Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Kan je oefenvragen maken bij de volgende tekst, zowel multiple choice als openvragen?
2) De student beantwoordt vragen over taalverwerving theorien correct en benoemt de verschillen tussen Chomsky, Tomasello en Skinner
Skinner was een Amerikaanse psycholoog en aanhanger van het behaviorisme. In het behaviorisme stond operante conditionering centraal, dit betekent dat gedrag en taal geleerd wordt door imitatie en correctie. Volgens deze theorie is aanbod heel belangrijk, waarbij de taalomgeving een cruciale rol speelt. Kinderen leren fonemen en woorden door het imiteren van oudere personen in hun omgeving. Dit wordt ook wel nurture genoemd, dus dat de omgeving/opvoeding daarin het belangrijkste is. De omgevingstaal die grote invloed heeft op de taalontwikkeling in de eerste levensjaren noem je brede omgevingstaal
Chomsky is een bekende taalwetenschapper en filosoof, hij introduceerde de generatieve taalkunde. Hij stelt dat taalvermogen aangeboren is en dat mensen van nature in staat zijn om grammaticale structuren en taalregels te leren. Dit maakt het mogelijk om zinnen te maken (genereren) en te begrijpen. Dit concept wordt het Language Acquisition Device (LAD) genoemd. Volgens Chomsky zijn universele taalregels opgeslagen in het brein en is het taalaanbod vanuit de omgeving niet voldoende om alle complexe regels en uitzondering te leren. Chomsky zegt dus dat nature belangrijk is. De taalomgeving is minder belangrijk.
Tomasello is een Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog en oud directeur van Max Planck Instituut in Leipzig, een bekend instituut op het gebied van taalwetenschap. Hij is een aanhanger van de cognitieve taalkunde, hij gaat ervanuit dat mensen geboren worden met een sociaal instinct, wat hen geschikt maakt om taal te leren. Taal wordt geleerd op basis van cognitieve vaardigheden, zoals patroonherkenning en sociale cognitie. Met sociale cognitie wordt bedoelt dat er een gezamenlijke aandacht is tussen kind en volwassene en dat elkaar bedoelingen begrepen worden.
Volgens Tomasello leren kinderen eenvoudige zinnen in hun geheel, in plaats van losse woorden naar zinnen. Ze verwerven grammaticale regels geleidelijk door dagelijkse communicatie met volwassenen. Tomasello bouwt dus voort op de ideen van Skinner en Chomsky en heeft eigenlijk een mix gemaakt dat zowel het aangeboren systeem als de input van de omgeving belangrijk is. Daarnaast heeft hij onderzocht dat patroonherkenning een belangrijke vaardigheid is om taal te leren.
Eric Lenneberg was de eerste die onderzoek deed naar Critical Period-hypothese, dit is de kritische periode waarin taal verworven kan worden. Voorheen dachten ze dat die periode tot 12 jaar was, maar nieuwe inzichten laten zien dat de eerste 5 jaar erg belangrijk zijn.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question