Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1 Inleiding
D de meeste bepalingen van Boek 1 en 2 BW bevatten dwingend recht waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken.
2 Naam, verwantschap en woonplaats
Boek 1 BW begint met een aantal regelingen die de individuele persoon betreffen.
Naam
Een kind krijgt de voornaam die zijn ouders voor hem uitkiezen (art. 1:4 BW).
Voor de geslachtsnaam kunnen de ouders kiezen tussen dat van de vader of de moeder (art. 1:5 BW en verder).
Deze keuzes moeten zij uiterlijk maken bij de aangifte van de geboorte van hun oudste kind, want alle kinderen van het
paar dragen dezelfde achternaam.
Als de ouders geen keuzes maken, krijgt het kind de achternaam van de vader.
Als een kind alleen tot een moeder in familierechtelijke betrekkingen staat, draagt het haar achternaam.
Een verzoek tot naamswijziging wordt formeel gericht aan het staatshoofd en behandeld door het ministerie van Justitie en Veiligheid (en de rechtbank).
In een AMvB (besluit geslachsnaamwijziging) worden de redenen benoemd die tot wijziging van de achternaam kunnen leiden.
De graad van bloedverwantschap wordt berekend aan de hand van het aantal geboorten dat de bloedverwantschap heeft veroorzaakt.
De geboorte van de ik-figuur wordt daarbij niet meegerekend.
Het berekenen van de graad van bloedverwantschap in de zijlijn verloopt altijd via de gemeenschappelijke stamouder.
Verwantschap
Bloedverwantschap -> familie in het BW.
Bloedverwantschap in de opgaande of neergaande lijn -> drukt de
verwantschap uit tussen afstammelingen.
Bloedverwantschap in de zijlijn -> beschrijft de verwantschap tussen
familieleden met minstens n gemeenschappelijke voorouder.
De graad van bloedverwantschap, die bepaald wordt door het aantal geboorten, is van belang in het wettelijk erfrecht en in het strafprocesrecht.
Naaste familieleden hebben verschoningsrecht.
Zij kunnen zich onttrekken aan hun plicht om te getuigen als hun
getuigenis tegen een naaste bloedverwant.
Door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstaat aanverwantschap met de schoonfamilie.
Woonplaats
Woonplaats -> plaats waar iemand voor het recht geacht wordt te wonen.
De woonplaats van een natuurlijk persoon is de plaats waar zijn bewoning bevindt
(art. 1:10 BW).
Als iemand geen vaste woning heeft, dan geldt de plaats van zijn werkelijke
30) Broer: bloedverwant in de tweede graad in de zijlijn
De graad van aanverwantschap is gelijk aan de graad van bloedverwantschap van de echtgenoot of geregistreerde partner.
1e Ik Vader
2e Broer
verblijf als woonplaats.
Als woonplaats van een rechtspersoon geldt de plaats waar de rechtspersoon volgens de statuten gevestigd is.
75
Burgerlijke stand en Basisregistratie Personen
Iedere gemeente is verplicht register (register van de Burgerlijke stand) bij te houden van geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap en overleiden. Dit wordt gedaan door ambtenaren.
De gemeente houdt ook de Basisregistratie Personen (BPR) bij. Hierin staat informatie over alle inwoners van de gemeente.
3 Afstamming en ouderschap
Afstamming -> de afkomst van een persoon (art. 1:197 BW en verder).
Moederschap
De juridische moeder van het kind is de vrouw uit wie het kind geboren is (art. 1:198 BW).
Dit moederschap staat vast ondanks de medische technieken waardoor een vrouw een kind ter wereld kan brengen.
Een vrouw kan ook door adoptie de juridische moeder van een kind worden.
Want door de adoptie-uitspraak ontstaat een familierechtelijke ouder-kindrelatie. Vaderschap
Vaderschap kan op verschillende manieren ontstaan.
1 Huwelijk moeder
Als de moeder op het moment van de geboorte getrouwd is met een man, wordt haar man van rechtswege de juridische vader van het kind (art. 1:199 BW).
Een bevalling tijdens het huwelijk leidt automatisch tot het vaderschap van de (ex-)echtgenoot.
Vader en moeder hebben echter de mogelijkheid het vaderschap te ontkennen (art. 1200 BW en verder).
Een geregistreerd partnerschap (art. 1:80a BW) heeft exact dezelfde gevolgen voor de partners en voor de kinderen die in het partnerschap geboren worden.
2 Erkennen
Een kind dat geboren wordt uit een vrouw die niet getrouwd is, heeft in beginsel juridisch gezien alleen een moeder en kan dus door een man worden erkend.
Door een akte van erkenning op te laten maken door een ambtenaar van de burgerlijke stand te maken ontstaat er een familierechtelijke vader-kind relatie.
