Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: annanas004 - 1 year ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1 Inleiding
Het internationaalrecht (of volkenrecht) -> het recht tussen verschillende zelfstandige staten.
2 Bronnen van internationaal recht
De belangrijkste bronnen van het internationale recht zijn:
Verdrag
Verdrag -> een overeenkomst tussen twee of meer staten waarin afspraken worden vastgelegd.
In een verdrag kunnen de staten ook internationale organisaties oprichten.
De taken van zon organisatie en de bevoegdheden ten opzichte van de deelnemende staten staan in een verdrag.
Gewoonterecht
Hierbij gaat het om ongeschreven regels die lange tijd gelden omdat de staten deze regels als recht ervaren. In het internationaal recht speelt het gewoonterecht nog steeds een belangrijke rol.
Een belangrijk nadeel van gewoonterecht is dat de inhoud soms niet helemaal duidelijk is, want het internationaal recht kent geen vanzelfsprekende rechtsgang die het mogelijk maakt dat de rechter de exacte inhoud van ongeschreven rechtsregels vaststelt.
Daarom worden veel regels van gewoonterecht uiteindelijk vastgelegd in een verdrag.
Het gewoonterecht blijft wel van belang voor de staten die de betreffende verdragen niet hebben geratificeerd (als
bindend hebben aanvaard).
Algemene rechtsbeginselen
Algemene rechtsbeginselen zijn geen feitelijke gebruiken (zoals de gewoonten) maar juridische beginselen. Zo geldt als basisregel dat staten die een verdrag hebben geratificeerd, dit verdrag moeten naleven.
Besluiten van internationale organisaties
Nogmaals, staten leggen bij de oprichting van een internationale organisatie precies vast welke bevoegdheden zon organisatie krijgt (in verdragen). Meestal tasten die bevoegdheden de zelfstandigheid van de lidstaten nauwelijks aan, maar soms, is dat wel het geval.
De EU kan besluiten nemen waaraan alle lidstaten gebonden zijn, ook de lidstaten die het niet eens zijn met dit besluit. In feite geven de verdragsluitende landen door hun deelnamen aan de EU enige zelfstandigheid prijs.
Uitspraken van internationale rechters
Uitspraken van internationale rechters gelden in principe alleen tussen de betrokken partijen. Maar als een gezaghebbend orgaan een uitspraak doet, zullen de overige staten vaak rekening houden met deze uitspraak.
3 Het karakter van internationaal recht
Problematische handhaving
Typerend voor het internationaal recht is dat het onvoldoende handhavingsmechanismen kent.
Wel bestaan er internationale rechterlijke colleges, die bindende uitspraken kunnen doen ten aanzien van staten die hun
rechtsmacht hebben aanvaard.
De naleving van deze uitspraken kan echter niet altijd afgedwongen worden.
Maar sommige internationale organisaties kunnen in bepaalde gevallen sancties opleggen.
101

Interpretatie ligt bij nationale overheidsinstanties
Het is karakteristiek voor het internationaal recht dat de inhoud van de rechtsregels niet helemaal duidelijk is. De interpretatie van het internationaal recht ligt voornamelijk in handen van de nationale overheidsinstanties.
Dit heeft als gevolg dat de uitleg van land tot land kan verschillen.
4 De verhouding tussen nationaal en internationaal recht
Monistische benadering -> maakt de inhoudt van ieder verdrag waarbij een land zich heeft aangesloten, automatisch deel uit van het nationaal recht.
Nederland (en Belgi en Frankrijk) hanteert hoofdzakelijk dit stelsel.
Dualistische benadering -> de inhoud van het verdrag moet eerst worden opgenomen in het nationaal recht, voordat een burger zich op de inhoud van dit verdrag kan beroepen.
Itali, Duitsland en het VK volgen meer dit stelsel.
Rechtstreeks werkende verdragsregels
Rechtstreeks werkende verdragsregels -> wanneer burgers zich rechtstreeks kunnen beroepen op een bepaalde verdragsregels.
Vaak maakt de inhoud van een verdrag duidelijk of een verdragsregel wel of niet rechtstreeks is.
Het is uiteindelijk de (nationale) rechter die beslist of een bepaalde verdragsregel rechtstreekse werking heeft.
Toetsing van de wet
In de hirarchie van wetgeving staat een direct werkende verdragsregel helemaal bovenaan (art. 94 Grondwet).
5 Internationale organisatie
De juridische basis van een internationale organisatie is het verdrag waarin de betrokken staten besluiten tot de oprichting van de organisatie.
In dit verdrag staat precies aangegeven welk doel de organisatie heeft, welke taken en bevoegdheden de verschillende organen van de organisatie hebben en de verhoudingen tot de lidstaten.
Intergouvernementele organisaties -> organisaties die geen eigen bevoegdheden hebben ten opzichte van de
verdragsluitende landen.
Supranationale organisaties organisaties die eigen bevoegdheden hebben ten opzichten van de lidstaten.
Over het algemeen zijn de staten terughoudend als het gaat om het oprichten van supranationale organisaties want ze leveren dan een deel van hun zelfstandigheid in.
In de volgende drie paragraven worden drie belangrijke internationale organisaties besproken waarbij Nederland is betrokken.
6 Raad van Europa
De Raad van Europa (1949), is een intergouvernementele organisatie van 47 Europese landen, die er op is gericht het democratisch erfgoed te beschermen.
Rusland heeft zich, nadat het Oekrane is binnengevallen (2022), teruggetrokken en het Comit van Ministers heeft Rusland vanwege die inval uit de Raad gezet.
Organen
Het hoogste orgaan is het Comit van Ministers.
Hierin wordt ieder land door zijn minister van Buitenlandse Zaken vertegenwoordigt.
Het Comit kan aanbevelingen doen aan de lidstaatregeringen, bindende beslissingen nemen en verdragen opstellen.
De Parlementaire Vergadering, die bestaat uit leden van de nationale parlementen van de lidstaten, kan aanbevelingen doen aan het Comit.
102

Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Het EVRM (1950) is een verdrag dat door de Raad van Europa is opgesteld.
Op basis van het EVRM is het Europese Hof voor de Rechten van de Mens
opgericht, dat bindende uitspraken kan doen over de toepassing van de in het verdrag genoemde mensrenrechten.
Een burger die alle nationale rechtsmiddelen heeft gebruikt, kan zich met een klacht tot het Hof in Straatsburg wenden. In een comit van drie rechters wordt eerst gekeken of de klacht ontvankelijk is. Als dat het geval is;
Gaat de zaak naar een kamer van zeven rechters.
In elk stadium van de procedure bestaat de mogelijkheid om tot een minnelijke schikking tussen de partijen (de
burger en de staat) te komen.
Als dit niet lukt, dan wordt de zaak door deze kamer berecht.
Mocht deze kamer menen dat het om een voor de interpretatie van het verdrag een zeer belangrijke zaak gaat dan
kan de kamer afstand doen en de zaak doorgeven aan de Grote Kamer. De Grote Kamer bestaat uit zeventien rechters.
7 Europese Unie
Ontstaan
De Europese Unie (EU) is voortgekomen uit de EGKS en de EEG nadat Frankrijk en West-Duitsland een kolen- en staalunie besloten te beginnen.
Beide landen betrokken bij hun initiatief, Itali, Belgi, Nederland en Luxemburg. Deze zes landen richtten de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).
Deze gemeenschap had als doel de productie van de belangrijkste grondstoffen voor de oorlogsindustrie onder gemeenschappelijk beheer te brengen.
Steeds bredere samenwerking
In 1957 breidden de zes landen hun samenwerking uit tot de hele economie.
Het verdrag van Rome, waarin ze de Europese Economische Gemeenschap (EEG) oprichten die zou moeten leiden tot een
gemeenschappelijke markt.
In 1992 worden in het Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht). Hierin worden de grondslagen gelegd voor de Europese Unie als overkoepelde structuur.
Ook worden de eerste afspraken gemaakt over een gemeenschappelijke munt.
In 2009 sluiten de landen van de EU het Verdrag van Lissabon, waarin de structuur van de Europese samenwerking wordt gewijzigd.
Belangrijke wijziging is dat de bevoegdheden van het Europees Parlement worden uitgebreid op het terrein van Europese wetgeving, begroting en toezicht.
Handvest voor de grondrechten
Door het Verdrag van Lissabon werd ook het Europees Handvest van de grondrechten juridisch binden.
Dit Europees Handvest, dat in 2000 door de lidstaten werd ondertekend, maakt duidelijk dat de EU is gebaseerd op
gemeenschappelijke waarden.
Van 6 naar 28 en nu weer 27 landen
In 1973 werd de EEG voor het eerst uitgebreid uiteindelijk waren er in 2020 28 landen betrokken maar de VK heeft zich in teruggetrokken (Brexit) waardoor het nu weer 27 lidstaten zijn.
De uitspraken van het Hof hebben grote invloed op het Nederlandse nationale recht.
103

De Europese instellingen
Bijzonder aan de samenwerking van de landen in de EU is dat ze in verdragen ook instellingen hebben opgericht om hun samenwerking vorm te geven.
Deze Europese instellingen zijn: de Europese Raad, de Raad van ministers, de Europese Commissie, het Europees Parlement, het Europese Hof van Justitie en de Europese Rekenkamer.
Sinds 2009 kent de EU ook twee bijzondere Europese functionarissen:
De voorzitter van de Europese Raad en de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid.
Europese Raad
De Europese Raad -> vergadering van staatshoofden en regeringsleiders van alle landen van de EU, zijn voorzitter en de voorzitter van de Europese Commissie.
De Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid neemt ook deel aan de werkzaamheden van de Europese Raad.
In de ER worden de hoofdlijnen van het beleid van de EU vastgesteld. Dat gebeurt op Europese toppen. In deze vergaderingen worden afspraken met elkaar gemaakt over het Europees beleid.
Raad van ministers
De Raad van ministers bestaat uit de vakministers van de EU-landen en bestaat telkens uit andere ministers op basis van het besproken onderwerp.
De Raad van ministers heeft wetgevende en cordinerende taken.
Europese Commissie
De Europese Commissie is het dagelijks bestuur van de EU dat wordt gevormd door de 27 Eurocommissarissen. Ze hebben ieder een eigen beleidsterrein.
De Commissie heeft ook als taak om voorstellen te doen voor Europese wetten.
De voorzitter van de Europese Commissie wordt op voordracht van de Europese Raad door het Europees Parlement gekozen.
Europees Parlement
Het Europees Parlement -> de Europese volksvertegenwoordiging die rechtstreeks door de burgers van de EU worden gekozen.
Door het Verdrag van Lissabon is de positie van het Europees Parlement aanzienlijk versterkt. Het parlement beslist nu over bijna alle Europese wetgeving mee.
Europese Rekenkamer
Het geld van de EU komt van de lidstaten en van een deel van het BTW dat de landen op goederen en diensten heffen De bijdrage die ieder land moet betalen, is afhankelijk van het aantal inwoners van het land en van zijn rijkdom.
Het Europees Parlement ziet erop toe dat het geld dat de EU ontvangt goed wordt besteed en dat alles wordt uitgegeven volgens de begroting die eerder is vastgesteld.
Het is de taak van de Europese Rekenkamer om die controle feitelijk uit te voeren om zo het Europees Parlement te ondersteunen in zijn toezichthoudende taak.
Voorzitter van de Europese Raad
De voorzitter van de Europese Raad is het gezicht van de EU en moet de voortgang van de Europese Raad zichtbaar maken en de voortgang ervan bewaren.
De Voorzitter wordt door de regeringsleiders en staatshoofden gekozen voor een periode van 2,5 jaar.
104

Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid
De Hoge Vertegenwoordiger is een soort minister van Buitenlandse Zaken van de EU.
Hun doel is het buitenlands beleid van de EU cordineren en de EU vertegenwoordigen in de rest van de wereld.
De Hoge vertegenwoordiger is ook een van de vicevoorzitters van de Europese Commissie.
Hof van Justitie van de EU
Bijzonder aan de samenwerking binnen de EU is dat de EU organen kent die Europese wetten maken die voor de inwoners en voor de lidstaten bindend zijn.
Het Hof van Justitie van de EU speelt een belangrijke rol bij de uitleg van het EU-recht (Europees recht).
Hiervoor zijn de prejudicile beslissingen vooral van belang. Dit houdt in dat wanneer een nationale rechter twijfelt over
de toepassing of betekenis van Europees recht kan hij het Hof van Justitie om een uitspraak vragen.
Het Hof doet geen uitspraak in de zaak, maar geeft uitsluitend een interpretatie van het Europees recht. De
nationale rechter doet, na deze uitspraak van het Hof, een vonnis in de concrete zaak.
Een nationale rechter is verplicht een prejudicile beslissing aan het Hof te vragen als er geen hoger beroep of cassatie meer tegen de uitspraak van deze nationale rechter openstaat.
In geval van twijfel over de betekenis van Europees recht is de Hoge Raad altijd verplicht om het Hof in te schakelen.
Het Hof van Justitie heeft een aantal uitspraken gedaan over de verhouding tussen het EU-recht (de verdragen en het door de instellingen van de EU vastgestelde recht) en het nationaal recht van de lidstaten.
Deze jurisprudentie kan worden samengevat in drie regels:
1. Het EU-recht maakt in alle lidstaten rechtstreeks deel uit van het nationale recht.
2. Het EU-recht heeft voorrang boven het nationale recht.
3. Of het EU-recht rechtstreeks werking heeft, wordt beslist door het Hof van Justitie.
De euro
In 1999 werd in elf landen binnen de EU gekozen om een gemeenschappelijke munt in te voeren.
Doel daarvan was de handel tussen de lidstaten te vergemakkelijken en om vanuit Europa een stevige munt tegenover de
Amerikaanse dollar te zetten.
De landen die meedoen aan de euro vormen gezamenlijk het eurogebied binnen de EU.
De nationale banken uit deze landen droegen in 1999 hun verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid in hun land over
aan de Europese Centrale Bank.
Deze bank heeft als kerntaak om de koopkracht van de euro te bewaken en om daarmee te zorgen voor
prijsstabiliteit.
In 2002 werd de euro het betaalmiddel van 12 landen (Griekenland is hierbij gekomen). Later hebben zich nog 7 landen hieraan toegevoegd waardoor nu in 19 van de 27 EU-landen de euro wordt gebruikt.
De Europese Centrale Bank vormt samen met de nationale banken van de eurolanden het euro ecosysteem dat (ook) een belangrijke rol speelt in de aanpak van de eurocrisis.
De ministers van Financin van de eurolanden vormen samen de informele Eurogroep waarin ze het fiscale en economische beleid van de eurolanden op elkaar afstemmen.
Europese wetgeving
Bijzonder aan de samenwerking in de EU is dat de landen de bevoegdheid hebben gegeven om Europese wetten te maken waaraan de lidstaten en hun inwoners gebonden zijn.
105

Daarmee geven de lidstaten in feite een deel van hun autonomie op, want ze moeten zich onderwerpen aan de wetten van Europese instelling.
De EU kent twee soorten wetten:
Europese verordening
Een Europese verordening is direct in alle 27 lidstaten en voor alle inwoners werkt.
Zou een nationale bepaling in strijd zijn met een Europese verordening, dan moet de rechter de nationale bepaling buiten
toepassing laten.
Verordeningen gaan vaak over zeer specifieke onderwerpen en zijn doorgaans technisch van aard.
Europese richtlijn
Een Europese richtlijn verplicht de lidstaten de inhoud daarvan binnen een bepaalde periode in hun eigen nationale wetgeving op te nemen.
De lidstaten zijn zelf bevoegd te bepalen op welke wijze zij de inhoud van de richtlijn vormgeven in het nationale recht.
Wetgevingsproces
Het initiatief voor een nieuwe Europese wet ligt bij de Europese Commissie. Waarna het Europees Parlement het wetsvoorstel bespreekt.
Het Europees Parlement kan het wetsvoorstel ook wijzigen of aanvullen.
Vervolgens moet het voorstel worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad van ministers gezamenlijk.
De wetgevingsproces verliep in het verleden traag maar sinds het Verdrag van Lissabon is dit op veel terreinen niet meer het geval. Er wordt nu in de Raad van ministers gewerkt met een gekwalificeerde meerderheid.
Dat betekent dat er een ruime (gekwalificeerde) meerderheid voor het voorstel moet zijn die bestaat uit minstens 55% van de lidstaten die minstens 65% van de EU onderdanen vertegenwoordigen.
Het uitoefenen van een vetorecht door n lidstaat is een beperkte aantal gevallen mogelijk.
Subsidiariteitsprincipe: Gele en oranje kaart
Voor Europese wetgeving geldt het subsidiariteitsprincipe.
Subsidiariteitsprincipe -> de EU maakt alleen wetten als deze niet goed kunnen worden gemaakt op nationaal niveau.
Het Verdrag van Lissabon heeft hiervoor een procedure met een gele en oranje kaart ingevoerd.
Vindt minstens een derde van de nationale parlement dat een wetsvoorstel van de Europese Commissie beter op
nationaal niveau kan worden gemaakt, dan geven deze parlementen de Europese Commissie de gele kaart. Dit betekent dat de Europese Commissie het wetsvoorstel moet heroverwegen.
Als de Europese Commissie het wetsvoorstel toch willen indienen moeten ze er bij uitleggen waarom dit wetsvoorstel op Europees niveau moet worden gemaakt.
Vindt minstens de helft van de nationale parlementen dat een wetsvoorstel beter nationaal kan worden gemaakt en zet de Europese Commissie het voorstel toch door, dan volgt een oranje kaart.
De Raad van ministers kan dan met 55% van de stemmen van zijn leden af kan stemmen, ook als het wetsvoorstel
is goedgekeurd door het Europees Parlement.
8 De Verenigde Naties
De Verenigde Naties (1945) werden opgericht om o.a. de internationale vrede en veiligheid, de internationale samenwerkingen en het respect voor mensenrechten te bevorderen.
De VN tellen 193 leden.
106

Algemene Vergadering
In de Algemene vergadering, die bestaat uit vertegenwoordigers van alle lidstaten, kan worden gesproken over alle zaken die de (doelstelling van de) VN raken.
De Algemene Vergadering komt eenmaal per jaar bijeen.
Veiligheidsraad
De Veiligheidsraad speelt een belangrijke rol bij internationale conflicten. Deze raad bestaat uit 15 leden.
Van wie er 5 permanent zitting hebben in de raad. De andere 10 worden om de twee jaar gekozen.
In principe neemt de Veiligheidsraad besluiten als 9 leden vr stemmen, maar de permanenten leden hebben ieder een vetorecht.
Hoewel de VN als geheel een intergouvernementele organisatie zijn, hebben sommige besluiten van de Veiligheidsraad een enigszins supranationaal karakter.
De leden van de VN zijn namelijk verplicht zich te houden aan de
bindende besluiten die de Veiligheidsraad in bepaalde gevallen kan nemen voor de handhaving van vrede en veiligheid.
De Veiligheidsraad kan met instemming van de betrokken partijen internationale vredesmachten in het leven roepen die toezien op de naleving van een wapenstilstand.
Secretaris-Generaal
Secretaris-Generaal -> de belangrijkste ambtenaar van de VN.
Hij wordt, op aanbeveling van de Veiligheidsraad, door de Algemene Vergadering benoemd, is het gezicht naar buiten en
zorgt voor de uitvoering van de besluiten van de VN. Ook is hij bevoegd iedere gebeurtenis of ontwikkeling die de internationale vrede en veiligheid kan bedreigen, onder de aandacht te brengen van de Veiligheidsraad.
Internationaal Gerechtshof
Staten kunnen hun internationale conflicten voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof (ICC) in Den Haag.
Het Hof kan echter pas rechtspreken als de betrokken staten zich voor dit conflict aan de rechtsmacht van het Hof
onderwerpen.
Naast de bevoegdheid een bindende uitspraak te doen over geschillen tussen staten, heet het ICC de bevoegdheid om op verzoek van een van de organen van de VN een niet-bindend advies te geven over internationaalrechtelijke kwestie.. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit