Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: Faylinn - 2 years ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: H2 - De tijd van grieken en romeinen
2.1 - Wetenschap en politiek in de griekse stadstaat

De eerste griekse beschavingen
Omstreeks 750 v.C. werd het verhaal opgeschreven ( epos over oorlog van Griekse helden ) met het alfabet. Alfabet letterschrift dat Grieken kort daarvoor met wat aanpassingen hadden overgenomen. Met uitvinding van het schrift omstreeks 3000 v.C. was oudheid begonnen. Tweede periode tijd van Grieken en Romeinen. Oudste beschaving in Europa Minosche beschaving op Kreta, bloeitijd 2000-1700 v.C. Deze beschaving had schrift op kleitabletten. Doordat het nauwelijks is ontcijferd, is er veel minder over bekend. Omstreeks 1500 v.C. Grieken vanaf Europese vasteland heersen over Kreta. In die tijd ontstond vroegste Griekse beschaving in gebied dat bestond uit Griekse vasteland, schiereiland Peloponnesos, westkust van Anatoli en vele eilanden. Deze Myceense beschaving werd gedomineerd door krijgsheren die basileus (koning) werden genoemd. Myceense beschaving ging ten onder in de 12e eeuw v.C.

De cultuur van de Griekse stadstaten
Vanaf 8e eeuw v.C. kwam nieuwe Griekse beschaving tot ontwikkeling. Grieken leefden toen in onafhankelijke stadstaten (poleis) met landbouwstedelijke samenleving. Er was bloeiende economie die snelle bevolkingsgroei tot gevolg had. Toen overbevolking dreigde in Griekenland vertrokken groepen en vestigden zich in kolonies (werden gesticht aan kusten van Middellandse en Zwarte zee). Grieken leefden niet meer in een staat maar hadden wel idee dat ze samen een volk vormden. Kwam door gezamenlijke cultuur spraken dezelfde taal, vereerde dezelfde goden. Door kolonisatie en gebruik van gemeenschappelijke munt (drachme), groeide Griekse handel, nijverheid en welvaart. 5e eeuw v.C. Griekse cultuur tot bloei, in het bijzonder de wetenschap en de bouw- en beeldhouwkunst. Griekse beschaving wordt klassiek genoemd omdat gedachten en vormen later zo goed zijn teruggevonden dat ze werden nagedaan. Antieke Grieken voelden zich met elkaar verbonden tegenover niet-Grieken (barbaren). Pas in 388 v.C. werden ze in een rijk verenigd, toen ze werden onderworpen door het koninkrijk Macedoni. Betekende niet einde van Griekse cultuur maar begin van de verdere verspreiding ervan. Koning van Macedoni gaf zijn troonopvolger Alexander de Grote een Griekse opvoeding. Deze veroverde in 334-323 v.C. met Griekse soldaten het Perzische rijk & Egypte.

Burgerschap en politiek
Griekse stadstaten werden in begin geregeerd door aanzienlijke families of koningen. Polis met erfelijke koning monarchie (griekse woord voor alleenheerschappij). Andere poleis werden bestuurd door leden van een groep met erfelijke voorrechten in samenleving edelen. Dit bestuurssysteem heette aristocratie. Rijkdom van aristocraten was gebaseerd op grondbezit. Sommige steden kregen regering van rijken die niet allemaal uit adellijke families kwamen oligarchie. Door economische ontwikkeling kwamen er meer ambachtslieden en handelaren wilde meebeslissen over bestuur van polis, oftewel politiek. In sommige steden veroverde een edelman op onwettige manier met geweld alle macht. Zo'n tiran probeerde vaak steun te krijgen van het volk. Athene 507 v.C. democratie. Volksvergadering besilste over wetten, koos bestuurders en controleerde hen. Athene was directe democratie. Burgers kozen geen vertegenwoordigers, maar mochten zelf stemmen en spreken in volksvergadering. Alleen autochtone vrije mannen hadden het burgerschap. Vrouwen, slaafgemaakten en immigranten waren ervan uitgesloten.

