Maak een oefenexamen van de volgende tekst: ANTWOORD OP ONDERZOEKSVRAAG 9:
HOE LEEFDEN DE EERSTE MENSEN?
Dierenhuiden werden gebruikt om kleren en tenten mee te maken en om te slapen. De
eerste mensen woonden in of rond grotten of in open lucht. Later werden er hutten
gebouwd met beenderen van mammoeten, bedekt met dierenhuiden. Soms bleef men
gedurende een langere tijd op dezelfde plek wonen, totdat het voedsel op was, dan trokken
ze weer verder. Ze leefden dus als nomaden.
Om aan voedsel te geraken, ging men op jacht (de mannen) en verzamelde men vruchten
(de vrouwen). Ze gebruikten hiervoor speren en messen, gemaakt uit steen, been en hoorn.
Er werd ook gejaagd met pijl en boog. Met een speerwerper kon men een speer verder
gooien zonder er extra kracht op te moeten zetten.
De prehistorische mens wist heel wat af van geneeskrachtige planten en kruiden. De
neanderthaler was de eerste die zijn gewonden ging verzorgen en begraven. Scholen
bestonden niet, maar kinderen leerden wel dingen, vooral kennis die werd doorgegeven
van vader op zoon of van moeder op dochter.
In de prehistorie waren er nog geen koningen. Men leefde in stammen, met aan het hoofd
waarschijnlijk een stamleider. Er waren geen grote oorlogen, wel kleine conflicten tussen
verschillende stammen.
Heel vaak komen we in animatiereeksen, stripverhalen, liedjes anachronismen tegen
over de prehistorie. Dit is een historische onmogelijkheid, iets dat niet past in de tijd:
bijvoorbeeld een dinosaurus en een mens hebben nooit samengeleefd.
Er zijn vier maatschappelijke domeinen in de geschiedenis.
1. Economische domein: Waarvan leeft men?
voedsel, kledij, woning, werk, handel, verkoop, geld
2. Sociale domein: Hoe leven de mensen samen? Is iedereen gelijk?
samenleven, rijk en arm, ongelijkheid, zorgen voor elkaar, ruzie, gezin
3. Politieke domein: Wie staat er aan het hoofd? Wat is de regeringsvorm?
afspraken, bestuur, organisatie, regels, wetten, rechten en plichten
4. Culturele domein: Hoe geeft men inhoud aan het leven?
communicatie, onderwijs, kunst, godsdienst, televisie, wetenschap
ANTWOORD OP ONDERZOEKSVRAAG 10: OP WELKE
MANIER DEDEN DE EERSTE MENSEN AAN CULTUUR?
De homo sapiens was de eerste die kunst (= voorwerpen zonder praktisch nut) maakte en
dus aan cultuur deed. Hij maakte artefacten uit been, ivoor en gewei. Hij maakte bv.
fluitjes uit mammoetivoor. In Zuid-Frankrijk (Lascaux) en Noord-Spanje (Altamira) zijn veel
grotschilderingen gevonden. Er werden beeldjes van vrouwen gevonden, waarschijnlijk
vruchtbaarheidssymbolen (dikke borsten, buik en billen). We noemen deze
Venusbeeldjes. Van dierentanden maakte de homo sapiens halssnoeren.
De eerste mensen hadden ook een soort van godsdienst, we noemen dit een
natuurreligie. Dit is een religie die vooral gebaseerd is op natuurverschijnselen,
zoals donder en bliksem, regen, wind en vuur en die de krachten van de natuur aanbidt. De
prehistorische mens geloofde misschien in een moedergodin die voor vruchtbaarheid
zorgde. Vaak wordt in een natuurreligie geloofd dat men na het huidige leven voortleeft als
een geest die invloed heeft op de nabestaanden. Vaak bestaat er angst voor ziekten en
onheil en wil men daarom de goden gunstig stemmen door rituelen. De sjamaan of
tovenaar voert dan deze rituelen uit. De sjamaan is tevens een soort dokter en heeft veel
kennis van geneeskrachtige planten en het verzorgen van gewonden. Samenvatting
Er zijn vier maatschappelijke domeinen in de geschiedenis:
1. Economische domein: Waarvan leeft men?
voedsel, kledij, woning, werk, handel, verkoop, geld
2. Sociale domein: Hoe leven de mensen samen? Is iedereen gelijk?
samenleven, rijk en arm, ongelijkheid, zorgen voor elkaar, ruzie, gezin
3. Politieke domein: Wie staat er aan het hoofd? Wat is de regeringsvorm?
afspraken, bestuur, organisatie, regels, wetten, rechten en plichten
4. Culturele domein: Hoe geeft men inhoud aan het leven?
communicatie, onderwijs, kunst, godsdienst, televisie, wetenschap
Een historicus of geschiedkundige onderzoekt bronnen om antwoorden te vinden op zijn
vragen. Een bron is een voorwerp of document dat informatie over iets geeft.
niet-geschreven bronnen materile bronnen
gebruiksvoorwerpen, afbeeldingen, architectuur,
munten, beenderen, film(grafmenten)
mondelinge bronnen
audio en video, getuigenissen
geschreven bronnen teksten
boeken, wetteksten, dagboeken, documenten
Een bron kan de feiten weergeven, dan is ze objectief, of kan een weergave zijn van een
mening, dan is ze subjectief. Als de bron primair is betekent dit dat de informatie komt uit
de periode waarover wordt gesproken (vb. een ooggetuige). Als de bron veel later gemaakt
is dan spreekt men over een secundaire bron. Dit bepaalt de betrouwbaarheid van de bron.
De apen en de mens hebben een gemeenschappelijke voorouder. De leer dat de mens
en de aap een gemeenschappelijk voorouder hebben, die ergens tussen 7 en 5 miljoen jaar
geleden leefde, noemt men de evolutieleer (Charles Darwin).De australopithecus of zuidelijke aapmens was een mensachtige (ook wel hominide)
genoemd, die tussen 4 en 1 miljoen jaar geleden in Afrika leefde. Er bestonden
verschillende soorten. Waarschijnlijk verminderenden de wouden op een bepaald moment
sterk door de afkoeling van het klimaat. Afrika verdorde. Sommige apen kwamen uit de
bomen en pasten zich aan een meer open ruimte. De australopithecus liep rechtop en
kreeg daardoor handen vrij om bijvoorbeeld voedsel op te rapen en te dragen, hij kon zich
beter verdedigen door met stenen te gooien en kon verder kijken over hoog gras en struiken.
Zijn herseninhoud was ongeveer gelijk aan die van een chimpansee.
De homo habilis (= handige mens) ontstond ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden en leefde
dus samen met de australopithecus. Hij leefde vooral in Oost-Afrika en verdween zon 1,5
miljoen jaar geleden. Hij was de eerste die stenen werktuigen maakte, dat was mogelijk
omdat hij grotere hersenen had dan de australopithecus. Hij maakte deze door twee stenen
tegen elkaar te slaan. Zo verkreeg hij choppers waarmee hij noten stuksloeg en botten om
er het voedzame beenmerg uit te halen. Hij was een aaseter: hij sneed vlees van dood
gevonden dieren. Hij was ook de eerste die in families leefde.
De homo erectus (= rechtopgaande mens) leefde van bijna 2 miljoen jaar geleden tot
300.000 jaar geleden. Hij was de eerste die Afrika verliet en trok naar Azi en Europa (=
migratie). Zijn typische werktuig was de vuistbijl. Hij gebruikte dit om dieren te doden en te
slachten, om wortels op te graven, hout te hakken en huiden schoon te maken. Hij was ook
de eerste die het vuur gebruikte en hij sprak waarschijnlijk een primitieve vorm van taal. Door
de eiwitten in het vlees konden zijn hersenen groter worden en door voedsel te koken moest
hij minder kauwen en werden zijn tanden kleiner.
De neanderthaler leefde tussen 300.000 en 27.000 jaar geleden in Europa en het Nabije
Oosten (Isral en Irak). Men noemde hem naar het Neanderdal (Duitsland) waar men in
1856 fossielen van hem vond. Hij leefde vooral tijdens de ijstijden en had een fors, klein
lichaam: een aanpassing aan de koude. Met houten speren jaagde de neanderthaler op
groot wild: mammoeten, bizons, wolharige neushoorns, paarden en rendieren. De jacht was
zeer gevaarlijk, omdat hij zijn prooi zeer direct moest naderen. Hij was de eerste die zijn
doden begroef en zijn gewonden verzorgde.
De homo sapiens (= moderne mens) ontstond waarschijnlijk in Oost-Afrika ca. 200.000
jaar geleden en verspreidde zich daarna over de hele wereld (= migratie). Fossielen werden
gevonden in Cro-Magnon (Frankrijk), daarom noemen we hem in Europa ook wel eens
Cro-Magnonmens. Alle mensen die nu leven, horen bij een soort homo sapiens. De
verschillende rassen zijn een gevolg van de aanpassing aan het klimaat. De homo sapiens
maakte artefacten uit silex (vuursteen).Dierenhuiden werden gebruikt om kleren en tenten mee te maken en om te slapen. De
eerste mensen woonden in of rond grotten of in open lucht. Later werden er hutten
gebouwd met beenderen van mammoeten, bedekt met dierenhuiden. Soms bleef men
gedurende een langere tijd op dezelfde plek wonen, totdat het voedsel op was, dan trokken
ze weer verder. Ze leefden dus als nomaden.
Om aan voedsel te geraken, ging men op jacht (de mannen) en verzamelde men vruchten
(de vrouwen). Ze gebruikten hiervoor speren en messen, gemaakt uit steen, been en hoorn.
Er werd ook gejaagd met pijl en boog. Met een speerwerper kon men een speer verder
gooien zonder er extra kracht op te moeten zetten.
De prehistorische mens wist heel wat af van geneeskrachtige planten en kruiden. De
neanderthaler was de eerste die zijn gewonden ging verzorgen en begraven. Scholen
bestonden niet, maar kinderen leerden wel dingen, vooral kennis die werd doorgegeven
van vader op zoon of van moeder op dochter.
In de prehistorie waren er nog geen koningen. Men leefde in stammen, met aan het hoofd
waarschijnlijk een stamleider. Er waren geen grote oorlogen, wel kleine conflicten tussen
verschillende stammen.
Heel vaak komen we in animatiereeksen, stripverhalen, liedjes anachronismen tegen
over de prehistorie. Dit is een historische onmogelijkheid, iets dat niet past in de tijd:
bijvoorbeeld een dinosaurus en een mens hebben nooit samengeleefd
De homo sapiens was de eerste die kunst (= voorwerpen zonder praktisch nut) maakte en
dus aan cultuur deed. Hij maakte artefacten uit been, ivoor en gewei. Hij maakte bv.
fluitjes uit mammoetivoor. In Zuid-Frankrijk (Lascaux) en Noord-Spanje (Altamira) zijn veel
grotschilderingen gevonden. Er werden beeldjes van vrouwen gevonden, waarschijnlijk
vruchtbaarheidssymbolen (dikke borsten, buik en billen). We noemen deze
Venusbeeldjes. Van dierentanden maakte de homo sapiens halssnoeren.
De eerste mensen hadden ook een soort van godsdienst, we noemen dit een
natuurreligie. Dit is een religie die vooral gebaseerd is op natuurverschijnselen,
zoals donder en bliksem, regen, wind en vuur en die de krachten van de natuur aanbidt. De
prehistorische mens geloofde misschien in een moedergodin die voor vruchtbaarheid
zorgde. Vaak wordt in een natuurreligie geloofd dat men na het huidige leven voortleeft als
een geest die invloed heeft op de nabestaanden. Vaak bestaat er angst voor ziekten en
onheil en wil men daarom de goden gunstig stemmen door rituelen. De sjamaan of
tovenaar voert dan deze rituelen uit. De sjamaan is tevens een soort dokter en heeft veel
kennis van geneeskrachtige planten en het verzorgen van gewonden. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 20.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question