Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: Louayina - 2 years ago

Doe een uitgebreid onderzoek naar o ontwikkeling van het denken
Piaget:
sensomotorisch stadium
preoperationeel stadium
concreet-operationeel
stadium
formeel-operationeel
stadium
o morele ontwikkeling Kohlberg:
pre-conventioneel stadium
conventioneel stadium
post-conventioneel
stadium
o taalontwikkeling
socio-emotionele ontwikkeling:
o voorwaarden voor de ontwikkeling
van een gehechtheidsrelatie
o vormen van gehechtheid:
veilige hechting
onveilige hechting
o gevolgen van veilige hechting:
scheidingsangst
angst voor vreemden
persoonlijkheidsontwikkeling Erikson:
o vertrouwen versus wantrouwen
o autonomie versus schaamte,
twijfel
o initiatief versus schuld
o vaardigheid versus
minderwaardigheid
o identiteit versus
identiteitsverwarring
o intimiteit versus isolatie
o generativiteit versus stagnatie
o integriteit versus wanhoop
Je analyseert in welk stadium in de ontwikkeling van het
denken volgens Piaget een persoon zich bevindt.
Je analyseert in welk stadium in de morele ontwikkeling
volgens Kohlberg een persoon zich bevindt.
Je analyseert de taalontwikkeling gedurende de verschillende
levensloopfasen.
Je analyseert of de voorwaarden voor de ontwikkeling van
een gehechtheidsrelatie vervuld zijn in een gegeven
voorbeeld.
Je analyseert welke vorm van gehechtheid een persoon in een
gegeven situatie vertoont.
Je analyseert wat de gevolgen van veilige hechting in een
gegeven voorbeeld zijn.
Je analyseert in welke fase van de
persoonlijkheidsontwikkeling volgens Erikson een persoon
zich bevindt.
Je analyseert welk conflict volgens Erikson er speelt in een
gegeven voorbeeld.
Je analyseert welke pool doorweegt in een gegeven
voorbeeld.
Ontwikkelingsfactoren:
nature of erfelijkheid
nurture of milieu
zelfbepaling
Je analyseert de invloed van ontwikkelingsfactoren op de
ontwikkeling.
Je motiveert het belang van nature, nurture en zelfbepaling
in functie van de ontwikkeling.
5
ONTWIKKELING BIJ KINDEREN EN ADOLESCENTEN
Je analyseert de ontwikkelingspsychologische domeinen bij kinderen en adolescenten.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Fysieke ontwikkeling: Je analyseert de fysieke ontwikkeling van kinderen en
adolescenten.
lichamelijke ontwikkeling:
o groeicurves
o groeiprincipes
o groeispurt
Je analyseert de lichamelijke ontwikkeling van kinderen en
adolescenten.
Je analyseert de lichamelijke ontwikkeling aan de hand van
groeicurves.
Je onderscheidt de vier groeiprincipes bij een baby.
Je analyseert de gevolgen van de groeispurt op de
ontwikkeling van een lager schoolkind en een adolescent.
sensorische ontwikkeling Je analyseert de sensorische ontwikkeling van kinderen en
adolescenten.
motorische ontwikkeling:
o reflexen
o gecontroleerde bewegingen
o grove motoriek
o fijne motoriek
Je analyseert de motorische ontwikkeling bij kinderen en
adolescenten.
Je onderscheidt de verschillende reflexen bij een baby.
Je onderscheidt de mijlpalen in de ontwikkeling van de grove
motoriek bij kinderen en adolescent.
Je onderscheidt de mijlpalen in de ontwikkeling van de fijne
motoriek bij kinderen en adolescenten.
Je analyseert de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek
bij kinderen en adolescenten.
Je motiveert hoe de snelle motorische veranderingen een
invloed hebben op de motorische ontwikkeling.
sensomotorische ontwikkeling Je analyseert de sensomotorische ontwikkeling bij kinderen
en adolescenten.
