Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: annanas004 - 1 year ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1 Inleiding
Goederenrecht -> absolute rechten die op goederen kunnen rusten.
Deze absolute rechten beschrijven de zeggenschap die een persoon over een goed heeft.
2 Kenmerken van absolute rechten
Het karakter van het goederenrecht wordt goed in beeld gebracht door een beschrijving van de kenmerken van de absolute rechten.
Absolute rechten geven zeggenschap over een goed
Kenmerk n is het verschil tussen absolute en relatieve rechten:
Relatieve rechten -> de actieve zijde van verbintenissen en werkt tussen personen.
Kunnen alleen ten opzichte van de wederpartij worden gehandhaafd. Absolute rechten -> geven zeggenschap over een goed.
Deze rechten zijn absoluut en kunnen ten opzichte van iedereen gehandhaafd worden.
Absolute rechten hebben zaaksgevolg
Een tweede kenmerk is dat ze zaaksgevolg hebben.
Deze rechten blijven op het goed rusten, ook als het goed in andere handen komt (art. 5:2 BW).
Oudere absolute rechten gaan voor jongere
Het derde kenmerk is de prioriteitsregel.
Het oudste absolute recht gaat voor het jongere recht.
Absolute rechten vormen een gesloten systeem
Als vierde kenmerk wordt er gewezen naar het gesloten systeem dat het goederenrecht vormt.
De absolute rechten op goederen staan namelijk limitatief opgesomd in Boek 3 en 5 BW en partijen kunnen geen nieuwe
absolute rechten in het leven roepen en ze zijn gebonden aan de in de wet genoemde absolute rechten.
Het verbintenissenrecht is daarentegen open en dynamisch doordat mensen afspraken maken en daardoor steeds
nieuwe verbintenissen scheppen.
Absolute rechten vallen buiten een faillissement
Het laatste kenmerk wordt droit de prfrence genoemd.
Dit voorkeursrecht wilt zeggen dat absoluut gerechtigden in een faillissement hun rechten kunnen uitoefenen alsof er
geen faillissement is.
Vanwege dit voorkeursrecht leveren nagenoeg alle leveranciers hun goederen onder eigendomsvoorbehoud.
Hierdoor gaan de eigendomsrechten pas op de koper over als hij de totale koopsom heeft betaald. Mocht betaling uitblijven en de koper failliet gaan, dan vallen de geleverde goederen niet in de failliete boedel, omdat ze nog eigendom van de leveranciers zijn.
3 Goederen, zaken en recht Onder een goed wordt verstaan:
68
Goed
De term goederen is een verzamelnaam voor alle positieve bestanddelen waaruit iemands vermogen kan zijn opgebouwd. Art. 3:! BW zegt dat goederen, alle zaken (tastbaar en niet tastbaar) en alle vermogensrechten zijn.
Zaak
De wet verstaat onder het begrip zaken tastbare voorwerpen waarvan iemand eigenaar kan zijn (art. 3:2BW).
Roerende en onroerende zaken
Het BW maakt onderscheid tussen roerende en onroerende zaken. Onroerende zaken -> de grond, de gebouwen en planten die
duurzaam met de grond verbonden zijn (art. 3:3).
Roerende zaken -> zijn alle zaken die niet ontroerend zijn.
Hoofdzaken en bestanddelen
25) Goederen
Hoofdzaken
Bestanddelen
Goederen
Zaken
Vermogensrecht
rechten
Relatieve rechten
Absolute
Naast roerende en onroerende zaken zijn er hoofdzaken en bestanddelen.
Hoofdzaak -> leidt een zelfstandig leven in het recht.
Bestanddeel -> maakt onderdeel uit van een hoofdzaak en vormt daarmee, juridisch gezien, n geheel.
Art. 3:4 BW geeft twee criteria voor bestanddelen:
1. Een zaak is een bestanddeel wanneer deze zaak naar maatschappelijke opvattingen bij de hoofdzaak hoort.
2. Een zaak is ook een bestanddeel als hij niet zonder schade van betekenis van de hoofdzaak kan worden
afgescheiden.
Bijv. een ingemetselde open haard in de woonkamer van een huis.
Als een zelfstandige zaal (bijv. een zadel van een fiets), deel uit gaat maken van een hoofdzaak (zadel wordt op de fiets gezet, wordt deze zaak bestanddeel van een hoofdzaak en verliest zijn zelfstandigheid.
De eigenaar van de hoofdzaak wordt op dat moment door natrekking eigenaar van het bestanddeel.
Vermogensrechten
Nogmaals, onder de verzamelnaam goederen vallen niet alleen alle zaken, maar ook alle vermogensrechten. Vermogensrechten kunnen worden verhandeld.
Registergoederen
Alle onroerende zaken
Beperkte absolute rechten die rusten op onroerende zaken
Twee roerende zaken: - schepen van 20+ ton - vliegtuigen
Registergoederen en niet-registergoederen
Het BW maakt onderscheid tussen registergoederen en niet- registergoederen.
Typerend voor registergoederen is dat zij pas worden gevestigd of overgedragen als deze vestiging of overdracht is ingeschreven in een openbaar register (art. 3:10 en 3:16 BW). Zolang deze eigendomsoverdracht niet heeft plaatsgevonden, is het eigendomsrecht niet overgegaan.
26) Registergoederen
Alle onroerende zaken en de absolute rechten die op onroerende zaken worden gevestigd, zijn registergoederen. De absolute rechten die op onroerende zaak rusten zijn registergoederen. Omdat deze absolute rechten ook
registergoederen zijn, is voor de vestiging van het recht ook weer inschrijving in het openbaar register vereist.
Procedure van overdracht van een registergoed
De overdracht of vestiging van een registergoed verloopt volgens de verschillende stappen met als voorbeeld de aankoop van een huis.
69

Stap 1 Koopovereenkomst
De koper en verkoper sluiten een koopovereenkomst waarin ze verschillende voorwaarden afspraken.
Stap 2 Opmaken transportakte door de notaris
Na het sluiten van de koopovereenkomst vindt de eigendomsoverdracht plaats. Hiervan moet een akte (de transportakte) worden opgemaakt door een notaris.
Bij de eigendomsoverdracht van het pand, maakt de notaris ook een hypotheekakte op.
Stap 3 Eigendomsoverdracht door inschrijving transportakte
Vanaf het moment dat de notaris de transportakte heeft ingeschreven in het openbaar register op het kadaster, wordt de koper eigenaar van het huis.
Mocht de koper een lening nodig hebben, dan loopt daarnaast nog een(zelfde) procedure.
Eerst wordt er een overeenkomst gesloten over de geldlening, waarbij de bank het recht van hypotheek op het pand
bedingt.
De notaris schrijft tegelijk met de transportakte ook de hypotheekakte in op het kadaster.
Op dat moment is het recht van hypotheek officieel gevestigd.
Kadaster
De transportakte moet worden ingeschreven in de openbare registers die worden bijgehouden door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.
Het kadaster is een overheidsinstelling waar de administratie wordt bijgehouden van alle gegevens over onroerende zaken in Nederland. Het hele land is verdeeld in kadastrale gemeenten, secties en
percelen.
4 De absolute rechten op goederen
Eigendom
Het recht van eigendom is het meest volledige recht dat een persoon op een zaak kan hebben (art. 5:! BW).
Erfdienstbaarheid
Een erfdienstbaarheid is altijd gekoppeld aan twee erven, een dienend erf en een heersend erf.
De eigenaar van het heersend erf krijgt bepaalde rechten ten opzichte van het dienend erf.
Niet iedere last leent zich voor een erfdienstbaarheid, want de last waarmee het dienend erf is bezwaard, kan in beginsel uitsluitend bestaan uit een dulden of niet doen. Een last is dus passief.
De wet staat in bepaalde gevallen toe dat de erfdienstbaarheid een doen van het dienende erf omvat (art. 5:70 BW).
Erfpacht
Erfpacht is het recht om een onroerende zaak van een ander te gebruiken. De erfpachter heeft ook het genot van de onroerende zaak en mag er meestal ook vruchten van trekken, maar hij mag de bestemming ervan niet veranderen.
Erfpacht wordt vaak gebruikt door gemeenten bij de uitgifte van grond. Hierdoor kunnen ze als eigenaar nog steeds de bevoegdheid houden om beslissingen te nemen over de bestemming en het gebruik van de grond (art. 5:85 BW).
De wetgever heeft gekozen dat alleen registergoederen hun overdracht moeten inschrijven in het registreren.
De erfdienstbaarheid blijft rusten op (het eigendomsrecht op) jet erf, dus ook een nieuwe eigenaar zal de last die op zijn erf rust, moeten respecteren.
70

Opstal
Het recht van opstal is het recht om in, op of boven een onroerende zaak van een andere, gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben (art. 5:101 BW en verder).
Het recht van opstal doorbreekt de natrekkingsregel van art. 5:20 BW.
Appartementsrechten
Het eigendomsrecht is ondeelbaar waardoor het niet mogelijk is om eigenaar te worden van een onderdeel (flat). Het appartementsrecht biedt hiervoor een oplossing.
Het eigendomsrecht kan worden opgesplitst in appartemensrechten. Hierdoor krijgt iedere flatbewoner het exclusieve gebruiksrecht van zijn eigen flat en wordt hij mede-eigenaar van het totale gebouw (art. 5:106).
Vruchtgebruik
Het recht van vruchtgebruik geeft de vruchtgebruiker het recht om goederen van een ander te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten (art. 3:201 BW).
Het vruchtgebruik van een vermogen betekent voor de vruchtgebruiker dat hij over de rente mag beschikken.
Vruchtgebruik komt wel eens voor in testamenten.
Bijv. In het testament laat iemand zijn huis achter aan zijn kind maar hij wilt graag dat zijn vriendin tot haar dood in het
huis kan blijven. De erflater maakt hiervoor een testament waarin het huis wordt nagelaten aan de kinderen maar waarin hij recht van vruchtgebruik verleent aan zijn vriendin.
De vriendin mag dan tot haar dood in het huis blijven wonen. De kinderen krijgen aanvankelijk een uitgekleed recht
van eigendom op het huis, pas na de dood van de vriendin komt de volle eigendom van het huis bij de kinderen.
Pand en hypotheek
Dit zijn beide absolute rechten die dienen tot zekerheid bij een geldvordering.
Een bank of een andere geldschieter zal doorgaans bij het verschaffen van een lening onderhandelen om zo zekerheid te verkrijgen.
Deze zekerheid kan de geldlener verschaffen door hem het recht van hypotheek op zijn huis te verlenen.
Hij wordt dan de hypotheekverlener genoemd.
De geldverschaffer die tot
Er zijn twee vormen van pandrecht (art. 3:236 en 3:237 BW): Vuistpandrecht -> geeft de pandverlener bij de vestiging van het pandrecht zijn onderpand uit handen.
Bezitloos pandrecht -> de verpande goederen blijven in de macht van de pandverlener.
Rechten op voortbrengselen van de menselijke geest:
Merkenrecht Auteursrecht Octrooirecht Kwekersrecht Moddelenrecht
Enzovoort
Absolute rechten
Recht op alle goederen:
Hypotheek Pand Vruchtgebruik
Eigendom Erfdienstbaarheid Erfpacht
Opstal Appartementsrecht
Recht op goederen
Rechten die alleen op zaken kunnen rusten:
zekerheid recht van hypotheek bedingt, heet de hypotheekhouder.
Mocht de hypotheekverlener er niet in slagen de lening af te lossen, dan heeft de hypotheekhouder het recht het goed te verkopen en zijn vordering uit de opbrengst te halen.
Het recht van hypotheek kan worden gevestigd op registergoederen.
27) Absolute rechten
71

Voor niet-registergoederen kent de wet het recht van pand.
Iemand die geld nodig heeft en geen grond in eigendom heeft maar bijvoorbeeld wel beschikt over een bedrijfsinventaris,
kan de geldschieter pandrecht op de inventaris verlenen.
Hij is de pandverlener.
De geldverschaffer heet de pandhouder.
Typerend voor beide zekerheidsrecht (art. 3:227 BW en verder) is het recht van parate executie;
De pandhouder- en hypotheekhouder kunnen hun rechten onmiddellijk uit oefenen, zonder dat zij daarvoor een
rechterlijke uitspraak nodig hebben.
5 Indeling van de absolute rechten
De acht absolute rechten op goederen kunnen op een aantal manieren worden ingedeeld.
Zakelijke en overige rechten
Zakelijke rechten -> absolute rechten die uitsluitend op zaken kunnen rusten (Boek 5).
Zij kunnen dus alleen op tastbare voorwerpen worden gevestigd.
De drie andere absolute rechten kunnen op alle goederen worden gevestigd dus op zaken en op vermogensrechten (Boek 3).
Genots- en zekerheidsrechten
De meeste absolute rechten zijn erop gericht de rechthebbende voordeel of genot te verschaffen.
Zekerheidsrechten -> deze rechten bieden zekerheid aan een geldschieter die een lening verstrekt.
Volledige en beperkte rechten
Beperkt recht -> een recht dat is afgeleid van een ander meer omvattend recht waarop dit beperkt recht rust (art. 3:8 BW).
Het eigendomsrecht de meest
volledige zeggenschap over een
zaak. Als er daarna een beperkt
recht op dit eigendomsrecht wordt gevestigd, geeft de eigenaar een deel van zijn zeggenschap prijs, ten gunste van de beperkt gerechtigde.
Absolute rechten op geestesproducten worden niet in het BW maar in andere wetten geregeld.
Absolute rechten op goederen
Absolute rechten op goederen
Absolute rechten op goederen
Zakelijke rechten
Overige rechten
Genotsrechten
Zekerheidsrechten Volledig
Beperkt
Vruchtgebruik Pand Hypotheek
Pand Hypotheek
Eigendom Erfdienstbaarheid
Erfpacht
Opstal Appartementsrecht
Eigendom Erfdienstbaarheid
Erfpacht
Opstal Appartementsrecht Vruchtgebruik
Appartementsrecht Eigendom
Erfdienstbaarheid Erfpacht
Opstal Vruchtgebruik Pand
Hypotheek
28) Drie indelingen van de absolute rechten op goederen
De zekerheidsrechten zijn afhankelijke rechten, omdat zij verbonden zijn aan een vordering.
Komt de vordering in andere handen, dan gaat het zekerheidsrecht mee over. Gaat de vordering teniet omdat de lening wordt afgelost, dan houdt ook het zekerheidsrecht op te bestaan.
72

6 Verkrijging van goederen
Art. 3:80 BW noemt de twee wijzen van het verkrijgen van goederen.
1. De verkrijging onder algemene titel.
2. De verkrijging onder bijzondere titel.
Verkrijging onder algemene titel
Het vermogen (of een deel daarvan) gaat over op een ander persoon.
De rechtsopvolger zet de juridische positie van zijn rechtsvoorganger voort.
De drie belangrijkste vormen van verkrijging onder algemene titel zijn (art. 3:80 lid 2 BW):
1. Erfopvolging;
2. Boedelmening;
3. Fusie tussen twee bedrijven.
29) Verkrijging van goederen onder algemene en bijzondere titel
Verkrijging van goederen
Onder algemene titel
Onder bijzondere titel
Erfopvolging (Boek 4 BW) Boedelmening (art. 1:94 BW)
Fusie (art. 2:309 BW)
Overdracht (art. 3:84 BW) Verjaring (art. art. 3:99 BW) Onteigening (publiekrecht) Natrekking (art. 5:14, 20 BW) Toe-eigening (art. 5:4 BW) Vinderschap (art. 5:6 BW) Schatvinding (art. 5:13 BW)
Vermening (art. 5:15 BW) Zaaksvorming (art. 5:16 BW) Vruchttrekking (art. 5:17 BW)
Typerend voor verkrijging onder algemene titel is dat de rechtsopvolger de lusten en de lasten van (een deel van) het vermogen overneemt.
Verkrijging onder bijzondere titel
Een bepaald goed gaat over naar het vermogen van een ander.
Kenmerkend is dat de verkrijger uitsluitend een bepaald positief
bestandsdeel uit het vermogen van een ander krijgt.
Het vermogen van de verkrijger wordt uitgebreid met dit
positieve bestanddeel, maar de verkrijger neemt niet de juridische positie van zijn rechtsvoorganger over.
Voorbeelden hiervan staan in art. 3:80 lid 3 BW:
7 Overdracht
De belangrijkste vorm van verkrijging onder bijzondere titel is de overdracht.
Overdracht -> door beide partijen gewilde overgang van een goed uit het vermogen van de ene partij naar het vermogen van een andere partij.
De partij die het goed uit haar vermogen laat gaan, wordt de verweerder genoemd, de ontvangende partij heet de verkrijger.
Als na een koopovereenkomst de eigendomsoverdracht plaatsvindt, is de verkoper de vervreemder, de koper is de verkrijger.
Art. 3:84 BW noemt de drie vereisten voor een overdracht:
1. Geldige titel
Titel -> de juridische oorzaak of aanleiding voor de overdracht.
De titel beschrijft de rechtsverhouding die ten grondslag ligt aan de overdracht.
Vaak, maar niet altijd, is de titel een overeenkomst.
Voor de leveringshandelingen (of terwijl de vestigingshandelingen), van een absoluut recht moet worden gekeken naar het goed waar het recht op rust (art. 3:98 BW). De leveringshandelingen die voor het goed geldt, is ook van toepassing voor de vestiging van een absoluut recht op dit goed.
De vestigingshandelingen van een beperkt absoluut recht volgt uit de leveringshandelingen van het goed waar dit recht op rust.
Voor de leveringshandelingen van relatieve (vorderings)rechten ten slotte, wordt er verwezen naar art. 3:93 tot en met 3:95 BW.
73

Art. 3:84 BW stelt als eis voor een overdracht dat er een geldige titel is. Een nietige overeenkomst is geen geldige titel.
2. Beschikkingsbevoegdheid
De tweede voorwaarde voor een overdracht is de beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder.
Degene die levert moet bevoegd zijn om het goed uit het vermogen te halen, zodat het kan worden verplaatst naar het
vermogen van de verkrijger.
3. Levering
De derde voorwaarde voor een overdracht is de levering (art. 3:84 BW). De levering bestaat doorgaans uit een handeling.
8 Derdenbescherming bij overdracht van niet-registergoederen
Het is veelal moeilijk om te achterhalen of de verkoper van een roerende zaak daadwerkelijk de eigenaar is omdat roerende zaken niet-registergoederen zijn.
Daarom biedt art. 3:86 BW een argeloze verkrijger bij de overdracht van een roerende zaak enige bescherming tegen een beschikkingsonbevoegde vervreemder.
Voorwaarden voor derdenbescherming van art. 3:86 BW zijn:
1. Geldige titel
De derdenbescherming laat alleen de eis van beschikkingsbevoegdheid vallen.
Er moet wel gewoon een geldige titel zijn.
2 Bezittingsverschaffing
De derde moet de zaak feitelijk in zijn macht hebben gekregen.
De derdenbescherming van art. 3:86 BW is dus van toepassing als het goed in handen is van de verkrijger.
3 Verkrijging om baat
De derde wordt alleen beschermd als hij een tegenprestatie heeft geleverd of moet leveren voor de overdracht. Zoals bij een koopovereenkomst of een ruilovereenkomst.
4 Goede trouw van de derde
De laatste voorwaarden is dat de verkrijger, de derde, te goeder trouw is op het moment dat hij het goed in handen krijgt. Dit wilt zeggen dat hij niet wist, en redelijkerwijs ook niet kon weten, dat de verweerder beschikkingsonbevoegd was.
Uitzonderingen voor gestolen goederen
Voor diefstal maakt art. 3:86 lid 3 BW een uitzondering.
Is de eigenaar zijn zaak door diefstal kwijtgeraakt, dan vervalt de derdenbescherming.
De eigenaar kan zijn zaak bij een derde die ter goeder trouw is, tot drie jaar na de diefstal als zijn eigendom opeisen.
Consumentenbescherming
In sommige gevallen geldt, ondanks diefstal, toch de gebruikelijke derdenbescherming. Hiervoor gelden twee voorwaarden:
1. De koper moet een consument zijn.
Dus iemand die niet handelt is de uitvoering van een beroep of bedrijf.
2. De verkoper moet een professionele handelaar zijn die zijn zaak uitoefent in een (deel van een) onroerende zaak en zijn
beroep of bedrijf maakt van het verhandelen van soortgelijke producten.
In dit soort gevallen wordt de koper eigenaar van zijn aankoop, ook al blijkt later dat de zaak van diefstal afkomstig is
(art. 3:86 lid 3 onder a BW).. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 15.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit