Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Consumentengedrag samenvatting deeltoets 1
Hoofdstuk 1 inhoud en belang van consumentengedrag
Als consument krijg je talloze producten en diensten aangeboden. Fabrikanten willen met hun product boven aan staan, wat niet altijd lukt. Maar soms komt het succes van een product onverwachts. Denk aan de coronacrisis en daarbij het succes van google meat.
1.1 Consumentengedrag in het dagelijks leven
Bij een groot deel van onze aankopen staan we niet stil die zitten in onze routine en de voorkeur is al opgebouwd. De voerkeuren spelen ook een rol bij duren aankopen, maart hier wordt wel over nagedacht. Mensen kopen vaak dingen waar zij zichzelf aan andere kunnen laten zien.
Consumenten kunnen kiezen uit veel goederen en diensten. Marketeers spelen hier goed op in denk aan de duurzaamheid daar wordt warm op gereageerd. Ze hebben dus inzicht in het gedrag van klanten dit noem je costumer insights. Het is belangrijk dat de marketeer het gedrag van de consument zo precies mogelijk kan beschrijven dit betekent het kennen van de custumer journey.
1.2 Inzoomen op consumentengedrag
Bij consumentengedrag gaat het om alle handelingen die te maken hebben met het verwerven, gebruiken en afdanken van goederen en diensten.
- Beslissingsproces: beslissingen die leiden tot aankoop.
- Communicatiegedrag: opnemen, verwerken en eventueel doorgeven van informatie.
- Koopgedrag: het handelen van de consument op plaats van aankoop of de weg ernaartoe.
- Gebruikers gedrag: alles wat iemand doet met zijn aankoop.
- Afdankgedrag: wat doet de consument met de spullen waar hij geen behoefden meer aan heeft.
1.3 Studie van consumentengedrag
Consumentengedrag kan je koppelen aan psychologie: de wetenschap die de unieke kenmerken van de consument in een bepaalde situatie in verband brengt met zijn gedrag. Maar het gedrag van de consument wordt op vele manieren benvloed. Hoe mensen op elkaar reageren is ook belangrijk hier wordt dankbaar gebruik van gemaakt door de sociale psygologie. Het gaat dan om samenlevingsverbanden en grote groepen daarin. Zoals wat gebeurt er als de hypotheekrente omlaaggaan. Hierbij gaat het om de reactie van de consument.
- Sociologie: het gedrag van (groepen) anonieme mensen verklaren.
1.4 Nut van de studie consumentengedrag
Het bestuderen van consumentengedrag kan leiden tot kennis en inzichten om vraagstukken te beantwoorden zoals: waarom houden mensen zicht aan bepaalde regels.
Consumenten benvloeden daar de overheid kan op twee manieren worden gedaan.
1. Consumentengedrag stimuleren
2. Consumentengedrag afremmen
In de marketing wordt consumentengedrag bestudeerd om tot betere beslissingen te komen: wat moeten we aanbieden?
- Marktsegmentatie: het aanbod wordt specifieke gericht op een bepaalde groep mensen.
1.5 Consument en benvloeden
Het sturen van een consument wordt gedaan volgens de marketingmix: product, prijs, plaats, promotie.
1.6 Het wiel van consumentengedrag
Bekijk figuur 1.1
Groep 1 de consument als individu
- Persoonlijke levensstijl
- Waarneming en leren
- Motivatie, behoefden en waarden
- Attitude en verandering van attitude
- Beslissen
Groep 2 consument als lid van een groep
- Het gezin
- Referentiegroep
Groep 3 consument als lid van de maatschappij
- Perspectief
- De onlineconsument
- Consumentisme
Als het wiel draait is de markt vol met keuze.
Hoofdstuk 2 de consument als individu
2.1 Persoonlijke kenmerken en consumentengedrag
In reclames worden vaak individuen gebruikt waar je een groep in kunt herkennen. Dit wordt dan gebruikt als promotie.
2.2 levensstijl
Met de producten die je koopt laat je zien wie je bent en wat jij bij jouw levensstijl vindt passen. 3 themas die bij consumenten hun levensstijlen een rol spelen:
1. Omgaan met geld
2. Persoonlijke groei
3. Duurzaamheid
Bekijk figuur 2.1
Drie orintaties en de groepen ervan:
1. Principe georinteerd: principile, gelovers. Laten zich meer leiden door gevoelens van andere bijvoorbeeld een veganist.
