Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Bloedvaten
Functie arterin (slagaders):
Transporteren het zuurstofrijk bloed van het hart naar de rest van het lichaam
Structuur= dikker dan venen, hoe dichter bij het hart hoe meer het uit elastisch weefsel bestaat inplaats van spierweefsel. Verder van het hart bestaat het meer uit gladspierweefsel (dus in de arteriole). Van binnen naar buiten --> tunica intima (endothelium), tunica media, tunica adventitia.
De systemische bloeddruk wordt voornamelijk bepaald door de weerstand van de kleine slagaderen tegen de bloedstroom
Eindarterie is een slagader die de enige bron van bloedtoevoer naar een weefsel is, zoals de vertakking van de retina van het oog
Functie capillairen (haarvaatjes):
Wisselt bloedstoffen uit met het weefselvocht dat de lichaamscellen omgeeft (met uitzondering epidermis)
Structuur= bestaat uit een laag endotheelcellen op een dun membraan. Is doorlaatbaar voor stoffen zoals water, co2 en o2 bijvoorbeeld
Op bepaalde plaatsen zijn de capillairen wat dikker zoals bij de lever en beenmerg.
De capillairen heten ook wel sinusoden omdat hun wanden onvolledig zijn
Capilairen refil zou minder dan 2 seconden moeten gebeuren
Functie venen (aders)
Vervoert het zuurstofarm bloed weer terug naar het hart
Structuur= heeft een dunnere wand maar wel dezelfde 3 lagen zoals de arterie. De venen hebben alleen nog extra kleppen erbij.
Venen heten ook wel capaciteitsvaten omdat ze rekbaar zijn
Venen kunnen vernauwen bij bijvoorbeeld een snee of doorbreking van de venen.
Uitwisseling van gassen
Interne respiratie= gas uitwisseling tussen capillair en weefsel in het bloed
Externe respiratie= gas uitwisseling in de longen naar de capillairen.
O2 bindt zich aan hemoglobine--> dan noem je het OXYhemoglobine. De oxyhemoglobine heeft een instabiele verbinding dus zodra het in contact komt met een weefsel met een laag O2 gehalte laat het los (noem je dissociatie).
CO2 is een afvalproduct en transporteert zich op dezelfde manier. Alleen kan CO2 nog 3 andere wegen worden getransporteerd--> 7% opgelost in water in het bloedplasma, 70% chemische combi natrium, 23% met de hemoglobine
Voedingsstoffen worden ook door diffusie door de capillairen wand naar de weefsels gebracht, deze stoffen (glucose, aminozuren, vetzuren en vitamine) zweven in het bloedplasma. Het water wisselt vrij van het plasma en weefselvloeistof door osmose.
Voor de vochtbeweging heb je tegenover elkaar de Hydrostatische druk (bloeddruk, deze perst de vocht uit de bloedbaan) en de osmotische druk (deze trekt het water weer aan in de bloedbaan, deze wordt instaat gehouden door het plasmaeiwit albumine)
Hart structuur en positie
Het hart ligt schuin (meer aan de linkerkant) in de thoraxholte in het mediastinum
Structuur hart:
Pericard: buitenste laag en bestaat uit twee zakjes. Bestaat uit een stevige bindweefsellaag die beschermt en verhindert de over distensie van het hart. Binnenste laag ligt vast aan het myocard (noem je het viscerale pericard). Buitenste laag paritale pericard en binnen zijde pericardium zit er 20 ml Lubricerende vloeistof (pericardiale vocht).
Myocard: middelste laag van het hart en bestaat uit gespecialiseerde dwarsgestreepte hartspierweefsel (komt alleen in het hart voor). Heeft strepen zoals een skeletspier maar staat niet onder controle van het zenuwstelsel. Ook over het myocard heen zijn er gespecialiseerde geleidende vezels die verantwoordelijk zijn voor de transmissie elektrische signalen van het hart. Linkerventrikel is dikker dan de rechterventrikel.
Endocard: Binnenste laag van het hart bestaat uit glad membraan. Zorgt voor soepele doorstrooming.
Hart wordt gesplitst door het septum. Het septum sluit zich na de geboorte.
Bloedvaten indeling
de ligging van de bloedvaten beschrijven ten opzichte van de portale circulatie.??
Placenta en foetale bloedsomloop
Functie placenta:
Stof uitwisseling, bescherming van de foetus en handhaving van de zwangerschap
Uitwisseling van voeding en afvalstoffen= o2 bloed stroomt van moeder naar kind en anders om komen er afvalstoffen vanaf
Bescherming foetus= Passieve immuniteit wordt door de moeder aan het kind gegeven. Tratogenen- elke stof die een afwijkende foetus kunnen ontwikkelen.
Foetale bloedsomloop
Foetale aanpassingen:
Ductus venosus
Ductus arteriosus
Foramen ovale
Ductus Venosus
- Bloed stoomt langs de niet functionerende lever
- Het is een voort verzetting van de navelader
- Het bloed stroomt direct in de vena cava inferior van de foetus
Kleine circulatie (longen): grote vaatweerstand
Alveoli is gevuld met vruchtwater
Vasoconstrictie arteriolen
Foramen ovale
Linker en rechter atrium
Een opening in het septum die 2 atria scheidt
Zo kan het bloed van rechts naar links stromen zodat het niet door de niet functionerende longen van de baby hoeft.
Ductus arteriosus
A.pulmonalis en aorta
Bloedvat verbindt de longslagader naar de thoracale aorta
Op deze manier stroomt er minder bloed door de longen van de baby
Arteria umbilica
Lage weerstand in de placenta
Bloedstroom na de geboorte
Eerste minuten:
Longen vullen zich met lucht
Dilatatie van de arteriolen
Bloed door de A. pulmonalis
Capillairen open
Bloed naar linker atrium
Foramen ovale sluit door hogere druk in linker dan in rechter atrium
Eerste uren:
Vasoconstrictie ductus arteriosus
Vasoconstrictie door gladde spiervezels door wegvallen stof uit placenta en o2
Dagen:
Verschrompelen ductus venosus en arteria umbilicales
Aangeboren afwijkingen en afwijkingen foetale bloedsomloop
Aangeboren afwijkingen:
Atriumseptumdefect (ASD)
Ventrikelseptumdefect (VSD)
Open ductus arteriosus (Botalli)
Atriumseptumdefect (ASD)
Opening tussen linker en rechter atrium
Leidt bij kinderen meestal niet tot klachten
Meestal pas op latere leeftijd ontdekt:
Per toeval gevonden
Last van klachten: verminderde inspanningstolerantie, benauwdheid, hartkloppingen
Ventrikelseptumdefect (VSD)
Opening tussen linker- en rechterventrikel
Bloed uit het linkerventrikel stroomt terug naar rechterventrikel (links-rechtshunt) en opnieuw naar de longen
Groote VSD --> Pulmonale hypertensie (te hoge bloeddruk in de longcirculatie)
--> Shunt kan dan omdraaien: rechts-linksshunt, zuurstofrijk + zuurstofarm bloed wordt via de aorta de grote circulatie weer ingepompt.
--> Cyanose (blauwe verkleuring huid)
Andere symptomen een grote VSD:
Vermoeidheid
Kortademigheid bij inspanning
Groeiachterstand
Kleine VSD--> weinig tot nauwelijks geen klachten (alleen hartruis te horen bij ausculatie)
Open ductus arteriosus (Botalli)
Deel van het bloed stroomt van i.p.v. naar lichaam opnieuw naar de longen
Longvaten te vol (a. Pulmonalis is overbelast)
Hart moet te hard werken en dat kan tot hartfalen leiden
Symptomen:
Niet iedereen heeft klachten
In ergste gevallen: recideverende luchtweginfecties, benauwdheid en groeiachterstand
Tretalogie van fallot
Is een VSD
Vernauwing van de a. pulmonalis (=Pulmonalisstenose)
overrijdende aorta (te veel naar rechts--> aorta ontvangt bloed uit beide kamers)
Hypertrofie (verdikte) rechterventrikel
Symptomen: Slecht eten en drinken, Cyanose tijdens een voeding en bij huilen of bij ontlasting, brede vingertoppen.
Coarctatio aortae (CoAo)
= vernauwing van de aorta
Hypertensie bovenlichaam
Hypotensie onder lichaam
Overige symptomen:
Slecht drinken
Kortademigheid
Koude beentjes
Sloomheid
--> bij auscultatie is er geruis te horen
Ernstige vernauwing: kost veel kracht
Voor linkerventrikel: kan lijden tot hartfalen
Varices en DVT
Varices (spataderen)
= Verwijde, verdikte en verkonkelende venen die aan het oppervlakte zichtbaar zijn.
Oorzaak= chronische veneuze insufficintie (CVI), een aandoening waarbij de veneuze terugvoer van het hart verstoord is door een verminderde klepwerking in de venen, en waarbij door langdurige overbelasting van het veneuze systeem bloedsbestandsdelen uit de capillairen lekken.
Diep veneuze trombose (DVT)
Een aandoening waarbij er in de diep gelegen venen een trombus (stolsel) gevormd wordt (komt vaak voor in de kuit, dijbeen of bekken).
Veneuze trombo-embolien (VTE)= een stolsel in de ader (bijvoorbeeld DVT en longembolie zijn hier voorbeelden van)
Oorzaken DVT:
Verminderde veneuze bloedstroom (waardoor er meer bloed overblijft in de benen bijvoorbeeld bij immobilisatie)
Beschadiging endotheel van de vene, zoals bij een beenfractuur
Verhoogde stolling neiging
Symptomen DVT:
Temperatuursverhoging (DVT kan een oorzaak zijn van koorts)
Een (licht) pijnlijk, gezwollen (onder) been, soms met roodheid en uitgezeten venen en oedeem. De huid kan glanzend zijn.
Symptomen van een longembolie
Oedeem
Zwelling van weefsel door vochtophoping tussen de cellen in de interstitile (extracellulaire) ruimte.
Oorzaak:
Lokale oedeem --> DVT, infectie, angio oedeem of obstructie lymfevaten.
Gegeneraliseerde oedeem --> hartfalen, leverfalen, nierziekten of verminderde intake van eiwitten (ondervoeding)
Chronische veneuze insufficintie
Pathofysiologie:
Oedeem komt door een balansverstoring tussen de continue verplaatsing van vocht vanuit het capillair naar de interstitile ruimte en andersom. Er zijn verschillende soorten manieren van oedeemvorming:
Een toegenomen veneuze hydrostatische druk door een toename van het bloedvolume in de venen door veneuze obstructie.
Door een verminderde collod-osmotische druk door afname van plasma-eiwitten.
Bij een obstructie van de lymfe afvoer
Capillairen kunnen meer permeabel worden waardoor de plasma eiwitten zich richting de interstitile ruimte verplaatsen en daar water aantrekken
Symptomen:
Zwelling (soms pijnlijk)
Lokale oedeem bevindt zich in vaak in de voeten en benen door de zwaartekracht.
Bij verminderende collode- osmotische druk is er sprake van ascites (vochtophoping in de buikholte)
Bij obstructie lymfeafvoer is er oedeem distaal van de obstructie (lymfe oedeem is geen pitting oedeem)
Angio-oedeem is zwelling van de slijmvliezen (lippen, tong, keel en ogen)
Bij harfalen als oorzaak kan je symptomen hebben zoals kortademigheid en nycturie
Bij DVT sprake roodheid en pijn aan het been
Bij nierinsufficintie kan sprake zijn van hypertensie . De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question