Wetenschappelijk denken
Grieken verklaarden de wereld met verhalen over goden. De goden waren bovennatuurlijk maar hadden menselijke eigenschappen. Misschien kregen Griekse denkers daardoor het idee dat goden menselijk bedenksel waren. Vanaf 6e eeuw v.C. ontwikkelden filosofen rationele manier van denken. Probeerden alles met verstand te beredeneren. Grieken waren niet uitvinders van wetenschap. Wetenschap in de zin van kennis van de natuur was zo oud als mensheid. Ze geloofden dat goden ziekte en gezondheid brachten, maar maakte ook geneesmiddelen. Maar dat soort wetenschap was concreet en praktisch. Grieken maakten wetenschap los van praktijk. Gingen nadenken over abstracte begrippen schoonheid, macht en zwaarte, wilden begrijpen hoe werkelijkheid in elkaar zit. Met abstracties zochten wetenschappers naar wetmatigheden.

2.2 - Cultuur in het Romeinse rijk

Het Romeinse wereldrijk
Romeinen dachten dat hun stad in 753 v.C. was gesticht door Romulus. In 510 v.C. Rome werd republiek toen laatste tiran was verdwenen. Vermoedelijk werd Rome in 4e eeuw v.C. geleidelijk een republiek. De Romeinse republiek was gebaseerd op principe dat macht gedeeld moest worden & machthebbers snel afgelost moest worden. Machtigste bestuurders waren de twee consuls, werden voor een jaar gekozen door volksvergadering, konden alleen werken met toestemming van senaat. Rome een van stadstaten die in Itali ontstond. 4e eeuw v.C. Rome rond 30.000 inwoners. In die tijd breidden Romeinen machtsgebied uit. Tussen 343 en 290 v.C. veroverden ze Midden- en Zuid-Itali. Tussen 264 en 146 v.C. rekende Rome af met Carthago, stadstaat in Tunesi (domineerde westelijke Middellandse zeegebied). In tijd van verwoesting van Carthago voltooiden Romeinen onderwerping van Griekenland. In lange reeks oorlogen breidden ze hun rijk uit in het oosten tot aan Tigris en Arabische woestijn. In zuiden heel Noord-Afrika tot aan Sahara onderworpen. Zuid- en West-Europa tot aan Rijn ingelijfd. Romeinen konden dit wereldrijk veroveren door verslagen volken aan zich te binden, maakte verslagen vijanden tot slaaf (lieten sommige Romeins burger worden), samenwerken met verslagen vijanden : bondgenoten. Gevolg Romeinen hadden groot , sterk leger. Naarmate Rome machtiger werd, vroegen bedreigde staten om hulp.

Het keizerrijk
Verovering leidde in 1e eeuw v.C. tot einde van Romeinse republiek. Succesvolle legeraanvoerders werden te machtig, door senaat niet meer in hand te houden. Na lange tijd vol gewelddadigheden en burgeroorlogen tussen legeraanvoerders. In 44 v.C. liet Julius Caesar zich benoemen tot dictator van het leven. Kort daarna werd die vermoord door senatoren die republiek wilden redden. Vervolgens begon nieuwe burgeroorlog, werd gedwongen door Octavianus. Toen Octavianus zijn vijanden had verslagen ging hij voorzichtiger te werk dan zijn oom liet instellingen van republiek bestaan, noemde zich geen dictator. 27 v.C. begon Romeinse Rijk. Na instelling van keizerrijk volgden binnen Romeinse imperium twee eeuwen rust en vrede. Pax Romana Generaals bestreden elkaar niet meer, want keizer was opperbevelhebber van alle strijdkrachten. Keizer benoemde ook bestuurders van provincies waarin rijk was verdeeld. Deze gouverneurs moesten verantwoording aan hem afleggen. Pax Romana bevorderde welvaart. Romeinen legden tienduizenden kilometers wegen aan, aanleg van havens, bestrijding van piraten. Onderdanen uit alle onderworpen volken vestigden zich in Rome, ontstond multiculturele samenleving. Steden werden centra handel waar producten uit het hele rijk werden geconsumeerd. Romeinen stichtten steden, die uitgroeiden tot politieke, economische en culturele centra.