2. Status georinteerd: realiseerde, presteerders, strevers en zwoegers. Zoeken naar producten om hun succes te laten zien.
3. Actie georinteerd: ervaarde, doeners. Zoeken sociale of fysieke activiteiten.
Actualiseren -> principile -> presteerders -> ervaarders -> doeners.
- Psychografisch onderzoek: onderzoek naar levensstijlen. Wordt gebruikt door bedrijven in consumenten markten.
2.3 Motivatie en consumentengedrag
Motivatie= drijfkracht achter het handelen die gericht is op behoefden bevredigen. Motivatie kan 2 effecten hebben:
1. Motivatie activeert de persoon tot gedrag
2. Motivatie richt het handelen van een individu op een doel. Daarna kan het motivatie proces in gang gezet worden en door 2 prikkels.
- Interne prikkels: komen voort uit het individu.
- Externe prikkels: prikkels vanuit de omgeving.
Doel is een specifieke situatie die een individu wenst te bereiken.
- Motivatie conflicten: situatie waarin consument wordt geconfronteerd met tegenstrijdige motivaties en uiteenlopende doeleinde die niet alle tegelijk gerealiseerd kunnen worden.
Approach approach conflict = consument wil zowel het een als het ander.
Approach avoid conflict = als een consument iets wil maar tegelijkertijd ook weer niet.
Avoidance avoidance conflict = wil het een niet maar het ander ook niet.
2.4 Behoefde hirarchie van Maslow
Zijn opgedeeld in 5 basis categorien die hirarchische zijn geordend:
1. Fysionele behoefden: zuurstof, drinken, voeding, slapen
2. Veiligheid: bescherming, zekerheid en geborgenheid
3. Liefde en genegenheid
4. Zelfrespect en respect voor andere
5. Zelfverwezenlijking: zelf ontplooiing
ERG-theorie = existence, reladness en growth
2.5 negatieve en positieve motivatie
Bij negatieve motivatie gaat het om het opheffen of ontwijken van een probleem. Bij positieve motivatie wil men de situatie beter maken.
2.6 Motivatie en waarde organisatie
Iedereen vindt iets anders belangrijk. Je gedrag wordt dan ook bepaald door waarden die je belangrijk vindt. Waarden voorstellingen of representaties van gewenste einddoelen.
- Eindwaarden: stellen van gewenste einddoelen zoals geluk en vrede.
- Instrumentele waarden: zijn voorstellingen van manieren hoe deze einddoelen bereikt kunnen worden.
De bekentenis structuur is een samenhangend geheel van kennis, ervaring met een bepaalde productklasse.
- Middeldoelketen: een methode waarmee het verband tussen product attribueren, gevolgen product gebruik en te realiseren waarde in kaart wordt gebracht.
2.7 Motivatie en betrokkenheid
Betrokkenheid heeft te maken met de persoonlijke betekenis die producten, situaties, mensen en activiteiten voor mensen kunnen hebben.
2.8 Marketingimplicaties van waarde tekens en betrokkenheid
Bij intensieve betrokkenheid worden mensen die betrokken zijn bij productgroepen getrokken door het trekt imago en de productkwaliteit te benadrukken. En bij situationele betrokkenheid wordt er juist ingespeeld op bijvoorbeeld het wisselen van het seizoen.
Hoofdstuk 3 waarneming en verwerken van informatie
3.1 het informatieve werkproces
Het informatieverwerkingsproces is de manier waarop een persoon via zintuigen zaken waarneemt en daaraan betekenis toevoegt. Dit proces kan je opdelen in twee deelprocessen:
1. Perceptieproces: is een psychotische activiteit waar een persoon zintuigelijke prikkels selecteert en interpreteert zoals ruiken en horen.
