Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 3. Zorg
3.1 Zorg, hulp en dienstverlening
Zorg = verwijst naar de handelingen die een persoon verricht of de aandacht hij schenkt aan personen die (langdurig) ziek zijn of specifieke behoeften hebben.
Hulp = verwijst naar al de inspanningen die een persoon levert en de aankopen die ervoor zorgen dat de zorgvrager zelfstandig in zijn eigen behoefte kan voorzien.
Dienstverlening = verwijst naar alle activiteiten die door anderen worden uitgevoerd en waarvoor de zorgvrager moet betalen.
3.2 Soorten zorg
Doel van elk soort zorg zowel fysiek, psychisch, sociaal als spiritueel gebied beter te doen voelen. Verschillende soort zorg:
Zelfzorg = zorg die iemand aan zichzelf verleent om zijn eigen behoeften te vervullen.
Mantelzorg = zorg die iemand vrijwillig verleent aan familieleden, vrienden of buren die tijdelijk of langdurig niet kunnen voorzien in hun eigen behoeften zonder betaald te worden, kennen elkaar al voor de zorg nodig was.
De zorgvrager kan langer thuis blijven wonen. Vangt tekort aan zorgverleners mee op en zorgt voor aanzienlijke besparing voor ziekenfondsen en voor de zorgvrager.
Zelfhulpgroepen = groepen mensen die in een gemeenschappelijke situatie verkeren.
Vrijwilligerswerk = zorg die iemand vrijwillig verleent aan een vreemde die niet kan instaan voor zijn eigen behoeften.
Professionele zorg = zorg toegediend door personen die een specifieke opleiding hebben gevolgd.
3.3 Organisaties van de Belgische gezondheidszorg
Onze huidige gezondheidszorg bestaat dus uit drie belangrijke pijlers.
De sociale zekerheid
De preventieve gezondheidszorg
De curatieve gezondheidszorg
3.3.1 Sociale zekerheid
Sociale zekerheid = geheel van voorzieningen om de financile autonomie van burgers te waarborgen en beschermt burgers in moeilijke tijden.
( Inkomensgarantie voor mensen die geen of onvoldoende loon ontvangen)
3.3.2 Preventieve gezondheidszorg
Preventieve zorg = erop gericht het ontstaan van een ziekte te voorkomen (primaire preventie) of een ziekte in een zo vroeg mogelijk stadium vast te stellen (secundaire preventie). Zo kan de behandeling snel worden opgestart en neemt de ernst of kans van sterfte af.
(Primaire preventie ontstaan van ziekte voorkomen)
Secundaire preventie zo vroeg mogelijk vaststellen)
3.3.3 Curatieve gezondheidszorg
Curatieve gezondheidszorg = toepassing wanneer een ziekte, handicap, psychisch lijden of ouderdomsverschijnselen worden opgemerkt na het ontstaan van symptomen. Omvat alle zorg die erop gericht is ziekten te genezen of de symptomen te verminderen.
Niveau Omschrijving
Nulde lijn Laagdrempelige zorg
Gratis
Dichtst bij de mensen
Eerste lijn Toegankelijk zonder doorverwijzing
Eerste aanspreekpunt binnen de gezondheidszorg
Buiten het ziekenhuis
Dicht bij huis, dicht bij de mensen
Geen lange wachtlijsten
Meestal betalende
Tweede lijn Na doorverwijzing van de huisarts
Buiten het ziekenhuis
Afbakende doelgroep
Duurder
Niet altijd dicht bij huis
Derde lijn Gespecialiseerde zorg in het ziekenhuis
In een ziekenhuis
Afgebakende doelgroep
Zeer duur
Vierde lijn Hoogtechnologische geneeskunde
Hoogdrempelig
In sommige gespecialiseerde ziekenhuizen
Afgebakende doelgroep
Extreem duur
3.6 Mensvisies
Mensvisie of mensbeeld = het beeld dat we hebben van de mens.
Holistische mensvisie
Dynamische mensvisie
Emancipatorische mensvisie
De mensvisies liggen aan de basis van kwaliteitsbewust handelen in de zorg. 7 factoren die bijdragen tot kwaliteitsbewust(er) handelen:
Respectvol handelen;
Belevingsgericht handelen;
Methodisch handelen;
Hyginisch handelen;
Veilig handelen;
Ergonomisch handelen;
Milieubewust handelen;
Belevingsgericht handelen = wil zeggen dat je de zorgvrager met zijn wensen, behoeften en noden centraal plaatst.
Empowerment = de zorgvrager heeft een actieve rol in de beslissingen die worden genomen over de zorg en zijn leven.
3.6.1 Holistische mensvisie
Holistische mensvisie = ziet de mens als een geheel. Het lichamelijke, psychologische, sociale en existentile aspect zijn met elkaar verbonden en benvloeden elkaar.
Fysiek = lichamelijk aspect. Alles wat te maken heeft met de algemene gezondheidstoestand van het lichaam.
Psychisch = geestelijk aspect. Gaat over wat je denkt, voelt, wilt.
Sociaal = je relatie met de omgeving. Mensen leven samen met andere mensen, waardoor er interactie ontstaat.
Existentieel = spirituele aspect. Gaat over alles wat met je emoties te maken heeft en de levensvragen die je stelt.
3.6.2 Dynamische mensvisie
Dynamische mensvisie = ziet de mens als een wezen dat zichzelf steeds kan bijsturen en kan groeien.
3.6.3 Emancipatorische mensvisie
Emancipatorische mensvisie = wordt iedereen als gelijkwaardig beschouwd.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question