Het gevolg van de erkenning is onder andere dat de man onderhoudsplichtig wordt en dat het kind wettig erfgenaam van de man wordt (art. 1:203 BW).
3 Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
Het is mogelijk om een man te dwingen tot het juridische vaderschap doordat op verzoek van de moeder of het kind de rechtbank het vaderschap van een man vast te laten stellen als het duidelijk is dat hij de verwekker is van het kind (of als wordt bewezen dat hij als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verweking van het kind tot gevolg kon hebben).
Draagmoederschap wordt in het BW niet geregeld.
De draagmoeder wordt door de geboorte de juridische moeder. De wensouders kunnen alleen door adoptie de juridische ouders van het kind worden. Daarvoor moet de draagmoeder eerst door de rechtbank worde ontgeven uit hun ouderschap.
Kinderen vanaf 12 jaar moeten schriftelijk toestemming geven voor de erkenning.
De schriftelijke toestemming van de moeder is vereist als het kind nog geen 16 jaar oud is.
Is de man de verwekker van het kind, dan kan hij, als moeder en/of kind geen toestemming geven, de rechtbank verzoeken om vervangende toestemming.
76
De vaststelling van het vaderschap heeft tot gevolg dat de man met terugwerkende kracht tot de geboorte wordt aangemerkt als de vader van het kind (art. 1:207 BW en verder).
4 Adoptie
Door de rechterlijke uitspraak worden de adoptieouders de juridische
ouders van het kind en worden de juridische banden met de biologische ouder(s) doorgesneden.
Een verzoek tot adoptie wordt alleen toegewezen als de adoptie in het kennelijk belang is van het kind. Daarom wordt het kind (als het daarvoor de leeftijd heeft) over het adoptieverzoek gehoord.
Het adoptieverzoek wordt afgewezen als een kind van 12 jaar of ouder tijdens het gehoor laat weten bezwaar te hebben tegen de adoptie.
Een adoptiekind wordt vanaf het moment van de rechterlijke uitspraak door de wet behandeld als een kind van de adoptiefouders. Het kind wordt bloedverwant van zijn adoptieouders (en hun familie) en krijgt daarmee ook de rechten, plichten, voordelen en nadelen.
Duo-ouderschap van een vrouw
Het is voor een vrouw, sinds 2014, mogelijk om de tweede juridische ouder, de zogeheten duo-ouder, van een kind te worden. Krijgt een getrouwde lesbische vrouw een kind, dan wordt haar vrouw automatisch de duo-ouder.
De voorwaarde is dat voor genetisch materiaal waarmee het kind is verwerkt, gebruik is gemaakt van een officile spermabank.
Het is eveneens mogelijk om het kind te erkennen in andere gevallen waarin een kind slechts n juridische ouder heeft.
4 Het huwelijk
Het BW biedt vanaf art. 1:30 BW, een tamelijk uitvoerige regeling van het huwelijk.
De wet erkent alleen het burgerlijk huwelijk (art. 1:30 BW). Vereisten
Een huwelijk kan worden gesloten door twee mensen die aan de vereisten voldoen (art. 1:30 tot 1:38 BW).
Het BW (art. 1:41) verbiedt het aangaan van een huwelijk met een bloedverwant in de opgaande of neergaande lijn of met een broer of zus.
Als man en vrouw neef en nicht zijn, dan moeten zij voorafgaand aan het huwelijk een verklaring afleggen dat zij uit vrije wil het huwelijk aangaan om zo dwang huwelijke te bestrijden.
Huwelijksaangifte
Voor de huwelijkssluiting moeten de echtgenoten aangiften doen voor hun voorgenomen huwelijk op het gemeentehuis van een van hun woonplaatsen.
Art. 1:44 BW somt de papieren op die de echtgenoten bij deze aangifte moeten tonen. De ambtenaar maakt hiervan een akte op voor in de burgerlijke stand.
Huwelijkssluiting
Een huwelijk wordt op het gemeentehuis gesloten ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand en in aanwezigheid van twee tot vier getuigen (art. 1:63 BW).
In de meeste gevallen zal de huwelijkssluiting plaatsvinden in de woonplaats van n van de echtgenoten maar bij de aangifte kunnen zij ook een andere gemeenten aanwijzen.
Een kind kan maximaal twee juridische ouders hebben.
Bestrijding schijnhuwelijken
Art. 1:53 BW geeft het OM de bevoegdheid om het voorgenomen huwelijk te stuiten (beletten) als het meent dat het doel van het huwelijk kennelijk uitsluitend is gericht op de toelating tot Nederland.
Het huwelijk kan ook elders worden gesloten.
77
De feitelijke huwelijkssluiting bestaat uit de verklaring van beide echtgenoten dat zijn elkaar aannemen tot echtgenoot en dat zij getrouw alle plichten zullen vervullen die de wet aan de huwelijkse staat verbindt.
Van deze verklaring maakt de ambtenaar een akte op, die ook door de echtgenoten en de getuigen wordt ondertekend. Rechten en plichten
Vanaf art. 1:81 BW volgt een opsomming van de rechten en plichten van echtgenoten.
Beperkte gemeenschap van goederen
Tot januari 2018 was een belangrijk rechtsgevolg van het huwelijk dat de volledige vermogens van beide echtgenoten samenvloeiden tot n gemeenschap van goederen. Dat is nu vanwege de aanvaarding van een initiatiefwetsvoorstel niet meer het uitgangspunt van het BW.
Volgens art. 1:94 BW is de wettelijke gemeenschap van goederen beperkt tot dat wat beide echtgenoten tijdens en door hun huwelijk door hun inspanning inbrengen.
Echtgenoten die de vermogensrechtelijke aspecten van hun relatie anders willenregelen kunnen huwelijkse voorwaarden maken (art. 1:93 en 1:114 BW).
Huwelijkse voorwaarden is een soort overeenkomst tussen de echtgenoten waarin zij afspraken maken over de zakelijke gevolgen van hun huwelijk.
Deze afspraken worden door een notaris vastgelegd in een notarile akte en werken pas ten opzichte van derden
als deze akte is ingeschreven en geregistreerd in het huwelijksregister van de rechtbank.
Als dit niet wordt gedaan, zijn de huwelijkse voorwaarden nietig en geldt dus het gewone wettelijk regime.
5 Het geregistreerd partnerschap
Voor het geregistreerd partnerschap (art. 1:80a BW en verder) gelden dezelfde eisen, formaliteiten en rechtsgevolgen als voor het huwelijk. Ook zijn de regels van het huwelijksvermogensrechten van toepassing op geregistreerde partners.
6 Samenwonen
Huwelijk en partnerschap worden door het BW expliciet geregeld. Met de rechtsgevolgen die door huwelijk en partnerschap ontstaan hebben ook derden te maken. Als twee of meer mensen zomaar bij elkaar gaan wonen, gelden deze gevolgen niet.
Samenlevingscontract
Samenlevingscontract -> schriftelijke afspraken tussen mensen die samenwonen.
Dit kan door de samenwoners zelf worden opgesteld, maar vaak wordt er een beroep gedaan op een
rechtshulpverlener.
De afspraken in het samenlevingscontract werken alleen tussen de samenwoners, aan de bepalingen in het contract zijn
derden niet gebonden.
Een samenlevingscontract kan alleen de zakelijke gevolgen van een relatie regelen. Voor familierechtelijke relaties zijn de samenwoners gebonden aan de regelingen van Boek 1 BW.
7 Echtscheiding
Voor een echtscheiding is een rechterlijke uitspraak noodzakelijk (art. 1:150 BW en verder).
De procedure (geregeld in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 815 en verder) wordt ingeleid met een verzoekschrift waarin de rechtbank verzocht wordt het huwelijk te ontbinden omdat het duurzaam ontwricht is.
Materieel gezien kunnen samenwoners met behulp van een samenlevingscontract en een testament de zakelijke positie van echtgenoten evenaren.
Dit geldt in feite ook voor het ouderschap
De verzoeker hoeft zijn stelling dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, niet toe te lichten of te bewijzen.
78
Dit verzoekschrift kan gezamenlijk worden ingediend. Aan een gezamenlijk verzoekschrift voegen de echtgenoten doorgaans een convenant toe, waarin zij de gevolgen van hun echtscheiding regelen.
Of door n van de echtgenoten. De wederpartij krijgt dan wel de gelegenheid op het verzoekschrift te reageren in een zogeheten verweerschrift.
In een verweerschrift kan ook worden gereageerd op de door de andere echtgenoot voorgestelde
nevenvoorzieningen die de gevolgen van de scheiding regelen.
Verzet tegen de scheiding op zich is zinloos, als n van de partijen wil scheiden, wijst de rechtbank dit verzoek
toe.
In de beschikking waarin de rechter het huwelijk ontbindt, doet zij meteen een uitspraak over de nevenvoorzieningen.
Het huwelijk is pas ontbonden als de beschikking van de rechtbank wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De gemeenschap van goederen wordt al automatisch opgeheven op het moment dat het verzoekschrift tot scheiding bij de rechtbank wordt ingediend.
Beindiging geregistreerd partnerschap
Voor de beindiging van een geregistreerd partnerschap met wederzijdse goedvinden is geen rechterlijke uitspraak nodig. De partners moeten zich tot een notaris of een advocaat wenden om daar een verklaring op te laten stellen waarin zij
de zakelijke gevolgen van het einde van hun relatie regelen.
Het partnerschap eindigt zodra deze verklaring wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Voor de ontbinding van het partnerschap op verzoek van een van de partners is wel een rechterlijke uitspraak vereist (art. 1:80c BW en verder).
8 Gezag over minderjarigen
Over iedere minderjarigen wordt gezag uitgeoefend.
Gezag -> een mengeling van zorg, opvoeding, bewind over een eventueel vermogen en vertegenwoordiger in het rechtsverkeer. Normaal gesproken wordt dit gezag uitgeoefend door de ouder(s)
(ouderlijk gezag in het BW). Indien het gezag door een ander wordt uitgeoefend, dan wordt dat voogdij genoemd (in het BW).
De regeling van het gezag wordt gedaan in art. 1:245 BW en
verder. Voor de voogdijregeling wordt verwezen naar art. 1:280 BW en verder.
Ouderlijk gezag kan in allerlei verschillende gezinssituaties worden uitgeoefend:
Moeder is gehuwd of heeft een geregistreerd partnerschap
Als een vrouw die een kind ter wereld brengt, is getrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, oefenen de moeder en haar echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner van rechtswege samen het ouderlijk gezag.
Samenwoners
Als een vrouw samenwoont, gaat het gezag in principe alleen naar haar toe. Willen de samenwoners gezamenlijk het gezag uitoefenen, dan moeten de volgende stappen worden gezet:
Gezamenlijk gezag door een ouder en een niet-ouder
Als een ouder het gezag alleen uitoefent,
fungeert een nieuwe partner in sommige gevallen als sociale ouder voor de kinderen. Deze partner heeft echter geen juridische relatie met de kinderen.
Het BW biedt een ouder en zijn partner de mogelijkheid de rechter te verzoeken om het gezag voortaan gezamenlijk uit te mogen oefenen.
Dit wordt alleen toegewezen als de partner een nauwe band met de kinderen heeft.
Is er eenmaal gezamenlijk gezag, dan heeft de partner dezelfde positie ten opzichte van de kinderen. In geval van overlijden van de ouder, zet de partner het gedan (dat dan voogdij wordt genoegd) van rechtswege alleen voort (art. 1:253t BW).
1. De vriend of vriendin erkent het kind en wordt daardoor de vader of duomoeder van het kind.
79
2. De moeder en de erkenner van het kind schrijven het gezamenlijk gezag in in het Centraal Gezaagsregister. Na de inschrijving
hebben de moeder en de vader of duo-ouder samen het gezag over hun kind
Alleenstaande vrouw
Brengt een vrouw die niet
gehuwd is en ook geen
geregistreerd partnerschap is
aangegaan, een kind ter wereld,
dan oefent zij van rechtswege het gezag over haar kind uit.
Overlijden van een van de ouders
Oefenen twee ouders samen het gezag uit en overlijdt n van hen, dan zet de andere ouder het gezag alleen voort. Oefende de ouders die is overleden het gezag alleen uit en is er nog wel een andere ouder, dan kan hij de rechter
verzoeken aan hem toe te wijzen.
Echtscheiding
Ouders die samen het gezag uitoefenen, blijven na het einde van hun relatie in principe samen het gezag uitoefenen.
Alleen als deze gezamenlijke gezagsuitoefening ertoe leidt dat de belangen van de kinderen structureel beklemd raken
kan de rechter op verzoek van (een van) de ouders het gezag aan een van de ouders toewijzen.
Ouderschapsplan
Als twee ouders die beiden gezag uitoefenen hun relatie beindigen zijn ze verplicht een ouderschapsplan op te stellen waarin ze de gevolgen van hun (echt)scheiding regelen voor zover het om hun minderjarige kinderen gaat.
In het ouderschapsplan leggen de ouders hun afspraken vast en leggen ze vast hoe de omgangsregeling er uit zal zien.
Voogdij
Als het gezag niet door n of twee ouders kan worden uitgeoefend, benoemt de rechter een voogd voor de kinderen. Dit gebeurt (indien mogelijk) in nauw contact met familieleden en zo mogelijk met de kinderen.
Als de ouders in hun testament een voogd hebben aangewezen, dan wordt zij de voogd, tenzij die de rechter laat weten dat zij de voogdij niet op zich kan of wil nemen.
Als de rechter van beide ouders het gezag ontneemt omdat ze ernstig falen in de opvoeding, gaat de voogdij naar een gecertificeerde instelling.
Een van de maatschappelijke werkers van deze instelling treeft als voogd op.
Hij zoekt een pleeggezin waar de kinderen worden verzorgd en opgevoed, volg hun opvoeding op enige afstand en
neemt de belangrijkste beslissingen in de opvoeding. Deze beslissingen neemt hij (indien mogelijk) zoveel mogelijk in overleg met familieleden en met het kind zelf.
Getrouwde ouders Geregistreerde partners
- Samen
Gezag
het kind Gescheiden ouders
n ouder overleden Alleenstaande vrouw
Centraal Gezagsregister - a samen
b of n ouder
- De andere ouder zet alleen
het gezag voort - Vrouw alleen
Ouderlijk gezag
Voogdij
- Samen Vrouwendeerkennervan -Samennainschrijving
- als beide ouders zijn overleden
- als beide ouders het gezag is ontnomen
31) Ouderlijk gezag en voogdij
80
2 Wettelijk erfrecht
Heeft een erflater niets geregeld, dan wijst de wet aan wie de erfgenamen is.
Het BW verdeelt de erfgenamen in vier groepen. Deze groepen zijn van belang voor de positie van de erfgenaam.
Groep 1
De erfgenamen in deze groep zijn de echtgenoot van de overledene en zijn kinderen. Ieder erft een even groot deel van het deel van zijn nalatenschap.
Als een echtpaar in gemeenschap van goederen is getrouwd, moet het vermogen van het echtpaar eerst in tween worden gedeeld.
De helft behoort toe aan de langstlevende echtgenoot, de andere helft aan de overledene en is dus de nalatenschap.
Groep 2
De erfgenamen van deze groep zijn de ouders en de broes en zussen van de overledenen.
Maar de ouders erven minstens een kwart van de nalatenschap. Groep 3
Tot deze groep behoren de grootouders van de overledenen.
Vanaf groep 3 wordt de erfenis in tween gedeeld: de ene helft is voor de erfgenamen aan moederszijde, de andere helft voor de vaderszijde.
Groep 4
De erfgenamen in groep 4 zijn de overgrootouders van de overledene.
Zijn er geen nabestaanden in groep 4, dan vervalt de nalatenschap aan de Staat.
3 Bescherming van de echtgenoot
Het vermogen van een echtpaar zit vaak in een huis. Als een van hen overlijdt, erven de overlevende echtgenoot en de kinderen ieder een gelijk deel van de nalatenschap. Maar omdat het geld in het huis vastzit, kan de overlevende ouder zijn kinderen alleen hun erfdeel geven als hij het huis verkoopt, of een hogere hypotheek neemt.
In dit soort gevallen beschermt het erfrecht de langstslevende echtgenoot. De echtgenoot krijgt de beschikking over de hele nalatenschap, want de kinderen krijgen hun erfdeel voorlopig niet. Hun erfdeel wordt omgerekend in een geldbedrag.
Voor dit bedrag krijgen zij een vordering op hun nog levende ouder. Die wordt pas opeisbaar als de tweede ouder overlijdt.
Wettelijk erfgenaam zijn alleen de juridische kinderen van een man of vrouw.
Stiefkinderen zijn geen wettelijke erfgenaam van hun stiefouder.
Pleegkinderen zijn ook geen wettelijke erfgenaam van hun pleegouders.
Een erflater die zijn biologische kind, stiefkind of pleegkind mee wilt laten delen in de nalatenschap, moet dat via een testament regelen.
Voor halfbroers en -zussen van de overledene geldt een speciale regeling.
Erven zij samen met volle broers of zussen, dan krijgen zij de helft van hun erfdeel.
Erft hij of zij alleen met een ouder, dan krijgen zij niet meer dan de helft van het erfdeel van de ouder.
Het wettelijk erfrecht kent het systeem van plaatsvervulling (art. 4:10 en 4:12 BW). De afstammelingen van een overleden erfgenaam erven samen zijn erfdeel.
81
Wilsrecht
Dit systeem zorgt ervoor dat deze ouder zijn leven (financieel gezien) gewoon kan voortzetten. Maar, deze ouder opnieuw gaat trouwen, dreigt het zogeheten stiefoudergevaar.
Dat gevaar bestaat eruit dat de geldvordering van de kinderen in de gemeenschap van goederen valt van de ouder en zijn nieuwe echtgenoot.
Wanneer de overlevende ouder dan komt te overlijden, dan komt de hele nalatenschap in handen van de nieuwe
echtgenoot en raakt de geldvordering van de kinderen enigszins uit zicht.
Voor dit soort situaties biedt het BW de kinderen vier wilsrechten (art. 4:19 BW en verder).
Wilsrecht -> het recht van de kinderen op de overdracht van goederen uit de nalatenschap van hun nog levende ouder
zodat ze hun rechten op hun erfdeel veilig kunnen stellen in geval van een nieuw huwelijk van de ouder. Er zijn vier verschillende wilsrechten:
Wilsrecht 1 (art. 4:19 BW)
Wanneer de langstlevende echtgenoot opnieuw wilt trouwen kan iedere erfgenaam de eigendom opeisen van goederen of geld tot de waarde van het erfdeel is bereikt.
Het vruchtgebruik blijft wel bij de langstlevende.
Wilsrecht 2 (art. 4:20 BW)
Als de kinderen bij het huwelijk van hun eerste ouder hun wilsrecht niet hebben uitgeoefend kunnen ze dat later doen wanneer hun langstlevende (tweede) ouder overlijdt. De stiefouder krijgt (volgens het wettelijke systeem) de gehele nalatenschap in handen. De kinderen kunnen nu het erfdeel van de eerst overledene ouder opeisen bij de stiefouder.
Als de kinderen dit wilsrecht gebruiken, krijgen ze de volle eigendom en moeten zij de goederen (of het geld) echt krijgen. De stiefouder krijgt geen vruchtgebruik.
Wilsrecht 1 en 2 beschermen het erfdeel van de eerst overleden ouder en kunnen worden gebruikt als de andere ouder opnieuw trouwt of als de ouder na een tweede huwelijk overlijdt.
Wilsrecht 3 (art. 4:21 BW)
De kinderen hebben ook recht op hun erfdeel van de tweede overledene ouder. Zij kunnen van hun stiefouder geld of goederen eisten ter waarden van hun erfdeel.
Het vruchtgebruik van deze goederen blijft wel bij de stiefouder.
Wilsrecht 4 (art. 4:22 BW)
Als de kinderen geen gebruik maken van wilsrecht 3, dan kunnen ze bij het overlijden van de stiefouder nog een laatste wilsrecht uitoefenen. Zij kunnen bij de erfgenamen van de stiefouder hun geldvordering (voor het erfdeel van de tweede overleden ouder (en dus de ouder die getrouwd is geweest met de stiefouder)) opeisen.
Mochten ze dit wilsrecht uitoefenen, dan verwerven ze de volle eigendom en behouden de erfgenamen van de stiefouder geen vruchtgebruik.
Wilsrecht 3 en 4 beschermen het erfdeel van de langstlevende ouder. De kinderen kunnen deze wilsrechten gebruiken als de langstlevende ouder overlijdt of als daarna de stiefouder overlijdt.
In een testament kan worden afgeweken van de wilsrechten.
4 Redenen voor een testament
Het erfrecht geeft een goede standaardregeling.
82
In een aantal situaties sluit de wettelijke regeling niet aan bij de wensen van de erflater. In dit soort gevallen moet er een testament worden opgesteld.
Alleen hiermee kunnen de regels van het wettelijk erfrecht worden doorbroken.
In de volgende situaties is het aanbevolen om een testament op te richten.
Stiefkinderen
Het moet specifiek geregeld worden als de erflater stiefkinderen en eigenkinderen gelijkt wilt behandelen.
Samenwoners
Als samenwoners niets regelen, erven de erfgenamen in groep 1 of 2.
Legaat
Het is mogelijk om een deel van een nalatenschap in de vorm van een legaat na te laten aan een persoon of aan een goed doel.
De ontvanger van een legaat treedt niet in de rechten en plichten van de erflater.
Kinderloos (echt)paar
Regelt een (echt)paar niets, dan gaat de erfenis van de eerst overleden
echtgenoot naar het vermogen van de langstlevende echtgenoot. Overlijdt
zij ook, dan is de erfenis in zijn geheel voor de bloedverwanten van de langstlevende echtgenoot.
Bewind
Een erflater kan een bewindvoerder instellen (art. 4:153 BW) over (een deel van) zijn nalatenschap.
Dit gebeurt wanneer de erflater van mening is dat de erfgenaam (nog) niet in staat is om zijn erfdeel goed te beheren.
Aanwijzen voogd
Ouders maken vaak de beslissing wie het gezag over hun minderjarige kinderen krijgt, mochten zij beide overlijden voordat het jongste kind 18 jaar is.
Het is voor ouders ook mogelijk om een voogd aan te wijzen door inschrijving van deze voogd in het Centraal Gezagsregister.
Benoeming executeur
Executeur -> degene die de nalatenschap afwikkelt en regelt vaak ook de begrafenis of crematie.
Vaak is dit een erfgenaam maar de erflater kan ook een bepaald persoon (een buitenstaander) aanwijzen in zijn
testament.
De erflater kan de executeur meer bevoegdheden geven. In dat geval wordt de executeur
executeur/afwikkelingsbewindvoerder.
Die krijgt dan de bevoegdheid om alle goederen te verkopen en de nalatenschap daarna tussen de erfgenamen te
verdelen.
5 Opstellen van een testament
Een testament is een notarile akte met daarin de uiterste wilsbeschikking van de erflater.
Testateur -> degene die het testament laat maken.
Overlijdt n van de samenwoners (die een samenlevingscontract hebben), dan gaan de goederen die gemeenschappelijk eigendom zijn, door het verblijvingsbeding over op de nog levende bewoner.
Vaak staat er in het contract dat dit om niet gebeurt. De langstlevende hoeft de erfgenamen dan geen vergoeding te betalen voor wat zij door het verblijvingsbeding ontvangt.
Bevat het samenlevingscontract ook een overnamenbedig, dan krijgt de langstlevende ook het recht om de goederen die van de vriendin waren, over te nemen. Hiervoor moet zij wel een vergoeding betalen
Hun erfenis bestaat dan o.a. uit de waarde die de vriendin heeft betaald voor de overname.
83
Eisen die aan de testateur worden gesteld
De minimumleeftijd voor het maken van een testament is 16 jaar. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de testateur voldoende in staat is zijn wil te bepalen.
Iemand die vanwege een geestelijk stoornis onder curatele staat, heeft een machtiging nodig van de kantonrechter. Voldoet de testateur niet aan de eisen die de wet aan een testateur stelt,
dan is het testament nietig.
Opgemaakt door de notaris
De erflater beschrijft zijn wensen en de notaris geeft de mogelijkheden aan om die wensen vorm te geven waarna de notaris de akte op maakt. De notaris en erflater ondertekenen deze akte.
Het origineel van het testament bewaart de notaris op zijn kantoor, de testateur krijgt een afschrift mee naar huis.
Dit soort testamenten is een openbaar testament.
Centraal Testamentenregister
Ieder testament dat een notaris maakt of in bewaring neemt, meldt zij bij het Centraal Testamentenregister (CTR).
De inhoudt wordt niet bekendgemaakt, alleen de zakelijke gegevens.
Door het centrale register kan na iemands overlijden vrij gemakkelijk
worden vastgesteld of en waar er een testament is.
Codicil
Op de regel dat het wettelijk erfrecht alleen kan worden doorbroken door een testament, is n uitzondering. Sommige legaten hoeven niet perse te worden vastgelegd in een testament.
Voor stukken uit de inboedel, sieraden en kleren is een codicil voldoende.
Codicil -> eigenhandig geschreven, gedateerde en ondertekende brief van de erflaten waarin bepaalde, precies beschreven goederen aan iemand worden gelegateerd.
Het voordeel van een codicil is dat het gemakkelijk te maken is en snel kan worden gewijzigd. Maar hierdoor is het ook gemakkelijk kwijtraken of door iemand worden vervalst.
Het is daarom verstandig om het codicil in handen te geven van iemand die de erflater vertrouwt.
6 Legitieme portie
Kinderen hebben altijd recht op hun legitieme portie van de erfenis (art. 4:63 BW en verder).
De legitieme portie bedraagt een geldbedrag ten waarde van de helft van wat een kind zou hebben gekregen volgens het wettelijk erfrecht (erfdeel).
(art. 4:94 en 4:95 BW)
De erflater kan ook zelf zijn testament opstellen en dit (al dan niet in een gesloten envelop) in bewaring stellen bij de notaris. De testateur verklaart dat het aangeboden stuk zijn laatste wil bevat en dat hij het persoonlijk heeft ondertekend. Van deze verklaring maakt de notaris een akte van bewaring op.
Het testament en de akte van bewaring vormen samen een depottestament.
Een zelfgemaakt testament is alleen geldig als het in bewaring wordt gegeven bij een notaris.
Wijzigingen in het testament moeten ook worden vastgelegd in een notarile akte, die de notaris vervolgens weer moet melden aan het CTR.
Als de testateur overlijdt, geldt altijd het testament dat het laatst is opgemaakt.
Een geldig codicil moet helemaal met de hand worden geschreven en mag geen getypte letter bevatten.
Het legateren van geld via een codicil is niet mogelijk.
Kinderen kunnen wel onterfd worden. Ze zijn dan geen erfgenaam meer.
Ze worden dan geen rechtsopvolger van de ouder. Wel hebben ze altijd recht op een geldbedrag ter waarde van de legitieme portie.
Een legitimaris heeft geen recht op bepaalde goederen uit de nalatenschap, maar alleen op een bedrag in geld.
84
Opmerkingen:
- Alleen kinderen hebben recht op een legitieme portie.
- Kleinkinderen hebben bij wijze van plaatvervulling recht op de legitieme portie van hun al overleden (of onwaardige) ouder.
7 Aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap
Een erfgenaam treedt in de rechten en plichten van de erflater.
Hij erft zijn bezittingen en schulden.
Daarom heeft iedere erfgenaam het recht zelf te beslissen of hij de erfenis aanvaardt of verwerpt (art. 4:190 BW).
Art. 4:191 en 4:192 bepalen hoe een erfenis wordt verworpen of aanvaard.
Doormiddel van het afleggen van een daartoe strekkende verklaring bij de griffie van de rechtbank van het sterfhuis.
Deze verklaring wordt vervolgens ingeschreven in het boedelregister van de rechtbank.
Aanvaarden van de nalatenschap
Wie een nalatenschap aanvaardt, hoeft geen verklaring af te leggen bij de rechtbank. Want aanvaarden kan ook blijken uit daden van aanvaarding (art. 4:192 BW).
Zo gauw de erfgenaam zich met de nalatenschap gaat bemoeien, dan heeft hij de erfenis aanvaard.
Hierop kan de erfgenaam niet meer op terugkomen.
Een erfgenaam die nog niet weet of hij de erfenis aanvaardt, doet er verstandig aan zich niet met de nalatenschap te bemoeien.
Erfgenamen die een nalatenschap hebben aanvaard worden echter beschermd tegen onvoorziene schulden uit de nalatenschap.
Het gaat hierbij om schulden die niet bekend waren (en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn) bij de erfgenaam en die zo groot zijn dat ze niet kunnen worden voldaan uit de erfenis.
Als de erfgenaam met zon schuld wordt geconfronteerd, kan hij de kantonrechter verzoeken om deze schuld niet
(of niet volledig) met zijn eigen vermogen te hoeven betalen (art. 4:194a BW).
Verwerpen van de nalatenschap
Voor het verwerpen van een nalatenschap is wel altijd een verklaring bij die griffie van de rechtbank noodzakelijk.
Deze verwerping werkt terug tot het moment van het openvallen van de nalatenschap. Na het verwerpen wordt de
erfgenaam geacht nooit erfgenaam te zijn geweest.
Beneficiair aanvaarden
De wet biedt ook een mogelijk tussen aanvaarden en verwerpen, beneficiair aanvaarden, als er nog goederen moeten worden getaxeerd en de schulden nog niet helemaal duidelijk zijn.
Door beneficiair te aanvaarden beschermt de erfgenaam zijn eigen vermogen.
De schuldeisers van de nalatenschap kunnen nu hun schulden alleen uit de nalatenschap halen en mogen het vermogen
van de erfgenaam niet aanspreken.
De keuze voor beneficiair aanvaarden gebeurt door het afleggen van een verklaring bij de griffie van de rechtbank, die deze verklaring weer inschrijft in het boedelregister.
Onwaardige erfgenaam
In een uitzonderlijk geval heeft een persoon niet het recht om een erfenis te aanvaarden. Hij is dan onwaardig om voordeel te trekken uit een nalatenschap.
Art. 4:3 BW beschrijft welke erfgenamen onwaardig zijn.
Een erfgenaam die onwaardig is, heeft geen recht op zijn deel van de nalatenschap.
85
8 Afwikkeling van de nalatenschap
De bank blokkeert de bankrekening wanneer zij van een overlijden vernemen.
Zij moeten eerst weten wie de erfgenamen van de overledene zijn.
Verklaring van erfrecht
De bank heft de blokkade pas op als duidelijk is wie de erfgenamen zijn. Daarvoor hebben zij een door een notaris opgestelde verklaring (verklaring van erfrecht) nodig.
De notaris maakt deze verklaring aan de hand van eigen onderzoek.
Boedelvolmacht
Vaak wordt in de verklaring van erfrecht meteen een boedelvolmacht opgenomen.
Hiermee machtigen de gezamenlijke erfgenamen een van de erfgenamen om namens hen op te treden.
Anders zijn voor iedere beslissing de toestemming van alle
erfgenamen nodig.
Vereffenen van de nalatenschap
Als er een verklaring van erfrecht is afgegeven moet de erfenis worden vereffend. Vereffenen -> de nalatenschap wordt klaargemaakt voor de verdeling.
Het vereffenen van de nalatenschap kunnen de erfgenamen zelf doen of ze kunnen een erfgenaam machtigen om namens hen op te treden.
Verdelen van de nalatenschap
Is de nalatenschap vereffend, dan staat de omvang van de nalatenschap vast en het is duidelijk op welk erfdeel de erfgenamen recht hebben.
De erfenis kan vervolgens worden verdeeld (regels hiervoor staan in art. 3:182 BW).
9 Levenstestament
In een levenstestament regelt de opsteller een aantal zaken voor situaties waarin zij nog in leven is maar niet goed meer in staat is om haar belangen zelf te behartigen.
In een levenstestament wijst de opsteller n of meer personen aan die zij een volmacht geeft om medische beslissingen te nemen.
Er kan ook een volmacht gegeven worden voor het beheer van het vermogen, conform de wensen die de opsteller in de levenstestament heeft opgenomen.
Levenstestamenten worden doorgaans opgemaakt door een notaris die ervoor kan zorgen dat het levenstestament wordt opgenomen in het levenstestamentenregister.
Artsen, rechters en andere betrokkenen kunnen via de notaris nagaan of er een levenstestament is en de inhoud ervan.. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 25.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question