2. Het geheugenproces: bestaat uit het tijdelijk of permanent opslaan van wat men waarneemt.
Het informatieverwerkingsproces bestaat uit verschillende fases. Tijdens de exposure-fase komt de consument in contact met stimuli. De consument verwerkt niet alles waarmee die wordt geconfronteerd. Hij kiest zelf welke op een of andere manier zijn aandacht trekt. In de begripsfase wordt de betekenis toegekend aan de binnengekomen informatie, dit vindt plaats in het korten termijn geheugen. Hierop geef je niet alleen een verstandelijke reactie maar ook een gevoelsmatige. Voor een manager is het belangrijk dit proces goed te begrijpen bij de consument.
3.2 exposure
Voordat een consument een product aanschaft maakt hij eerst een selectie dus hij gaat opzoek dit noemt men een actieve exposure. Bij passieve exposure wordt de consument, met diets geconfronteerd waar hij helemaal niet op zoek naar is. Denk bijvoorbeeld aan een reclame. Als de consument de reclame niet kan ontwijken noemen we dit forced exposure. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de bioscoop voordat de film begint.
- Absolute drempel: geeft aan waar neer een stimulus wordt opgemerkt. Deze varieert per persoon.
- Relatieve drempel: in het Engels ook wel verwoord als just noticeable difference. Uit zich in de marketing door stel de prijs wordt verhoogd merkt men dit sneller op dan als het product wat wordt verkleind
Als het gewicht je ene hand net iets groter is dan het gewicht in je andere hand. Hoeveel verschil moet dit dan hebben voordat je het opmerkt. Dit noemen we weberfractie. In de marketing speelt dit een rol in prijsverschillen.
3.3 aandacht
Als een consument wordt blootgesteld aan informatie wil dat niet zeggen dat we deze informatie in ons op nemen. Het moet onze aandacht trekken. Het kan liggen aan persoonlijke factoren en aan stimulusfactoren.
Persoonlijke factoren
- Behoefden, motivatie en interesse: spelen in op de behoefden, motivatie en interesses van de consument.
- Attitudes en waarden: informatie die insluit op de waarden en attitude van een consument.
- Gewenning: een reclame waar je aan gewend raakt wordt niet meer opgemerkt.
Stimulusfactoren
- Kleur: felle kleuren worden sneller opgemerkt en het gebruik maken van rood, oranje, geel bevordert de positieve stemming
- Groote en intensiteit: hoe groter hoe beter. Hardere klanken en kleuren worden eerder opgemerkt.
- Positie in het medium: de plaats van de advertentie. Bijvoorbeeld naast een goed gelezen stuk in de krabt valt op.
- Nieuwheid en contrast: ongebruikelijk of onverwachts trekt meer aandacht.
- Beweging: is een goede aandachttrekker.
- Cognitieve eigenschappen: we vragen ons af wat iets betekent.
- Emotionele eigenschappen: het gebruik maken van emoties in reclames om de aandacht te trekken.
3.4 begrip
Het begrip is de manier waarop je iets zit en opvat een auto heeft bijvoorbeeld verschillende maten en kleuren maar het blijft een auto. Bekentenistoekenning is het geeft inhoudt aan wat we voor ons zien. Gestalt psychologie houdt zich bezig met de waarneming van opjecten. Principes:
- Principe van de nabijheid: elementen die overeenkomsten bezitten worden vaak bij elkaar geplaats.
- Principe van volledigheid: mensen hebben vaak de neiging figuren als gehele te beschouwen ook al zijn deze onafgemaakt maken zij deze vaak naar een volledig beeld.
- Principes van gelijkheid: elementen die overeenkomstvormen vertonen lijken in onze waarneming een eenheid te vormen.
- Figuur-achtergrondprincipe: we hebben de nijging om het duidelijkste figuur naar voren te halen en de rest naar achter te plaatsen.
De kennisstructuur bestaat uit kennis die we al hebben van een bepaald product. De nieuwe informatie wordt toegevoegd aan de hand van de aanwezige informatie. Als een consument een goedkopen prijs ziet denk hij misschien wel dat het da wel een slecht product zal zijn dit noemt met een afleiding deze komen voort uit informatie van buitenaf. Bij het halo-effect vindt de consument de koffie machine er supermooi uitzien aan de hand daarvan gaat hij ervan uit dat hij dan ook wel super goed zal werken.
3.5 onthouden
We onderscheiden het geheugen in drie soorten geheugen.
