Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Samenvatting mijn bijbel heeft een rode draad
Hoofdstuk 1: De boeken van de wet
o De eerste 5 boeken zijn de boeken van Mozes. Worden boeken van de wet genoemd.
o Genesis betekend wording of schepping. De eerste 2 hoofdstukken laten zien dat God de Schepper is van alle mensen en daarom door alle mensen hoort te worden gediend.
o In het paradijs was de mens goed, hij was beelddrager van God. Zo spreekt de bijbel al vanaf het begin van de relatie tussen God en zijn schepping (de mens).
o Het woord relatie wordt in de bijbel niet gebruikt. In plaats van relatie zegt Hij verbond. Dat woord wordt in Genesis 20 keer gebruikt, Exodus 10 keer, Leviticus en Numeri 8 keer en Deuteronomium 17 keer. Deze boeken gaan dus over de relatie die God met de mensheid wil hebben.
o De wet behoort tot het boek van het verbond. God maakte zijn wet aan het volk Isral bekend, nadat hij dat volk had verlost uit de slavernij van Egypte. Dat volk had hij uitverkoren. Hij had het bevrijd en zou het naar het beloofde land brengen.
o God heeft een relatie met alle mensen maar in het bijzonder met Zijn volk.
o In Genesis kom je 2 verbonden tegen:
Werkverbond: dit gold in het Paradijs. God de Schepper had een relatie met Adam, en door middel van hem, met heel de mensheid. God was de God van alle mensen, dus ook van alle nageslachten. Adam werd ontrouw en at van de boom der kennis, des goeds en des kwaads. Het werkverbond was verbroken. De zondeval heeft alles kapot gemaakt. Door de zonde is de dood gekomen, over alle mensen, omdat we door Adam allemaal gezondigd hebben.
Genadeverbond: God met Christus zijn eigen zoon. Hij belooft een eeuwig leven. God belooft dat Zijn Zoon zal worden geboren als Mens. Dit Mens zal het laatste woord hebben omdat Hij de duivel en alle andere kwade machten zal overwinnen. Dat noem je de moederbelofte of het proto-evangelie.
Noachitisch verbond: God met Noach. Hij belooft dat er nooit meer een zondvloed over de hele aarde komt. Dat kan je zien aan de regenboog. Dit is geen officieel verbond!
o Je hebt 3 verschillende fases van het Genadeverbond:
Particuliere bedeling: God had gedurende een bepaalde periode Zijn verbond met verschillende personen die hem vreesden. Deze personen waren Adam, Eva en hun zoons Abel en Seth. Ook had Hij een verbond met Henoch en Noach.
Patriarchale bedeling: God verbindt Zich niet alleen aan Abraham, maar ook aan zijn zoon Izak en aan diens zoon Jakob.
Nationale bedeling: God heeft Zijn volk op aarde. Het heet Isral en de andere volken zullen dat weten. Hier gaat het vooral over in de boeken van Mozes. God geeft Zijn heilige wet aan het volk.
Kerkelijke bedeling: niet alleen Isral, maar ook Christus Kerk uit de volken deelt nu, na Zijn offer aan het kruis, in de genade. (dit is in het nieuwe testament)
o Wij hoeven de ceremonile wetten niet meer te onderhouden. Deze komen we tegen in Leviticus en Deuteronomium. Dit hield in dat je schapen of duiven mee moest nemen en deze in de kerk moest gaan slachten, mannen en jongens moeten zich besnijden, mensen met lichamelijke gebreken mogen niet naar de kerk en de belangrijkste mensen mochten alleen naar de kerk. Dat waren de priesters. Het was de bedoeling het uitverkoren volk te onderwijzen. Dat betekent:
In de eerste plaats dat God heilig is en dat er met Zijn recht niet kan worden gespot .
In de tweede plaats dat er zonder bloedstorting geen vergeving is.
In de derde plaats dat er ooit een Lam zou komen, zo perfect en rein, en dat het Lam de zonden van het volk voor altijd zou verzoenen.
o Heel de ceremonile wet had te maken met de bediening van de verzoening. Door heel de offerdienst liet God zien wie Hij was en dat Hij de zonden van zijn volk wil vergeven.
o De ceremonile wet en de burgerlijke wet geldt niet meer voor ons. Wij moeten ons nu houden aan de Tien Geboden. Exodus 20:
Eerste tafel: tegenover God Tweede tafel: tegenover de naaste
1. Heilig Gods dienst, geen andere goden 5. Je ouders eren
2. Heilig Gods wezen, geen beelden 6. Niet doodslaan
3. Heilig Gods naam, vloek niet 7. Niet echtbreken
4. Heilig Gods dag, de rustdag 8. Niet stelen
9. Niet liegen
10. Niet begeren
o Gods volk, Christus Kerk hoort de wet te vervullen. Toch leert Hij aan heel de wereld dat ze iedere week de wet moeten lezen. Het volk hoort in de prediking wie de wet wl gehouden heeft. En hoe deze Wetsvervuller toch gestraft is met een zeer diep lijden en een intens vernederende dood. En dat Hij daardoor in staat is Zijn uitverkoren volk te verlossen van zonde en schuld. Zijn Naam is Jezus en de Bijbel noemt Hem het Lam van God en de Leeuw uit Judas stam.
o Het is niet genoeg om alleen maar uiterlijk tot het volk van God te behoren. We zullen met ons hart christen moeten zijn. We zullen met heel ons wezen tot Gods volk moeten behoren. Daarvoor is het bloed van het verbond nodig, maar ook een volharden verbond. Mozes schreef daar al over aan het einde van zijn leven. Deuteronomium 28:1 en 15
Hoofdstuk 2: de boeken van het volk - Jozua Richteren Ruth 1 Samul 2 Samul
o De HEERE heeft Zichzelf aan Isral als Zijn uitverkoren volk verbonden. Hij heeft ze Zijn wet en Zijn dienst gegeven. In de tabernakel woont Hij bij ze. Nu Mozes gestorven is, zal Hij Zijn volk via Jozua binnenleiden in het beloofde land (Kanan). Jozua krijgt de opdracht om die volken (heidenvolken) te verdrijven. Hij krijgt van de Heere God een opdracht tot verovering. Mozes kreeg deze opdracht al, Jozua moet hem nu gaan uitvoeren. (Numeri 33: 50-53)
o Deze opdracht bestaat uit 2 onderdelen:
In de eerste plaats moet Isral het land Kanan veroveren.
In de tweede plaats mogen ze (het volk Isral en de Kananieten) niet vermengen met elkaar, maar ze (de Kananieten) verdrijven en het land reinigen van de afgoden.
o Jozua doet het als leider van zijn volk, maar bovenal als dienstknecht van God. Jozua hoeft niet bang te zijn; de Almachtige zal er Zelf bij zijn. Jozua en het volk hoeft zich alleen maar aan Gods wet te houden, zo zijn ze verzekerd van de blijvende hulp en steun van de Almachtige.
o Hij zal het land geven, het volk sterk en groot maken en Hij zal het volk zegenen en een gerust leven geven. God maakt Zijn Woord waar!
o Hij leidt Zijn volk door de Jordaan, Hij laat de muren van Jericho vallen. Na Jericho wordt Ai ingenomen, dan blijkt hoe belangrijk Jehova/de God van het verbond het vindt dat Zijn volk eerlijk en trouw is.
o Ieder van de 12 stammen krijgt haar eigen erfdeel toegewezen. Alleen Levi krijgt geen erfdeel/provincie. Levieten zullen steden gaan bewonen die verspreid zijn door het hele land. Deze stam levert priesters en levieten die de dienst aan God leiden, is er voor het hele volk.
o Aan Jozuas taak lijkt een einde gekomen. Het beloofde land is ingenomen, de Isralieten wonen er in vrede en rust. Maar Jozua doet nog 1 ding. Hij roept de oudsten van het volk samen in Sichem, waar Jakob (de aartsvader van het volk) ooit woonde. Jozua vernieuwt de verbondsrelatie die het volk heeft met de Heere. Duidelijke keus: alle afgoden moeten weg, alleen de Heere mag gediend en gevreesd worden. Maar er ging toch iets mis, niet alle afgoden waren weg, daardoor bleven de afgoden altijd gediend worden. Maar de zonde (afgoden) waren sterker, die bleef hevig aanwezig in Isral.
o Opdracht van Jozua was duidelijk: land innemen en de heidenvolken met hun afgoden en hun heidense opvattingen verdrijven. Land moest schoongemaakt worden vr het geheiligde, afgezonderde volk van God er in vrede en rust zou kunnen wonen. Maar de stammen van Juda en Benjamin hadden niet alle heidenen verdreven. Maar bleek toch meerdere stammen niet te doen, daardoor bleef altijd het ongeloof en zonde aanwezig in Isral.
o Isralieten hadden er geen last van, de Heere wel. Straf op deze zonde, een bijzondere straf. Richteren 2:3 Ik zal hen (de overgebleven heidenen) voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn en hun goden zullen u tot een strik worden.
o De Isralieten zien dit niet als een zware straf, ze hebben alles onder controle?!
o Het gaat al snel mis. Richteren 3:5-7 Als nu de kinderen Israls woonden in het midden der Kananieten, der Hethieten en der Amorieten en der Ferezieten en der Hevieten er der Jebusieten, zo namen zij zich derzelver dochters tot vrouwen en gaven hun dochters aan derzelver zonen en zij dienden hun goden. En de kinderen Israls deden wat kwaad was in de ogen des Heeren en vergaten de Heere, hun God, en zij dienden de Bals en de bossen.
Zo ontstond er een zware schade in de relatie tussen God en Zijn volk. Richteren 3:8 Toen ontstak de toorn des Heeren tegen Isral
o Telkens zie je de geschiedenis als een cirkel ronddraaien. Volk is ongehoorzaam en vergeet zijn God. Een koning die het volk in Gods weg leidt ontbreekt en iedereen doet wat goed is voor zichzelf. God geeft Zijn volk over aan vreemde naties die het verdrukken. In de verdrukking roept het volk tot God. Die geeft hen een nieuwe leider, een richter. Met Gods hulp bevrijdt die richter het volk. Weer een periode van vrede, tot het weer in de zonde valt. Berovingen en onderdrukking brengt schaarste, honger, ziekte en dood met zich mee. Maar trouw van de Verbondsgod: Hij laat Zijn volk niet definitief los, telkens komt Hij tot hulp.
De 1e richter, Othniel is nog een man voor wie je bewondering kunt hebben.
De 2e richter, Ehud zou je ook nog best een held kunnen noemen.
De 3e richter Samgar
De 4e richter, Debora/Barak is een vrouw, omdat de man die God op het oog had bang is.
De 5e richter, Gideon is van zichzelf onzeker.
De 6e richter, Thola
De 7e richter, Jair
De 8e richter, Jeftha
De 9e richter, Ebzan
De 10e richter, Elon
De 11e richter, Abdon
De 12e richter, Simson zijn voorliefde voor vrouwen van de vijand eindigt zijn leven in gevangenschap en zelfmoord. Hij redt zijn volk zonder moed of glorie.
o Volgende leider is een profeet Samul; hij wordt door de Heere al jong apart gezet en voorbestemd om het rebelse volk toch weer een man naar Gods hart te geven. God is geduldig! Hij doorbreekt de vicieuze cirkel. Samul is een leider aan wie het volk zich kan optrekken. Wanneer Samul te oud wordt en zijn zonen ongeschikt zijn, komt het volk. Die willen een koning, net als alle andere volken. Het volk had eigenlijk al een koning, de Koning der Koningen. God Zelf.
De Heere vervult deze wens van het volk. In opdracht van de Heere zalft Samul Saul, de zoon van Kis, uit de stam van Benjamin, tot 1e koning over Isral.
o Het koningschap van Saul begint goed, maar uiteindelijk blijkt dat Saul geen hart heeft voor de Heere en voor Zijn dienst. Dat komt door zijn ongehoorzaamheid. David, de herder en psalmdichter, de kleinste zoon van Isa, uit de stam van Juda, wordt Sauls opvolger.
o David is de man naar Gods hart. Ondanks de zonden van David, zal het koningschap van David eeuwig zijn. Uit David zal ooit de Verlosser voortkomen Koning van het hemelse Koninkrijk, tronend in het hemelse Jeruzalem.
o David is van grote betekenis voor de geschiedenis van Isral. Het volk is groot en sterk geworden. Jeruzalem veroverd en tot hoofdstad gemaakt. Hij heeft de ark van het verbond naar Jeruzalem gehaald. Van David is ook het plan om in plaats van de tabernakeltent een schitterende tempel te bouwen. Daar kreeg hij geen toestemming voor van God, want aan zijn handen kleefde bloed. Hij was een oorlogskoning.
o Geschiedenis van Ruth is een illustratie van de ellende van het volk in de richterentijd, maar ook van de trouw van God in diezelfde periode. Vanwege een hongersnood in Isral verhuizen Elimelech en zijn vrouw Naomi met hun 2 zonen naar Moab. Elimelech en zijn zonen (Machlon en Chiljon) worden ziek en sterven. Als Naomi het plan opvat om terug te keren naar Bethlehem, naar haar erfdeel in Isral, gaat Ruth uiteindelijk met haar mee. Orpa, de andere schoondochter, haakt bij de grens af.
