Maak een oefenexamen over het onderwerp: De geschiedenis van het Griekse schiereiland is sterk verbonden met migratie. Vooreerst was er de
migratie naar Griekenland zelf. De Achaers, Ionirs en Dorirs hadden allemaal een reden om naar
daar te migreren. Daarbij speelden enkele pull-factoren (kenmerken die mensen aantrekken naar een
bepaald gebied) de hoofdrollen.
Hoewel Griekenland over weinig grondstoffen beschikte, was de regio aantrekkelijk. De geografische
omgeving bood een zeer goede bescherming tegen invallen van andere stammen of volkeren en de
nabijheid van de Egesche Zee bood een kans voor de visvangst. De vroeg-Griekse stammen hadden dus
hun redenen om zich daar te vestigen en er te blijven.
Toch emigreerden een aantal Grieken uit het schiereiland om kolonies te stichten. Dat gebeurde als
gevolg van enkele andere pull-factoren, maar vooral ook als gevolg van enkele push-factoren
(kenmerken die mensen uit een gebied doen vertrekken).
De Griekse kolonisatie (900-600 v.C) was grotendeels een gevolg van overbevolking. Zo ontstonden er
sociale spanningen in de stadstaten waar er een grote ongelijkheid bestond: een kleine groep had veel
grond in handen. Ook tussen stadstaten groeiden conflicten omwille van de beperkte hoeveelheid
bruikbare grond.
Migratie hielp die spanningen verminderen. Tegelijk bood die migratie kansen om het groeiend aantal
mensen te blijven voeden. De kolonies hadden immers vruchtbare gronden. Bovendien werd zo meer
handel gecreerd. Voedsel en grondstoffen werden naar de moederstad gebracht. Van daaruit
vertrokken dan weer andere producten naar de kolonies. De meeste kolonies waren dan ook landbouw-
of handelskolonies. De Helleense stadstaten kenden een economische welvaart.
De Grieken kwamen al snel overal in het Middellandse Zeegebied. Zo kwamen zij in contact met de
lokale bevolking waaronder de Italirs en de Etrusken. Hier is de overname van de Griekse cultuur het
meeste merkbaar. Deze volkeren namen verschillende elementen over uit de Griekse kunst,
mythologie, taal en zelfs Griekse staatsvormen.. De oefenexamen moet geschreven zijn op het niveau van het Secundair onderwijs. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question