Doe een uitgebreid onderzoek naar Economische processen
ONTGINNING EN ENERGIEWINNING
Aan de hand van bronnen beschrijf je de ontginning van grondstoffen en energiewinning en de ruimtelijke
gevolgen ervan.
Ondersteunende kennis Wat je moet kunnen
De begrippen:
ontginning
grondstof.
Je situeert ontginningsregios van grondstoffen in de
wereld.
Je geeft een antwoord op deze vragen over
grondstofontginning:
Welke grondstoffen worden er ontgonnen?
Waar worden de grondstoffen ontgonnen?
Met welk doel worden de grondstoffen
ontgonnen?
Op welke manier worden grondstoffen
ontgonnen?
Het begrip en de betekenis van het begrip
energiewinning
Je geeft een antwoord op deze vragen over
energiewinning:
Welke soort energie wordt er gewonnen?
Waar wordt de energie gewonnen?
Waarom wordt er (op deze plaats) energie
gewonnen?
Op welke manier wordt er energie gewonnen?
De benvloedende factoren op ontginning en
energiewinning:
geopolitieke factoren: staatsvorm en
stabiliteit
fysische factoren: klimaat en
klimaatverandering, relif, ondergrond
sociaal-economische factoren: HDI,
scholingsgraad, verloning, afzetmarkt.
Je legt uit hoe deze factoren de grondstofontginning en
energiewinning benvloeden.
Het begrip duurzaam ruimtegebruik.
De veranderingen in de open ruimte als gevolg van
de ontginning van grondstoffen en
energiewinning.
De eigenschappen van duurzame ontginning,
duurzame energiewinning en duurzaam
ruimtegebruik bij ontginning en energiewinning.
De perspectieven op duurzaamheidsvraagstukken,
de 5 Ps:
planet (planeet aarde)
people (de mensen)
prosperity (welvaart)
peace (vrede)
partnership (samenwerkingsverbanden).
Je onderzoekt de effecten van grondstofontginning en
energiewinning in functie van duurzaam ruimtegebruik.
Je gebruikt de 5Ps om die effecten te onderzoeken.
INDUSTRIE
Aan de hand van bronnen beschrijf je de industrie en de ruimtelijke gevolgen van de industrie.
Ondersteunende kennis Wat je moet kunnen
De begrippen:
productie
industrie
consumptie
vraag en aanbod
afzetmarkt
bbp (bruto binnenlands product).
De productiewijzen van goederen:
traditioneel versus modern.
Je situeert plaatsen in de wereld op basis van het bbp en de
industrile regios.
Je geeft een antwoord op deze vragen over industrie:
Welke industrietakken komen voor?
Welke producten worden er in de industrie
gemaakt?
Waar komt de industrie voor?
Is het traditionele of moderne industrie?
Wat is de afzetmarkt voor de producten?
De benvloedende factoren op het industrieel
proces:
geopolitieke factoren: staatsvorm en
stabiliteit
fysische factoren: klimaat en
klimaatverandering, relif, grondstoffen
sociaal-economische factoren: HDI,
scholingsgraad, verloning, afzetmarkt.
Je legt uit hoe die factoren het industrile proces
benvloeden.
De begrippen:
duurzame productie
duurzame consumptie
duurzame industrie
duurzaam ruimtegebruik.
De perspectieven op duurzaamheidsvraagstukken,
de 5 Ps:
planet (planeet aarde)
people (de mensen)
prosperity (welvaart)
peace (vrede)
partnership (samenwerkingsverbanden).
Je onderzoekt of een industrie duurzaam is op basis van de
productiewijze, de consumptiewijze en het ruimtegebruik.
Je gebruikt de 5Ps om dat te beoordelen.
De begrippen:
industrialisatie
de-industrialisatie
reconversie
leegstand.
Je onderzoekt de effecten van de industrialisatie en deindustrialisatie op de ruimte: reconversie, leegstand.
Je gebruikt de 5Ps om die effecten te beoordelen.
LANDBOUW
Aan de hand van bronnen beschrijf je de landbouw en de ruimtelijke gevolgen van de landbouw.
Ondersteunende kennis Wat je moet kunnen
De begrippen:
landbouw
landbouwsysteem
bodem.
Je situeert de verschillende bodems en de verschillende
landbouwsystemen in de wereld.
De productiewijzen in de landbouw:
traditioneel versus modern
intensief versus extensief.
Je geeft een antwoord op deze vragen over landbouw:
Welk landbouwsysteem komt hier voor?
Welke landbouwproducten worden er geteeld of
gekweekt?
Waar komen deze landbouwsystemen voor?
Op welke manier wordt er geproduceerd? Is het
traditionele of moderne landbouw? Is het extensieve
of intensieve landbouw?
Wat is de afzetmarkt voor de
landbouwproducten?
De benvloedende factoren op het
landbouwproces:
fysische factoren: klimaat en
klimaatverandering, relif, bodemkwaliteit en
ondergrond
sociaal-economische factoren: Human
Development Index, scholingsgraad
Je legt uit hoe die factoren het landbouwproces
benvloeden.
De begrippen:
milieueffect
bodemerosie
bodemdegradatie.
De milieueffecten als gevolg
van landbouwactiviteiten:
ontbossing
vermesting
bodemerosie
bodemdegradatie.
Je onderzoekt de effecten van landbouwactiviteiten en het
vrijmaken van land voor de landbouw.
Je onderzoekt hoe schaalverandering een gevolg is van de
moderne landbouw.
Je onderzoekt de impact van schaalverandering in de
landbouw op de open ruimte.
De begrippen:
duurzame landbouw
duurzaam ruimtegebruik.
De perspectieven op duurzaamheidsvraagstukken,
de 5 Ps:
planet (planeet aarde)
people (de mensen)
prosperity (welvaart)
peace (vrede)
partnership (samenwerkingsverbanden).
Je onderzoekt aan de hand van bronnen en een
beschrijving van een landbouwbedrijf of het een voorbeeld
is van duurzaam ruimtegebruik of niet.
Je gebruikt de 5Ps om dat te beoordelen.
HANDEL EN DIENSTEN
Aan de hand van bronnen beschrijf je de handel en diensten en de ruimtelijke gevolgen van de
aanwezigheid van handel en diensten.
Ondersteunende kennis Wat je moet kunnen
De begrippen:
handel
diensten.
Je geeft een antwoord op deze vragen over handel en
diensten:
Welke handel en diensten komen hier voor?
Waarom komen deze handel en diensten op deze
plaats voor?
De begrippen:
toerisme
duurzaam toerisme.
Je geeft een antwoord op de vragen:
Waarom is toerisme een voorbeeld van een
dienst?
Waar komt toerisme voor?
Waarom komt toerisme hier voor?
In welke mate is toerisme duurzaam?
De benvloedende factoren voor toerisme:
geopolitieke factoren: stabiliteit
fysische factoren: klimaat en
klimaatverandering, relif
sociaal-economische factoren: Human
Development Index, welvaart.
Je legt uit hoe deze factoren het toerisme benvloeden.
geef van de informatie hierboven een samenvatting voor leerlingen van de 2de graad secundair onderwijs TSO. Het onderzoek moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question