Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 12b. Verkeerstraumatologie
1. Verkeerstraumatologie
Algemene aspecten
Inzittende voertuig
Voetganger
Tweewieler
Forensisch onderzoek
Treinlijk
Verkeersdoden
-> evolutie nog steeds aan het dalen door vernieuwde technologie
-> geslacht: vooral mannen komen binnen elke leeftijdscategorie het sterkt naar voor
Zwaargewonden
-> daling
Type weggebruiker (2023)
-> overlijdens: vooral personenwagens, fietsers,
-> zwaargewonden: eerst fietsers dan personenwagens
-> er zijn ook meer fietsers dus niet vreemd dat er daar meer van sterven
-> = aantal kilometers dat je doet met een vervoersmiddel
Oorzaken
o Omgevingsfactoren
toestand wegdek
zichtbaarheid vb. mist
onvoorzien obstakel
o Technische factoren
defect
remmen
lichten
klapband
o Menselijke factoren
ongeschiktheid ( rijvaardigheid)
onder invloed van gedrags/bewustzijnsbenvloedende middelen : alcohol drugs -geneesmiddelen
plotse ziektetoestand: epilepsie-aanval, diabetes, acute hartaanval
ongeschiktheid is intern: medisch probleem, epilepsie,
o intoxicatie is extern en kan je wel iets aan doen, op moment dat iemand onder invloed is, is die persoon rijongeschikt
onaangepast rijgedrag
onaangepaste snelheid - roekeloosheid
vermoeidheid
onoplettenheid (o.a. dode hoek-ongevallen) - onvoorzichtigheid
intentioneel (sucidaal)
o reactietijd (0,83 s) en stopafstand
-> 1 seconde die je nodig hebt om te stoppen dan ben je al 8m verder gereden indien je 30km/u rijdt
Aard en ernst verwondingen
o Type slachtoffer
inzittende voertuig
voetganger
tweewieler
o Ongevalsdynamiek: impact en/of snelheidsverandering
Energieoverdracht afhankelijk van snelheid en massa
Onderworpen aan snelheidsverandering-wet v.d. traagheid
o Direct trauma -> letsels op contactplaatsen
o Indirect trauma
voortplanting energiegolf
acceleratie-deceleratie (rotatoire en shearing krachten)
Lichaam heeft vertraging, wordt naar voor geduwd, organen blijven nog langer achter, nieren hangen bv vast aan bloedsomloop, als die naar voren bewegen en bloedvaten blijven achter dan krijg je scheuren
-> subduraal hematoom en diffuse axonal injury
-> aortaruptuur
-> lever/miltruptuur
-> bij meer dan 40 km/u kunnen de bloedvaten scheuren
1.1. Forensisch onderzoek
Rol wetsarts
o Verklaring ongeval
o Causaal verband VKO-
Vb. was die persoon al dood of is die doodgegaan door het ongeval?
o Reconstructie
o Opsporing (vluchtmisdrijf)
Van eventuele daders door vb. bandensporen, verf van de auto,
o Uitsluiten doding-zelfdoding
o Identificatie
o Specifieke vragen
Gordeldracht? Helmdracht?
Bestuurder of passagier?
Aanrijding en/of overrijding?
Aanrijrichting?
Snelheid/aanrijrichting/remmen?
Verloop van het forensisch onderzoek
o Politie verkeersdeskundige wetsarts
o Onderzoek plaats-delict
Documenteren aangetroffen toestand en omstandigheden
Onderzoek voertuigen
Schade: buiten en binnen
Sporen: rem- en schuifsporen, glassplinters, bloed- en weefselsporen, haren, contactsporen
Afmetingen
o Post mortem onderzoek: uitwendige en inwendige lijkschouwing + beeldvorming
sporen: glas, lak/verf, metaal...