o Ruth heeft beleden dat het volk van Naomi ook haar volk zou zijn en de God van Naomi ook haar God. De Heere voegt haar daarop Zelf bij Zijn volk. Ze trouwt met de rijke Boaz. Ruth en Boaz krijgen samen een zoon: Obed. Obed wordt de vader van Isa. En Isa is zoals we weten de vader van David.
o God zelf schrijft met Zijn hand de geschiedenis. Vooral de geschiedenis van zijn uitverkorenen volk.
o Bij de 1e vijf boeken van het volk gaat het over de heilsgeschiedenis. De geschiedenis onderweg naar de Heere Jezus, Gods Zoon, de Mensenzoon, de Zoon van David, de grote Israliet.
o Belangrijke lessen op deze weg: bijvoorbeeld dat ze/we het verbond met God niet kon houden.
o Het volk moest op deze manier leren: als het niet vanwege de Heere was, vanwege Zijn geduld met hen en Zijn trouw aan Zijn verbond, dan was het verbond allang verbroken! Dan was er geen relatie meer. Isral was dan opgegaan in de naties om haar heen. Gods volk was dan overweldigd, uitgeroeid, opgelost en dan had niemand er nog iets van gehoord. Dan was David geen koning geworden en was zijn troon geen eeuwige troon geweest. Dan was Jezus Christus in de volheid van de tijd nooit geboren. Geen volkomen Wetsvervuller en Zaligmaker, echte verlossing was er dan niet.
o Cruciaal is de rol van de zonde. Isral ruimde de zonde niet helemaal op. Zonde richt altijd schade aan maakt meer kapot dan je lief is. De zonde haten en laten gaan is het doel. Niet in eigen kracht, maar in de Naam van Jezus, uit liefde tot Hem, de Zondeloze, de meerdere Jozua, de grote Davidszoon, de meerdere Salomo. In Hem alleen vinden we redding en zaligheid.
Hoofdstuk 3: De boeken van het volk (II)
Het volk Isral is altijd gehaat en aangevallen geweest, er is van alles aan gedaan om dit volk uit te roeien. Daar moet de duivel wel achter zitten. Maar de vraag is waarom?
o De duivel kreeg zijn eerste kans om het verbondsvolk iets aan te doen doordat Isral een menselijke koning kreeg. En hoewel deze koningen door God gekozen waren, waren het allemaal mannen met zonden. Doordat God nu niet langer zelf direct aan de leiding van Zijn volk stond, zag de duivel zijn kans schoon om zijn pijlen op deze koningen en hun volk te richten.
o Het begon met Saul, hij begon het koningschap goed, maar eindigde bij een duivelsdienaar. Daardoor nam God hem het koningschap af. David werd koning, maar ook hij viel in de zonde, en werd gestraft. De pest kwam over zijn volk, en er zou voortdurend ruzie zijn in zijn familie. Toen werd Salomo koning, Salomo werd gestraft voor het hebben van vele vrouwen, en het dienen van hun goden. Salomo s straf was dat het rijk uiteen zou vallen in het twee- en tienstammenrijk. Dit gebeurde echter niet tijdens zijn leven, maar tijdens de regering van zijn zoon: Rehabeam. Rehabeam hield het tweestammenrijk over, en Jerobeam kreeg het tienstammenrijk. Dit was een belangrijke slag voor de duivel, want Jerobeam verliet de dienst des Heeren. Hij liet gouden kalveren bouwen in Dan en Bethel.
o In de hele geschiedenis van het tienstammenrijk, bestaande uit 20 koningen, is er niet n godvrezende koning geweest. Via Izebel, Achabs vrouw, kwam de Balsdienst in Isral. En ondanks de waarschuwingen van de profeten Elia en Elisa, won de Kananitische Bal godsdienst het, van de Isralische godsdienst. Toen kwam de straf op de zonde, want toen God Zijn volk niet langer beschermde tegen de vijanden greep de duivel zijn kans. De tien stammen van Isral werden weggevoerd naar Assyri. Van een terugkeer in Isral lezen we in de Bijbel niet.
o In het tweestammenrijk ging het iets beter. Hier kwamen ook soms godvrezende koningen aan de macht, al lag de nadruk op slechte koningen. Enkele godvrezende koningen zijn: Uzzia, Jotham, Hizkia, Manasse en Josia. Echter na de regering van de laatste godvrezende koning, Josia, wordt ook het tweestammenrijk weggevoerd, zij naar Babel. Dit gebeurde in 586 voor Christus en vanaf dan lijkt het ook voorbij met de relatie tussen God en Zijn volk. En de belofte van de komst van de Zaligmaker lijkt dus ook te zijn gestrand. Maar wat God beloofd doet Hij, want na 70 jaar mocht het volk terugkeren naar hun vaderland. De eerste groep gaat met Zerubbabel en de profeet Ezra, zij beginnen Jeruzalem en de tempel op te bouwen. Maar door een valse beschuldiging van de Samaritanen komt de bouw stil te liggen. Nehemia, een schenker aan het Perzische hof, krijgt van de koning toestemming om de herbouw verder op zich te nemen.
o Maar de duivel is nog niet klaar, want hij ziet dat God Zijn volk trouw blijft. Hiervoor gebruikt hij de Amelekiet Haman, die een diepgewortelde haat in zijn hart heeft tegen de Joden. Omdat Mordechai, de Jood, niet voor hem wil buigen laat Haman een galg voor hem bouwen. Ook weet Haman het voor elkaar te krijgen, een wet te creren om het hele volk uit te roeien. Maar weer blijkt Gods besturing: koning Ahasveros trouwt met de Jodin Esther. Als koning Ahasveros er via haar achter komt wat de wet inhoudt laat hij een wet maken dat het Joodse volk zich mag verdedigen, en zelfs staatsbescherming krijgt van de koning.
o Maar waarom wilde de duivel dit per se? Hij wilde niet dat de Zoon van God op aarde geboren zou worden. Hij wilde dat God van zijn verlossingsplan af zou zien, maar hij vergiste zich in de trouw van God aan Zijn volk. Maar het verbond is niet op menselijke voorwaarden gegrond, het was een verbond tussen de Vader en de Zoon. De satan moest het uiteindelijk verliezen, want Christus is gekomen.
Hoofdstuk 4: Boeken vol wijsheid en pozie (zonder oranje vakken)
o Hiervoor hebben we stilgestaan bij de historische boeken van het O.T. Het ging over de algemene wereldgeschiedenis en de heel bijzondere geschiedenis namelijk de heilsgeschiedenis. God toonde namelijk Zijn liefde en macht aan Isral. Hij bevrijdde het uit Egypte en bracht het naar het beloofde land en bleef hen trouw verzorgen hoeveel ze ook zondigden. Ook naar de wegvoeringen, naar Assyri (tienstammenrijk) en Babel (tweestammenrijk) bleef God trouw aan Zijn belofte en verbond. Isral was een zingend volk, ze zongen tot eer van God. Over Zijn daden en over hoe goed Hij is. Dit begon al nadat ze ontsnapt waren en alle Egyptenaren omgekomen waren in de zee.
o Alle 150 psalmen ontstonden in de loop van de geschiedenis van Isral als Gods uitverkoren volk. We horen hoe God als Heilige en Zijn volk als schuldige door Gods genade en liefde toch weer bij elkaar komen. Het boek van de psalmen geeft weer hoe het uitverkoren volk zich tot haar heilige en genadige God heeft mogen richten. Het zijn naast de creatieve uitdrukkingen van het volk, genspireerde woorden die de Heilige Geest dit volk gaf. Het boek is geliefd onder christenen -> jongeren leren meer over Wie God is en wie Hij wil zijn.
o Er bestaan veel verschillende psalmen. Er zijn dankliederen (psalm 18) en klaagliederen (psalm 28) maar ook lofliederen (psalm 150) en wijsheidsliederen (psalm 1). Er zijn daarnaast ook psalmen van vertrouwen (psalm 11,121) en herinnering (psalm 78,105) en koningspsalmen (psalm 72)
o We zingen dus niet alleen als we blij zijn maar ook als we bijv. bedroefd zijn. Zo is het leven ook met de Heere. Er zijn goede en kwade dagen. De Prediker is onder de indruk van de grote verschillen die er zijn. Ook Job weet van die diepgang. Dit boek behoort tot de potische geschriften, dit boek is misschien wel het oudste boek van de Bijbel. Job werd op de proef gesteld en zijn geloof ook. Alles werd hem afgenomen maar hij zei de Heere niet vaarwel. Hij bleef volhouden en uiteindelijk kreeg hij alles terug. Het boek staat ook wel bekend als wijsheidsboek. Wij zijn niet bestand tegen de duivel en zulke machten. Maar toch is God veel groter. Hij kan ons het leven en vrede geven.
o Wijsheid vinden we ook in de boeken van Salomo, we denken dan aan de Spreuken. Maar deze zijn niet allemaal door hem geschreven. Ze zijn aan hem toegeschreven, opgedragen of door wijze mannen in zijn dienst gemaakt omdat Salomo de wijste mens ooit was. Dit is door God gegeven. De Spreuken wijzen op de zegen van een leven dat aan de Heere is toegewijd. Ze waarschuwen tegen dwaasheid, boosheid, opstand en kwaad. De Spreuken zijn te vergelijken met Prediker, in dit boek worden jonge mensen gewezen op het voorbijgaande karakter dat de wereld te bieden heeft. Te midden van al die deprimerende oproepen, wekt Salomo jongeren en ouderen op hun Schepper te zoeken. God is eeuwig: wanneer we Hem vrezen, verbinden we ons aan de Eeuwige.
o De liefde komt in deze wijsheidsboeken minder naar voren maar in Hooglied komt deze sterk naar voren. Salomo is de fout in gegaan met al zijn vrouwen maar uit Hooglied blijkt dat er een vrouw was waarvan hij toch het meest heeft gehouden, een Sulamitische. Het Hooglied is een lofdicht op de liefde van de koning voor haar. De 2 spreken telkens met elkaar. Om Hooglied te volgen is het van belang te snappen wie er aan het woord is.
o In Hooglied kom je veel te weten over de liefde tussen man en vrouw, het geestelijk tot elkaar komen maar ook de lichamelijke kant krijgt een plaats. Het gaat om de schoonheid van het lichaam en de omgang met elkaar. Als we goed doorlezen in de teksten in Hooglied zien we niet alleen de liefde voor zijn vrouw maar gaat het ook om de liefde van Christus tot Zijn kerk, de gemeente, Zijn bruid. De liefde van God in Christus tot Zijn Kerk is de bron van de onderlinge menselijke liefde die het voortbestaan van het aardse leven nog mogelijk maakt. Zonder dit was het allemaal allang opgehouden. Hoe sterk Zijn liefde is wordt duidelijk gemaakt in Hooglied. Salomo wordt verliefd op een arm en donker plattelandsmeisje. Jezus wil ook trouwen met een onwaardige en zondige bruid, met Zijn gemeente die hij voorbereidt voor Zijn dag.
o Het Hooglied heeft een diepe Messiaanse boodschap. Zoals het volk van God de drager was van het zaad van de belofte van de komende Redder en Zaligmaker, zo dragen ook de boeken van dit volk de belofte van de Messias in zich. Juist ook de potische boeken vol wijsheid en pozie die weergeven hoe het volk zich uitdrukte tegenover God.
o David en Salomo waren elk typen van Christus. In hun leven wezen bepaalde dingen al op Christus, zoals de grote Davidszoon en de Vredevorst. Heenwijzingen naar de komende Messias zijn er dus al wel, maar we moeten goed lezen. In verschillende psalmen staat er iets over Christus zoals in psalm 40:8 bijvoorbeeld: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven? Zonder Christus kunnen we deze psalmen niet uitleggen, omdat het Messiaanse psalmen zijn, vol van de beloofde Gezalfde. Daarbij komen nog profetien die rondom Christus letterlijk in vervulling zijn gegaan.
Hoofdstuk 5 de profeten
o John is een paragnost, hij kan dingen voorspellen (bijv. via een droom). Maar is dat hetzelfde als een profeet?
o Oude testament voor grootste gedeelte geschreven door profeten. Na Hooglied komen de profetenboeken: de Newieiem, zoals de Joden het noemen.
o Ook in het boek Koningen komen profeten voor die geen eigen boek hebben, denk aan Elia, Elisa en Nathan. In Isral bestonden zelfs profetenscholen. Er zijn ook vrouwelijke profeten in het Oude Testament: profetessen.
o Wat is een profeet? Iemand die namens een godheid boodschappen doorgeeft aan de mensheid. Daarbij is diegene soms in staat de toekomst te voorspellen.
o Het Jodendom staat bekend om zijn profeten. Via deze weg had God contact met Zijn volk, destijds hadden ze namelijk nog geen Bijbel. De profeten waren door God zelf uitgekozen en aangesteld.
o Er waren ook valse profeten, zij hadden alleen goed nieuws te brengen. Je kan hen herkennen. Namelijk dat hun boodschappen nooit uitkomen, ook al spreken ze namens God
o Een paragnost is ook niet hetzelfde als profetie. Ze hebben wel vage ideen en belevingen, maar ze voorspellen nooit iets z exact dat de wereld er ook echt iets aan heeft. Dit is bij profetie wel zo. Al is dit niet het doel, het doel is een boodschap van God door te geven.
o Eerste 5 profeten boeken zijn de grote profeten omdat ze uitgebreider zijn. Dus niet omdat ze meer waard zijn dan de kleine profeten, ze zijn allemaal ware profeten. De profeten hadden vaak geen groot, gelovig publiek. Er waren maar weinigen die de woorden geloofden, zien we bij Jesaja. Jesaja was een nette man en sprak niet luid. Hij vond het uiterlijke Christendom (tempeldienst) zonder berouw en bekering maar niks en waarschuwde hier ook voor. Het ging hem om de inhoud. Liefde en recht is waar de godsdienst echt om draait. Pas als de mensen berouw hebben kan Jesaja zijn werkelijke boodschap kwijt.
o Het bloed van de offers verwees alleen maar naar Jezus, ze konden niet de zonden wegnemen. Jesaja noemde Hem de Knecht des Heeren. Zoals Kores (Perzische leider) de sleutel was naar aardse bevrijding, zo zou zijn Opvolger de sleutel zijn naar eeuwige verlossing. Sommige profetien kennen dubbele vervullingen: eerder in Kores, later veel dieper en versterkender in Christus.
o Soms trekken profetien de toekomst ook samen. Bijvoorbeeld dat Christus eerste komst met Zijn tweede komst in 1 profetie worden samengetrokken.
o Jesaja vertelt duidelijker dan wie dan ook hoe Jezus zal moeten lijden. Door Jesaja 53 kan je diep onder de indruk raken van de diepte van Zijn lijden en de letterlijke vervulling van de profetie.
o In de tijd van Jeremia (100 jaar na Jesaja) lag Jeruzalem helemaal in puin, Jesajas beloften leken geen doel te treffen.
o Jeremia zou eigenlijk priester moeten worden, maar de Heere had hem op jonge leeftijd tot het profeetschap geroepen. Valse priesters hadden hem landverrader genoemd. Jeremia werd zo depressief van hen, dat hij zijn eigen geboortedag vervloekte. Toch gaat de klaagzang van Jeremia over in dankbaarheid, hij weet zeker dat God nog niet klaar is.
o Jeremia koopt symbolisch een stukje van het beloofde land om aan te geven dat er toch nog hoop is.
o Het volk Isral is nu in Babel waar ze treuren om de stad van David en de tempel. God wil hen hoop geven door Ezechil, hij wordt geroepen door God om de profeet van de ballingschap te zijn. Hij mag het volk wijzen op eigen schuld, maar ook wijzen op de trouw van God door alles heen.
o Ook Danil is een profeet uit de ballingschap. De Heere maakte hem ook medeheerser van het rijk. Danil voorspelt verschillende rijken. Uiteindelijk het rijk van Vorst Messias. Dat rijk zal alle aardse rijken doen eindigen. Het lijkt soms of Jezus het gezegd zou kunnen hebben, maar Hij was er pas na ongeveer 400 jaar.
Hoofdstuk 6: De kleine profeten - Hosea Amos Obadja Jona Nahum
o We zijn aangekomen bij de 12 kleine profeten. Die verdelen we in 2 groepen. De eerste groep zijn de eerste 6 Bijbelboeken en de tweede groep de overige 6 Bijbelboeken. De eerste groep zijn de profeten die hebben gesproken tot het tienstammenrijk en de heidenvolken.
Noordelijke rijk: Isral
Zuidelijk rijk: Juda
o Isral was weggevoerd onder koning Jerobeam. Het volk onderscheidde zich bijna niet meer van de andere heidenvolken. De profeten spreken tegen dit volk erg kritisch. Isral had God zwaar beledigd en er waren geen Godvrezende koningen, daarom waren de preken van de profeten altijd vol van dreigementen en onheilstijden.
o Een duidelijk voorbeeld is van Hosea, hij krijgt een opdracht van de Heere om met een hoer te trouwen en kinderen te krijgen. Hosea krijgt drie kinderen. Met de namen die de Heere aan die kinderen geeft laat Hij duidelijk merken dat Isral ontrouw geworden is. Het heeft zich vermengt met de heidenen en daarmee het verbond gebroken. De Heere laat Hosea niet voor niks met een prostitu trouwen. Hij heeft hier Zijn bedoelingen mee. Ten eerste kan Hosea dan merken hoe trouw God aan zijn volk is, ook al is het volk ontrouw. Daarnaast zal Hosea de oordeelsdreigingen dan met extra overtuiging door kunnen geven aan het volk.
o In het Tienstammenrijk ging het goed. De mensen hadden genoeg geld, maar ze leefden niet dicht bij de Heere en hielpen de armen niet. Amos is de profeet die dit sociale onrecht in Gods Naam aan het licht stelt.
o Jona, Nahum en Obadja profeteren vooral tegen de heidenvolken. Eerst komt Jona, als het rijk van Assyri steeds machtiger begint te worden. Jona moet gaan preken in Ninev, maar hij gaat niet. Jona had liever gehad dat Ninev ten onder ging aan de toorn van God. Dan zou gelijk de dreiging voor het volk Isral weg zijn. Door de val van Ninev werd de profetie van Nahum vervuld. En het kwaad dat Jona vreesde was al geschied. De Assyrirs hadden het volk Isral overwonnen en in gevangenschap weggevoerd.
o Obadja is de kleinste profeet van de kleine profeten. Er is maar n hoofdstuk over hem in de Bijbel, daarom weten we weinig over hem. We weten wel dat zijn profetien gericht zijn tegen Edom. Edom was het broedervolk van Isral, dat volk is voortgekomen uit Ezau.
o De kleine profeten worden vaak vergeten. We lezen ze weinig omdat ze geen teksten van hoop en verlossing bevatten. Toch is dat juist iets waar we ons voor open moeten stellen. Dat is de waarheid, als je de Heere niet dient! Hier wordt ook duidelijk dat de Heere niet altijd de zonde vergeeft. Alleen wanneer er sprake is van oprecht berouw en blijvende bekering dan vergeeft God de zonde. En alleen om Jezus wil, buiten Christus is God een verterend vuur. Mooie Messias beloften kom je niet tegen in deze kleine profeten over het tienstammenrijk. Er lijkt geen hoop te zijn, maar toch is er een klein beetje hoop, een laatste strohalm die God aanbiedt.
o Veel dreiging en oordeel dragen deze profeten uit, maar uiteindelijk gloort er toch hoop. Omdat God doorgaat. Omdat uit Juda de Verlosser geboren zal worden. In Zijn Naam zullen bekering en vergeving van zonden worden gepredikt. Aan alle volken!
Hoofdstuk 7: De kleine profeten (II)
o In de laatste hoofdstukken van het OT komen zeven evangelieboden aan bod. Deze profeten (Jol, Micha, Habakuk, Zefanja, Hagga, Zacharia en Maleachi) spreken ook wel over oordeel, maar ook altijd over de komst van Christus. Al deze profeten zijn ook naar het tweestammenrijk gestuurd.
o Deze profeten hadden geen goede boodschap voor het tienstammenrijk, die zich los hadden gescheurd van het tweestammenrijk, Jeruzalem, de tempel en daarmee de dienst van God.
o Juda kreeg meer profeten dan Isral.
o De moeilijkste tijd was de Babylonische ballingschap, waar beide landen voor altijd ten onder leken te gaan. Voor de ballingschap waren Jol, Micha, Habakuk en Zefanja actief, na de ballingschap Hagga, Zacharia en Maleachi. Tijdens de ballingschap spraken Ezechil en Danil tegen de ballingen.
o In het boek Habakuk is die komst nog in nevelen gehuld. Aan het einde van hoofdstuk 2 zwijgt de profeet na de oordelen stil en volgt het gebed van Habakuk, waarin hij de hoop op God vestigt.
o De andere profeten mochten in meer detail vertellen hoe de belofte zou worden vervuld. Micha voorspelt waar de Heere Jezus geboren zal worden en dat Hij zal lijden. Hier spreekt ook Zacharia van. Zijn volgelingen zouden dan verstrooid worden, maar de HEERE zou met hen zijn. Ze zullen apostelen worden. Ook spreekt Zacharia over de prijs die voor Jezus betaalt zou worden: 30 zilverlingen. Ook over Jezus intocht in Jeruzalem op een ezelsveulen spreekt hij. Maleachi vertelt in het laatste hoofdstuk van het OT dat Jezus een Zon der gerechtigheid zal zijn, voor iedereen die in hem zal geloven, maar voor wie niet in hem gelooft voorspelt Maleachi een vlammend oordeel. Ook voorspelt hij de komst van Johannes de doper, die hij Elia noemt.
o Steeds meer wordt het heilsplan duidelijk.
o Hagga voorspelt dat de tweede tempel heerlijker zal zijn dan de eerste, omdat Jezus er zal zijn. Jol voorspelt iets over de pinksterdag. Zonder tussenpauze gaat hij daarna door naar de oordeelsdag. Dit maakt het voor ons soms moeilijk te begrijpen, heeft hij het over Pinksteren of over de tijd vlak voor de oordeelsdag? Dit gebeurt bij de profeten in het OT wel vaker. Dit komt omdat de profeten niet goed konden zien dat Jezus twee keer zou komen: als Redder en als Rechter, dat ligt aan het perspectief. Vergelijk het met twee Bijbels voor je houden, 1 vlak voor je, de ander op een meter afstand. De eerste zie je, de tweede niet of minder goed.
o De profeten wisten niet alles. Ons perspectief is anders. Wij hebben het OT en het NT.
o Profeteren betekent in de Bijbel veel meer dan de toekomst voorspellen. Het is in de eerste plaats Gods woord doorgeven en uitleggen. Daarin laat God zien wat er in de toekomst zal gebeuren. Dat staat op de tweede plaats. Dit kun je zien in de nachtgezichten van Zacharia. Die laten geen duidelijk beeld van de toekomst zien, maar gaan vooral over de trouwe zorg van de HEERE.
o De profeten brengen een boodschap van heil, maar dat heil is alleen voor Gods ware kinderen. Het is een rijke boodschap, niet voor iedereen, maar wel voor de overgeblevenen van Isral.
Hoofdstuk 8 - Het evangelie en de kerk (Matth. t/m Hand.)
o Begin NT gaat het over heilsfeiten. De Messiasbeloften worden vervuld. Heere Jezus = Christus, betekent Gezalfde. Gezalfd door de Vader, afgezonderd en uitgezonden om Verlosser te zijn.
o Ieder kerkelijk jaar: gedenken van de heilsfeiten. De heilsfeiten zijn echt waar en mesten zo gebeuren, omdat er anders geen redding mogelijk was voor zondaren (veel uitleg in Catechismus hierover).
o Beloften OT + vervulling NT -> het heilig Evangelie (= goede nieuws), met de Drie-enige God als kern.
o Mattheus Johannes: 4 getuigenissen van de heilsfeiten. Er is dus 1 Evangelie, al wordt het in de Bijbel verteld door vier evangelisten.
o Eerst: 3 synoptische evangeliebeschrijvingen (= verkorte weergave van Jezus leven) van Matthes, Markus, Lukas.
Markus: rechterhand van Petrus. Vertelt ook het evangelie volgens Petrus beschrijven. Focust op wonderen waarin Jezus meer is dan een Mens.
Mattheus: ooggetuige van Zijn leven. Was tollenaar. Richt zich op de Joodse lezers. Veel aandacht voor Jezus als Leraar.
Lukas: onderzoeker, van beroep dokter. Gedetailleerde omschrijvingen, verhalen goed nagegaan.
Johannes: (behoort niet tot synoptische evangelin) luisterde vooral naar de woorden die Jezus sprak. Hier staan ook de 7 Ik-ben-teksten -> getal van de volheid. Ook schreef hij het boek van de kerk.
o Tijdens Jezus leven: meer wondertekenen dan ooit gebeurd. Wonderen waren ter bewijs dat Hij de Messias was.
o Soms lijkt het alsof de boeken elkaar tegenspreken. Advies: raadpleeg Bijbelverklaringen die dit uitleggen (bijv. boek Synopsis)
o Gelijkenissen en wonderen
Gelijkenis: verhaal uit dagelijkse leven (niet perse waargebeurd) met een boodschap
Hoofdstuk 9: Brieven van Paulus aan gemeenten - 1 en 2 Thessalonicenzen
o Jonge christengemeenten in Klein-Azi
- Werden snel gesticht met weinig begeleiding, want zendelingen trokken al weer door naar de volgende stad.
- Door gebrek aan kennis en ervaring ontstonden er wel allerlei problemen. Vandaar de serie brieven van deze zelfde grote heidenapostel Paulus.
- Toch deed het Evangelie zijn kracht. Wordt duidelijk in de harten en leven van de mensen en het voortbestaan van de gemeenten.
o Wat deze gemeenten hadden: in veel gevallen de eerste bezorgers van de blijde boodschap
- de bijzondere leiding van de Heilige Geest.
In de eerste algemene zendbrief van de apostel Johannes (1 Joh 2:20) lezen we: Doch gij hebt de zalving van de heilige, en gij weet alle dingen.
De Heilige: de Heere Jezus, de Koning van Zijn Kerk
Zijn zalving: De Heilige Geest. Die gaat uit van de Vader en van de Zoon om te wonen in de harten van de uitverkorenen.
- De brieven die er binnenkwamen, geschreven door de apostelen.
Apostolisch vermaan: Aan de woorden van de apostelen werd groot gezag toegekend. Dat komt o.a. door:
In veel gevallen de eerste bezorgers van de blijde boodschap.
Ze waren ooggetuigen van het leven van de Verlosser; Hem ontmoet en gesproken.
o Vanaf het Bijbelboek Romeinen stuiten we dus op Apostolisch vermaan aan jonge christengemeenten zonder veel kennis of ervaring, maar wel onder de leiding van de heilige Geest.
o Opbouw van de brieven:
- Aanhef: de naam van de afzender en daarna richt de apostel zich in dezelfde aanhef tot de christenen in de gemeenten. Zegenwensen. De christenen worden vaak aangesproken met heiligen. Heilig zijn de christenen niet van zichzelf, maar voor God, gewassen in het bloed van Christus, vergeven door de Vader.
- Midden: de brief wordt vaak geschreven door een secretaris
- Slot: namen van afzonderlijke personen die Paulus laat groeten.
- Einde: een hartelijke zegenwens en het woordje amen.
o Christenen uit de vroege Kerk gebruikten de Ichthusvis als herkenning.
- Ichthus betekent in het Grieks Vis.
- Ichthus is een samentrekking van de Griekse beginletters van Jezus Christus, Gods Zoon, Verlosser:
Iesous: Jezus
Christos: Christus
Theou: Gods
Uios: Zoon
Soter: Verlosser
o De brief van Paulus aan Galaten is het meest kritisch:
- Daar zijn valse broeders de gemeente binnengeslopen, met oude joodse wetten.
Alleen door Christus gehoorzaamheid en offer wordt een zondig mens gerechtvaardigd, volkomen vergeven door God. En alleen dat is waarlijk vrij zijn.
Ook in de brief aan de Romeinen strijdt Paulus voor deze zaken.
o Judasten: De zaligheid verbinden aan het navolgen van wetten en regels.
o In Korinthe was verdeeldheid.
- Allemaal groepjes die iemand anders (een andere prediker) aanhingen
- Allerlei geestesgaven die leidden tot wanorde in de kerkdiensten.
o De brieven aan de Thessalonicenzen:
- Liefdevol, niet wanhopen, maar verwachtend leven.
o Kolossenzen:
- Paulus roept op trouw te blijven
o Filippenzen:
- Meest blijde epistel: Paulus dankt voor de liefde, de standvastigheid en de eensgezindheid in deze christengemeente.
- Hij schrijft deze brief als gevangene
o Gevangenisbrieven: Fillippenzen, Efeze, Kolossenzen, 2 Timothes en Filemon.
Hoofdstuk 10: Brieven van Paulus aan personen
o Saulus en John Newton waren beide mannen die mensen vervolgden. Ook werden zij beiden door de Heere Jezus stilgezet. Ze waren beide niet getrouwd, maar waren wel familiemannen. Voor hun geestelijke kinderen hebben ze veel betekend. De brieven die geschreven zijn door beide mannen zijn bedoeld voor een breder publiek.
o Paulus eerste brief aan een individueel persoon is aan zijn geestelijke zoon Timothes. Zijn moeder en oma zijn waarschijnlijk het middel geweest voor de bekering. Maar voornamelijk Paulus heeft hem onderwezen. Tijdens de derde zendingsreis geeft hij Timothes de opdracht om in Deze te blijven en leiding te geven. Er heerste daar een haat naar christenen.
o In een tweede brief verteld Paulus dat hij in Rome in de gevangenis zit. Hij roept nogmaals op om te volharden in het geloof en hij hoopt dat Timothes hem op komt zoeken.
o In de eerste brief aan Timothes roept Paulus op om de goede strijd van het geloof te strijden. In de tweede brief stelt Paulus zichzelf als voorbeeld. Paulus bemoedigd dus zijn geestelijke zonen, waaronder Timothes, maar ook Titus. Titus kwam uit de landstreek Galati. Waarschijnlijk is dat ook de landstreek van Timothes. Titus was een echt christen uit de heidenen. Zijn familie was niet Joods.
o Titus krijgt van Paulus tijdens de reis steeds meer verantwoordelijkheid. Zo moest hij in Korinthe geld inzamelen voor de christenen in Jeruzalem. Later wordt hij naar Dalmati gestuurd en daarna naar Kreta. Daar moest hij de ouderlingen aanstellen en toerusten.
o Rond het jaar 64 na Christus krijgt Titus van Paulus een brief op Kreta. Daarin krijgt hij de raad in de vorm van voorschriften over hoe mannen en vrouwen zich in de gemeente en onderling moeten opstellen. Paulus hoopt dat Titus aan de eendrachtigheid kan werken. Paulus maakt wel duidelijk dat je niet door goede werken de genade kan verdienen, maar dat het wel een vrucht kan zijn.
o De brief aan Filemon is de oudste individuele brief. Deze is ook gericht aan Appia en Archippus. De slaaf Onesimus steelt en gaat er vandoor. Hij komt bij Paulus terecht. Paulus wordt het middel van bekering. Paulus schrijft Filemon om hem te bewegen tot vergeving.
o Christocentrisch: Christus in het middelpunt. We lezen in de brieven over warme relaties die uiteindelijk maar om n Iemand draaien.
Hoofdstuk 11: Brieven aan Joodse Christenen
o De Joodse volgelingen van Christus waren na zijn hemelvaart met een kleine groep. Ze hadden het erg moeilijk, omdat ze aan de ene kant hun eigen volksgenoten hadden die niets van Jezus moesten hebben, terwijl aan de andere kant juist de heidense christenen waren, die (zo leek het vaak) weinig ontzag hadden voor de wet van Mozes.
o De brief aan de Hebreen is specifiek aan de Isralieten geschreven, evenals het Bijbelboek Jakobus en ook andere gedeelten uit verschillende Bijbelboeken. Rom. 9-11
o Paulus zegt in Rom. 9 dat hij erg verdrietig is over het ongeloof in Isral: ze erkennen de Messias niet. Maar door dit ongeloof kon het Evangelie wel naar de heidenen, dat was Gods plan. Toch zal er ook barmhartigheid komen voor Isral, ze blijven het verbondsvolk. Rom. 11 eindigt daarom in een lofzang.
o Jakobus is waarschijnlijk een halfbroer geweest van de Heere Jezus en de leider van de christengemeente in Jeruzalem. Hij erkende pas na de opstanding Jezus als de Messias. Toen noemde hij zichzelf in zijn Bijbelboek geen broer meer, maar nederig: dienstknecht.
o Waarschijnlijk heeft Paulus de Hebreenbrief geschreven, maar dat is niet helemaal duidelijk. Hebreen is met een zeer goddelijke stijl geschreven. Het begint al met God. Er word in vertelt wie Jezus is, hoeveel meer Hij is dan de profeten, engelen e.a.
o Juist als de tempel is verwoest (de Joden zijn verstrooid) lees je in Hebreen dat de troon niet is omgevallen. Jezus is juist de grote Ambtsdrager. Hij is geen vervanging, maar vervulling.
o Marcion erkende heel het oude testament niet meer. Gelukkig gaat het boek Hebreen daar lijnrecht tegenin. Christus vervuld het oude testament.
o Er is wel een verandering opgetreden na Christus sterven. De verandering in de bedeling: De nationale bedeling is overgegaan in een internationale bedeling: Niet meer alleen de Joden, maar ook de heidenen.
o De tempeldienst en priesters zijn niet meer nodig. Christus heeft het offer immers volbracht.
o De oudtestamentische geloofshelden hebben Gods belofte geloofd, maar niet gezien. De Joodse gelovigen mogen op Christus zien als de vervulling van de beloften.
o We hebben het wre geloof nodig zegt Jakobus. Alleen dat geloof maakt zalig. Paulus en Jakobus benadrukken allebei dat we alleen door het geloof zalig kunnen worden, maar dan krijgen we ook de wet lief. En schuiven we niet net als de antinomiaanse christenen de wet aan de kant. Paulus legt wel meer de nadruk op dat we door goede werken niet zalig kunnen worden, terwijl Jakobus juist ook zegt dat we als we zalig worden, ook door de liefde goede werken zullen gaan doen, maar het gaat hen beiden om Christus.
o Luther had meer op met Paulus dan met Jakobus, maar hij had ook Paulus geschreven brieven nodig om te bewijzen tegen de Roomse kerk dat goede werken niet zaligmakend zijn. Ook benadrukte Luther dat Jezus bijna niet voorkwam in het Bijbelboek Jakobus.
Christus De kerk De gelovige
Profeet Hoogste profeet Predikant
Predikt Preekt Evangeliseert
Onderwijst Onderwijst Spreekt van Christus
Priester Enige (Hoge)priester Diaken
Offert (Zichzelf!) Collecteert Geeft in de kerk
Zegent Deelt uit Heeft lief
Bidt Bidt en helpt Bidt en helpt
Koning Eeuwige Koning Ouderling
Verlost Helpt in onderwijs en
pastoraat Beheerst zichzelf
Beschermt Ziet toe op de prediking Regeert zijn gezin
Regeert Regeert de gemeente Strijdt tegen zonde, duivel
Hoofdstuk 12. Algemene zendbrieven
1 Petrus 2 Petrus 1 Johannes 2 Johannes 3 Johannes Judas
o Algemene zendbrieven: Briefen die geschreven zijn aan alle christenen van alle plaatsen en gemeenten.
o Belangrijke zaken in de laatste zes apostolische brieven (testament):
1. Christelijke leer, de geloofsleer, wordt verdedigd tegen de valse leer (ketterij).
2. Christenen worden opgeroepen een heilig leven te leiden en zo een goed getuigenis in de wereld te geven.
3. De ouder wordende apostelen benadrukken dat de christenen elkaar lief moeten hebben en eensgezind moeten zijn.
1. De zuivere leer
Geloofsleer/ doctrine: datgene wat de apostelen in navolging van de Heere Jezus hebben geleerd en uitgedragen. Kortom: Christus is Heer!
Valse leraren en spotters: zij belijden niet dat Christus Heer en Meester is. Ze geven toe aan hun vleselijke lusten, hun neiging tot de zonde. Dat praten ze goed met een beroep op Gods genade. Als God toch genadig is, nou, dan kan deze en die zonde er ook nog wel bij!
De heilige drie-eenheid: deel van de geloofsleer. In de eerste brief van Johannes waren er al mensen die zeiden dat Christus geen God was. Later werd dit alleen maar erger, terwijl Johannes het duidelijk heeft uitgelegd ( Jezus is God, De Heilige Geest is God en samen met de Vader zijn zij de drie-enige God).
2. Oproep voor een heilig leven:
Wie zuiver in de leer wil zijn en blijven, zal ook een heilig leven moeten zoeken. Leer en leven moeten in overeenstemming zijn. Dan is er vrede, geestelijk welzijn en geeft het rust.
3. Lief en eensgezind zijn :
Liefde en eendracht zijn aan het vorige onlosmakelijk verbonden. Wie zuiver in de leer is en uiterlijk een keurig leven leidt, kan diep in zijn hart nog haat of wrok koesteren. Dit maakt alles kapot wat hij heeft opgebouwd.
o Leer, leven en liefde (anders geformuleerd: kennis, heiligheid en liefde) horen bij elkaar. Je hebt heel de erfenis (dus alle drie de elementen) als christen nodig. In Christus komt alles samen. Hij heeft alles wat ons ontbreekt. Kennis, heiligheid, gerechtigheid en liefde.
Hoofdstuk 13: De Apocalyps
o Openbaring is het enige profetisch boek in de bijbel. Een profetisch boek wil zeggen dat het een boek is waar het gaat over de dingen die nog gebeuren moeten. Openbaring 2 en 3 worden ook wel de brieven van Christus genoemd.
o Openbaring is een boek wat dingen in het dagelijks leven opheldert. Het is geen tl-verlichting, want het laat niet alles in n keer zien, maar wel genoeg om gerust te stellen.
o Openbaring is een boek ter opscherping en ter bemoediging. Eerst in de vorm van brieven, daarna in de vorm van visioenen.
o In openbaring zijn de getallen symbolisch. Het staat ergens symbool voor, bijv. zeven staat voor de volheid, je hebt ook duizend, dat staat voor een hele lange tijd.
o In openbaring 20 gaat het over een duizendjarig rijk. Daar is veel onduidelijkheid over. Vele mensen denken dat het de periode is die nog aan moet breken, de mensen die dat denken noemen ze chiliasten. Daarin heb je twee verschillende visies. Je hebt mensen die denken dat Christus eerst terugkomt en dat er daarna nog een duizendjarig rijk is op de aarde, die stroming noem je het pre-chiliasme. En je hebt mensen die denken dat Christus aan het einde van het duizendjarig rijk terug zal komen. Die stroming noem je het post-chiliasme. De meeste gereformeerde Bijbeluitleggers zeggen het duizendjarig rijk al is aangebroken.
o Eschatologie, zo noemen theologen de leer van de laatste dingen van deze wereld.
o In openbaring gaat het ook over de antichrist, niemand weet zeker wie daarmee bedoeld wordt. De mannen van de reformatie dachten dat de paus van Rome de antichrist is, maar dat is vandaag de dag niet zeker.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question