Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: studentfhvpk - 1 year ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Cotus betekent geslachtsgemeenschap. Deze bestaat uit vier fases:
1. Opwindingsfase
Het voorbereiden van de vagina en penis op cotus. Door opwinding neemt de bloedtoevoer naar de schaamlippen, borsten, de testes, penis en clitoris toe. Je kunt opgewonden raken door het aanraken van erogene zones: lippen, hals, binnenkant dijen, borsten, tepels, buik, rug, clitoris en penis.
2. Plateaufase
Verschijnselen uit de opwindingsfase gaan verder. In deze fase vindt penetratie plaats: het inbrengen van de penis in vagina. Bij beide partners nemen de hartslag, bloeddruk en ademhalingsfrequentie toe. Dit is het gevolg van stimulatie van het autonome zenuwstelsel.
3. Orgastische fase
In deze fase komen de man en vrouw tot een orgasme. Een orgasme kenmerkt zich door ritmische, onwillekeurige contracties van de bekkenbodem en geslachtsorganen. Bij een man vindt tijdens het orgasme de ejaculatie (zaadlozing) plaats. Deze bestaat uit twee fases. Tijdens de emissie trekt de sluitspier van de blaas samen zodat er geen urine in de urethra kan komen. Het uit kliervocht en spermatozoa samengestelde vocht wordt tijdens de expulsie in de vagina gespoten.
4. Ontspanningsfase
De erecties van penis en clitoris verdwijnen vrij snel. Bloedtoevoer naar geslachtsorganen normaliseert.
Kan beschrijven hoe de conceptie tot stand komt.
De conceptie (=bevruchting) komt tot stand wanneer een spermatozon een eicel binnendringt. Twee haplode setjes genetisch materiaal worden gecombineerd tot een nieuwe unieke diplode set.
Bij de cotus wordt ongeveer 3 ml sperma hoog in de vagina gespoten, dit bevat zon 60-600 miljoen spermatozoa.
Sperma bestaat uit zaadvloeistof (vocht uit zaadblaasjes, prostaatvocht en slijm) en zaadcellen.
De zuurgraad (pH) van sperma is 7,8. Door deze hoge pH zijn de spermatozoa een tijdje beschermd tegen het zure milieu in de vagina. Ook verdikt het sperma in de vagina tijdelijk, dit maakt het minder gevoelig voor zuur. Toch vergaat een kwart van de spermatozoa al in de vagina.
De spermatozoa hebben een levensduur van vier tot zes dagen. Ze moeten een afstand van 15 cm afleggen waar ze zon 12 tot 24 uur over doen.
Met behulp van hun zweepstaart en baarmoedercontracties zwemmen de spermatozoa naar de eileiders.
Ongeveer de helft van de spermatozoa gaat naar een eileider waar geen eicel is. Slechts enkele honderden spermatozoa bereiken de eicel.
Na ovulatie is de eicel maximaal twee dagen vruchtbaar.
De eicel is omgeven door een doorzichtige laag, de zona pellucida, met daaromheen een laag follikelcellen die de eicel van voedsel voorzien.
De zwerm spermatozoa dringt door die laag follikelcellen heen en stort zich op de zona pellucida. Die zona pellucida proberen ze met enzymen in hun kop op te lossen. n spermatozon zal als eerste doordringen. Op het moment dat er een binnengedrongen is veranderd de zona pellucida in een ondoordringbare barrire. Vrijwel tegelijk voltooid de eicel de meiose II.
Het spermatozon verliest zijn staart, middenstuk en hals. De kop zwelt op en de chromosomen worden zichtbaar. Beide kernen versmelten met elkaar. De eicel is bevrucht. De bevrucht eicel is nu een eencellig embryo = zygote.
Anticonceptie beschermt de vrouw tegen zwangerschap.
Bij de pil, de pleister en de ring berust de werking op een combinatie van oestrogenen en progesteron. Deze hormonen koppelen de adenohypofyse negatief terug waardoor er geen follikelrijping plaatsvindt.
In de minipil, de prikpil, het staafje en hormoonspiraaltje wordt alleen progesteron toegepast. Dat hormoon houdt de eisprong tegen en maakt het slijm van de baarmoedermond minder doorgankelijk voor zaadcellen.
Bij het koperspiraaltje worden koperionen afgegeven die de zaadcellen van de man inactief maken.
Kent globaal de ontwikkeling die de embryo/ foetus doormaakt van het moment van conceptie tot het moment van geboorte en kan hierbij:
-Het verschil in kenmerken tussen de embryonale fase en de foetale fase benoemen.
-Uitleggen wat de neurale buis is.
-De kiembladen benoemen.
-Verschillen in 1e, 2e en 3e trimester benoemen.
-Benoemen wanneer het geslacht vast komt te liggen en echografisch vastgesteld kan worden.
-Benoemen wanneer het hartje begint te kloppen.
Embryogenese (embryonale ontwikkeling) is de ontwikkeling van het embryo vanaf het eencellige stadium tot het ongeveer negen weken oud is.
In de embryonale fase nestelt het embryo zich in het endometrium en ontwikkelen zich de placenta en navelstreng. De embryonale fase eindigt wanneer alle orgaanstelsels zijn aangelegd, dan spreek je namelijk van een foetus. De eerste acht weken van de zwangerschap.
Week 1 tot 4
Ongeveer 24 uur na de bevruchting ondergaat de zygote de eerste mitose, waarbij 2 cellen
ontstaan die elk half zo groot zijn als de moedercel. De dochtercellen blijven zo klein omdat er geen cytoplasmagroei heeft plaatsgevonden. Mitose zonder plasmagroei = klievingsdeling. Na 40 uur delen de cellen weer, zodat er 4 cellen ontstaan. Als er uiteindelijk nog 2 klievingsdelingen hebben plaatsgevonden zijn er 16 cellen: dit stadium heet morula.
Ondertussen is het embryo in de buurt van de uterus aangekomen en de zona pellucida begint dunner te worden, waardoor er vocht naar binnen dringt. Het vier tot vijf dagen oude embryo is nu een met vocht gevuld blaasje. Dit noem je blastocyste. De centrale holte wordt blastulaholte genoemd.
Aan n kant van de blastocyste is een groepje cellen geconcentreerd. Uit de cellen aan de binnenkant van dit groepje ontstaat de embryoblast, de voorloper van het embryo. De rest van de cellen van de blastocyste worden trofoblastcellen genoemd. Het deel van de cellen dat aan de embryoblast grenst noem je de trofoblast. Hieruit ontwikkelt zich later de placenta.
Het embryo kan nu nidatie (innesteling) in het endometrium ondergaan. (6 dagen na bevruchting). Ondertussen vinden er de hele tijd celdelingen plaats en wordt het embryo groter. Op de 8e dag beginnen het embryoloblast en trofoblast zich ieder op een eigen manier te ontwikkelen:
De embryoblastcellen differentiren zich in twee kiembladen. Het buitenste kiemblad ectoderm en het binnenste kiemblad entoderm.
Ondertussen groeit de trofoblast, nu chorion genoemd, door de vorming van uitstulpingen (chorionvilli) steeds verder het endometrium in. Tussen de chorionvilli bevinden zich met vocht gevulde holtes.
In het endometrium liggen spiraalarterin, dit zijn kleine, spiraalvormige bloedvaten van de moeder die zuurstofrijk en voedselrijk bloed aanvoeren.
De zuurstof en voeding in het bloed afkomstig van de moeder, gaat via trofoblastcellen en het vocht tussen de chorionvilli naar de chorionholte.
De chorionholte is een met vocht gevulde holte die de amnionholte (=holte tussen ectoderm en trofoblast), kiemschijf en blastulaholte omgeeft. Aan de kant van de kiemschijf wordt de aanleg van de hechtsteel zichtbaar; hieruit zal later de navelstreng ontstaan.
In de derde week van de embryogenese wordt een derde kiemblad, het mesoderm, gevormd tussen het ectoderm en entoderm in. De kiemschijf bestaat nu uit drie kiembladen. Uit elk van de drie kiembladen zullen zich specifieke orgaanstelsels gaan ontwikkelen. De kiemschijf wordt langwerpiger en het ectoderm vertoont een groeve, dit is de neutrale groeve, waarin het ruggenmerg wordt aangelegd.
Embryonale oorsprong (Deel van) orgaanstelsel
Ectoderm Huid
delen van het hormonale stelsel
zenuwstelsel
sensorische stelsel
Mesoderm Circulatiestelsel
urinewegstelsel
delen van het hormonale stelsel
motorische stelsel
voortplantingsstelsel
Entoderm Spijsverteringsstelsel
ademhalingsstelsel
delen van het hormonale stelsel
Week 4 tot 9
In de vierde week voert het embryo een draaiing van 180 graden uit. De blastulaholte wordt in het embryo opgenomen en is de oerdarm geworden. De hechtsteel gaat zich ontwikkelen tot navelstreng, met hierin de uit de mesodermgevormde navelstrengbloedvaten. Een navelstrengader en twee navelstrengslagaders. De navelstrengbloedvaten staan in verbinding met de eerste bloedvaten van het embryo. Een van die bloedvaten heeft op een bepaalde plek een verwijding, die ritmische contracties gaat vertonen. Dit is het embryonale hart. Dit kan je op een echo nu al goed zien.
De chorionholte en amnionholte zijn omgeven door een vlies. Dit zijn de vruchtvliezen (chorion en amnion). Tijdens de draaiing van het embryo komen deze meer bij elkaar te liggen en vergroeien met elkaar. De binnenkant van het amnion produceert continu vruchtwater. Het biedt bescherming tegen schokken, bewegingen van de moeder en druk van buitenaf.
De neurale groeve is veranderd in de neurale buis. Hierin komt het ruggenmerg tot ontwikkeling. Craniaal vormt het ectoderm een opzwelling; hieruit ontstaan de hersenen.
Vanaf de 20e tot 30e dag worden er oersegmenten (somieten) gevormd. Uit elke somiet ontstaan een dermatoom (huiddeel), myotoom (spierdeel) en sclerotoom (skeletdeel).
Na vier weken is het hoofdgedeelte zichtbaar, met oogaanleg en kieuwbogen. Ook begint de aanleg van extremiteiten. Het hoofd groeit in verhouding het hardst.
Foliumzuur, ofwel vitamine B11, is een stof die je nodig hebt voor de aanmaak van rode en witte bloedcellen. Tijdens de zwangerschap is deze stof ook belangrijk bij de vorming van het zenuwweefsel van het embryo. Als er niet voldoende foliumzuur is, is er kans op een neuraalbuisdefect. Er kan dan een open ruggetje ontstaan, de hersenen kunnen ontbreken. Ook verkleint foliumzuur de kans op een open gehemelte of hazenlip. Het is goed om dagelijks 500 microgram foliumzuur te slikken tot in de vierde maand van de zwangerschap. De neurale buis sluit al met vier werken. Daarom is het ook verstandig om het al te slikken als je actief een kinderwens hebt.
Foetale ontwikkeling (foetogenese) kenmerkt zich door een snelle ontwikkeling van de aangelegde orgaanstelsels. Periode waarin foetogenese plaatsvindt wordt foetale fase genoemd.
Deze fase sluit aan op de embryonale fase en eindigt met de geboorte. Vanaf de achtste week van de zwangerschap. Het kind neemt in deze fase in grootte toe en de longen rijpen verder.
Enkele opvallende gebeurtenissen in deze fase zijn:
De ogen komen aan de voorkant van het hoofd te liggen, de oogleden verkleven en komen pas in de 7e maand los van elkaar.
Tegen het eind van de derde maand verdwijnt de zwelling in de navelstreng dicht bij de buik omdat de darmen in de buikholte zijn opgenomen.
Rond de vierde maand is het geslacht echoscopisch vast te stellen.
Vanaf de vijfde maand drinkt de foetus vruchtwater, en scheidt urine uit. Deze bestaat uit water omdat afvalstoffen via de placenta worden verwijderd
Vanaf de derde maand zitten er donshaartjes over het lichaam (lanugo). Hiervan valt het grootste deel voor de geboorte uit.
Vanaf de zesde maand scheiden de talgklieren van de huid huidsmeer af. Deze vormt samen met afgestorven dermiscellen een wittige substantie op de huid, noem je de vernix caseosa.
Tussen de zestien en achttien weken begint de moeder bepaalde bewegingen te voelen.
Na 32 weken is de foetus zo groot dat deze de baarmoeder bijna geheel vult en de foetus gaat dan een geboorteligging aannemen (kan nog wel veranderen). Er zijn drie typen geboorteligging: de hoofdligging (96%), de stuitligging (3,5%) en de dwarsligging (0,5%). Er zijn drie vormen van dwarsligging: rugligging, buikligging en zijligging.
Vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie duurt de zwangerschap 40 weken. Vanaf bevruchting 38 weken. Als de baby op tijd geboren wordt heet het terme. Te vroeg geboren heet prematuur, dit is als de baby voor de 38e zwangerschapsweek geboren wordt en als de zwangerschap langer duurt dan 42 weken heet dit serotiniteit.
Een nullipara is een vrouw die nog nooit een kind gebaard heeft. Een vrouw die voor het eerst bevalt heet een primipara en een vrouw die meer dan eens gebaard heeft een multipara.
De ontwikkeling van alle orgaansystemen en weefsels vindt plaats in de eerste 10-12 weken van de zwangerschap. De ontwikkelingsfase van het ongeboren kind is dan volledig afgrond.
Circulatiestelsel
Het circulatiestelsel ontwikkelt zich uit het mesoderm. In de 12e week zijn de placenta en navelstrengvaten aangelegd.
Placenta:
De ontwikkeling van het circulatiestelsel wordt voorafgegaan door de vorming van de placenta. De afstand tussen het moederlijke en foetale bloed is heel klein, maar nergens vindt vermenging plaats.
De placenta bestaat uit chorionvlokken met een uitgebreid bloedvatennetwerk: hier stroomt moederlijk bloed wat daar komt uit spiraalarterin.
In volgroeide toestand is de placenta verdeeld in vijftien tot twintig lobben die cotyledones worden genoemd. Elke Lob krijgt bloed aangevoerd door een aftakking van een van de twee navelstrengslagaders.
De navelstrengader voert het voedingsrijke, zuurstofrijke en afvalstofarme bloed naar de foetus.
De placenta groeit mee met de foetus. Aan het einde van de zwangerschap weegt de placenta ongeveer 600 gram.
De navelstreng is 60 cm lang. Het bevat n navelstrengader die bloed vanaf de placenta naar de foetus vervoert. De navelstreng bevat twee navelstreng slagaders die bloed vanaf de foetus naar de placenta vervoeren. In dit bloed zit koolstofdioxide en afvalstoffen.
Er zijn twee foetale verbindingen tussen de grote en kleine circulatie:
- het foramen ovale is een gat tussen het rechter- en linkeratrium.
- de ductus arterisus is een verbinding tussen de a. pulmunalis en de aorta.
Deze twee verbindingen zijn nodig omdat er maar een kleine hoeveelheid bloed naar de longen stroomt, ze functioneren nog niet.
Na de geboorte sluiten deze verbindingen zodat de kleine en grote circulatie worden gescheiden.
Vanaf een week of 10 in de zwangerschap is het hartje van de ongeborene te horen door middel van een doptone. De doptone zendt geluidsgolven uit die teruggezonden worden door de bewegingen van de hartkleppen. Deze geluidsgolven worden vervolgens door het apparaatje omgezet in geluid.
Een gunstige eigenschap van foetaal bloed is dat het in vergelijking met gewoon bloed veel erytrocyten bevat, waardoor het hemoglobinegehalte hoog is, namelijk gemiddeld 13,2 mmol/liter. Na de geboorte wordt dat 9 mmol/liter. Daardoor heeft het foetale bloed bij een lage zuurstofspanning nog een flinke zuurstoftransportcapaciteit.
De thymus speelt een rol in de ontwikkeling van het immuunsysteem. Het wordt in de vijfde week in het keelgebied van het embryo aangelegd en daalt tijdens de groei af naar zijn uiteindelijke plaats op het hart. Het voorkomt dat lymfocyten antistoffen gaan produceren tegen lichaamseigen eiwitten.
Spijsverteringsstelsel
Het spijsverteringsstelsel ontwikkelt zich uit het entoderm. Het eerste stadium heet oerdarm. De oerdarm bestaat uit een voordarm, middendarm en einddarm.
De slokdarm, de maag, de lever, de galblaas en de twaalfvingerige darm ontwikkelen zich uit de voordarm.
De dunne darm en de helft van de dikke darm ontwikkelen zich uit de middendarm.
De overige delen van de dikke darm ontwikkelen zich uit de einddarm.
Gelijktijdig met de ontwikkeling en groei van de darmen groeit het peritoneum rondom de buikorganen.
De lever ontwikkelt zich vanaf de derde week in hoog tempo uit een uitstulping van de voordarm. De lever is in verhouding in deze fase erg groot vanwege de bloedvormende functie die de lever in deze fase heeft.
Urinewegstelsel
Het urinewegstelsel ontwikkelt zich uit het mesoderm.
De ontwikkeling verloopt in drie stadia:
Rond de derde week worden twee voornieren aangelegd
Van de derde tot de negende week ontwikkelen zich oernieren en verdwijnen de twee voornieren. Een oernier sluit zich aan op een afvoerbuis, de gang van Wolff. Aan het eind van deze periode verdwijnen de oernieren en blijft alleen de gang van Wolff over.
De definitieve nieren en ureters ontwikkelen. Bij het vrouwelijke embryo verdwijnt de gang van Wolff. Bij het mannelijke embryo ontwikkelt de gang van Wolff zich tot ductus deferens (zaadleider).
Ademhalingsstelsel
Het ademhalingsstelsel ontwikkelt zich uit het entoderm. Tijdens de embryogenese zijn 6 kieuwbogen ontstaan. Hieruit ontwikkelen zich behalve de gehoorbeentjes, de thymus, de onderkaak en de tong ook delen van het ademhalingsstelsel, namelijk de larynx (strottenhoofd) en pharynx (keelholte).
Vanaf de vierde week van de embryonale ontwikkeling ontstaat het ademhalingsstelsel uit een uitstulping aan de oerdarm. Er ontstaan hoofdbronchin. De pleura visceralis vergroeit met het longweefsel en de pleura parietalis met de borstholte. Longblaasjes ontwikkelingen en er worden bloedvaten gevormd. Vastgesteld is dat ongeboren babys regelmatig gapen en de hik hebben.
Huid
De huid ontwikkelt zich uit het ectoderm. In de eerste weken bestaat de huid slechts uit n laag epitheelcellen. Aan het begin van de vijfde maand zijn de uiteindelijke epidermislagen aangelegd. De talgkliertjes vormen een vettige huidsmeer die de huid beschermt tegen de verwekende invloed van het vruchtwater.
Hormonale stelsel
Vindt zijn oorsprong in alle drie de kiemschijven.
De hypofyse, epifyse en het bijniermerg zijn afkomstig uit het ectoderm
Bijnierschors is van mesodermale oorsprong
De schildklier, bijschildklieren en de eilandjes van Langerhans worden gevormd uit het entoderm.
Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel ontwikkelt zich uit het ectoderm. Het eerste stadium heet neurale buis. Aan de craniale kant van die neurale buis vormen zich in de vierde week drie blaasjes. Hieruit ontwikkelen zich de hersenen. De ogen ontwikkelen zich uit de oogblaasjes die uit het voorste hersenblaasje groeien.
Uit de hersenstam en het ruggenmerg groeien de hersenzenuwen en ruggenmergzenuwen.
Eerst zijn het ruggenmerg en het wervelkanaal even lang. Maar na de derde maand groeit het wervelkanaal sneller. Hierdoor wordt de afstand tussen het onderste punt van het ruggenmerg en de onderkant van het verwelkanaal steeds groter. Het ruggenmerg is dus korter dan de wervelkolom.
Vanaf de vierde maand kan de foetus op zijn duim zuigen, dat is een moeilijke beweging die betekent dat de ruggenmergzenuwen al tot in de vingers zijn uitgegroeid en contact maken met de spieren. Zuigen en slikken is mogelijk als de hersenstam er klaar voor is.
Sensorisch stelsel
het sensorisch stelsel ontwikkelt zich uit het ectoderm. De aanleg begint vanaf de tweede maand. De ontwikkeling van de zintuigen verloopt veelal parallel aan dei van lichaamsdelen en organen, waarvan ze deel uitmaken. Zo ontstaan huidzintuigen gelijk met de huidlagen. En ogen, oren, neus en tong ontstaan tegelijk met de aanleg van het gezicht. De ontwikkeling en groeit wordt aangelegd door het centrale zenuwstelsel.
Volgorde in werking treden van zintuigen:
De tastzin is het eerste zintuig dat rond de achtste week in de buurt van de mond al werkzaam is.
In de twaalfde week is er huidgevoeligheid in de handpalmen, voetzolen en de uitwendige geslachtsorganen. Op de helft van de zwangerschap reageert de hele huid op aanraking. Er bestaan verbindingen tussen huidzintuigen en hersenstam, de foetus begint te reageren op prikkels van buitenaf. De foetus voelt hoogstwaarschijnlijk ook al pijn.
De aanleg van het oor begint in de achtste week en is rond de twintigste week voltooid. Het evenwichtsorgaan functioneert al eerder en is al werkzaam bij de spontane bewegingen die vanaf week 10 beginnen.
De foetus kan pas rond de 30e week zien, de ontwikkeling begint al wel vroeg.
De smaakpapillen op de tong en in het slijmvlies van de mondholte worden al in de tweede maand aangelegd en rond de zesde maand verbonden met de delen die daarbij horen in de hersenen. Tegelijkertijd ontwikkeld de neus. Een foetus van ruim 6 maanden heeft dan ook smaak- en reukzin. Het is bekend dat de smaak en geur van het vruchtwater benvloed worden door wat de moeder eet.
Motorisch stelsel
Het motorisch stelsel ontwikkelt zich uit het mesoderm. In de eerste maand na bevruchting begint de ontwikkeling van het skelet. De schedelbeenderen ontwikkelen zich uit bindweefsel. Vrijwel alle andere botstukken groeien uit hyalien kraakbeen.
Aan het eind van de foetale periode is de schedelverbening nog niet voltooid. Er zijn nog bindweefselige schedelnaden (tussen twee botplaten) en fontanellen (tussen drie of meer botplaten). De grote fontanel is bij de pasgeborene te voelen voor op het hoofd, de kleine fontanel achter op het hoofd. De schedelnaad die van voor naar achter midden op het hoofd loopt heet pijlnaad. De schedelnaad tussen de voorhoofdsbeenderen en wandbeenderen wordt kroonnaad genoemd.
Het bindweefsel van schedelnaden en fontanellen biedt bescherming aan het hersenweefsel en geeft de schedel beweeglijkheid. Dit maakt het makkelijker om het hoofd door het baringskanaal te manoeuvreren.
Het kraakbenige skelet gaat tijdens de foetale fase verbenen, dit gaat na de geboorte verder. De groei stopt voor de meeste botten tussen het 16e en 21e levensjaar.
De epifysen (boteinden) groeien zelf ook, omdat er verbeningskernen in verschijnen. Dit zijn de epifysaire schijven (groeischijven).
Bij de geboorte bevat het skelet nog veel kraakbeen en bindweefsel, dit maakt het buigzaam en veerkrachtig. De breukgevoeligheid is klein, maar de belastbaarheid is ook erg klein.
Het spierstelsel ontwikkelt zich uit myotomen. De vorming van zenuwen die aan de spieren koppelen gaat tegelijk met de spierontwikkeling.
Voortplantingsstelsel
Het voortplantingsstelsel ontwikkelt zich uit het mesoderm.
Na ongeveer vier weken ontstaan de stamcellen van geslachtscellen die zich later ontwikkelen tot geslachtsklieren.
Tijdens de eerste zes weken zien embryonale jongetjes er hetzelfde uit als embryonale meisjes. Typische mannen en vrouwen kenmerken treden pas in week 7 op.
Bij meisjes ontstaan de eierstokken, eileiders, de baarmoeder en de vagina.
Bij jongens ontstaan de zaadballen (testes) die van de zevende week tot de derde maand afzakken van de buik naar het lieskanaal. Na de zevende maand wordt de afdaling voortgezet naar het scrotum.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit