Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 2. Thanatologie
1. Thanatologie
= wetenschappelijke studie van de dood en het sterven
Verschillende invalshoeken:
o Biologisch Medisch: focus op de fysieke processen en medische aspecten.
o Psychologisch: bestudeert emotionele en mentale reacties op dood bij stervenden en nabestaanden; impact van verlies vb. rouwproces.
o Sociaal Cultureel: onderzoekt hoe verschillende samenlevingen omgaan met dood, rouwrituelen en begrafenispraktijken.
o Ethisch Filosofie: bestudeert morele en filosofische vragen rond de dood en de waarde van het leven.
2. Vitale functies
Levensbron = zuurstof (O2)
o Wordt via het bloed vervoerd: bloed tekort-> zuurstoftekort
3 vitale functies:
o Ademhaling -> longen
o Bloedsomloop -> hart
o Sturing/ bewustzijn -> hersenen
De kritische vitale, sturende centra bevinden zich in de hersenstam:
o Het bewustzijnscentrum ARAS (ascending reticular activating system) in het tegmentum (= deel van de hersenstam)
o Het ademhalingscentrum
3. Definities
Somatische dood:
o dood van het lichaam
o Elke onomkeerbare stilstand van ademhaling en circulatie met onherstelbaar verlies van de hersenfunctie (inclusief de hersenstam)
Onomkeerbaar is belangrijk in deze definitie want anders bevinden we ons bij de klinische dood
o Het verlies van de functie van het organisme als een geheel
Klinische dood:
o Toestand zonder ademhaling en circulatie/ bloedsomloop (en bewustzijn).
o Potentieel omkeerbaar door reanimatie (CPR)
o Hoe langer onderbreking zuurstoftoevoer naar hersenen duurt: hoe groter kans op hersenschade; vanaf ca. 4-6 min. significante hersenschade.
Cellulaire dood:
o Afsterven van individuele weefselcellen; de snelheid is afhankelijk van het type weefsel (bv. hersencellen <--> spierweefsel)
o Verschil in cellulaire dood maakt orgaandonatie mogelijk
Vb. lever kan 12-18u uit het lichaam zonder zuurstof en bloed
Supravitale fase
o = gap tussen de somatische en cellulaire dood
= gap tussen moment dat individu sterft en moment dat de organen sterven
Het overlijden is het tijdstip waarop de hersenstam op een onherstelbare wijze wordt uitgeschakeld (rechtstreeks of door een blijvend O2-tekort)
Er is een moment van sterven en er is een moment van desintegratie.
De dood is het moment waarop het stervensproces stopt en de desintegratie begint
o Moment dat je stopt met sterven en begint te desintegreren = somatische dood, weefsels zijn nog niet allemaal even afgestorven
4. Stervensproces
Het verloop en duur van een stervensproces:
o Afhankelijk van het veroorzakende agens en de resterende reactievermogens van de stervende
Veroorzakende agens= doodsoorzaken
Afhankelijk van resterende reactievermogen bvb een moeke zal sneller sterven aan verdrinking dan een atletisch persoon
o Heeft invloed op de postmortale veranderingen
o Kan door extern (medisch) handelen worden vertraagd of versneld.
De agonale periode wordt genitieerd door ziekte of trauma:
o Non-existing agonie: fractie van een seconde, stervensproces bestaat zo goed als niet (bv. explosie)
o Korte agonie: doodstrijd van enkele minuten (bv. verdrinking, smoring, massief longembolie)
o Lange agonie: doodstrijd tot meerdere uren; vaak het eindstadium van een chronische ziekte (bv. kanker)
5. Doodscriteria
Aanwezigheid van lijkverschijnselen
o Arts stelt de dood vast adhv lijkverschijnselen zoals bvb lijkstijfheid
Cardiorespiratoire criteria > 3 min. (cardio= hart; respiratoire= longen)
o Ademhalingsstilstand
o Circulatiestilstand
Hartslag controleren
o Uitval zenuwstelsel
Controleren door bvb licht in ogen te schijnen
Destructief trauma niet met leven compatibel
Opgelet voor schijndood (vita minima - vita reducta)
o Bvb als iemand zwaar onderkoeld is gaat het hart heel traag en kan het zijn dat de arts de hartslag mist waardoor het lijkt dat die persoon dood is
Patint op intensieve zorg: standaardcriteria om dood vast te stellen zijn in deze situatie moeilijk toe te passen aangezien de patint vaak aan een beademingsmachine hangt en dus wel nog ademhaling zal tonen.
6. Hersendood
Dood vaststellen bij beademde patinten
Wet betreffende het wegnemen en transplanteren van organen (13 juni 1986):
o Art. 11: Vaststelling overlijden
Door 3 onafhankelijke artsen
Want een arts waarvan de patint dringend een nieuwe lever nodig heeft, zou m sneller iemand dood verklaren als die persoon de ideale donor zou zijn
Volgens de stand van de wetenschap
Opstellen gedagtekend PV met uur van overlijden en wijze van vaststelling.
o Art. 13: in geval van verdacht/gewelddadig overlijden (sinds 2004)
1: Gewelddadig overlijden -> verslag aan PdK
2: Onbekend of verdacht overlijden -> enkel na toestemming PdK
Volgens wetenschappelijke protocollen
Onder gecontroleerde condities (bv. lichaamstemperatuur > 36C, systolische bloeddruk > 100 mmHg)
Combinatie van algemeen klinisch en neurologisch onderzoek + aanvullende testen (EEG, apneutest)
o Apneutest= beademingsmachine een keer afzetten en zien of de patint reageert of niet
Lazarusteken: ( Lazarussyndroom)
o Reflexbeweging via het ruggenmerg (en niet de hersenen)
o Beschreven bij hersendoden na stopzetting van de ventilatie
o Kan de diagnose van hersendood vertragen.
6.1. Casus Archie B., 2020
7 april: 12-jarige Engelse jongen thuis bewusteloos aangetroffen met kamerjaskoord rond de nek. Vermoeden blackout challenge op TikTok.
ROSC na 40 min. reanimatie -> intensieve zorgen: postanoxische hersenschade
o Postanoxische: hersenen hard beschadigd door lange tijd zonder zuurstof te zitten
26 april: Vraag van NHS trust aan de High Court om hersenstamtesten te mogen uitvoeren. Toegestaan op 13 mei.
o Ziekenhuis is naar rechtbank gestapt met de eis om testen te mogen uitvoeren om hersendood te mogen en kunnen verklaren
Meerdere beroepsprocedures werden verloren door Archies ouders.
31 mei: hersendood op basis van multipele MRI-scans.
13 juni: High court: Archie = dood en therapie mag afgebouwd worden.
6 augustus: de levensondersteuning werd stopgezet.
7. Postmortale veranderingen
Vroegtijdige lijkverschijnselen
o Lijkvlekken (livores mortis) 8.
o Lijkstijfheid (rigor mortis) 9.
o Lijkafkoeling (algor mortis) 11.
Laattijdige lijkverschijnselen: ontbinding 14.
o Autolyse
o Rotting
8. Lijkvlekken
Uitzakken van het bloed volgens zwaartekracht door circulatiestilstand.
Fixatie door autolyse en hemolyse:
o Doorlaatbaarheid van bloedvatwanden
o Hemolyse: rode bloedcellen barsten open en laten hemoglobine los
Info over:
o Lichaamshouding bij / na overlijden
o Overlijdensduur
o Doodsoorzaak: intensiteit en kleur
Als je tegendruk vormt, zijn er geen lijkvlekken
8.1. Lichaamshouding
8.2. Overlijdensduur
Afhankelijk van temperatuur:
o Sneller bij warmte
o Trager bij koude
8.3. Intensiteit
Vibices:
o Uitgesproken postmortale bloedstuwing
o Bloeduitstortingen op de huid, ontstaan door het scheuren van bloedvaatjes onder de huid
Afwezigheid van lijkvlekken:
o Bij recent overlijden
o Bij verbloeding (= hypovolemische shock)
Bvb bij steekletsel zal er intern en/of extern
bloedverlies zijn, er zullen dan geen lijkvlekken
aanwezig zijn
Bvb slachtoffer met steekwonden en lijkvlekken
-> niet verbloed
o Bij bloedarmoede (= anemie)
Bvb bij oudere mensen
8.4. Doodsoorzaak
Kleur:
o Standaard: paarsrozerood
o CO: kersrood
o Cyanide: baksteenrood.
o Vergiftigingen met chloraten en nitraten (methemoglobine): bruine lijkvlekken
o Sepsis clostridium perfringens: bronzen kleur
9. Lijkstijfheid
ATP-hypothese
o ATP (= spierverslapper) + zenuwprikkel -> verslapping
ATP = energievoorziening
Zolang ATP in de spieren aanwezig is zullen ze slap zijn
Vanaf zenuwimpuls wegvalt en er ATP aanwezig is, krijg je lijkverslapping
o ATP-verbruik -> spierverstijving
Ontspannen van spieren kost energie
Opspannen van spieren kost geen energie
Als de energie wordt opgebruikt, zal de spier stijf worden
o Autolyse -> spierverslapping
Autolyse= spier valt uiteen, desintegratie
Benvloedende factoren
o Spiermassa
Grote spiermassa, sneller lijkstijfheid
o Lichaamsinspanning
Na marathon, veel energie opgebruikt, sneller lijkstijfheid
o Temperatuur
Hoge temperatuur, sneller lijkstijfheid
Initile spierverslapping: maximale spierslapte
Afwezige spierspanning:
o Neervallen volgens zwaartekracht
o Loslaten van voorwerpen
Bvb iemand die zelfmoord pleegt met een wapen, zal dat wapen niet meer in zijn hand hebben
o Vredig gelaat
Hoe iemand eruit ziet qua mimiek zegt niets over hoe die te overlijden kwam
Relaxatie sfincters (sfincters = sluitspieren)
o Midpositie pupillen
o Afvloei van urine, stoelgang, zaadvocht
Zegt niets over de activiteit van de persoon vlak voor overlijden
o Openstaande anus
Relaxatie gladde spieren
o Terugvloei (= regurgitatie) van maaginhoud-> mond en luchtwegen (in 25 % van autopsies maaginhoud tot in de luchtwegen)
Info over:
o Overlijdensduur
Vanaf 3 u.
Volledig na 6 - 8 u.
Heroptredend tot 8 u.
Maximaal na 12 - 24 u.
Verdwijnen vanaf 2 - 3 d.
o Lichaamshouding en postmortale manipulaties
o (Omstandigheden voorafgaand aan overlijden: vb. kadaverspasme)
Cataleptische lijkstijfheid: kadaverspasme
o Zeldzaam en meestal beperkt tot 1 spiergroep
Dus het KAN wel dat het wapen nog in de hand zit, maar heel zeldzaam en eerder een uitzondering
o Geassocieerd met zeer hevige fysieke en/of emotionele stress
Epilepsie (typische spitsstand van de voeten)
Elektrocutie
Hersenletsel (bv. schot)
Heftig verweer, vb. verdrinking
10. Staging of the crime scene
= bewuste manipulatie van de plaats delict (met als doel om verdachte elementen te verdoezelen en iets anders te doen uitschijnen)
Elke opzettelijke poging van een verdachte om een plaats delict te veranderen voordat de politie arriveert, met als doel iets anders te laten uitschijnen dan wat er gebeurd is.
Opkuisen, verplaatsen, toevoegen, nieuwe scene creren
Motieven:
o Verbergen van de werkelijke toedracht (bv. ongeval ipv doding).
o Afleiden van verdenking.
o Verbergen betrokkenheid van bepaalde personen.
Belangrijk voor speurders = herkennen van enscenering en weten om te gaan met eventueel valse aanwijzingen !
o Moeilijk om te herkennen dat de crime scene gemanipuleerd is, je moet er oog voor hebben
11. Lijkafkoeling
Wegvallen thermoregulatie
o Hersenstam heeft de functie van thermoregulatie
Temperatuurgradint
S-curve:
o Plateaufase (37 -> 35 C : 0.5 C/u.)
o Afkoelingsfase (35 -> 27 C: 1 - 2 C/u.)
o Vertragingsfase
Kerntemperatuur (> 8 cm diep in rectum gemeten)
Benvloedende factoren
o Persoonsgebonden
Lichaamstemperatuur:
Normale kerntemperatuur: 37,2 C
Hyperthermie vs Hypothermie.
o Hyperthermie= oververhitting, lichaamstemperatuur stijgt boven de normale kerntemperatuur
o Hypothermie= onderkoeling, lichaamstemperatuur zakt onder de normale kerntemperatuur
Lichaamsgewicht en lichaamsoppervlak.
o Omgevingsgebonden
Lichaamsbedekking en ondergrond
Lucht vs. water / stilstaand vs. bewegend
Schatting tijdstip overlijden
o Regel van Moritz: (37C-RTC)+3-PMI
o Formule van Henssge: (37C-RT)xZ
Z = 1 bij OT 0 C
Z = 1,25 bij OT 5 C
Z = 1,5 bij OT 10 C
Z = 1,75 bij OT 15 C
Z = 2 bij OT 20 C
Situering tijdstip overlijden met correctiefactoren:
o = via Nomogram van HENSSGE!
Tegenwoordig gebeurd dit digitaal
Voorbeeld:
o RT: rectale temperatuur
o OT: omgevingstemperatuur
12. Andere lijkveranderingen
Supravitaliteit (= lichaam dood maar niet alle cellen dood)
o Mechanische spierreactie (IMW*)
Bij een recent overleden persoon met een reflexhamer op de spier slagen, dan trekt de spier nog samen
= Zsako-fenomeen
Tot max. ca. 8-10 uur
belangrijk om slagplaats aan te duiden!
o Elektrische spierprikkelbaarheid
Afnemende reactiviteit tot ca. 13,5 uur in de gelaatsspieren
o Chemische reactie pupil (irismusculatuur) op mioticum of mydriaticium
Mioticum: middel dat pupil doet vernauwen
Mydriaticium: middel dat pupil doet verwijden
Tot 20 uur (max. 40 uur)
Uitdroging
o Vertroebeling cornea
Cornea= bolvormige voorste deel van het oog dat zich over de iris en de pupil bevindt
o Teken van Tonelli (vervorming pupil)
= abnormale pupilreactie of pupilvervorming
o Tache noire (Sommerse vlek)
Daar waar de ogen niet bedekt waren, zie je uitdroging
Bvb als het lijk zijn ogen dicht heeft, maar toch een tache noire heeft, dan weet je dat iemand zijn ogen gemanipuleerd heeft
Bloedstolling
o Postmortale capaciteit tot vorming van bloedklonters
o Cruorische stolsels en spekstolsels
Cruorische stolsels= bloedstolsels die rood van kleur zijn en voornamelijk bestaan uit rode bloedcellen.
Spekstolsels= stolsels die licht zijn van kleur en voornamelijk bestaan uit fibrine en witte bloedcellen.
o Intravitale trombus !
= een bloedstolsel dat ontstaat tijdens het leven
13. Laattijdige lijkverschijnselen
14. Ontbinding
Autolyse
o Enzymatische zelf-oplossing
o Voorbeelden:
Hemolyse
Verweking van pancreas, bijnieren, hersenen
Verzwakking bloedvatwanden, galblaas, maag.
Rotting (putrefactie)
o Ongeremde bacterile activiteit
o Kenmerken:
Rottingsvocht
Rottingsgas: CO2, H2S, NH3, CH4 -> opzwelling
Weefselverkleuring: groen -> bruin -> zwart
Verweking
Bij kamertemperatuur
Groene buikvlek:
o Vorm van ontbinding
o Dikke darm het dichtst bij de huid
o Veel bacterin in de darmen
o Darmen gaan het snelst opzetten en gassen uitstoten, wat voor verkleuring zorgt
Marbrering:
o Bacterie groei
o Bacterin gebruiken de aanwezige bloedvaten als snelwegen om zich te verspreiden over het lichaam
Epidermolyse:
o Het loskomen van de opperhuid door ontbinding
Rottingsblaren (flyctenen):
o Ontstaan tijdens de ontbinding en dragen bij aan het loslaten van de opperhuid
o Dat is rottingsvocht, geen bloedplas
Gasopzetting door bacteriegroei
o Bvb gasvorming in de penis en in de balzak
Benvloedende factoren:
o Omgeving: regel van Casper: 1 week lucht = 2 weken water = 8 weken onder aarde
Zelfde beeld na 8 weken begraven als na 1 week in open lucht
o Temperatuur:
Afname bacteriegroei/ ontbinding bij < 10 C
Daarom worden lichamen in de koeling gelegd
Hyperthermie geeft versnelde ontbinding.
Bvb als je sterft met hoge koorts zal je ontbinding sneller gaan
o Bacteriedodende factoren:
Antibiotica
Bepaalde intoxicaties (kwik, arsenicum, cyanide)
o Infectieziekten
o Madeninfestatie (= de aanwezigheid van maden)
15. Postmortale mutilatie door aaseters
Entomologie:
o Blauwe bromvlieg en groene keizersvlieg komen het vaakst voor
o Vliegen herkennen vanaf een verre afstand een stoffelijk overschot, waarin ze vliegeneitjes gaan leggen
o -> op schaduwrijke plaatsen: lichaamsspleten, onder kleding,
o De eitjes komen op minder dan een dag uit, en worden dan maden= kleine witte wormpjes
o Die maden gaan zich voeden met rottend weefsel
o Ze eten zich vol en migreren dan weg van het lichaam, waar ze verpoppen
o Uit die poppen komt een vlieg, en zo begint de cyclus opnieuw
Entomologie:
o Bekijkt de larven/ maden, in welk stadia deze zich bevinden, en gaat ze verder opkweken om te bepalen welke type vlieg dit is, zo gaan ze kijken wanneer de eerste eitjes gelegd werden, en zo bepalen ze het tijdstip van overlijden:
Seizoen (temperatuur/schaduw)
Cyclus (type insect)
Golven
Fris stadium
Vochtig stadium
Droog stadium
o Toxicologie
Als iemand sterft aan een overdosis cocane, dan zullen de maden ook cocane in zich hebben
o Maskeren wonden!
Vliegen: madengroei en -vraat
o Links: ontbonden lichaam, rottend, aanzicht bijna volledig weggegeten door maden
o Rechts: huid met kleine gaatjes = de maden eten zich inwendig doorheen de huid, de eitjes worden aan buitenkant gelegd maar de maden proberen zich naar binnen te eten om zich te voeden met onder andere organen
o !!! net die plaats waar de maden zich bevinden, moet je verder onderzoeken
o Vliegeneitjes bij pijl: daar moet je extra onderzoeken want als je die eitjes wegdoet, dan zie je die inschotwonde
o Als je die eitjes niet wegdoet kan het zijn dat je die schotwonde mist
Mieren:
o Eten je lichaam niet op, maar kunnen wel bepaalde letsels veroorzaken die moeilijk te interpreteren zijn
o Bvb deze foto lijkt op de afdruk van een snoer, maar het is eigenlijk de inwerking van mieren die een soort zuur afgeeft
Kakkerlakken:
o Geven een gespikkeld beeld
Is dus geen huidziekte!
Vos:
o Als er iemand in de natuur komt te sterven en opgegeten wordt, dan
blijven er botten over
Rat/ muis:
o Maar hoe kan je zien dat dit postmortale mutilatie is?
Randen van de wonden (bvb een mes verwacht je scherper)
Zogoed als geen bloed (dus persoon was overleden bij het ontstaan van dit letsel)
Tervuurse herdershond:
o Honden grijpen vooral naar beblote lichaamsdelen
o Dit is puut postmortaal, je ziet geen bloed rond de wond
Jack Russel
16. Skelettering
Blootgesteld: 1 m 1 j
Begraven: 3 6 j.
o Toestand voor begraven (balseming ? ontbinding ?)
o Grafcondities
o Grondkenmerken (type, zuurtegraad)
o Doorlaatbaarheid voor zuurstof en water
o Vochtigheidsgraad en temperatuur
o Aard van de lijkomhulsels (kledij, foedraal, kist)
o Diepte
Ligduur?
o < 30 j.: glibberig, vochtig, zwaar, geur, zachte weefsels
Kan dus dat er nog pezen aan de botten hangen
o > 30 j.: droog, licht, geurloos, lege mergholte, broos
Kan zijn dat de botten al afbrokkelen
16. Exhumatie
Exhumatie= ontgraving
81 jarige man, 13 jaar na begraving
Casus:
o Er kwam een bekentenis van een persoon die beweerde dat deze persoon een traumatische dood gestorven was
o Maar er was geen lichaam om te onderzoeken, dus om deze bekentenis te kunnen controleren, moesten we de man gaan opgraven
o Foto 1: wat ze bovenhaalden; geel is restant van de lijkzak
o Foto 2: botten afkuisen en verder onderzoeken, daarna alles ineen puzzelen
o Foto 3: ribben en een soort kaus= een helende knobbel van een fractuur, die fractuur was eigenlijk al enige tijd aan het genezen
o Foto 4: recente fractuur van de rib (maar zou evenzeer veroorzaakt kunnen zijn door het inzakken van de kist), aangezien er bloedrestanten inzaten was het een bij leven opgelopen fractuur
17. Bijzondere bewaarvormen
Mummificatie
o Extreme vorm van UITDROGING
Gevolg van uitdroging is dat je ontbinding afgebroken wordt, je huid verandert in een soort lederachtige structuur, de bacterile groei wordt dan ook afgeremd
o Warme, droge omgeving
o Langere overlijdensduur (weken tot maanden)
o Bewaringsvorm:
Uitwendige contouren
Verwondingen (makkelijker te achterhalen)
o Door mummificatie is het moeilijk te achterhalen wanneer die persoon gestorven zou zijn, dus nood aan politionele info bvb wanneer is die persoon voor het laatst gezien?
Adipocire
o Geen verzeping, wel VETVERHARDING
Na hydrolytische afbraak worden onverzadigde vetzuren door (anaerobe) bacterile inwerking omgezet in gestolde verzadigde vetzuren.
Het is dus een soort chemische reactie
Anaerobe bacterie kan voorkomen in zuurstofloze omgevingen zoals bvb onder water
Het wetweefsel is eerst eerder vloeibaar en verhard dan door chemische veranderingen
o In vochtige en luchtdichte omgeving
Waterlijk
Lijk in plasticzak
Pasgeborenen (geen darmflora)
o Langere overlijdensduur
18. Tijdstip overlijden
GEEN exacte wetenschap
o Vaak eerder een benadering
Situering op basis van
o Postmortale veranderingen zoals lijkstijfheid, lijkvlekken, spierprikkelbaarheid
o Temperatuursmethode volgens Henssge (nauwkeurigheidsgraad van 95 %)
Gausscurve: 95% kans dat het er in valt, maar ook 5% kans dat het toch niet nauwkeurig is
o Combinatie van elementen
MAAK 10 MEERKEUZEVRAGEN, OP UNIVERSITEITSNIVEAU, EN GEEF DE ANTWOORDEN NA ALLE VRAGEN PAS . De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question