Ontstaan van de Grieks-Romeinse cultuur
Toen Romeinen met hun veroveringen in oosten begonnen, was griekse cultuur al over Egypte en West-Azi verspreid. Romeinen namen veel van over ontstond mengcultuur, Grieks-Romeinse cultuur. Onder invloed van Grieken gingen Romeinse goden meer op mensen lijken. Romeinen namen Griekse goden over, zoals Apollo. Romeinen namen ook goden van andere overwonnen volken over. Bestuurders en ambtenaren moesten daarom aanhanger zijn van Romeinse staatsgodsdienst. In Romeinse rijk was godsdienstige tolerantie, onderdanen mochten alle goden vereren. Als ze maar meededen aan verering van staatsgoden en keizer. Op gebied van wetenschap, filosofie en literatuur lieten Romeinen zich inspireren door Grieken. Griekse wetenschappers en schrijvers traden in Romeinse dienst. Na verovering van Griekenland verscheepten Romeinen duizenden beelden naar Rome en haalden Griekse kunstenaars naar Itali. Maar Romeinse beeldhouwers ontwikkelden ook eigen vormentaal. Griekse beelden lieten jeugdige perfectie zien Romeinse beelden waren vaak realistisch. In bouwkunst vermengden Romeinse Griekse elementen, zoals zuilen.


Verspreiding van de Grieks-Romeinse cultuur
Grieks-Romeinse cultuur werd over hele rijk verspreid. Overal waar Romeinen heersten, bouwden ze wegen, bruggen, amfitheaters, triomfbogen en tempels. In oosten bleef voertaal Grieks, in westen was Latijn voertaal. Leger speelde belangrijke rol bij romanisering. Mannen uit hele rijk namen dienst in Romeinse leger. Inheemse elites hielpen ook bij romanisering. Lokale bestuurders en rijke kooplieden en grootgrondbezitters in steden in het westen gingen Latijn spreken, namen Latijnse namen aan gingen zich gedragen als Romeinen. Waren trots op dat ze Romeinse burger waren en dezelfde rechten hadden. Ook verlenen van burgerrecht aan mensen van ver buiten Rome, waar Romeinen in 4e eeuw mee begonnen waren, bevorderde romanisering. 212 v.C. deze operatie voltooid toen in een klap alle vrije mannen in Romeinse rijk burgerrecht kregen. Na ondergang van Romeinse Rijk bleef klassieke vormentaal van Grieks-Romeinse cultuur grote voorbeeld in Europa en Amerika.

2.3 - Jodendom en christendom

Het jodendom
Verhalen over vroegste geschiedenis van jodendom staan in de Tenach. Deze verhalen zijn opgenomen in het Oude Testament, eerste deel van de Bijbel. Volgens deze verhalen stammen joden af van Abraham. God beloofde dat de nakomelingen van Abraham en zijn vrouw Sarah het land Kanaan (Israel/Palestina) zouden bezitten. Eerste wet was dat joden geen andere goden mochten aanbidden. Bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor bestaan van Abraham en Mozes. Op den duur gingen ze in een god als de hoogste zien. Toen joden het bestaan van andere goden gingen ontkennen werd hun godsdienst monothestisch. Vanaf de 6e eeuw v.C. werd Judea achtereenvolgens onderworpen door Perzen, Grieken en Romeinen. Veel joden kwamen toen in andere delen van Perzische rijk, Grieken rijken en het Romeinse rijk terecht joodse diaspora (verspreiding) genoemd. Vanaf 4e eeuw ontstond Tenach, toen joden hun verhalen, wetten en leefregels opschreven. Joden geloofden dat God nieuwe koning zou sturen Messias. Genspireerd door dit geloof brak 66 n.C. opstand tegen Romeinen uit. Na nog een opstand werd Jeruzalem Romeinse stad waar joden jarenlang niet mochten komen.

Het ontstaan van het christendom
Jezus van Nazareth werd volgens Romeinse bronnen omstreeks 30 n.C. op bevel van Romeinse gouverneur als misdadiger gekruisigd. Na Jezus' dood vormden zijn volgelingen een groep van joodse vereerders. Paulus maakte de verering van Jezus los van het jodendom waardoor een nieuwe monothestische godsdienst ontstond: het christendom. Vanaf 52 n.C. reisde Paulus door Syri, Anatoli en Griekenland, waar hij mensen tot het christendom bekeerde en christelijke gemeentes stichtte. Ook legde hij nieuwe geloof in brieven uit. Christenen moesten de dood niet opvatten als het einde, maar als nieuw begin. Dit uitzicht op een beter leven in het hiernamaals maakte het christendom populair.

Het christendom wordt staatsgodsdienst
Joden en christenen weigerden mee te doen aan de verering van Romeinse staatsgoden en de keizer. Joden hoefden dat ook niet. Zij mochten volgens hun eigen wetten en regels leven. Bij chirstenen lag dat anders. Over hen maakten Romeinse heersers zich zorgen probeerde iedereen te bekeren, kregen aanhangers in alle lagen van bevolking. Bovendien wezen christenen Romeinse normen en waarden af. Christendom werd verboden, maar christenen werden eerst niet systematisch vervolgd. Aan het eind van 3e eeuw probeerden enkele keizers het christendom uit te roeien, maar hield groei van christendom niet tegen. 313 keizer Constantijn gaf christenen godsdienstvrijheid. 380 keizer Theodosius maakte van christendom de nieuwe Romeinse staatsgodsdienst. 392 andere godsdiensten verboden, met uitzondering jodendom. Romeinen sloten tempels of bouwden ze om tot kerken. Vier oude levensbeschrijvingen van Jezus, de evangelin, werden samen met de brieven van Paulus als tweede deel toegevoegd aan de Bijbel. Samen vormden ze Nieuwe Testament

2.4 - Romeinen en Germanen

Germaanse cultuur
Romeinen en Germanen kregen door verovering van Caesar voor het eerst met elkaar te maken. Romeinen noemden de volken ten oosten van de Rijn Germanen. Volken ten westen van de Rijn noemden ze Kelten (Gallirs). Germaanse volken leefden in dunbevolkte streken in landbouwsamenleving. Krijgsheren en hun families vormden elites, die voortdurend strijd voerden. Romeinse rijk was voor hen aantrekkelijk vanwege zijn welvaart.

Romeinen en Germanen
Romeinen drongen diep door in Germaans gebied in tijd van Augustus. 90 km ten oosten van de Rijn begonnen ze met bouwen van een stad. Bouw ging door tot 9 n.C. ten noorden van de stad Romeins leger werd verrast door Germaanse strijders: Slag bij het Teutoburgerwoud. Nederlaag was enorme klap voor de Romeinen. Ze verwoestten de stad in aanbouw en trokken zich terug tot achter de Rijn, bleef daarna de grens. Bij Rijngrens waren contacten tussen Romeinen en Germanen meestal vreedzaam. Romeinen sloten bijvoorbeeld verdrag met Bataven die door bondgenootschappen vanuit Duitsland verhuisden naar de Betuwe. In dergelijke grensgebieden ontstond Germaans-Romeinse mengcultuur. Romeinen en Germanen dreven ook handel met elkaar.

Romeinse erfgoed
In 3e eeuw raakte Romeinse rijk in verval. Door dodelijke epidemien daalde het aantal inwoners en nam handel en productie af. Situatie werd slechter doordat het Romeinse bestuur niet meer voor veiligheid kon zorgen. Binnen 50 jaar werden 25 keizers vermoord. Na afwisselende tijden van eenheid en verdeeldheid, splitste Theodosius in 395 West-Romeinse Rijk, hoofdstad Rome & Oost-Romeinse Rijk, hoofdstad Constantinopel. Romeinen hadden meer moeite om grenzen in Europa te bewaken. Vanaf 3e eeuw invallen Germaanse plunderaars namen toe. Lieten ook Germanen toe als bondgenoten, waren niet altijd betrouwbaar. 395 groep Germaanse goten in opstand. Onder leider Alarik trokken Goten Itali binnen, plunderden Rome. Tegelijk drongen hunnen (nomadische ruiters) Europa binnen, vanuit Noord-Aziatische steppen. Germaanse groepen stichtten koninkrijken in Romeins gebied. Deze migraties volksverhuizingen. West-Romeinse rijk eindigde toen laatste keizer in Rome 476 n.C. werd afgezet. Oost-Romeinse rijk bleef tot 1453 bestaan.


Kenmerkende aspecten:
4. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in europa verspreidde
6. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
7. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa
8. De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monothestische godsdiensten
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit