatsingen uit bed
kan benoemen welke aandachtspunten er zijn tijdens het verplaatsen van een patint
kan de juiste plaatsing en het juiste gebruik beschrijven van tilmatten, tilbanden en tiljuk bij het inzetten van een patintenlift (passief en actief)
kan op juiste en veilige wijze de passieve- en actieve lift demonsteren
kan benoemen welke indicaties en contra-indicaties er bestaan voor het gebruik van de actieve- en passieve lift
kan benoemen welke aandachtspunten er bestaan ten aanzien van de begeleiding van de patint voor, tijdens en na gebruik van de tilliften
kan de oorzaken van decubitus benoemen en daarnaast ook de preventiemaatregelen
kan de verschillende stadia van decubitus benoemen
de noodzaak van mondhygine uitleggen en toelichten.
een liggende volwassen patint in bed wassen volgens de richtlijnen.
de verzorging van de schaamstreek beschrijven bij mannelijke en vrouwelijke zorgvragers.
de zorgvrager die incontinent is verzorgen en benoemen welke materialen gebruikt kunnen worden.
observaties en beoordelingen, die tijdens het wassen van een zorgvrager worden gedaan, beschrijven en verklaren.
beschrijven en toelichten wat de indicaties en contra- indicaties zijn van het op bed wassen.
demonstreren hoe de (bedlegerige) (oudere) zorgvrager te ondersteunen bij het gebruik van een po of urinaal volgens de richtlijnen.
demonstreren hoe de (bedlegerige) patint te ondersteunen bij persoonlijke verzorging zoals haarverzorging, evt. haren wassen, scheren en nagels knippen.
de onderdelen van een recept benoemen
op de juiste wijze de regel van vijf toepassen
aandachtspunten benoemen die fouten kunnen voorkomen
de medicijngroepen en toedieningsvormen benoemen
de zorgvrager instrueren bij het gebruik van inhalatiemedicatie
beschrijven en demonstreren op welke wijze oogdruppels, oordruppels en zalf worden toegediend . De oefenexamen moet geschreven zijn op het niveau van de Hogeschool. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question