- Korten termijngeheugen (KTG): als de informatie binnenkomt komt het binnen bij je korten termijngeheugen. Het is na 10 tot 13 seconden verdwenen en maar een beperkt aantal informatie wordt er maar verwerkt.
- Langetermijngeheugen (LTG): het kan voor lange termijn bewaard worden.
3.6 neuromarketing
Het beloningssysteem en het pijnsysteem. Als het beloningsysteem meer wordt geactiveerd dan het pijnsysteem heeft de klant de neiging tot kopen.
- Functionele MRI (fMRI): is een techniek die kan blootleggen hoe consumenten beslissen en keuzen maken.
- Elektro-encefalogram (EEG): is een onderzoek waarbij hersenactiviteit elektrisch wordt gemeten.
- Radid implicit association task (RIAT): maakt gebruik van tijdsdruk om bewust bedenken en over-rationalisatie uit te schakelen.
Voordelen:
- Geeft frisse, innovatieve inzichten
- Het verschaft ons kennis die met het bloten oog niet te zien zijn.
- Kan waarden toevoegen voor consumenten en samenleving
- Het kan gebruikt worden voor producten en diensten die andere helpen.
- Het verschaft meer objectieven meningen
- Het meet emotionele reacties
Nadelen:
- Bevinden zijn moeilijk te generaliseren
- Beeldvorm van hersenen heeft een beperking en is nog redelijk nieuw
- De hersenen zijn nog steeds een groot mysterie
- Er is geen een-op-een kaart van de hersenen beschikbaar
Facial coding is een onderzoekstechniek die reacties van gezichten op een reclame of een nieuw product registreert en analyseert.
Hoofdstuk 4 leren
4.1 aangeleerd gedrag
Motivatie is gebaseerd op behoefden, wensen en doeleinden. Deze vormen de aanleiding tot ondernemen, om gedrag te vertonen dat is gericht op het bereiken van die doelstellingen. Marketeer willen hun product daarom koppelen aan motivatie dat houdt dus in dat de consument terug blijft komen bij dat product. Een aanknoping punt is een prikkel of afleidingen voor de consument om bepaald gedrag te vertonen. De manier waarom iemand hierop reageert is zijn reactie. Deze hoeft niet altijd zichtbaar te zijn. De bevestiging is de uitkomst wat de consument van een product vindt. Als de pijnstillers werken is dit een positieve uitkomst en heb je daar altijd weer dezelfde idee bij. (Kan ook negatief zijn)
4.2 manieren van leren
De volgende manieren van leren kunnen worden onderscheiden:
- Cognitief leren: doelen formuleren en informatie verzameld.
- Associatief leren(conditionering). Een verbinding leggen tussen gebeurtenissen die voor hem plezierig/onplezierig waren. Dit kan je weer delen in twee soorten conditionering. De eerste is klassieke conditionering hierbij gaan we ervan uit dat iemand een vaste reactie vertoont op een stimulus. Bij een instrumentele conditionering wordt er gewerkt met straf en beloning. Bij positief resultaat volgt er een beloning en bij negatief resultaat volgt er een straf.
4.3 aspecten van conditionering
Een stimulus generalisatie een goed voorbeeld hiervan is het verschil van a merken en huismerken is zo dusdanig klein geworden dan de consument geen uitgesproken voorkeur meer heeft. Het wordt dus aan elkaar gekoppeld.
Bij discriminatie van de stimuli wil de marketeer zich onderscheiden van zijn concurrenten.
4.4 specifieke voren van instrumentele conditionering
De omgeving is voor de consument erg belangrijk. De consument wordt bij elk winkel onderdeel geconfronteerd met de boodschap: dit is kwaliteit of hier is het gezellig. Dit kan natuurlijk ook negatief zijn in de ogen van de consument wat ervoor zorgt dat hij met legen handen thuiskomt. Als een consument een merkvoorkeur heeft kan deze actief worden gestimuleerd door het creren van een merkimago. Waardoor het product gunstiger naar voren komt dan de andere producten.
Bij instrumentele conditionering moeten verschillende stappen ervoor zorgen dat de consument tot het uiteindelijke leerdoel komt de stappen die de consument aflegt worden ook steeds beloond (bevestigd).
Voorbeeld effect is het imiteren van voorbeelden. Deze drie voorbeelden komen bij marketing aan de goede orde:
1. Ontwikkeling van nieuw gedrag
2. Tegengaan of voorkomen van ongewenst gedrag
3. Herindelen aan de positieve gevolgen en bestaand gedrag
Consumentengedrag samenvatting deeltoets 2
Hoofdstuk 8 referentiegroepen
8.1 soorten referentiegroepen
Een refentiegroep is een feitelijke of denkbeeldige groep die een sterke invloed uitoefent op onze gevoelens, kennis en gedrag. Deze kunnen we onderscheiden in:
- Normatieve referentiegroepen: die de algemene waarden van een persoon of diens hele manier van doen beienvloed. Bij een kind zijn dit bijvoorbeeld de ouders.
- Comparatieve referentiegroepen: hebben invloed op specifieke waarden of gedrag. Bijvoorbeeld iemand benvloed jou om wat te kopen.
- Informele of formele referentiegroepen: of de groep bestaat uit regels of van een vanzelfsprekende samenwerking.
- Feitelijke of symbolische referentiegroepen: het verschil tussen echt lid zijn van een referentiegroep of graag lid willen worden van een referentiegroep.
- Dissociatieve referentiegroepen: een referentiegroep waar men echt niet bij wil horen. En er dan ook niks mee te maken wil hebben.
8.2 algemene invloed van referentiegroepen
Referentiegroepen kunnen drie soorten van invloed hebben die staan hier onder uitgelegd:
1. Informationele invloed: de manier waarop mensen worden benvloed door de meningen van andere.
2. Instrumentele invloed: wanneer iemand de aanwijzingen van de groep opvolgt om zo een beloning te krijgen of een straf te ontlopen.
3. Expressieve invloed: een persoon die de referentiegroep als spiegel gebruikt voor zijn zelfbeeld. Door positieve reacties van de groep voelt de persoon beter.
8.3 invloed van referentiegroepen op de aankoop van producten en merken
De invloed van referentiegroepen is niet altijd even strekt soms hebben we zelf ook voldoende invloed. Het heeft onder andere met twee factoren te maken:
1. Gaat het om een aankoop die noodzakelijk is of gaat het om een luxe aankoop? Zo zijn we met een luxe aankoop veel meer benvloedbaar.
2. Gaat het om een aankoop die sociaal zichtbaar is? Het gaat voornamelijk om het juiste merk kopen van een luxeproduct.
8.4 gebruik van referentiegroepsinvloed in de reclame
Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van referentiegroepen in reclames. Er worden personen genoemd of getoond waar de consument zich kan in identificeren. Dit wordt op drie manieren gedaan:
1. Verwijzen naar een optreden van een bekende persoonlijkheid.
2. Getuigenissen van deskundige.
3. Getuigenissen van gewone mensen.
Influencers zijn hier een groot voorbeeld van.
8.5 criteria voor de keuze van een persoon in de commercials
Een persoon die in beeld komt in een commercial dient zijn publiek aan te spreken. Deze personen worden geselecteerd via het VisCAP-model.
- Visibility (bekendheid)
- Credibility (geloofwaardigheid)
- Attraction (aantrekkelijkheid)
- Power (overtuigingskracht)
8.6 voordelen van het gebruik van referentiegroepsinvloed
Het gebruik hiervan heeft twee voordelen:
1. De stijging van de merkbekendheid: er vindt een koppeling plaats tussen de bekende persoon en het bedrijf waar reclame voor wordt gemaakt.
2. Vermindering van het waargenomen risico voor de consument door de verwijzing naar een referentiegroep.
Hoofdstuk 9 perspectief van de sociologie
9.1 sociaal handelen
In de sociologie probeert het menselijk gedrag te verklaren vanuit het sociaal handelen. Dit is in de sociologie gericht op sociaal handelen met andere personen. Zowel in positieve zin als in negatieve zin. De invloed van de maatschappelijke-sociale omgeving wordt aangeduid met de afkorting DESTEP-factoren. Die een onpersoonlijke invloed uitoefent op het gedrag van mensen en dus ook op dat van de consument. Als we praten over de interactie tussen mensen hebben we het over het uiterlijke contact tussen mensen, datgene wat waarneembaar is. De communicatie is het proces van benvloeding van gedachten, gevoelend en streving van personen.
Sociaal handelen is een combinatie tussen interactie en communicatie. Dit is iets waar een marketeer goed op in moet spelen om de consument als het waar over te halen om hun product aan te schaffen.
9.2 structuur en cultuur
Als we een groep mensen bestuderen zijn we voornamelijk in twee dingen genteresseerd:
1. Hoe ziet de structuur van de groep eruit? Bij het bestuderen van de structuur richt de socioloog zich op de gedragspatronen van de mensen in de groep. Hoe verlopen de interacties? Welke posities en rollen zijn er in deze groep?
2. Hoe ziet hun cultuur eruit? Bij het bestuderen van de cultuur richt men zich op de houdingen, ideen, wensen en doeleinden van de mensen. In de sociologie worden er vier belangrijke cultuurelementen onderscheden:
1. Waarden: waarden zijn collectieve opvattingen over wat juist en daarom nastrevenswaardig is.
2. Normen: normen geven aan wat mensen behoren te doen en wat verboden is.
3. Doelen: doelen zijn concretiseringen van waarden die mensen willen nastreven.
4. Verwachtingen: verwachtingen zijn voorstellingen over datgene wat andere zullen doen; voorstelling ten aanzien van gewenste resultaten.
Cultuurelementen, zoals waarden, normen, doeleinden en verwachtingen, staan niet op zichzelf, maar vormen tezamen met andere elementen van de cultuur een complex stelsel.
Bij cultuuroverdracht via socialisatie of acculturatie kunnen we de volgende instituties en personen een rol spelen:
- Het ouderlijk gezin
- Scholen en verenigingen
- Kerken en andere geestelijke organisaties
- Massamedia/influencers
Waarden en normen benvloeden ook het koopgedrag van de consument. Zo ook ze basiswaarden zoals andere helpen.
De koppeling tussen waarde en normen: een reclame maakt hier een koppeling tussen. In de reclame wordt de consument iets voorgehouden dat hij een bepaald product/merk moet kopen (norm), wil hij die waarde realiseren.
Hoofdstuk 12 segmentatie en costumer experience
12.1 essentie van marktsegmentatie
Met het begrip marktsegmentatie verstaan we het opdelen van een heterogene markt in kleinere, homogene segmenten met als doel het bepalen van een geschikte marketingstrategie voor elk van die segmenten. Een bedrijf zal eerst het consumentengedrag ten aanzien van een product analyseren. Dit gebeurt aan de hand van een segmentatiecriteria. Een aantal belangrijke voorwaarde voor het benaderen van de markt op basis van segmentatie zijn:
- Het segment moet een bepaalde omvang hebben om tot winstgevende resultaten te komen.
- De grootte en de koopkracht van een segment zijn meetbaar, duidelijk vast te stellen.
- Binnen een marktsegment moeten de consumenten zo veel mogelijk gemeenschappelijke kenmerken bezitten en zo homogeen mogelijk op de marketingmix reageren; tussen de segmenten moet een duidelijke verschillen bestaan.
- Het segment is goed bereikbaar. Dit betekent dat het segment met de juiste manier van communiceren en de juiste distributie gemakkelijk te bereiken is.
12.2 segmentatie voor de consumentenmarkt
Het is belangrijk een variabele te kiezen die men bij segmentatie als de basis gebruikt, zijn in de volgende wijzen te groeperen:
- Algemene of product specifieke variabelen: beschrijven de kenmerken van de consument.
- Objectief of subjectief meetbare variabelen: de schaal ligt vast en de score niet afhankelijk is van de interpretatie van de respondent.
Algemene, objectief meetbare segmentatie variabelen
Zijn op te delen in 4 verschillende variabelen:
1. Culturele variabelen: wordt gekeken naar verschil in waarden, normen, taal, gewoontes en gebruiken. Is van belang om een duidelijk beeld te krijgen.
2. Geografische variabelen: wordt gekeken naar land, streek, plaats en klimatologische gebieden. Dit is van belang voor de winkellocatie. Klimaat verschillen spelen hierbij ook een rol.
3. Demografische variabelen: leeftijd, sekse, burgerlijke staat, godsdienst, kindertal, gezinsgrootte en gezinscyclus. Geeft bijvoorbeeld aan of de behoefde wel of niet aanwezig is.
4. Socio-economische variabelen: inkomen, beroep, opleiding en welstandsklasse. Het verschil in voorkeur, status komen hier vooral bij kijken.
Algemene, subjectief meetbare segmentatievariabelen
Zijn op te delen in twee variabelen:
1. Persoonlijkheid: de relatie tussen persoonlijkheidskenmerken en consumentengedrag.
2. Levensstijl: een samenhangend patroon van expressieve gedragskeuzen en smaakuitingen.
12.3 algemeen levensstijlonderzoek
Als we segmenteren kijken we voornamelijk naar 3 typen invloeden op besluitvorming.
Persoonlijke factoren
Demografische kenmerken
Activiteiten
Psychologische factoren
Behoeften en motieven
Perceptie en leren
Sociale factoren
Referentiegroep
Cultuur
Economische rangorde in de maatschappij
multi-item meting
Bezittingen, inkomen, opleiding, beroeps prestatie en woning
Plaats in de sociale structuur van een groep mensen.
Achieved vs. ascribed
Grofweg: Zelf gepresteerd of van ouders meegekregen?
Status hirarchie
Welke maatschappelijke invloed heeft iemand door zijn of haar status?
Sociale mobiliteit
In hoeverre is het mogelijk om de sociale ladder te klimmen? Zowel binnen als tussen generaties.
Waarden: Collectieve voorstellingen binnen een maatschappij over wat juist en nastrevenswaardig is.
Normen: Collectieve verwachtingen van het goede gedrag van anderen: bv. vriendelijk zijn.
Doelen en verwachtingen zijn zwakkere vormen van waarden en normen. Die minder te maken hebben met wat het goede is.
Niet iedereen vindt hetzelfde belangrijk
Traditioneel: behouden vroeger was alles beter
Modern: bezitten/ verwennen materialistisch en prestatie
Postmodern: ontplooien/ beleven ervaring en duurzame vooruitgang
Hoog inkomen
Hoge opleiding
Hoge banen
Midden inkomen
Middel opleiding
Midden banen
Laag inkomen
Lage opleiding
Lage banen
12.4 specifiek levensstijlonderzoek
Mentality-variaties
- BusinessLocus: helpt je segmenteren op persoonlijke opvattingen, drijfveren en ondernemersstijlen in het MKB.
- Digitality: biedt een doelgroepindeling op basis van drijfveren en gedragingen van de digitale consument.
- EtnoMentality: geeft uniek inzicht in de wensen en verwachtingen van nieuwe Nederlanders voor effectieve etnomarketing.
- shopperMentality: brengt consumenten gedrag in kaart door de stappen van de consument in de winkel te volgen.
- Vitality: biedt inzicht in het beweeggedrag en voedingspatroon van vitaliteitsdoelgroepen.
- Vrijetijdprofielen: vrijetijdsbesteding van Nederlanders
- zorgMentality: geeft inzicht in de belevingswereld, behoefden en wensen van zorg clinten.
12.5 segmentatie strategien
Ongedifferentieerde marketing: ook wel massa marketing. Worden geen afzonderlijke marketingstrategien voor verschillende segmenten uitgewerkt.
Gedifferentieerde marketing: men richt zich op verschillende segmenten in de markt. Gebruikssegmentatie: het richten op een bepaalde soort gebruiker zoals de intensieve gebruiker.
Benefitsegmentatie: de markt wordt opgesplitst in segmenten op basis van de producteigenschappen die kopers wensen.
Opstellen van buyer personas: het klantbeeld moet aan de ene kant veel informatie opvatten en van de andere kant de persoonlijke voordelen voor een consument laten zien.
Geconcentreerde marketing: een bedrijf richt zich op het gekozen marketing segment en hanteert daarbij de juiste marketingmix.
12.6 custumer experience
Buyer journey:
Zich bewust worden overwegen besluiten
Custome journey:
Service loyaliteit
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question