identificatie
inventaris verwondingen
letselpatroon + afmetingen
profielletsels
doodsoorzaak
gezondheidstoestand
toxicologie
o Correlatie met verkeersdeskundige vaststellingen -> hypothetische reconstructie
1.2. Inzittende voertuig
Plaats in het voertuig
o Vooraan-achteraan zitten? (heeft verschil)
Type botsing
o Frontaal
Letselpatroon
hoofd (& nek)
o schedelhersentrauma
borst (steering wheel injury)
o flail chest
zo veel ribfracturen dat je ademhaling hierdoor in het gedrang komt
o hemo/pneumothorax
hemothorax = bloed in borstholte
pneumothorax= lucht in borstholte
o longletsels
ledematen
o distorsies
o fracturen
(glassplinterletsels rondvliegende voorwerpen)
Ejectie (= uit voertuig geworpen worden)-> vaak fataal (mortaliteit 75%)
geen gordeldracht
roll-over (overkop)
gevaar voor
o overrijding
auto kan op jou terechtkomen, gewicht op borstkas, niet meer kunnen ademen
o inklemming (traumatische asfyxie
o Zijwaarts
Minder veiligheidsmaatregelen
Alle veiligheidsmaatregelen in de auto zijn vooral gebaseerd op frontale aanrijdingen
Zware letsels aan impactzijde
o Staartbotsing
meest veilige manier om letsels op te lopen
Whiplashtrauma
Langs achter geraakt, hoofd slaagt naar achter
Passieve veiligheidsmaatregelen veiligheidsgordel
o Reductie met 45 %
o Ejectie (slechts in 1 %)
o Direct impact
o Energie-absorptie (demping)
o Vertragingseffect
o Gordelteken (niet altijd aanwezig, als het wel aanwezig is dan is de kans groot dat er ook inwendige schade is)
Uitwendig: kneuzing en schaving over het verloop van de gordel
In 30% gepaard met interne letsels -> hoogenergetisch impact
Kan ontbreken bv. beschermend effect van kledij
Inwendig: onderhuidse bloedingen, fracturen sleutelbeen/borstbeen/ribben, aortaruptuur
Passieve veiligheidsmaatregelen airbag
o Reductie met 14 %
o Bescherming tegen direct contact
o Gelaat- en nek / oogletsels, brandwonden
Explosie in airbag -> warmte-> brandwonden
o Airbagdoden (NHTSA, 2000): nekwerveldislocatie, schedelbasisfractuur
geen gordel
kinderen < 12 j.
hoogte van airbag te laag voor kind van <12 jaar
volwassenen < 157 cm
te dicht bij stuur/dashboard (< 25 cm)
airbag moet genoeg ruimte hebben om te ontplooien
Forensische aspecten
o Gordeldracht?
o Bestuurder of passagier?
verloop gordelteken
letselpatroon
glassplinterletsels bij zijdelings impact
correlatie interieur-verwondingen
sporen
textielvezels
DNA: haren bloed contactsporen
o Zelfdoding?
Onverklaard verkeersongeval <-> verstrooidheid, vermoeidheid, intoxicatie
Verstrooidheid en vermoeidheid is moeilijk vast te stellen
Intoxicatie kan je wel vaststellen
Afwezigheid van remsporen <-> vermoeidheid, intoxicatie, ABS-remsysteem
ABS-remsysteem: er zijn minder remsporen ondanks er wel geremd is
1.3. Voetganger
Letselpatroon
o Aanrijsnelheid
Meestal afremmend of bij lage snelheid -> voetganger vliegt voorwaarts verder (VOOR auto)
Niet afremmend of bij hoge snelheid -> voetganger zijwaarts of over het dak geworpen
(ACHTER auto)
o Impacthoogte
Impactpunt boven zwaartepunt (bekkenhoogte) bv. hoog front of kind -> voetganger omgeduwd en komt onder voertuig terecht
o Ongevalsfasen (beneden zwaartepunt)
Aanrijdingsfase: primair impact
Benen: bumperletsels
Opschepfase: secundair impact
dij/bekken en hoofd/hals
Versnelling equivalent aan aanrijsnelheid
Op motorkap terechtkomen
Afwerpfase: tertiair impact
Wegdek (schaafwonden) of obstakels
Van motorkap afgeworpen worden
Forensische aspecten
o Bumperletsels : kneuzingen onderhuidse bloedingen breuken
Aanrijrichting: bv. vermijdbaarheid van het ongeval
Lokalisatie van letsels
Messerer fractuur
o 3-hoekige fractuur: zegt in welke richting de aanrijding is gebeurd
Rembeweging
Bumperhoogte ~ (net onder) knie
Bumperhoogte voetzoolhoogte
o Aanrijdingssnelheid
Ligging slachtoffer
>90 km/u: op grote afstand, vaak achter auto
Verwondingen:
fractuur (hals)wervelkolom: vanaf 30 km/u, steeds > 70 km/u
borstaortaruptuur: vanaf 63 km/u, steeds >85 km/u
rekkingsscheurtjes lieshuid: vanaf 66 km/u, steeds >95 km/u
amputatie lidmaat: > 90 km/u.
