Leg mij uitgebreid het volgende onderwerp uit: Hermans, Raeymaeckers en Casman (2010) onderscheiden vier verschillende manieren van activering.
Disciplinering (als remedie tegen uitkeringsafhankelijkheid)
o Voor-wat-hoort-wat
o Negeert vrijwilligerswerk/gemeenschapswerk
o Werkbaar werk?
o Zie VS workfare: de (werkbekwame) werkloze moet werken in ruil voor steun Hermans et al., 2010), actualisering door Dalrymple (= individualisering van armoede). Het uitgangspunt is dat met voldoende inzet, iedereen in staat is om economisch zelfstandig te worden. Wie daar niet in slaagt, is zelf verantwoordelijk voor zijn situatie (Raeymaeckers et al., 2009). Het voor-wat-hoort-wat beleid (disciplinering en contractualisering). Deze visie negeert enerzijds vrijwilligerswerk en gemeenschapswerk, anderzijds is werk niet noodzakelijk kwalitatief werk (aansluiten bij eigen wensen en verlangens) en leidt het niet noodzakelijk tot sociale integratie. Sommige auteurs stellen dat elke vorm van activiteit die met de capaciteiten van mensen rekening houdt, onder activering zou moeten vallen (Vandermeerschen, 2007). Zie alternatieve arbeidscircuits, waarbij een menswaardig loon vaak niet bereikt wordt.
Als onderdeel van macro-economisch beleid
o Invulling begrip arbeid afhankelijk van markt
o Gericht op gunstig ondernemersklimaat
o De invulling van het begrip arbeid (en werkbaar werk) ligt volledig binnen de economie. Dit zorgt ervoor dat arbeid afhankelijk is van tijd en context. Nadeel is dat falen op de arbeidsmarkt een individueel falen is (structureel wordt niets gedaan aan uitsluiting op de arbeidsmarkt). Er is geen ambitie voor een herverdeling op het vlak van arbeid, macht en middelen (De Rynck, zoals geciteerd in Vranken et al., 1997).
INDIVIDUEEL SCHULDMODEL
o Actief burgerschap: verantwoordelijkheid bij individu
Als bijdrage aan sociale cohesie
o Voorkomt tweedeling werklozen werkenden
o Gericht op arbeidsmarkt (werk als maatschappelijke norm)
o Vermijden sociale onrust ipv herverdeling
o Inkomen uit arbeid leidt tot sociale integratie en activering voorkomt een tweedeling in de samenleving tussen werklozen en werkenden. Via opleiding en sociale zekerheid kunnen werkzoekenden geholpen worden om opnieuw te participeren aan de arbeidsmarkt (Raeymaeckers et al., 2009). De samenleving heeft een grote verantwoordelijkheid in het doen slagen van de activeringsmaatregelen, maar deze sociale bewogenheid kan gezien worden als een vorm van eigenbelang. Activering heeft eerder tot doel sociale onrust te vermijden, in plaats van een herverdeling van maatschappelijke middelen (Vranken et al., 1997). Het achterliggende mensbeeld is een niet, weinig of ondermaats participerende doelgroep, kansengroep of subcultuur en roept associaties op met gezondheidsrisicos, onveiligheid, bedelarij, ordeverstoring, criminaliteit. Om politieke en sociale instabiliteit te voorkomen, moeten deze groepen geactiveerd worden om de kloof tussen hen en de maatschappij te overbruggen. Er is bij die activeringsmaatregelen weinig aandacht voor de capaciteiten van het individu en het proces dat aan de activering vooraf gaat (Raeymaeckers et al., 2009). Werk is hier een maatschappelijke norm: dit leidt tot de perceptie dat een uitkering minder legitiem wordt (zowel voor de samenleving als de werkloze). Dit kan vanzelfsprekend ook leiden tot isolatie en een gevoel van nutteloosheid (Van Overschoot, 2004).
Als emancipatorisch project
o Gedeelde verantwoordelijkheid individu-samenleving
o Gericht op realiseren grondrechten (herverdeling)
o Alternatieven voor reguliere arbeidsmarkt
o Activering wordt gezien als een manier om de sociale grondrechten van elk individu te realiseren, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid tussen samenleving en individu (Raeymaeckers et al., 2009). Activering is een proces dat duurzame activering als einddoel heeft. Het aanbieden van voldoende kwaliteitsvolle jobs en opleidingen, doet de handelingsmogelijkheden van mensen toenemen. Sociale participatie valt ook te realiseren, via andere wegen dan de reguliere arbeidsmarkt (Hermans et al., 2010). Een opmerking bij deze visie is dat het bereiken van duurzaamheid, sterk afhankelijk is van de kwaliteit van het activeringsprogramma (Thys et al., 2004). Er worden hoge eisen gesteld aan het werk van de trajectbegeleider, die vanwege een tekort aan mogelijkheden en middelen, niet altijd ingelost kunnen worden (Raeymaeckers et al., 2009).
MAATSCHAPPELIJK SCHULDMODEL
o Actief burgerschap: gedeeld verantwoordelijkheid
De uitleg moet geschreven zijn op het niveau van de Hogeschool.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question