Doe een uitgebreid onderzoek naar Ontwikkeling en pedagogisch handelen
ONTWIKKELING
Je analyseert per levensloopfase de ontwikkelingsdomeinen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Ontwikkeling:
groeien
rijpen
leren
Je legt uit dat ontwikkeling een combinatie is van groeien,
rijpen en leren.
Je onderscheidt groeien, rijpen en leren in een gegeven
voorbeeld.
Levensloopfasen:
prenatale fase
babytijd
peutertijd
vroege kindertijd: kleutertijd
midden kindertijd: lagere schoolkindfase
adolescentie
vroege volwassenheid
middenvolwassenheid
late volwassenheid
Je onderscheidt de verschillende levensloopfasen in een
gegeven voorbeeld.
Je toont het dynamische verloop van de levensloopfasen aan.
Ontwikkelingsdomeinen: Je analyseert per levensloopfase de ontwikkelingsdomeinen.
Je analyseert de wisselwerking tussen de verschillende
ontwikkelingsdomeinen per levensloopfase.
Je vergelijkt verschillende levensloopfasen met elkaar binnen
n ontwikkelingsdomein.
Je toont de onderlinge samenhang tussen de
ontwikkelingsdomeinen aan.
fysieke ontwikkeling
o lichamelijke ontwikkeling: groei,
gewicht, lichaamsbouw
o sensorische ontwikkeling
o motorische ontwikkeling:
reflexen
gecontroleerde bewegingen
fijne motoriek
grove motoriek
o sensomotorische ontwikkeling
cognitieve ontwikkeling
Je analyseert de fysieke ontwikkeling in een gegeven
voorbeeld.fijne motoriek
grove motoriek
o sensomotorische ontwikkeling
cognitieve ontwikkeling
Je analyseert de fysieke ontwikkeling in een gegeven
voorbeeld.
4
o ontwikkeling van het denken
Piaget:
sensomotorisch stadium
preoperationeel stadium
concreet-operationeel
stadium
formeel-operationeel
stadium
o morele ontwikkeling Kohlberg:
pre-conventioneel stadium
conventioneel stadium
post-conventioneel
stadium
o taalontwikkeling
socio-emotionele ontwikkeling:
o voorwaarden voor de ontwikkeling
van een gehechtheidsrelatie
o vormen van gehechtheid:
veilige hechting
onveilige hechting
o gevolgen van veilige hechting:
scheidingsangst
angst voor vreemden
persoonlijkheidsontwikkeling Erikson:
o vertrouwen versus wantrouwen
o autonomie versus schaamte,
twijfel
o initiatief versus schuld
o vaardigheid versus
minderwaardigheid
o identiteit versus
identiteitsverwarring
o intimiteit versus isolatie
o generativiteit versus stagnatie
o integriteit versus wanhoop
Je analyseert in welk stadium in de ontwikkeling van het
denken volgens Piaget een persoon zich bevindt.
Je analyseert in welk stadium in de morele ontwikkeling
volgens Kohlberg een persoon zich bevindt.
Je analyseert de taalontwikkeling gedurende de verschillende
levensloopfasen.
Je analyseert of de voorwaarden voor de ontwikkeling van
een gehechtheidsrelatie vervuld zijn in een gegeven
voorbeeld.
Je analyseert welke vorm van gehechtheid een persoon in een
gegeven situatie vertoont.
Je analyseert wat de gevolgen van veilige hechting in eengegeven voorbeeld zijn.
Je analyseert in welke fase van de
persoonlijkheidsontwikkeling volgens Erikson een persoon
zich bevindt.
Je analyseert welk conflict volgens Erikson er speelt in een
gegeven voorbeeld.
Je analyseert welke pool doorweegt in een gegeven
voorbeeld.
Ontwikkelingsfactoren:
nature of erfelijkheid
nurture of milieu
zelfbepaling
Je analyseert de invloed van ontwikkelingsfactoren op de
ontwikkeling.
Je motiveert het belang van nature, nurture en zelfbepaling
in functie van de ontwikkeling.
geef hiervan een samenvatting voor studenten van 2de graad TSO. Het onderzoek moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question