Cognitieve ontwikkeling:
ontwikkeling van het denken Piaget:
Je analyseert in welk stadium van de cognitieve ontwikkeling
volgens Piaget kinderen en adolescenten zich bevindent.
taalontwikkeling Je analyseert de taalontwikkeling bij kinderen en
adolescenten.
Socio-emotionele ontwikkeling: Je analyseert de socio-emotionele ontwikkeling bij kinderen
en adolescenten.
hechting:
o belang van een goede hechting
o soorten hechting Ainsworth:
veilige hechting
vermijdende hechting
ambivalente hechting
gedesorganiseerde
hechting
o gevolgen van veilige hechting:
Je motiveert het belang van een goede hechting tussen een
baby en zijn opvoeders.
Je onderscheidt de verschillende soorten hechting in een
gegeven voorbeeld.
Je onderscheidt de gevolgen van veilige hechting in een
gegeven voorbeeld.
6
scheidingsangst
angst voor vreemden
sensitieve responsiviteit Je motiveert het belang van sensitieve responsiviteit voor de
ontwikkeling van hechting bij een baby.
samenspelen Je analyseert hoe samenspelen evolueert bij peuters en
kleuters.
vriendschappen:
o belang van vriendschappen
o ontstaan van vriendschappen
Je analyseert het belang van vriendschappen bij kinderen en
adolescenten.
Je licht toe hoe lagere schoolkinderen en adolescenten
vriendschappen vormen.
groepsdruk Je onderscheidt voordelen en nadelen van groepsdruk bij een
lager schoolkind en een adolescent.
Morele ontwikkeling Kohlberg Je analyseert in welk niveau van de morele ontwikkeling
kinderen en adolescenten zich bevinden.
Persoonlijkheidsontwikkeling Erikson Je analyseert in welke fase van de
bevinden.
Je onderscheidt welke pool kinderen en adolescenten
bereiken in een gegeven voorbeeld.
ONTWIKKELING BIJ VOLWASSENEN EN OUDEREN
Je analyseert de ontwikkelingspsychologische domeinen bij volwassenen en ouderen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Fysieke ontwikkeling Je analyseert de fysieke ontwikkeling bij de volwassene en
oudere.
lichamelijke ontwikkeling: veroudering
o uiterlijke veroudering
o inwendige veroudering
o primair verouderen
o secundair verouderen:
Je analyseert de veroudering bij een volwassene.
Je analyseert de uiterlijke en inwendige veroudering bij een
oudere.
sensorische ontwikkeling Je analyseert de sensorische ontwikkeling bij de volwassene
en oudere.
motorische ontwikkeling Je analyseert de motorische ontwikkeling bij de volwassene.
motorische veroudering Je analyseert de motorische veroudering bij de oudere.
Cognitieve ontwikkeling:
ontwikkeling van het denken Piaget
Je analyseert in welk stadium van de cognitieve ontwikkeling
volgens Piaget een volwassene of een oudere zich bevindt.
Je analyseert de veranderingen in het cognitief functioneren
bij de oudere.
Socio-emotionele ontwikkeling:
volwassene:
o gezinsvorming
o partnerrelatie
Je analyseert levensgebeurtenissen die de socio-emotionele
ontwikkeling benvloeden bij een volwassene en een oudere.
7
o stress
o werken
oudere:
o afhankelijkheid
o eenzaamheid
o pensionering
o verhuis naar woonzorgcentrum
o verlies en rouw
Morele ontwikkeling Kohlberg Je analyseert in welk niveau van de morele ontwikkeling een
volwassene of een oudere zich bevindt.
Persoonlijkheidsontwikkeling Erikson Je analyseert in welke fase van de
persoonlijkheidsontwikkeling een volwassene of oudere zich
bevindt.
Je onderscheidt welke pool een volwassene of oudere
bereikt in een gegeven voorbeeld.
PEDAGOGISCH HANDELEN
Observeren
Je observeert het gedrag van kinderen en volwassenen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Waarnemen
Observeren
Je onderscheidt waarnemen en observeren in een gegeven
voorbeeld.
Criteria van een goede observatie:
doelgericht
objectief
valide
betrouwbaar
Je toont aan of een uitgevoerde observatie beantwoordt aan
de criteria van een goede observatie.
Soorten observaties:
open observatie
gerichte observatie
participerende observatie
niet-participerende observatie
Je onderscheidt de soorten observaties in een gegeven
voorbeeld.
Observatietechnieken:
beschrijvende observatie
telmethode of turven
beoordelingsschalen
Je onderscheidt de verschillende observatietechnieken in een
gegeven voorbeeld.
Je past de aangereikte observatietechniek toe in een fictieve
situatie.orten rapportering:
mondeling
schriftelijk
intern
extern
Je onderscheidt de verschillende soorten rapportering in een
gegeven voorbeeld.
Rapporteren na observatie Je rapporteert schriftelijk over een aangereikte observatie.
Omgaan met kinderen en volwassenen
Je gaat op een positieve en opbouwende manier om met kinderen en volwassenen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Pedagogische visie Je omschrijft het begrip pedagogische visie.
Je toont aan dat een pedagogische visie invloed heeft op de
manier van omgaan met kinderen en volwassenen.
Op een positieve en opbouwende manier omgaan
met kinderen en volwassenen:
zich openstellen voor anderen
empathie
omgaan met emoties
respect voor privacy
respectvol omgaan met anderen
Je past een positieve en opbouwende manier toe van omgaan
met kinderen en volwassenen in een gegeven voorbeeld.
Behoeften van kinderen en volwassenen
Je informeert je over de basisbehoeften van kinderen en volwassenen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Basisbehoeften:
lichamelijke behoeften
behoefte aan affectie
behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en
continuteit
behoefte aan erkenning en bevestiging
behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
behoefte aan zingeving en aan morele
waarden
Je informeert je over de basisbehoeften van kinderen en
volwassenen.
Je toont aan welke basisbehoefte het gedrag van een kind
of volwassene benvloedt.
Je legt uit hoe het bevredigen van behoeften kinderen en
volwassenen motiveert tot bepaald gedrag.
Menselijk gedrag::
toenaderingsgedrag
vermijdingsgedrag
Je onderscheidt toenaderings- of vermijdingsgedrag in een
gegeven voorbeeld.
Sociale en communicatieve vaardigheden
9
Je hanteert sociale en communicatieve vaardigheden bij het ondersteunen en begeleiden van kinderen
en volwassenen.

Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Sociale en communicatieve vaardigheden:
iemand begroeten
zich voorstellen
ik-boodschap formuleren
gevoelens verwoorden
een gesprek voeren:
o open en gesloten vragen stellen
o vragen beantwoorden
zich assertief gedragen
Je past sociale en communicatieve vaardigheden toe bij het
ondersteunen en begeleiden van kinderen en volwassenen.
Beleefdheidsconventies:
discretie
privacy
vriendelijkheid
beleefdheid
de ander laten uitspreken
op een gepaste manier het woord vragen
of nemen
Je past de beleefdheidsconventies toe bij het ondersteunen
en begeleiden van kinderen en volwassenen.

Aanbieden van activiteiten
Je biedt doelgerichte activiteiten aan op maat van kinderen en volwassenen. Je houdt hierbij rekening
met de wensen, behoeften, mogelijkheden en beperkingen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Spel
Beweging
Je toont het belang van spel en beweging aan voor de
ontwikkeling van kinderen en volwassenen.
Expressievormen:
bewegingsexpressie
dramatische expressie
manuele expressie
muzikale expressie
verbale expressie
Je onderscheidt de verschillende expressievormen in een
gegeven voorbeeld.
Je ontwikkelt een activiteit voor een kind of een volwassene
volgens een opgegeven expressievorm. Je houdt hierbij
rekening met de behoeften, wensen, beperkingen en
mogelijkheden van het kind of de volwassene.
Spelvormen bij kinderen:
spelen met dingen
spelen door bewegen
creatief spelen
fantasiespelletjes
tekenen
met taal spelen
Je onderscheidt de verschillende spelvormen bij kinderen in
een gegeven voorbeeld.
Je past spelvormen bij kinderen toe in een gegeven voorbeeld.
Je houdt rekening met de ontwikkeling van het kind.
Speelgoed en spelmateriaal:
keuze van speelgoed en speelmateriaal
stimuleren van ontwikkeling
Je omschrijft welk speelgoed en spelmateriaal geschikt is voor
een baby, peuter, kleuter, lager schoolkind en adolescent.
Je selecteert speelgoed en spelmateriaal in functie van het
stimuleren van een bepaald ontwikkelingsgebied.
Je motiveert waarom sporten rapportering:
mondeling
schriftelijk
intern
extern
Je onderscheidt de verschillende soorten rapportering in een
gegeven voorbeeld.
Rapporteren na observatie Je rapporteert schriftelijk over een aangereikte observatie.
Omgaan met kinderen en volwassenen
Je gaat op een positieve en opbouwende manier om met kinderen en volwassenen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Pedagogische visie Je omschrijft het begrip pedagogische visie.
Je toont aan dat een pedagogische visie invloed heeft op de
manier van omgaan met kinderen en volwassenen.
Op een positieve en opbouwende manier omgaan
met kinderen en volwassenen:
zich openstellen voor anderen
empathie
omgaan met emoties
respect voor privacy
respectvol omgaan met anderen
Je past een positieve en opbouwende manier toe van omgaan
met kinderen en volwassenen in een gegeven voorbeeld.
Behoeften van kinderen en volwassenen
Je informeert je over de basisbehoeften van kinderen en volwassenen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Basisbehoeften:
lichamelijke behoeften
behoefte aan affectie
behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en
continuteit
behoefte aan erkenning en bevestiging
behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
behoefte aan zingeving en aan morele
waarden
Je informeert je over de basisbehoeften van kinderen en
volwassenen.
Je toont aan welke basisbehoefte het gedrag van een kind
of volwassene benvloedt.
Je legt uit hoe het bevredigen van behoeften kinderen en
volwassenen motiveert tot bepaald gedrag.
Menselijk gedrag::
toenaderingsgedrag
vermijdingsgedrag
Je onderscheidt toenaderings- of vermijdingsgedrag in een
gegeven voorbeeld.
Sociale en communicatieve vaardigheden
9
Je hanteert sociale en communicatieve vaardigheden bij het ondersteunen en begeleiden van kinderen
en volwassenen.

Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Sociale en communicatieve vaardigheden:
iemand begroeten
zich voorstellen
ik-boodschap formuleren
gevoelens verwoorden
een gesprek voeren:
o open en gesloten vragen stellen
o vragen beantwoorden
zich assertief gedragen
Je past sociale en communicatieve vaardigheden toe bij het
ondersteunen en begeleiden van kinderen en volwassenen.
Beleefdheidsconventies:
discretie
privacy
vriendelijkheid
beleefdheid
de ander laten uitspreken
op een gepaste manier het woord vragen
of nemen
Je past de beleefdheidsconventies toe bij het ondersteunen
en begeleiden van kinderen en volwassenen.

Aanbieden van activiteiten
Je biedt doelgerichte activiteiten aan op maat van kinderen en volwassenen. Je houdt hierbij rekening
met de wensen, behoeften, mogelijkheden en beperkingen.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Spel
Beweging
Je toont het belang van spel en beweging aan voor de
ontwikkeling van kinderen en volwassenen.
Expressievormen:
bewegingsexpressie
dramatische expressie
manuele expressie
muzikale expressie
verbale expressie
Je onderscheidt de verschillende expressievormen in een
gegeven voorbeeld.
Je ontwikkelt een activiteit voor een kind of een volwassene
volgens een opgegeven expressievorm. Je houdt hierbij
rekening met de behoeften, wensen, beperkingen en
mogelijkheden van het kind of de volwassene.
Spelvormen bij kinderen:
spelen met dingen
spelen door bewegen
creatief spelen
fantasiespelletjes
tekenen
met taal spelen
Je onderscheidt de verschillende spelvormen bij kinderen in
een gegeven voorbeeld.
Je past spelvormen bij kinderen toe in een gegeven voorbeeld.
Je houdt rekening met de ontwikkeling van het kind.
Speelgoed en spelmateriaal:
keuze van speelgoed en speelmateriaal
stimuleren van ontwikkeling
Je omschrijft welk speelgoed en spelmateriaal geschikt is voor
een baby, peuter, kleuter, lager schoolkind en adolescent.
Je selecteert speelgoed en spelmateriaal in functie van het
stimuleren van een bepaald ontwikkelingsgebied.
Je motiveert waarom speelgoed d en spelmateriaal bijdragen
tot de ontwikkeling.
10

Opvoeding
Je licht concrete opvoedingssituaties toe.
Wat moet je kennen? Wat moet je kunnen?
Opvoeding:
opvoeder
o primaire opvoeder
o secundaire opvoeder
opvoedeling
Je definieert opvoeding als tweerichtingsverkeer.
Je legt het verschil tussen primaire en secundaire opvoeders
uit.
Actoren betrokken bij de opvoeding:
beroepsopvoeders
buurt
gezin
leeftijdsgroep
school
Je illustreert wie er invloed uitoefent bij de opvoeding.
Je onderscheidt de betrokken actoren in een gegeven
voorbeeld.
Je deelt de betrokken actoren in onder primaire en secundaire
opvoeders.
Opvoedingsmilieus:
primair
secundair
tertiair
Je onderscheidt de verschillende opvoedingsmilieus in een
gegeven voorbeeld.
Factoren die de opvoeding benvloeden:
contextgebonden factoren:
o beschermende factoren
o risicofactoren
persoonsgebonden factoren:
o beschermende factoren
o risicofactoren
Je onderscheidt de benvloedende factoren in een gegeven
voorbeeld.
Je maakt een onderscheid tussen beschermende en
risicofactoren.
Opvoedingsstijlen:
autoritair
autoritatief of democratisch
permissief of toegeeflijk
onverschillig of laissez-faire
Je omschrijft het begrip opvoedingsstijl.
Je onderscheidt de verschillende opvoedingsstijlen in een
gegeven voorbeeld.
Je beschrijft op welke manier ouders zich gedragen binnen
een bepaalde opvoedingsstijl.
Je beschrijft op welke manier kinderen zich gedragen binnen
een bepaalde opvoedingsstijl.
Je beschrijft de invloed van een opvoedingsstijl op de ontwikkeling van kinderen en adolescenten.
Opvoedingsmiddelen:
o aanmoedigen/stimuleren
o afleiden
o belonen
o beloven
o gewoontevorming
o informatieoverdracht
o leren door imitatie
o negeren
o regels en grenzen stellen
o straffen
Je selecteert het meest geschikte opvoedingsmiddel in een
gegeven situatie.
Je legt uit waarom je een bepaald opvoedingsmiddel gebruikt
in een gegeven voorbeeld..o structureren
Opvoedingsthemas:
o bedtijd
o media
o middelengebruik
o seksualiteit
o voeding
o zakgeld
Je beschrijft hoe er verschil of benvloeding kan zijn in
opvoedingsthemas afhankelijk van de verschillende actoren,
milieus, factoren en opvoedingsstijlen.
Je licht de verschillende opvoedingsstijlen toe binnen een
gegeven opvoedingsthema.
Geef van de hierboven gegevens een uitgebreide samenvatting voor leerlingen uit de 2de graad Secundair onderwijs Tso. Het onderzoek moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit