Maak een oefenexamen van de volgende tekst: De opbouw van een tekst
Om een tekst goed te begrijpen, is het belangrijk om inzicht te krijgen in de algemene opbouw van de tekst.
Titels, tussentitels en afbeeldingen geven vaak al veel informatie weg.
Door te kijken naar de lay out kan je doorgaans vrij gemakkelijk de inleiding, het midden en het slot van de tekst bepalen.
In de tekst zorgen signaalwoorden of verbindingswoorden voor een logische samenhang. Zij drukken verbanden uit tussen zinsdelen, zinnen en alineas.
De kerninformatie haal je als volgt uit een tekst:
1) Lees de titel en tussentitels en bekijk de afbeeldingen.
2) Lees de inleiding en het slot.
3) Lees de eerste en laatste zin van elke alinea.
4) Formuleer de hoofdgedachte.
Tekststructuren
Een goed opgebouwde zakelijk tekst bestaat uit:
- Een inleiding
- Een midden
- Een slot
Het midden is verdeeld in alineas die elk n aspect van het onderwerp behandelen. Het is belangrijk om de alineas logisch te ordenen en de verbanden tussen de alineas te verduidelijken met signaalwoorden. Op die manier zorg je voor een heldere structuur.
Veelvoorkomende tekststructuren zijn die rond
Een evaluatie
Een maatregel
Een probleem
Een handeling
Een onderzoek
Soms kan je teksten plaatsen bij verschillende structuren of zijn er verschillende structuren verwerkt in n fragment.
Woordstrategien
Om de betekenis van een onbekend woord te achterhalen, kan je vier strategien toepassen.
1) woorddelen en soortgelijke woorden
Bij deze strategie stel je jezelf de volgend vragen:
Ken of herken ik een deel of delen van het woord?
Zie ik een gelijkenis tussen (delen van) het woord en (delen van) woorden uit het Nederlands of uit andere talen?
Brandhout: brand + hout = hout om op te branden
Onsympathiek: sympathiek = vriendelijk, on = negatief niet vriendelijk
Victorie: victory (Engels) = overwinning
Transformeren: Transformers (Engels) = veranderen, omvormen
2) De context
Je kan ook naar de context kijken waarin het woord voorkomt.
Wordt in de zinnen errond een synoniem of een antoniem gegeven?
Wordt het woord uitgelegd in de tekst?
Komt het woord ook in andere verbanden of contexten voor?
Het volume van de muziek was te hoog, waardoor veel mensen met hoofdpijn naar huis gingen.
Volume = sterkte van geluid
Het volume van het grootste aquarium is groter dan dat van het goedkopere aquarium.
Volume = inhoud
3) Overleggen
Je kan over de mogelijke betekenis overleggen met iemand anders.
4) Opzoeken
Een laatste strategie houdt in dat je de betekenis van het woord opzoekt.
Je kan daarvoor gebruikmaken van een (online) woordenboek.
Inheemse woorden en leenwoorden
We maken het onderscheid tussen twee soorten woorden.
1 inheemse woorden
Dit zijn woorden van Nederlandse oorsprong. (bv: mens, meisje)
2 leenwoorden
Dit zijn woorden die onze taal heeft overgenomen uit andere talen.
We maken een onderscheid tussen
Vreemde woorden: leenwoorden die hun oorspronkelijke uitspraak en spelling hebben behouden.
(bv: e-mail, training, games = uit het Engels / bureau, patrouille, premire = uit het Frans)
Bastaardwoorden: leenwoorden waarvan de spelling of uitspraak werd aangepast.
Gamen, patrouilleren, helikopter, vulkaan, mirakel, multitasking
Het sprookje (kunnen toepassen op verhaal)
Sprookjes zijn verhalen die oorspronkelijk niet bedoeld waren voor kinderen, daarvoor waren ze te gruwelijk. De versies die wij kennen zijn kindvriendelijker.
Een klassiek sprookje is een fictief verhaal
Dat vaak begint met een klassieke formule als Er was eens en dat vaak eindigt met een formulering als En ze leefden nog lang en gelukkig;
Met een eenvoudige verhaalopbouw met veel herhalingen;
Met een eenvoudige zinsbouw;
Met een goede afloop;
Met een levensles;
Met veel fantasie en magie;
Zonder precieze situering in tijd en ruimte;
Met typische sprookjesfiguren als personages: kabouters, prinsen en koningen, sprekende dieren, heksen ;
Met een goede hoofdrolspeler en een slechte tegenspeler. (goed versus slecht)
Soorten instructies
Er bestaan talrijke manieren om iemand instructies te geven. We maken een onderscheid tussen 2 groepen instructies.
1) Schriftelijke instructie
- De instructie wordt neergeschreven.
- Afbeeldingen bieden vaak extra ondersteuning.
2) Mondelinge instructie
- De instructie wordt mondeling verteld.
- lichaamstaal helpt de instructie te verhelderen.
In videos vinden we vaak een combinatie van mondelinge en schriftelijke instructie. Denk maar aan een instructiefilmpje waarin de uitgebeelde handeling zowel mondeling als aan de hand van tekst op het scherm wordt toegelicht.
Soms zijn instructievideos geanimeerd. In dat geval spreken we over explanimations.
Keuze van de gepaste instructievorm
Welke instructie vorm je het best kiest, hangt af van een aantal factoren:
De complexiteit van je handeling: hoe complexer de instructie, hoe belangrijker het is om een mondelinge of schriftelijke toelichting te combineren met beeld.
De duur van de instructie: bij een langere en complexere instructie zorg je maar beter voor een aantrekkelijke en heldere vormgeving. Zo hou je de aandacht van je publiek vast.
Tijd en inspanning: als je iemand snel iets wil uitleggen, kies je beter voor een instructievorm die niet veel tijd en moeite vraagt om te creren.
Kenmerken van een goede instructie
Een goede instructie
- is opgebouwd uit verschillende stappen.
- is weergegeven in chronologische volgorde. Die volgorde wordt vaak benadrukt door middel van cijfers, non-verbale gebaren of tekens en/ of door middel van signaalwoorden (eerst, nadien, vervolgens ).
- maakt gebruik van de imperatief. In een mondelinge instructie gebruik je soms ook andere zinsstructuren om handelingen uit te leggen (ik-, je- of wij- vorm).
- is beknopt, duidelijk en eenvoudig
- houdt rekening met het doelpubliek. De inhoud en taal van de instructie zijn afgestemd op voorkennis, leeftijd, taal van het publiek.
- wordt, waar relevant, visueel ondersteund door afbeeldingen (schriftelijke instructie).
- wordt, waar relevant, ondersteund door lichaamstaal (mondelinge instructie)
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question