=> cijfers niet kennen
Voorbeeld:
o Bestuurder zegt dat die de persoon niet gezien had
o Auto: ster in vooruit van hoofd van het slachtoffer, vegen op de bumper want ook daar is impact geweest
o Rechterzijde vh hoofd zijn er kneuzing, hematoom op de heup, fractuur vh onderbeen
o Persoon kwam v links, stond dus niet plots vr zijn auto, had die moeten zien aankomen
Overrijden overrollen
o Overrijden: onder het voertuig terechtkomen en meegesleurd en geplet worden tussen voertuigbodem en wegdek
Contact met vuile en hete auto-onderdelen
Gescheurde en bevuilde kledij
Schavingen en brandwonden
Overlijden door schedelhersentrauma of compressietrauma
o Overrollen: met n of meerdere wielen over het slachtoffer rijden
o Overrollen: dcollement
Bandenprofiel vergt gewicht, dus niet per se met een gewone personenwagen, vooral met vrachtwagens enzovoort
Dcollement kan je inwendig zien in het onderhuids vetweefsel. Je vetweefsel kleeft aan elkaar, als hier banden over gaan wordt vet van de spierlaag afgerukt en zal de holte zich vullen met bloed. Weefselbruggetje is hetgeen dat die twee connecteerd.
o Overrollen: schedelbreuken in verlengde van de pletkracht
Overleden op rijweg
o Overreden of overrold?
o Voordien aangereden? Zo niet, waarom lag hij/zij op rijweg?
o Reeds overleden voor overrijding/overrolling?
o Overleden door aanrijding of overrijding/overrolling?
o ?
o Volledig onderzoek met verkeersdeskundige en forensische patholoog
Plaats-delict: sporenonderzoek, verkeerstechnisch onderzoek, uitwendige schouwing
Glassplinters, losgerukte auto-onderdelen, bloedsporen, weefselsporen,
Autopsie met postmortale beeldvorming en toxicologisch onderzoek
Profielletsels, vitale tekens, correlatie letselbilan
1.4. Tweewieler
Hogere aanvangssnelheid
Weinig bescherming
Impact + secundaire val
-> Grote kans op zwaar, levensbedreigend schedelhersen- en halswervelzuiltrauma, fracturen, zware schaaf- en vleeswonden
Helmdracht
o Voorkomt directe contactletsels -> nutseffect bij valpartijen en aanrijding aan lage snelheid: at moderate and high speeds the sole function is to prevent brain matter from being spread over the highway (DiMaio)
o Geen invloed op acceleratie-deceleratieletsels
Acceleratie-deceleratie trauma komt vooral voor bij > 30 km/u, helm heeft vooral nut bij 30 km/u niet bij minder
Verzwaart bovendien het gewicht van het hoofd -> atlanto-occipitale dislocatie
o Impact op het hoofd of op het heiligbeen -> schedelbasisringfractuur
Forensische aspecten
o Helmdracht?
Niet zelden losgerukt zelfs indien vastgegespt
Uitwendige schavingen en kneuzingen van de kin
Onderkaakfractuur
Breuk keelskelet, schedelbasisbreuk, wanddissectie halsslagader
Onderzoek van de helm: inwendige schade!
1.5. Treinlijk
Vaak identificatieprobleem
Uitgebreid letselbilan bemoeilijkt:
o Interpretatie voorafgaand opgelopen letsels
o Vaststelling van vitale tekens
Liggend versus rechtstaand
o Staand: hersenweefsel komt eruit en spat hoog op te trein
o Liggend: waarschijnlijk geen spatten op de trein
Belang van onderzoek trein en impactplaats
Belang van identificatie van aanrijdende trein
Tijdstip aanrijding = ~tijdstip overlijden
MAAK 10 MEERKEUZEVRAGEN OP UNIVERSITEITSNIVEAU EN GEEF DE ANTWOORDEN PAS NA ALLE VRAGEN. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question