Maak een oefenexamen van de volgende tekst: d
SOCIALE GRONDRECHTEN
Geert Matthijs
Inhoudsopgave
1 HOOFDSTUK 1: INLEIDING SOCIALE GRONDRECHTEN 4
1.1 De tweede generatie grondrechten 4
1.1.1 Belgische grondwet 4
1.1.2 Grondrechten/mensenrechten 4
1.1.3 De eerste generatie grondrechten/vrijheidsrechten 5
1.1.4 De tweede generatie grondrechten/sociale grondrechten 7
1.1.5 Eerste generatie grondrechten >< tweede generatie grondrechten 9
1.2 Internationale mensenrechtenverdragen 10
1.2.1 Wat was de voedingsbodem? 10
1.2.2 Belangrijke mensenrechtenverdragen en verklaringen 10
1.3 Betekenis voor het sociale werk 11
1.4 Situering binnen de welvaartstaat 11
1.4.1 Definitie en essentile kenmerken van een welvaartstaat 11
1.4.2 Situering binnen welvaartstaat 13
1.5 Situering binnen het armoedebeleid 13
1.5.1 Armoedebeleid op Vlaams niveau 13
1.5.2 Armoedebeleid op lokaal niveau 13
1.5.3 Beperkte toegang tot mobiliteit invloed op andere sociale grondrechten? 14
1.5.4 Situering binnen armoedebeleid/verband met sociale grondrechten 14
1.6 Sociale instrumenten en collectieve voorzieningen(P27-31) 15
1.6.1 Rol overheid bij realiseren sociale grondrechten 15
1.6.2 Sociaal instrument (= sociaal voordeel) kan diverse vormen aannemen: 15
1.6.3 Doel van sociale instrumenten en collectieve voorzieningen 15
1.6.4 Opvallende elementen bij sociale instrumenten 15
1.6.5 Bevoegdheden Federale, Vlaamse overheid 16
1.6.6 Domeinen sociale instrumenten 16
1.6.7 Gevolgen van versnipperdheid en complexiteit 17
1.6.8 Taak voor SOWer 17
1.7 Sociale zekerheid >< sociale bijstand EXAMENVRAAG 18
1.7.1 Taken Sociale zekerheid en sociale bijstand 18
1.7.2 Klassieke sociale zekerheid 18
1.7.3 Sociale bijstand/residuaire regelingen 19
1.7.4 Verzekering van niet-medische kosten: 8ste tak van sociale zekerheid 19
1.7.5 Verschil tussen sociale zekerheid en sociale bijstand 19
1.7.6 Solidariteit 20
1.8 De onderbenutting en het proactief handelen 21
1.8.1 Wat is onderbenutting/onderbescherming? 21
1.8.2 Wat is proactief handelen? 21
1.8.3 Rol van SWer 21
1.9 Sociale grondrechten onder druk 21
1.9.1 De terugtrekkende dienstverlening 21
1.9.2 Beperking sociale zekerheidsuitkeringen (in tijd): 22
1.9.3 De toenemende conditionalisering/voorwaardelijkheid die men koppelt aan het krijgen van een sociaal voordeel 25
1.9.4 De toenemende criminalisering en sanctionering: 26
1.9.5 Het afschaffen van sociale voordelen: 26
1.9.6 De rol van (negatieve) framing in het publieke debat 27
1.9.7 Responsabilisering, conditionalisering, criminalisering 28
1.10 Besluit 29
2 HOOFDSTUK 2 ONDERBENUTTING VAN SOCIALE GRONDRECHTEN 30
2.1 Inleiding 30
2.1.1 Begrip onderbenutting 30
2.1.2 Bij wie komt onderbenutting voor + conclusie 30
2.1.3 Overzicht van de mechanismen van onderbenutting 31
2.1.4 Wat is ht instrument tegen onderbescherming en onderbenutting? 31
2.1.5 Welke voordelen bieden de mutualiteiten aanvullend aan? 32
2.1.6 Oefening 5 analyse take-up tegemoetkomingen ziekenfonds 32
2.2 Oorzaken van onderbenutting vanuit de burger 33
2.2.1 Trots en schaamte 33
2.2.2 Onwetendheid 33
2.2.3 Perceptie tav de overheid (beeld dat men heeft van de overheid) 33
2.2.4 Zwartwerk (= niet aangegeven arbeid) 34
2.2.5 In het verleden afgewezen 34
2.2.6 Gebrek aan sociale vaardigheden 34
2.2.7 Bureaucratie 35
2.2.8 Leescultuur en taalvaardigheid 35
2.2.9 Sociale omgeving 35
2.2.10 Misverstanden over regelingen 36
2.2.11 Angst voor nadelen of risicos verbonden aan aanvragen recht 36
2.3 De onderbenutting vanuit de wetgeving, organisaties en hulp- en dienstverleners 38
2.3.1 Ontmoediging 38
2.3.2 Passieve dienstverlening 39
2.3.3 Ingewikkelde regelgeving 39
2.3.4 Informatisering en digitalisering 40
2.3.5 Arbeidsomstandigheden 41
2.3.6 Gebrek aan voorlichting en actieve bekendmaking 42
2.3.7 Informele selectie 42
2.3.8 Toenemende voorwaardelijkheid 43
2.3.9 Gevaar van Mattheseffect leunt om de hoek 44
2.3.10 Verwerkingsoefening hoofdstuk 2 45
3 Hoofdstuk 3: Proactief handelen in het kader van onderbescherming 47
3.1 Inleiding 47
3.2 Begripsverklaring 47
3.2.1 Onderbescherming 47
3.2.2 Proactief Handelen 49
3.2.3 De Rechtencirkel als Methodisch Kader 50
3.2.4 De Fasen van Proactief Handelen 53
1 HOOFDSTUK 1: INLEIDING SOCIALE GRONDRECHTEN
1.1 De tweede generatie grondrechten
1.1.1 Belgische grondwet
= de hoogste wet van Belgi
De Belgische grondwet geeft weer hoe de Belgische staat gestructureerd is, geeft weer hoe een land eruitziet:
o Fundamentele rechten, plichten en vrijheden als burger
Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van godsdienst
Recht op een eerlijk proces
o Organisatie van de Belgische staat:
Bevoegdheden tussen de verschillende staatsinstellingen zijn daarin vastgelegd
Eerst grondwet gekomen, dan Internationale verdragen met vrijheidsbepalingen
Het is onze taak als SOWer om burgers:
Over hun (grond) rechten te informeren zodat de non-take-up van rechten
Te ondersteunen in hun pogingen om toegang te krijgen tot die rechten
1.1.2 Grondrechten/mensenrechten
Grondrechten zijn:
Een geheel van fundamentele, universele rechten en vrijheden die tot doel hebben de voorwaarden te creren en te blijven garanderen opdat personen op een vrije en menswaardige manier zouden kunnen functioneren.
Uitgangspunt:
Iedereen heeft het recht heeft op een menswaardige en vrije manier van leven.
Doel:
Grondrechten geven invulling aan wat een menswaardig en vrij leven inhoudt
Vormen een basis voor het beschermen van de rechten van individuen
Deze rechten worden internationaal erkend en hebben zowel nationale als internationale dimensies
Verankering van grondrechten in:
Belgische grondwet=
o Basiswetgeving voor de bescherming van fundamentele rechten binnen het land, wet van het land
o Realiseren van grondwet kan op 3 niveaus: wet, decreet, ordonnantie
Mondiale en regionale mensenrechtverdragen:
o UVRM: Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens
Mensenrechteninstrumenten
o VN: Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR)
o Raad van Europa: Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
o EU: Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
Deze instrumenten zorgen voor de bescherming van de grondrechten op zowel regionaal als wereldwijd niveau, wat essentieel is voor het behoud van de vrijheid en menselijke waardigheid van individuen
1.1.3 De eerste generatie grondrechten/vrijheidsrechten
= rechten die ervoor zorgen dat personen op een vrije manier kunnen leven.
We kunnen deze rechten onderverdelen in:
Burgerlijke rechten zijn:
o Rechten die de burger beschermen tegen onrechtmatig en ongeoorloofd optreden van de overheid
Politieke rechten zijn:
o Rechten die ervoor zorgen dat burgers actief kunnen deelnemen aan het staatsbestuur
Alles wat te maken heeft met kieswetgeving:
Stemrecht
Recht om vereniging op te richten/te starten
BURGERLIJKE RECHTEN VOORBEELDEN BEPERKINGEN/UITZONDERING
Recht op eigendom Principe algemeen nut
Recht op leven/gezinsleven Abortuswet
Euthanasiewet Oorlogstijd
Wettelijke zelfverdediging
Vrijheid van onderwijs Katholiek onderwijs
Vrij onderwijs Eindtermen vastgelegd door overheid
Vrijheid van godsdienst Je mag zelf kiezen in wat je wel/niet gelooft Mag niet aanzetten tot discriminatie
Recht op privacy Regelgeving cameras
Onschendbaarheid woning
Wie in huis
Bewaren persoonsgegevens:
o GDPR-regeling
Recht op anonimiteit Huiszoekingsbevel
Noodsituaties
Vrijheid van meningsuiting Mag niet aanzetten tot haat
POLITIEKE RECHTEN VOORBEELDEN UITZONDERINGEN
Maken het mogelijk dat burger deel kan nemen aan het politiek gebeuren Stemrecht
Recht om je verkiesbaar te stellen
Recht om politieke partij op te richten
Geheime verkiezingen
Vrije meningsuiting Racismewet
Holocaustontkenning
Doel eerste generatie rechten:
Vrijheid waarborgen voor de burgers/ vrij zijn:
o Dit houdt in dat de overheid zich onthoudt van inmenging in de persoonlijke vrijheid van haar burgers = onthoudingsplicht + passieve rol
Beschermen de burger tegen machtsmisbruik door de overheid
Bieden ruimte voor individuele vrijheid en politieke participatie
Verankering van 1ste generatierechten in:
Belgische grondwet sinds 1831
Deze grondrechten zijn onmiddellijk toepasbaar
o direct van kracht zonder:
dat er bijzondere uitvoeringsmaatregelen moeten worden getroffen.
Dat er speciale wetgeving voor nodig is
1.1.4 De tweede generatie grondrechten/sociale grondrechten
= zijn rechten die maken dat personen op een menswaardige manier kunnen leven.
= economische, sociale en culturele rechten
De filosofie van de sociale grondrechten omvat een grondige wijziging van de rol van de overheid: passief actief
Doel tweede generatie grondrechten:
een appel aan de overheid om die rechten te voorzien die een menswaardig leven mogelijk maken = actieve handelingsplicht
leven op een menswaardige manier verzekeren
Verankering van 2de generatierechten in:
Belgische grondwet sinds 1994
Sociale grondrechten in Belgische grondwet:
= tweede generatie mensen rechten
1994: opgenomen in Belgische grondwet
Artikel 23 Gw. Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden
Zijn sociale grondrechten afdwingbaar?
Sociale grondrechten zijn niet rechtstreeks afdwingbaar, tenzij:
o voldoet aan voorwaarden + geconcretiseerd + gegoten in instrumenten
o zaken geconcretiseerd + gegoten in instrumenten
o Belangrijkste rechtbank voor SW als het gaat om bescherming voor sociale rechten = arbeidsrechtbank
o De overheid is meestal verplicht om te motiveren waarom ze iets weigeren
= weigeringsbeslissing
Voor sociale grondrechten geldt het standstillprincipe:
o Er mag geen nieuwe regelgeving komen wanneer het bestaande beschermingsniveau aanzienlijk verminderd wordt zonder reden van algemeen belang.
o Wie toetst dit af?
Vooraf Raad van State Nazien wetsontwerpen + wetgever waarschuwen bij ev. achteruitgang,
Advies van RvS wordt niet altijd opgevolgd, het is geen verplichting
kijkt na of voorgestelde maatregelen/wetten zoals vervat in art.23:
o beperkt of in gevaar gebracht wordt.
Achteraf Raad Van State
(= RvS)
Koninklijke Besluiten
Ministerile Besluiten
Besluiten Vlaamse regering
o Bestuurlijke handelingen vernietigen
Grondwettelijk Hof
(= GwH) Wetten
Decreten
Verordeningen
o Bepalingen vernietigen die standstillprincipe niet respecteren
Casus (p.12-14)
o Forfaitaire bijdrage-juridische tweedelijnsbestand
Het Gwh stelt vast dat het doel om de begunstigden van de juridische tweedelijnsbijstand te laten bijdragen tot de financiering ervan, geen reden van algemeen belang vormt die, op zich, de aanzienlijke achteruitgang van de bescherming van het recht op juridische bijstand kan verantwoorden.
De verplichting om aan de advocaat forfaitaire bijdragen te betalen wordt daarom als ongrondwettelijk beschouwd en vernietigt door het GwH.
o Persoonsvolgend budget voor personen met een handicap (PVB)
Met het arrest vernietigde de RvS het actualiseringsbesluit met terugwerkende kracht.
De afschaving van de zorgbudgetten heeft daarmee geen rechtsgrond meer.
Het is de eerste keer dat de RvS, die alleen oordeelt over besluiten van de regeringen, zich beroept op het standstillprincipe uit artikel 23 van de Belgische grondwet.
Gewaarborgd via sociale instrumenten: subsidies/kaarten/belastingvoordelen
Juridische bijstand Pro-deo
Arbeid
Wonen Sociale woningen, huurpremie
Sociale bijstand Leefloon (beroepsactieve leeftijd)
IGO inkomensgarantie voor ouderen
(pensioengerechtigd)
Gezondheid
Sociale zekerheid
Onderwijs Studietoelage (gekoppeld aan inkomen)
Inschrijvingsgeld (gekoppeld aan inkomen)
Maximumfactuur
Gezond leefmilieu (individueel niveau) Leasen fiets, premies zonnepannelen,
Culturele en mtschp. Ontplooiing UIT-pas
Vraag: wat heb je nodig om menswaardig leven te leiden?
Basisbehoeften Eten, drinken
Arbeid Inkomen hoog genoeg
Wonen Huisvesting: beschikbaar en betaalbaar
Sociale huisvesting
Huurpremie: > 4 jaar op wachtlijst sociale woning
Sociale bijstand Leefloon
Gezondheid Toegankelijk en betaalbaar
Sociale zekerheid Uitkering arbeidsongeschiktheid
Werkloosheidsuitkering
: als er op hebt bijgedragen via inhouding van loon
Onderwijs Voor iedereen toegankelijk en betaalbaar:
Studietoelage
Maximumfactuur
Tegemoetkoming waarbij kostprijs lager is bij beperkt inkomen in kader van hoger onderwijs
Juridische bijstand Voor iedereen toegankelijk en betaalbaar:
Prodeo advocaat: inkomensvoorwaarden
Juridische 2delijnsbijstand
Gezond leefmilieu Overheden moeten gepaste maatregelen nemen
Culturele en maatschappelijke ontplooiing Betaalbare vrijetijdsbesteding vb. uitpas:
Iedereen heeft recht op een uitpas
Voordelen via verzamelen punten
Mensen met een beperkt inkomen
o Zelfde systeem + meer voordelen
o 80% korting op culturele activiteit
Waarom iedereen toegang?
o Mensen met een beperkt inkomen schamen zich voor het gebruik en voelen zich in een hoekje geschoven, het stigma wordt weggenomen
Recht op privacy Niemand mag zomaar je woning betreden
beroepsgeheim
briefgeheim
1.1.5 Eerste generatie grondrechten >< tweede generatie grondrechten
Eerste en tweede generatie grondrechten verwijzen naar de tijdstippen wanneer ze toegevoegd zijn in de grondwet
1.2 Internationale mensenrechtenverdragen
1.2.1 Wat was de voedingsbodem?
WO II en holocaust nationale GW onvoldoende om mensen vrij en menswaardig te laten leven internationale mensenrechtverdragen
1.2.2 Belangrijke mensenrechtenverdragen en verklaringen
Verklaringen: indirecte werking niet afdwingbaar bij nationale rechter
Verdragen: directe werking afdwingbaar bij nationale rechter
Sociale Zekerheid/Leefloon geweigerd arbeidsrechtbank
1.3 Betekenis voor het sociale werk
Belangrijkste principe: handhaven mensenrechten en sociale rechtvaardigheid
Doel Verklaring van ethische principes:
Sociaal werkers ondersteunen in hun aspiraties de hoogst mogelijke standaarden van ethische praktijken te bereiken, door een proces van voortdurend debat, zelfreflectie, bereidheid om met ambiguteiten om te gaan en zich te engageren in ethisch verantwoorde besluitvormingsprocessen om zo tot ethische resultaten te komen.
Mensenrechten bevorderen (principe 2):
Bevorderen en staan achter fundamentele en onvervreemdbare mensenrechten
Informeren mensen over hun rechten
Ondersteunen van mensen in pogingen tot het krijgen van rechten
Overheid erkennen als sleutelfiguur in de verdediging, bevordering en vervulling van mensenrechten
Bevorderen van sociale rechtvaardigheid (principe 3):
Aanvechten van discriminatie en institutionele onderdrukking
Streven naar rechtvaardige toegang tot voorzieningen en bronnen
Bestrijden van onrechtvaardige beleidsmaatregelen en praktijken
1.4 Situering binnen de welvaartstaat
1.4.1 Definitie en essentile kenmerken van een welvaartstaat
Westerse samenlevingsvorm verschillende definities
Elke definitie is politiek, ideologisch onderbouwd gekleurde bril
Samenlevingsmodel geen statisch gegeven moet zich kunnen aanpassen aan de
veranderende tijdsgeest en antwoord bieden op nieuwe vragen
Basis van het model is fundamenteel gelijk, wel onderlinge verschillen.
Welvaartstaat = staat waar volgende 11 essentile kenmerken aanwezig zijn:
Samenlevingsvorm van aantal rijke, gendustrialiseerde landen:
o Meestal sterk ontwikkelde tertiaire industrie
Gericht op hoogwaardige technologie
Nood aan hoogopgeleide arbeidskrachten
Met accent op diensteneconomie (verwerken van data)
Grondrechten burger effectief gewaarborgd binnen wettelijk kader:
o Overheid erkent dat ze voor haar burgers moet zorgen en gelijke kansen moet garanderen
o Genstitutionaliseerde rechten en plichten wettelijk omschreven en afdwingbaar
o Effectief gewaarborgd d.m.v. een samenhangend geheel van
Wettelijke beschikkingen
Materile voorzieningen
Iedereen moet een menswaardig leven kunnen leiden:
o Materieel: welvaartsaspect, inkomensgarantie
o Immaterieel: aspect van welbevinden, bevorderen van kansen
Zorg voor inwoners van wieg tot in graf:
o Mogen samengaan priv en publiek overheidsinitiatief is noodzakelijk
o Samenspel van publieke sector, privsector en gesubsidieerde sector
Brede takenpakket bestaat uit 2 grote categorien:
o Klassieke taken: infrastructuur, rechtspraak, defensie
o Sociale bescherming
Were equal but not the same:
o Iedereen voelt zich gentegreerd en kan genieten van gelijke kansen om een even-en volwaardige rol in de samenleving te kunnen opnemen.
o Moet gebeuren volgens de keuzes die hij/zij wil maken
Bijzondere inspanningen voor kwetsbare groepen:
o Voor diegene die het moeilijker hebben om hun (sociale)grondrechten te benutten
kader van parlementaire democratie:
o RM, UM, WM moet onafhankelijk van elkaar functioneren
(scheiding machten staat centraal)
o Alleen mogelijk in goed functionerende rechtstaat
Aanwezigheid directe en indirecte vormen democratie:
o Inspraak en participatie in besluitvormingsproces noodzakelijk om betrokkenheid burgers te realiseren
Overheid creert aantrekkelijk economisch (investerings)klimaat:
o Vrijemarkteconomie
o Noodzaak duurzame economische groei voor de bekostiging van de overheidsuitgaven
o Streven naar volledige werkgelegenheid
Hoe groter werkgelegenheid, hoe groter inkomsten, hoe lager uitgaven voor overheid
Overheid past herverdelingsfunctie toe op haar verworven inkomsten:
o Af te lezen in de begroting vertaling van keuzes die men politiek maakt
o Die herverdeling moet sociaal zijn
o Herverdelingsfunctie = sociale correctie van de vrijemarkteconomie
Iedere burger kan van de voordelen van duurzame groeiende economie genieten
Burger kan zich beroepen op zijn sociale rechten
Vrijemarkteconomie sociaal gecorrigeerde vrijemarkteconomie
o Beschikt over instrumenten om te herverdelen en corrigeren zoals:
Wetgeving/regelgeving
Produceren collectieve goederen en diensten die vrije markt niet kan/wil produceren
Sociale uitkeringen waar markt tekort schiet
Vormen van financile ondersteuning, mits aan vooropgestelde criteria voldaan
Uitbouw van rechtvaardig, eerlijk, betaalbaar SZ-stelsel
Keuze voor rechtvaardig, fiscaal stelsel
Organisaties (zelf of erkend)
Diensten en initiatieven,
1.4.2 Situering binnen welvaartstaat
De erkenning van de sociale grondrechten impliceert altijd een actief ingrijpen van de overheid om de burger te helpen bij het opnemen van zijn sociale grondrechten.
Door middel van allerlei acties proberen burgers en groepen, overheden te bewegen van intenties en inspanningen naar effectieve realisatie van de sociale grondrechten.
Sociale grondrechten in een welvaartstaat verwijzen dus niet louter naar een raamwerk van formele rechten maar ook naar een voortdurend proces om die rechten maximaal te realiseren. Daarnaast verwijzen ze ook naar een discours dat die rechten voortdurend beklemtoont.
1.5 Situering binnen het armoedebeleid
Kerndoel van Vlaamse overheid = waarborgen van sociale rechten
1.5.1 Armoedebeleid op Vlaams niveau
Armoededecreet art.3:
Stelt dat het Vlaams armoedebestrijdingsbeleid de voorwaarden moet creren om de toegang van elke burger tot de economische, sociale en culturele rechten, vastgelegd in artikel 23 en 24 van de GW, te waarborgen.
Moet gericht zijn op volwaardige participatie aan de SL, zodat iedereen kan genieten van alle sociale grondrechten (9 domeinen, cfr. 1.1.14 2de generatierechten)
recht op menswaardig leven is dus het uitgangspunt van het armoededecreet
1.5.2 Armoedebeleid op lokaal niveau
Realiseren van sociale grondrechten is rode draad binnen heel wat lokale armoedebeleidsplannen. (cfr. legen brooddozenproblematiek, digitale geletterdheid,)
Gentse armoedebeleidsplan 2020-2024
Recht op SZ en bijstand
Recht op menswaardig wonen
Recht op arbeid
Recht op onderwijs
Recht op maatschappelijke en culturele ontplooiing
Armoede is geen eigen keuze, Gent solidair tegen onderbescherming
Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaanszekerheid en sociale uitsluiting:
Wil sociale grondrechten uitbreiden met recht op:
o Energie
o Water
o Sanitaire voorzieningen/sanitatie
o Mobiliteit
Vervoersarmoede= beperkte financile middelen om OV te betalen
Zorgt voor beperkte toegang invloed op recht op onderwijs/werk
o Internet
Federale ombudsman (onafhankelijk tussenpersoon die adviezen kan geven):
Wil sociale grondrechten uitbreiden met recht op:
o Toegang tot internet
Digitale kloof verkleinen door alle burgers toegang te geven
Alternatieven voor digitalisering behouden en altijd de mogelijkheid tot direct en menselijk contact bieden inclusie gewaarborgd
1.5.3 Beperkte toegang tot mobiliteit invloed op andere sociale grondrechten?
Antwoord:
Ja, beperkte toegang tot mobiliteit heeft invloed op andere sociale grondrechten, zoals:
Recht op onderwijs
Recht op werk
Recht op maatschappelijke ontplooiing
Wanneer openbaar vervoer beperkt of niet betaalbaar is, kan het moeilijker worden om naar school of werk te gaan.
Dit kan ook de vrijetijdsbesteding moeilijker maken, omdat het lastig is om activiteiten te ondernemen wanneer er geen openbaar vervoer heen en/of terug is naar de activiteit.
Oefening 1 Heeft mijn gemeente een overeenkomst met de Lijn? (p.23-24)
STAD DEINZE
Welke kortingformules worden er aangeboden?
o In stad Deinze ontvangen jongeren tot en met 24 jaar een korting van 50% op de aankoop van een Buzzy Pazz bij De Lijn.
Dit abonnement biedt onbeperkt reizen op het reguliere vervoer van De Lijn, met uitzondering van de Limburgse snellijnen.
De korting wordt automatisch toegepast bij aankoop van een abonnement, dat online of in de Lijnwinkel in Gent kan worden aangeschaft.
o Daarnaast is er 50% korting op:
Buzzy Pazz verhoogde tegemoetkoming (VT)
Buzzy Pazz vervoersgarantie (VG)
AANGRENZENDE GEMEENTEN
Kortingformules aangrenzende gemeenten:
o Waregem
o De Pinte
o Aalter
Opgelet:
Als je ook een abonnement van de NMBS nodig hebt, is het voordeliger om de abonnementen op De Lijn en de NMBS apart te nemen (i.p.v. een combiticket trein-bus). Zo kan je toch van de korting op het busabonnement genieten.
1.5.4 Situering binnen armoedebeleid/verband met sociale grondrechten
Sociale grondrechten zijn niet slechts theoretische rechten, ze moeten in de praktijk gewaarborgd en toegankelijk zijn voor iedereen.
Armoedebeleid speelt een cruciale rol in het waarborgen van deze rechten voor mensen die zich in kwetsbare situaties bevinden. Door het wegnemen van barrires en het bieden van ondersteuning, zorgt het armoedebeleid ervoor dat iedereen, ongeacht hun situatie, daadwerkelijk kan genieten van sociale grondrechten.
Het draagt onder andere bij aan sociale inclusie en gelijke kansen voor iedereen, zodat deze rechten niet enkel op papier bestaan, maar effectief ook toegankelijk en praktisch bruikbaar zijn voor alle burgers.
1.6 Sociale instrumenten en collectieve voorzieningen(P27-31)
1.6.1 Rol overheid bij realiseren sociale grondrechten
Uitbouw van collectieve voorzieningen
o vb. bouwen van scholen, infrastructuur
Ontwikkelen van sociale instrumenten (sociale voordelen) op niveau van de burger:
o vb. uitkeringen, premies, fiscale voordelen
1.6.2 Sociaal instrument (= sociaal voordeel) kan diverse vormen aannemen:
Uitkering:
vorm van een vervangend inkomen: pensioen-, werkloosheids-, ziekte-uitkering
Premie:
een bonus, een extra: huurpremie, subsidie zonnepanelen, subsidie renovatie
Korting:
bepaalde dingen goedkoper kunnen aanschaffen: sociaal tarief energie
Fiscaal voordeel
belastingvoordelen:
Terugbetaling kinderopvangkosten, korting kinderen ten laste, giften (kan je voor een bepaald bedrag inbrengen in de belastingen
Men wil de tussenkomst giften verminderen van 45% naar 30%, is wel nog niet in voege, in de toekomst zal men dus maar 30% terugkrijgen
1.6.3 Doel van sociale instrumenten en collectieve voorzieningen
Zo goed mogelijk realiseren van sociale grondrechten voor alle burgers via een uitgebreid systeem.
Federale overheid: significante invloed uitoefenen op het waarborgen van sociale grondrechten en aanpak van armoedeproblematiek
1.6.4 Opvallende elementen bij sociale instrumenten
Opvallende elementen
Uitgebreid en complex
Versnipperd: verschillende bevoegdheidsniveaus:
Federaal Verhoogde tegemoetkoming (VT)
Vlaams Studietoelage
Provinciaal Groepsaankopen energie
Gemeentelijk/lokaal Extra voordelen wanneer VT:
x-aantal vuilzakken Gent gratis preventief sluikstorten
Elk sociaal instrument kan je linken aan een sociaal grondrecht of levensdomein
o Voor meer details lexicon sociale grondrechten verkennen
1.6.5 Bevoegdheden Federale, Vlaamse overheid
Federale overheid:
Sociale Zekerheid
Justitie
Sociale bijstand
Gezondheid
Federale aspecten van het energiebeleid
Werkgelegenheidsbeleid
Vlaamse overheid:
Wonen en huisvesting
Drinkwatervoorziening
Steun en advies
Prijsbeleid
Toerisme
Energiebeleid
Tewerkstelling
Cultuur
Onderwijs
Preventieve gezondheidszorg en bijstand
Gelijke kansenbeleid
Integratie migranten
1.6.6 Domeinen sociale instrumenten
1.6.7 Gevolgen van versnipperdheid en complexiteit
Verhoogd risico op onderbenutting/onderbescherming door:
o Moeilijk toegankelijke informatie:
Complexiteit regels/ voorwaarden afhaken/verkeerde aanvraag
o Onbekendheid en onduidelijkheid over sociale voorzieningen:
verdeling over verschillende instanties en beleidsniveaus
Onwetendheid burger/SW wat bestaat er en bij wie wat aanvragen?
o Administratieve drempels:
Aanvragen sociale steun vaak bureaucratisch en tijdrovend, wat mensen ontmoedigt om hun rechten te claimen
o Versnippering van sociale instrumenten:
Vaak over meerdere instellingen en niveaus verspreid onwetendheid burger waar zijn voor welke ondersteuning minder gebruik van beschikbare voorzieningen
Voor bepaalde groepen van mensen zijn gevolgen hiervan groter (extra kwetsbaar)
o Beperkte middelen:
Ze hebben vaak niet de financile of persoonlijke middelen om door de administratieve barrires heen te komen
o Onvoldoende kennis:
ze zijn vaak minder goed genformeerd over de beschikbare ondersteuning en weten niet hoe ze deze kunnen aanvragen
o Extra kwetsbaarheid:
Door andere uitdagingen, zoals gezondheidsproblemen of sociale uitsluiting, kunnen ze minder in staat zijn om zich door de complexe systemen heen te navigeren. (vb. focus ligt bij hen op overleven)
Deze elementen vergroten de kans dat deze groepen belangrijke sociale rechten niet benutten, wat hun situatie verder kan verergeren.
1.6.8 Taak voor SOWer
Onderbenutting tegengaan door proactief te reageren:
o Je blijven informeren
o Ongevraagd de info voor tussenkomsten/terugbetalingen geven aan BH
o Blijven vechten voor automatische toekenning van rechten
1.7 Sociale zekerheid >< sociale bijstand EXAMENVRAAG
1.7.1 Taken Sociale zekerheid en sociale bijstand
Het recht op de sociale zekerheid (= combinatie van de klassieke sociale zekerheid en de sociale bijstand) is het hart van onze welvaartstaat.
Deze rechten zorgen ervoor dat wanneer een persoon om n of andere reden niet(meer) kan werken, hij toch niet zonder inkomen zal vallen.
Sociaal grondrecht sociale zekerheid en sociale bijstand zorgen voor:
Een vervangingsinkomen bij loonverlies
o werkloosheidsvergoeding
Actief werkzoekende zijn
X-aantal werkdagen gepresteerd hebben in verleden
Geen ontslag dringende redenen of vrijwillig ontslag, het ontslag heeft plaatsgevonden zonder dat je er zelf iets aan kan doen
Start vanuit het principe dat je voldoende dagen gewerkt hebt
o Primaire ziekte- en invaliditeitsuitkering van mutualiteit
Terugbetaling van medische kosten
Ziekte- en invaliditeitsuitkering
Start vanuit het principe dat je voldoende dagen gewerkt hebt
o Rust- en overlevingspensioen
Start vanuit het principe dat je voldoende dagen gewerkt hebt
Aanvulling op inkomen indien sociale lasten
o Kinderen zijn een sociale last gewaarborgde gezinsbijslag
o Personen met een handicap Tegemoetkoming IVT en IT
o ziektekosten
Een bijstandsuitkering indien onvrijwillig geen beroepsinkomen
o Leefloon
Zijn minimale vaste bedragen om de menselijke waardigheid voor iedereen te behouden
Kan aangevuld werden met extra middelen vanuit OCMW
o IGO
Inkomensgarantie voor ouderen
o Gewaarborgde gezinsbijslag
o Tegemoetkomingen aan personen met een handicap (IVT en IT)
1.7.2 Klassieke sociale zekerheid
1ste vangnet
Bestaat uit 7 takken:
Rust- en overlevingspensioenen (FPD)
Werkloosheid (RVA)
Arbeidsongevallenverzekering (FEDRIS)
Beroepsziekteverzekering (FEDRIS)
Gezinsbijslag (FAMIFED, overgeheveld naar regios, Vlaanderen: groeipakket)
Verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (RIZIV)
= ziekte- en invaliditeitsverzekering
Jaarlijkse vakantie (RJV)
Bestaat uit 3 stelsels:
Werknemers
Zelfstandigen
Ambtenaren
1.7.3 Sociale bijstand/residuaire regelingen
2de vangnet
Residuair stelsel: wie niet terecht kan bij het eerste vangnet
Bestaat uit 4 soorten:
Leefloon (en sociale bijstand in brede zin)
Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)
Gewaarborgde gezinsbijslag
Tegemoetkomingen aan personen met een handicap:
o Inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT)
Mensen die omwille van handicap beperkt zijn in hun verdienvermogen
o Integratietegemoetkoming (IT)
Mensen die omwille van handicap beperkt zijn in zelfredzaamheid
1.7.4 Verzekering van niet-medische kosten: 8ste tak van sociale zekerheid
3de vangnet
In Vlaanderen: zorgverzekering
Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden
1.7.5 Verschil tussen sociale zekerheid en sociale bijstand
Overzichtstabel:
Klassieke sociale zekerheidsuitkeringen
Kenmerkend:
pas recht wanneer zelf voldoende bijgedragen
Hoe draag je bij:
o Via inhoudingen op je loon onder vorm van RSZ-bijdrage
o Vaste bijdragen verbonden met geleverde beroepsarbeid
Hoe werkt het?
o Hoe hoger je bijdrage, hoe hoger je vervangingsinkomen, begrensd tot een maximumbedrag
o Terugbetaling gezondheidszorgen niet gelinkt aan inkomen, uitz. VT
Sociale zekerheidsbijdrage: is geen belasting, vult het potje van RSZ
Bedrijfsvoorheffing: is een voorschot op de belasting die je moet betalen, die kan je laten verhogen door aan je WG te vragen om meer af te houden? Vult potje belasting en financiert groot deel van dienstverlening overheid: politie, OCMW, brandweer,
CASUS JOBSTUDENTEN
Brutoloon ligt dicht tegen nettoloon omdat er minder moet afgehouden worden
o Daarom werd er een maximum uren vastgelegd
Men wil dat terug op 650u brengen of niet meer begrenzen
Nadeel: goedkoper voor werkgevers, vast personeel
Nadeel: pot RSZ wordt niet meer gevoed
Nadeel: studenten hebben een verkeerd beeld over het loon
Uitkeringen bij sociale bijstand:
Recht zonder bijgedragen te hebben via vooraf geleverde arbeidsprestaties
Basisprincipe behoeftigheid
Hoogte voor iedereen gelijk
Residuair karakter, enkel recht wanneer:
o Recht op uitkeringen via SZ uitgeput
o Geen andere inkomsten uit andere bronnen
Hedendaagse welvaartsstaat
= verzameling van genstitutionaliseerde rechten die nodig zijn voor een SL waar elke persoon als gelijke kan deelnemen.
1.7.6 Solidariteit
Hoofdkenmerk sociaalzekerheidssysteem is solidariteit
De RSZ-bijdragen die door de WG en de WN op het loon van de WN worden betaald, worden gebruikt voor de subsidiring van de sociale zekerheid van alle rechthebbenden.
Speelt tussen:
Werkenden en werklozen
Zieken en gezonden
Gezinnen met kinderen en zonder kinderen
Jongeren en ouderen
Mensen met een inkomen en mensen zonder inkomen
Gewaarborgd door:
Bijdragen die werkende mensen bijdragen in verhouding tot hun loon, financiering dus grotendeels via gemeenschap (alle burgers samen)
Vakbonden, verzekeringsinstellingen en werkgeversorganisaties beslissen mee over verschillende aspecten van het systeem
Zwartwerk
Bij zwartwerk wordt er geen RSZ-bijdrage betaald door WG en WN. Hierdoor wordt de RSZ-inkomsten pot veel minder gespijsd wat de solidariteit ondergraaft omdat net die inkomsten worden gebruikt om de betaling van uitkeringen (werkloosheid, pensioen) mogelijk te maken.
1.8 De onderbenutting en het proactief handelen
1.8.1 Wat is onderbenutting/onderbescherming?
Is het niet opnemen van sociale voordelen of afdoende gebruik maken van het publieke aanbod van diensten.
Dit creert ongelijkheden tussen burgers die we niet kunnen rechtvaardigen.
1.8.2 Wat is proactief handelen?
Proactief handelen is:
Proactief informeren van potentieel gerechtigden
Detecteren en wegwerken drempels
Automatisch toekennen van sociale rechten
Administratieve vereenvoudiging om rechte te kunnen bekomen indien geen automatische toekenning mogelijk
= uitdagingen voor het sociaal werk
1.8.3 Rol van SWer
Inzicht hebben in de oorzaken van onderbenutting van sociale grondrechten
Generalistisch zicht hebben op brede waaier van:
o Sociale instrumenten
o Collectieve voorzieningen
1.9 Sociale grondrechten onder druk
Sociale grondrechten staan de laatste jaren onder druk door diverse politieke en maatschappelijke ontwikkelingen (6):
De terugtrekkende dienstverlening
De beperking van sociale zekerheidsuitkeringen (in tijd)
De toenemende conditionalisering
De toenemende criminalisering en sanctionering
Het afschaffen van sociale voordelen
De toename van (negatieve) framing in het publieke debat
1.9.1 De terugtrekkende dienstverlening
= afbouw van lokaal aangeboden dienstverlening
Hoe?
Afbouw fysieke dienstverlening door werken op afspraak + backoffice :
o Bank, politie, mutualiteiten, vakbond, cashautomaten weg
Beperking bereikbaarheid telefonie:
o Alleen op vaste uren bereikbaar, soms enkel VM
Beperking mobiliteit:
o Schrappen van buslijnen en bushaltes, enkel rendabele nog houden
o Schrappen van treinen en treinhaltes, bemande stationsloketten
Probleemstelling
Ouderen (uit landelijke gebieden) zwaarder getroffen, verminderde mobiliteit
Digitale alternatieven niet voor iedereen geschikt
o Niet iedereen digitaal taalvaardig
o Niet-digitale alternatieven vaak duurder vb. lijnticket, overschrijving,
Voorzichtige tegenbeweging
Er wordt hier en daar een voorzichtige tegenbeweging gemaakt:
o Consultaties zonder afspraak begint deels terug te komen
o Men zoekt naar evenwicht
1.9.2 Beperking sociale zekerheidsuitkeringen (in tijd):
1.9.2.1 Werkloosheidsuitkering
Heden
Degressief karakter tot aan ondergrens
Federaal regeerakkoord 2025-2029
Beperking duur werkloosheidsuitkeringen:
o Maximale duur 2 jaar voor personen met minstens 5 jaar gewerkt
o Maximale duur 1 jaar voor schoolverlaters
o > 55 jaar mits loopbaan van 30 jaar, zijn hiervan uitgesloten
Verhoogde uitkering in de beginfase met daaropvolgende degressie tot ondergrens:
o Neemt geleidelijk af naarmate werkloosheidsperiode vordert
Verplichte inschrijving bij regionale arbeidsbemiddelingsdiensten:
o Mensen die langer dan drie maanden werkloos zijn, moeten zich inschrijven als werkzoekende bij de VDAB, Forem of Actiris.
Welk standpunt nemen de partijen in?
N-VA - Beperking uitkering tot maximaal 2 jaar
- Intensieve activering en begeleiding naar werk
Voor U - Beperking uitkering tot maximaal 1 jaar, gezien Belgi enige EU-land zonder tijdslimiet
Open VLD - Verhoogde uitkering in de 1ste 3 maanden, daarna verlaging elke 3 maanden, maximaal 2 jaar
- Verplichting tot 30u per week: werkzoekactiviteiten, omscholing of gemeenschapsdienst
Vlaams Belang - Beindiging uitkering na 2 jaar, met uitzonderingen voor ouderen, mantelzorgers en zij die een opleiding knelpuntberoepen volgen
CD&V - Afbouw uitkering met beindiging na 3 jaar
- Verplichting tot deelname aangeboden trajecten: sanctie bij weigering
Vooruit - Onbeperkte uitkering zolang geen passende basisbaan gevonden
- Striktere controles en sancties bij negatieve evaluaties
Groen - Tegen beperking van de uitkering en verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen
PVDA - Afschaffing van verplichte gemeenschapsdienst
- Focus op begeleiding en investering in opleiding en stages
- Terugdraaien van besparingen op VDAB
MR - Beperking van de werkloosheidsuitkering in tijd om werken meer lonend te maken
- Hervorming SZ
Les Engags - Afwijzing voorgestelde hervormingen werkloosheidsuitkering
Er is geen eensgezindheid over de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen:
De standpunten variren van strengere beperkingen en activeringsmaatregelen tot behoud of uitbreiding van huidige uitkeringssystemen.
Er lijkt wel een akkoord te zijn om de maximale duur van de werkloosheidsuitkeringen te beperken tot 2 jaar.
1.9.2.2 Pensioenen
Heden
Het Belgische rustpensioen wordt berekend op basis van je loopbaan, inkomen en het professionele statuut.
Hoe meer je hebt gewerkt en hoe hoger je loon, hoe hoger je pensioen zal zijn, met een bovengrens voor het inkomen dat meetelt.
Je kunt langer werken dan 45 jaar, maar na 45 jaar tellen bepaalde werkloosheidsperiodes minder mee.
Sociale en fiscale inhoudingen worden op het brutobedrag ingehouden.
Als je met je pensioen niet kunt rondkomen, kun rekenen op het IGO
Federaal regeerakkoord 2025-2029
Flexibele pensioenleeftijd met bonusmalussysteem:
o Vanaf 2026 wordt het pensioenbedrag aangepast bij vervroegde uittrede voor de wettelijke leeftijd, met een malus van 2% per jaar.
Omgekeerd wordt een bonus van 2% per jaar toegekend bij opname na de wettelijke pensioenleeftijd, mits voldaan wordt aan de loopbaanvoorwaarden.
Herwaardering van effectief werk in de pensioenberekening:
o Beroepsinkomsten die in aanmerking komen voor de pensioenberekening worden gekoppeld aan de rele groei van gemiddelde arbeidsinkomsten, in plaats van uitsluitend aan de index
Verminder gelijkgestelde periodes in de privsector:
o Gelijkgestelde periodes, zoals SWT, langdurige werkloosheid en landingsbanen worden afgebouwd. Vanaf 1 januari 2027 tellen gelijkgestelde periodes die meer dan 40% van de loopbaan uitmaken niet meer mee voor de pensioenberekening, deze grens daalt jaarlijks met 5%
Invoering van een lange effectieve loopbaan voor vervroegd pensioen
o Werknemers kunnen vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen gaan als ze een loopbaan hebben van minstens 42 jaar met voldoende daadwerkelijke arbeidsprestaties hebben opgebouwd, waarbij alleen jaren met minstens 234 gewerkte dagen meetellen.
Modernisering van het gezinsdimensioneringssyteem:
o Het overlevingspensioen wordt vervangen door een overgangsuitkering die vrij cumuleerbaar is met beroepsinkomen en tijdelijk is, met uitzondering voor jonge kinderen ten laste.
Welk standpunt nemen de partijen in?
N-VA - Streeft naar een uniform pensioensysteem voor WN, ambtenaren en zelfstandigen, gebaseerd op 66000 gewerkte uren (40 jaar 1650 uren), met een pensioen op basis van effectief gewerkte uren
Open VLD - Wil de 2de pensioenpijler de norm maken, waarbij gewerkte jaren zwaarder meetellen in de pensioenberekening dan gelijkgestelde periodes, streeft naar harmonisatie van pensioenstelsels
CD&V - Wil een versterkte band tussen gewerkte jaren en pensioenhoogte, met een hogere WG-bijdrage aan het aanvullend pensioen, ondersteunt een flexibele pensioenleeftijd na 42 jaar werken
Groen - Verhogen minimumpensioen en wil dat mensen na 42 jaar werken, rekening houdend met zwaardere jaren, met pensioen kunnen, pleit voor erkenning van zorgtaken in het gezin bij pensioenberekening
Vooruit - Streeft naar harmonisatie van pensioenstelsels, wil de pensioenleeftijd koppelen aan loopbaanjaren (42 jaar werken), pleit voor een eerlijke bijdrage van hogere pensioenen
Vlaams Belang - Wil de pensioenleeftijd terugbrengen naar 65 jaar, maakt vervroegd pensioen mogelijk vanaf 60 jaar na 40 jaar werken, en herstelt landingsbanen vanaf 55 jaar, verhoogt het minimumpensioen en behoudt gelijkgestelde periodes
PVDA - Streeft naar een verlaging van de pensioenleeftijd naar 65 jaar, maakt vervroegd pensioen mogelijk vanaf 60 jaar na 40 jaar werken, en herstelt landingsbanen vanaf 55 jaar; verhoogt het minimumpensioen en behoudt gelijkgestelde periodes
MR - Beoogt een verhoging van het wettelijk pensioen door een hogere werkgeversbijdrage aan het aanvullend pensioen, wil een harmonisatie van pensioenstelsels en invoering van een 2de pensioenpijler als norm
Les Engags - Pleiten voor een uniform pensioensysteem voor WN, zelfstandigen en ambtenaren, gebaseerd op 66000 gewerkte uren, met een aanvullend pensioen voor iedereen
Deze standpunten variren van het harmoniseren en flexibiliseren van pensioenstelsels tot het verhogen van minimumpensioenen en het aanpassen van de pensioenleeftijd.
1.9.3 De toenemende conditionalisering/voorwaardelijkheid die men koppelt aan het krijgen van een sociaal voordeel
1.9.3.1 Sociaal huurbesluit
Verleden:
Engagemenstverbinding tot 2017:
o Je moest aantonen dat je bereid bent om de taal te leren en in te burgeren, attest van inschrijving bij basiseducatie, inburgeringscontract
Taal-en inburgeringsbeleid werd vanaf 2017 vervangen door taalkennisvereiste:
o 1 jaar na huur: taalniveau A1-mondeling
o Administratieve geldboete als sanctie wanneer niet voldaan aan vereiste
Vlaams Regeerakkoord (2019-2024)
Optrekking van A1-mondeling A2-mondeling voor nieuwe huurders
o 2 jaar na huur (in voege sinds 01/01/2023)
Verplichte inschrijving VDAB (indien niet aan het werk) voor zittende en nieuwe sociaal huurders (in voege sinds 01/01/2023)
Verplichte voorrangsregel van lokale binding:
o Kandidaat-huurder moet jongste 10 jaar, minstens 5 jaar onafgebroken in gemeente gewoond hebben, krijgt voorrang op anderen (in voege sinds 01/10/2023)
Vlaams Regeerakkoord (2024-2029)
Optrekking van A2-mondeling B1-mondeling voor nieuwe sociale huurders:
o Nog niet in voege
Historiek sociale huur:
Vroeger:
o Sociale huisvestingsmaatschappij
Heeft woningen in eigen beheer en bouwt woningen
o Sociaal verhuurkantoren
Huren van particulieren privmarkt, zijn dus geen eigenaar van de woningen, zij nemen de administratieve rompslomp over
Nu: gefusioneerd in de woonmaatschappij
o Er mag maar 1 maatschappij actief zijn per grondgebied
o Nu 1 centraal inschrijvingsregister, kan ook elektronisch
Voorwaarden vooraf:
o Inkomen mag niet te hoog zijn
o Geen eigendommen/grond in bezit of mede-eigenaar
o 5 jaar in de gemeente wonen (voorrangsregel)
o Vermogen mag ook niet te hoog zijn
Voorwaarden achteraf
o RvS heeft de bepaling van mede-eigendom vernietigt, dus in de toekomst zal deze bepaling wegvallen
Probleemstellingen:
De regel van aantal jaren daar wonen, wordt verhoogd, hierdoor worden de mensen met een laag inkomen gestraft, want het zijn de armen die het vaakst verhuizen omdat ze naar een lagere huur moeten kijken om nog rond te komen
Niveaus taalbeheersing
1.9.4 De toenemende criminalisering en sanctionering:
= strafbaar maken van bepaald gedrag (hangt vaak samen met conditionalisering)
1.9.4.1 Sociaal huurbesluit
Administratieve boetes mogelijk voor nieuwe sociaal huurders die na 2 jaar taalniveau A2 niet bereiken:
o Wie niet? Ernstig zieke of ander gegronde overmacht
o Boetes tussen 25-5000 euro
1.9.4.2 Inkomensgarantie ouderen (IGO)
Uitkering voor mensen die wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt maar over onvoldoende bestaansmiddelen beschikken
o Alleenstaande: minder dan 1549,42 = IGO tot aan dit bedrag
o Je mag niet meer dan 29 dagen per jaar in buitenland verblijven
o Bij overschrijding: 1 maand schorsing IGO-bedrag
o Indien meer dan 5 opeenvolgende dagen in buitenland: vooraf melden
o Geen melding: terugvordering van 1 maand IGO-bedrag.
1.9.5 Het afschaffen van sociale voordelen:
= Zaken die letterlijk een financieel voordeel hadden die afgevoerd werden
Voorbeelden:
o Minimumlevering gas en elektriciteit
o Gratis busabonnement indien wegdoen wagen
o Woonbonus
o Premie voor aankoop zero-emissies wagens
o Gratis inburgering voor nieuwkomers
Uitwerking voorbeeld minimumlevering gas en elektriciteit (eigen vb.):
Het systeem waarbij een minimale hoeveelheid gas en elektriciteit gratis werd geleverd aan huishoudens in nood, werd in 2016 afgeschaft.
In Vlaanderen had elk gezin sinds 2013 jaarlijks recht op een gratis hoeveelheid elektriciteit.
Elk gezin kreeg 100 kWh gratis met daarbovenop nog een 100 kWh per gezinslid.
De elektriciteitsleverancier verrekende de gratis hoeveelheid elektriciteit op de jaarlijkse afrekening. Dit werd vervangen door andere vormen van sociale bescherming, zoals de sociale maximumprijzen (sociale tarieven) voor bepaalde doelgroepen.
Uitwerking voorbeeld dienstencheques (van powerpoint)
Dienstencheques zijn een goedkope manier om huishoudelijke hulp te betalen en te verkrijgen
Dit omvat:
o Huis schoonmaken;
o Wassen en strijken (dit laatste kan ook buiten het huis worden gedaan, in een erkend strijkatelier);
o Maaltijden bereiden;
o Boodschappen doen voor dagelijkse behoeften.
Van 9 naar 10 (eerste 400, daarna 11) - Vlaams Regeerakkoord (2024-2029)
Einde belastingvermindering van 20% - Vlaams Regeerakkoord (2024-2029)
1.9.6 De rol van (negatieve) framing in het publieke debat
Paradox:
Sociale grondrechten staan onder druk, terwijl er toch een breed draagvlak is bij de bevolking voor het behoud ervan.
De paradox komt voort uit de negatieve manier waarop sociale rechten vaak worden gepresenteerd, wat het moeilijk maakt om steun te krijgen voor het behoud ervan, ondanks dat een groot aantal mensen ze waardevol vindt.
Positieve framing zou kunnen helpen om sociale rechten sterker te ondersteunen.
Onderzoek Prof. Meuleman (KU Leuven, UGent):
Negatieve framing:
o Prof. Meuleman heeft in zijn onderwerk aangetoond dat sociale grondrechten onder druk staan, ondanks dat ze een groot draagvlak hebben bij de bevolking. Dit komt door negatieve framing in het publieke debat.
o Negatieve framing betekent dat er een negatief beeld wordt geschetst van sociale rechten, vaak door te focussen op fraude of misbruik, waarbij karikaturale of extreme voorbeelden worden gebruikt.
Dit maakt het gemakkelijker om besparingen op sociale voorzieningen te rechtvaardigen.
o Gevolg:
mensen vinden het normaal dat er bezuinigd wordt op sociale rechten, ook al zijn deze rechten essentieel voor kwetsbare groepen in de SL.
Positieve framing:
o Prof. Meuleman wijst er ook op dat positieve framing (beeldvorming) even krachtig kan zijn als negatieve framing. Door de positieve effecten van sociale zekerheid te benadrukken, kan er meer steun ontstaan voor het behoud van deze rechten.
o Gevolg:
Positieve framing helpt om sociale rechten in een positief licht te zetten, waardoor mensen zien hoe belangrijk deze rechten zijn voor het welzijn van iedereen, ongeacht hun achtergrond.
Welvaartschauvinisme:
In de Vlaamse en Federale regeerakkoorden van 2024-2029 wordt een verschuiving naar welvaartschauvinisme waargenomen.
Dit houdt in dat sommige politici of burgers vinden dat sociale voorzieningen alleen toekomen aan de eigen groep (vb. inwoners van Belgi). De restricties zorgen voor een ongelijkheid in toegang tot universele, fundamentele rechten.
Gevolg:
Het universele karakter van grondrechten wordt ondermijnd en mensen worden zo tegen elkaar uitgespeeld, wat leidt tot een verminderde solidariteit.
Gevolgen van negatieve framing en welvaartchauvinisme:
Het universele karakter van sociale rechten wordt ondermijnd, omdat sommige groepen worden uitgesloten.
Solidariteit tussen verschillende groepen wordt verminderd, omdat mensen elkaar niet meer als gelijken zien.
Dit kan leiden tot schending van het gelijkheidsprincipe in de grondwet, omdat sommige groepen geen gelijke toegang meer hebben tot sociale voorzieningen.
Uitdaging voor de toekomst:
Het is belangrijk om grondrechten voor alle burgers te waarborgen, zonder discriminatie of uitsluiting
SWers spelen een cruciale rol in het beschermen van sociale rechten en het bevorderen van gelijkheid en solidariteit binnen de SL.
1.9.7 Responsabilisering, conditionalisering, criminalisering
Sociale grondrechten onder druk:
Responsabilisering:
o Verhoogde mate aangezet tot meer eigen verantwoordelijkheid
Conditionalisering:
o Focus op het voorwaardelijk stellen
o Verhoogt drempel tot sociale rechten
Criminalisering/sanctionering:
o Afwijkend gedrag wordt gesanctioneerd, strafbaar
Druk is geen recent fenomeen: huidige besparingen versterken de tendens
Lage inkomensgroepen zijn grootste slachtoffer.
1.10 Besluit
Restricties worden vaak gemotiveerd vanuit besparingslogica
Maar nieuwkomers en niet Belgen extra geviseerd (zie Vlaams Regeerakkoord 2024-2029, Federaal Regeerakkoord, 2025-2029)
o Welvaartschauvinisme steekt de kop op:
Houding waarbij politici of burgers vinden dat de sociale welvaart en voorzieningen exclusief of in de eerste plaats toekomen aan de eigen groep
o Gevolgen:
Ondermijnt universeel karakter van grondrechten
Mensen worden tegen elkaar uitgespeeld, ondermijnt solidariteit
Kan schending betekenen van gelijkheidsprincipe(GW)
Uitdaging: grondrechten waarborgen voor alle burgers met respect voor maatschappelijke draagkracht
SWer als hoeder van de sociale grondrechten en andere mensenrechten
2 HOOFDSTUK 2 ONDERBENUTTING VAN SOCIALE GRONDRECHTEN
2.1 Inleiding
2.1.1 Begrip onderbenutting
onderbenutting Het niet (of ten dele of tijdelijk) ontvangen van uitkeringen of voorzieningen waar men recht op heeft
= non-take up
= niet opname
Gevolgen Grootst voor de laagste inkomensgroepen
Verslechtert de inkomenspositie
Onnodig verlies van koopkracht
Ondermijnt slagkracht van gevoerde armoedebeleid en sociale uitsluiting
Oorzaken Aanbodsgerelateerde drempels (hulp- en dienstverlening)
o Hebben te maken met de werking van voorzieningen
Complexe procedures
Onvoldoende informatie
Vraaggerelateerde drempels (= clintgebonden drempels)
o Hebben te maken met de burger zelf
Gebrek aan kennis
Schaamte
Wantrouwen
niet te herleiden tot n afgebakende oorzaak
veelheid van factoren die op elkaar inspelen en elkaar kunnen versterken
2.1.2 Bij wie komt onderbenutting voor + conclusie
Onderbenutting van rechten is niet te herleiden tot groepen met een verhoogde kwetsbaarheid. Iedereen laat dus sociale voordelen liggen.
Komt wel meer voor bij groepen met verhoogd risico op kwetsbaarheid
o Omwille van leeftijd
o Omwille van handicap
o Omwille van taalkennis
Gevolgen zijn groter voor mensen met beperkt inkomen
2.1.3 Overzicht van de mechanismen van onderbenutting
2.1.4 Wat is ht instrument tegen onderbescherming en onderbenutting?
Ht instrument in de strijd tegen onderbescherming en onderbenutting is het proactief handelen:
Proactief handelen door hulp en dienstverlener (zie hoofdstuk 3)
Proactief handelen berust op 3 pijlers:
o Het proactief informeren van potentieel gerechtigden over hun rechten
o Wegwerken van drempels die de toegang tot deze rechten belemmeren
o Automatisch toekennen van sociale rechten waar wenselijk en mogelijk is
Administratieve vereenvoudiging om het recht te kunnen bekomen indien automatische toekenning niet mogelijk is.
2.1.5 Welke voordelen bieden de mutualiteiten aanvullend aan?
Terugbetaling van niet-verplichte zorg Brillen en lenzen
Orthodontie
Alternatieve therapien
Psychologische hulp
Preventieve en welzijnsgerichte voordelen Vaccinaties
Bewegen en sport
Gezondheidsbevorderende cursussen
Zwangerschap en geboorte Geboortepremie of adoptiepremie
Terugbetaling van kraamzorg of huishoudhulp na bevalling
Infosessies voor aanstaande ouders
Hospitalisatie Aanvullende tssk in hospitalisatiekost
Tssk vervoerskosten naar ZH
Kind en jongere Terugbetaling van kampgelden
Terugbetaling van lidgeld jeugdbeweging
Tussenkomst logopedie
Tussenkomst psychomotoriek
Ouderenzorg Tussenkomst incontinentiemateriaal
Voordelen voor mantelzorgers
Voordelen hulpmiddelen aan huis
Hulp bij financile mogelijkheden Leden met een laag inkomen:
o Sociale voordelen
o Verhoogde tegemoetkomingen
2.1.6 Oefening 5 analyse take-up tegemoetkomingen ziekenfonds
Zie pagina 61 cursus
2.2 Oorzaken van onderbenutting vanuit de burger
= veelheid van factoren die op elkaar inspelen en elkaar kunnen versterken
Gebrek aan competenties
Gebrek aan kennis van voordelen
Gebrek aan attitudes
2.2.1 Trots en schaamte
Sommige mensen staan:
o principieel op hun onafhankelijkheid
o durven niets extra meer vragen omdat ze al bepaalde rechten/voordelen ontvangen
verhoogde sociale controle in bepaalde (plattelands) omgevingen leidt tot schaamtegevoelens
o Men heeft geprobeerd dit negatief label weg te werken door veranderen van naam
Commissie van onderstand OCMW
o Historisch gegroeid:
OORSPRONKELIJK:
zuiver instrument met enkel armoedebestrijding als inzet
N:
armoedebestrijding + focus om rechten te onderzoeken van mensen
2.2.2 Onwetendheid
Men is niet op de hoogte van rechten door de uitgebreidheid van
o Sociale rechten
o Uitkeringen
o voorzieningen
daarnaast is er versnippering door diverse bestuursniveaus en beleidsdomeinen
o Vb. stookoliefonds/ kortingsbon voor energiezuinige wasmachine
Men gaat niet actief op zoek door onwetendheid
2.2.3 Perceptie tav de overheid (beeld dat men heeft van de overheid)
In veel landen bestaat geen vanuit de overheid uitgebouwde dienstverlening
o Men is dus niet vertrouwd met het concept sociale welvaartstaat
In sommige culturen overheerst de gerichtheid op in-groep:
o Familie zorgt voor familie je gaat het binnen je netwerk proberen oplossen
o Zowel bij nieuwkomers als bestaande groepen
Vb. woonwagenbewoners, kermisgroepen,
2.2.4 Zwartwerk (= niet aangegeven arbeid)
Soms weten de mensen niet dat ze zwartwerken
o arbeidscontract ok, maar dimona-aangifte niet gedaan door WG
vb. GK-restaurant sleepstraat gent.
o Zoveel mogelijk documenteren dat je daar werkt als WN
vb. fotos trekken van instructies, vordering bouw, (arbeidsongeval: Fedris).
o Tewerkstelling bewijzen is in de praktijk een hiaat. Moeilijk te bewijzen
Bij bewust zwartwerk
o Uitkeringsgerechtigde die zwartwerkt, vermijdt contact met overheidsdiensten omdat ze niet willen gepakt worden want is strafbaar
Boete vervalt bij: uitbuiting of slachtoffer van mensenhandel
o Daarnaast kan het leiden tot terugvorderingen en sancties bij cumul met arbeidsongeschiktheid en werkloosheid
Bij arbeidsongeval
o Is ook van toepassing wanneer er in het zwart wordt gewerkt, weinig mensen weten dit men geeft het niet aan
2.2.5 In het verleden afgewezen
Mensen trekken vaak de conclusie eens afgewezen voor altijd afgewezen
Vergeten dus dat:
o Verandering persoonlijke situatie kan veranderen
Gewijzigde gezinssamenstelling
Daling van inkomsten
o Toekenningsvoorwaarden kunnen veranderen
Vaak strengere voorwaarden maar soms ook soepelere voorwaarden
Recht op Pro deo: inkomensgrens
Voorschotten alimentatie: afschaffing inkomensgrens
2.2.6 Gebrek aan sociale vaardigheden
Sociaal vaardige mensen komen gemakkelijker aan hun rechten:
o Als je assertief bent zal je gemakkelijker durven doorvragen en aandringen op een oplossing.
o De kans is groter dat men een klacht durft indienen
o Ze kunnen hun vraag helder formuleren en toelichten
o Beleefde mensen krijgen meer gedaan en men zal extra moeite doen om die mensen te helpen
Dit komt vooral voor in situaties waarin dienstverlening weinig clintgericht of vriendelijk is.
OEFENING 6 DREMPELS BIJ DERDEBETALERSREGELING
Principe:
o Patint betaalt enkel remgeld (eigen aandeel)
o Zorgverstrekker ontvangt wettelijke terugbetaling rechtstreeks via ZF
o Patint moet zelf vragen aan de arts = drempel voor minder sociaal vaardige mensen
1 Oktober 2015
o Derdebetalersregeling huisartsen voor patinten met VT
1 januari 2022
o Derdebetalersregeling voor alle patinten bij:
Tandarts, huisarts, kinesitherapeut, logopedist,
2.2.7 Bureaucratie
Mensen die niet sterk zijn in administratieve handelingen hebben een grotere kans om uit de boot te vallen.
Vaak moeten veel documenten verzameld worden om het recht te kunnen opnemen
o Aanvraagprocedure leefloon
o Aanvraagprocedure prodeo
Sommige mensen zien (on)bewust op tegen de administratieve rompslomp
o Ze weten niet waar en hoe ze documenten moeten opvragen/terugvinden
o Sommigen moeten digitaal opgevraagd worden
Kennis digitale sleutels is te beperkt of men heeft die apps niet
o Eens de drempel overschreden, geeft men het op en doet men niets meer
Mogelijke gevolgen
o Risico op ambtshalve schrapping bij niet doorgeven adreswijziging aan dienst burgerzaken bij de gemeente waar men gaat wonen
Geen recht meer op mogelijke tussenkomsten/voordelen
Je kan niets meer doen met je identiteitskaart = administratief dood
o Men beantwoordt niet of niet tijdig op brieven van instanties waarbij gevraagd wordt om bijkomende inlichtingen te verstrekken om de aanvraag te kunnen behandelen en beoordelen.
Probeer als SWer altijd de burger te helpen:
o vb. digitale sleutel uitleggen, installeren eventueel en zo formulieren digitaal opvragen.
2.2.8 Leescultuur en taalvaardigheid
Mensen met beperkte leescultuur/taalvaardigheid missen vaak de basisvaardigheden of het vertrouwen om complexe teksten te begrijpen. Hierdoor worden communicatiemiddelen ineffectief voor hen.
Oorzaken
o Gebruik van ambtelijke formules en een eigen schrijfstijl
o Gebruik van juridisch jargon (soms wettelijk voorgeschreven)
Mogelijke oplossingen
o Brochures laten nalezen door mensen die de brochures nodig hebben
o Duidelijk taalgebruik hanteren
o Geen complexe woorden gebruiken als er een eenvoudigere woord of uitleg is
o Apart briefje bijsteken indienen wettelijk voorgeschreven jargon
2.2.9 Sociale omgeving
Sommige mensen hebben een klein sociaal netwerk:
o Kunnen minder snel terugvallen op een sterk en nabij netwerk dat hen bijstaat in hun contacten met (overheid)organisaties
o Missen vaak mond-aan-mond reclame over sociale voordelen en voorzieningen
Veel info komt zo niet tot bij belanghebbende en zo mist hij/zij soms zaken
Sociaal netwerk kan je opdelen in:
o Familie, partner, gezin en andere familieleden
o Vrienden, kennissen
o Samenlevingscontacten: buren, collegas, verenigingen
o Betaalde krachten: hulp-en dienstverleners
2.2.10 Misverstanden over regelingen
Oorzaken van misverstanden over regelingen
o Circulatie foutieve kennis over toekenningsvoorwaarden voor verkrijgen
sociale voordelen
tegemoetkomingen
o komt zowel voor bij
sociale omgeving
toewijzende organisaties
o vooroordelen tegenover bepaalde voorzieningen/vormen van hulp-of dienstverlening waardoor men er geen gebruik van wil maken
niet goed op de hoogte van die dienstverlening
verkeerd ingelicht geweest over die dienstverlening
o voorbeelden
als eigenaar kan ik nooit aanspraak maken op leefloon, tenzij ik mijn huis verkoop
ik zal mijn leefloon moeten terugbetalen: niet waar!!!
Uitleg voorbeeld aanpraak leefloon
o Het is niet zo omdat je eigenaar bent van een woning, dat je geen aanspraak kan maken op een leefloon.
o Bij een bescheiden woning heb je soms wel aanspraak op een leefloon, bijvoorbeeld wanneer het gaat over een uitkering die nog niet in orde gekomen is.
2.2.11 Angst voor nadelen of risicos verbonden aan aanvragen recht
Bij sommige burgers speelt de angst voor mogelijke risicos of nadelen die gepaard kunnen gaan met het aanvragen van een recht:
Angst is soms terecht
o Aanvraag leefloon door bepaalde categorien van Unieburgers
Verblijfsrecht kan of zal ingetrokken worden, schrik voor uitzetting
o Aanvraag huursubsidie
Kan soms leiden tot onbewoonbaar verklaren van een woning
Angst is soms onterecht
o Mensen zonder wettig verblijf hebben wl recht op dringende medische hulp
OPMERKING
Sommige wetgevingen zijn niet op elkaar afgestemd.
o Federaal >< Europees,
o Federaal >< wet leefloon
Vraag: Wat zijn de mogelijke oorzaken van onderbenutting vanuit het perspectief van de hulp- en dienstverlenende instantie? (= aanbodzijde)
2.2.11.1 Ontmoediging
Clinten krijgen bewust geen of onvolledige informatie over rechten
Er is sprake van racisme of discriminatie, wat het vertrouwen en de toegang belemmert
Bepaalde beschermde kenmerken (zoals afkomst, handicap, leeftijd, geslacht, leiden tot ongelijke behandeling, ondanks wetgeving
2.2.11.2 Passieve dienstverlening
Hulpverleners beperken zich tot het beantwoorden van expliciete vragen
Er wordt niet spontaan gezocht naar andere mogelijke rechten of voordelen
Gebrek aan kennis of juiste houding verhindert proactief handelen
2.2.11.3 Ingewikkelde regelgeving
Sociale regelgeving is complex, snel wijzigend, en bevat veel uitzonderingen
Hulpverleners hebben vaak onvoldoende juridische kennis, zeker over kwetsbare groepen
2.2.11.4 Informatisering en digitalisering
Lokale fysieke dienstverlening wordt afgebouwd
Digitale systemen vormen een drempel voor mensen met lage digitale vaardigheden
Denk aan: eID, uploaden documenten, elektronische afspraken, geautomatiseerde telefoondiensten
2.2.11.5 Slechte arbeidsomstandigheden
Werkdruk, personeelstekort, slecht georganiseerde diensten: beperkte openingsuren
Crisiscontexten: energiecrisis, opvangcrisis, woonnoodcrisis verergeren dit
Gevolg: minder tijd, minder bereikbaarheid, minder opvolging van dossiers
2.2.11.6 Gebrek aan voorlichting
Voorlichtingsmateriaal is onduidelijk, verouderd, enkel digitaal of eentalig
Er wordt te weinig promotie gemaakt voor instrumenten zoals Rechtenverkenner
Informatie sluit niet aan bij de doelgroep
2.2.11.7 Informele selectie
Hulpverleners behandelen clinten onbewust ongelijk
Er wordt soms meer aandacht besteed aan gemotiveerde en meewerkende clinten
Kwetsbare klanten kunnen zo onbedoeld uitgesloten worden
2.2.11.8 Toenemende voorwaardelijkheid
Overheden leggen steeds meer voorwaarden op voor toegang tot rechten
Soms zijn dit zelfs voorwaarden die niet in de wet zijn opgenomen
Gevolg: extra drempels en verwarring bij clinten
BESLUIT
De onderbenutting vanuit hulp-en dienstverleners wordt veroorzaakt door structurele factoren (wetgeving, digitalisering), professionele beperkingen (kennis, houding) en organisatieproblemen (werkdruk, bereikbaarheid). Proactief, inclusief en mensgericht handelen is noodzakelijk om dit tegen te gaan.
2.3 De onderbenutting vanuit de wetgeving, organisaties en hulp- en dienstverleners
Sociale professionals zijn vaak voor een stuk zelf verantwoordelijk voor het opwerpen van drempels. Deze drempels situeren zich op het niveau van:
de werkwijze, het gedrag of de houding van de hulpverlener
o ontbreken van competenties zoals kennis, vaardigheden en attitudes
de organisatie
2.3.1 Ontmoediging
Burgers krijgen vaak geen of onvolledige info over hun rechten
o Soms gebeurt dit doelbewust of door onkunde van de hulpverlener
o Meegaan met clint helpt om dit tegen te gaan
Burgers worden geconfronteerd met racisme en discriminatie
o De antidiscriminatiewetgeving beschermt tegen ongelijke behandeling op basis van beschermde kenmerken zoals:
Ras, huidskleur, nationaliteit, afkomst, etniciteit = 5 raciale criteria
Handicap, geloof, seksuele geaardheid, leeftijd
Vermogen, burgerlijke staat, politieke of syndicale overtuiging
Gezondheid, genetische eigenschap, geboorte, sociale afkomst, geslacht, taal
o In 2023 kreeg Unia 6706 meldingen
Bevoegde instanties
o Unia (meeste gronden)
o Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (geslacht)
Gevolgen
o Mensen haken af en maken minder gebruik van hun rechten
Casus racisme en discriminatie
o Discriminatie treedt op bij ongelijke behandel
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question