Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Wat is de kleurencirkel van Itten?
Hij identificeerde rood, blauw en geel als de drie primaire kleuren.
Wanneer ze worden gemend, produceren ze een breed scala aan andere tinten.
Basiskleuren.
Hoe werkt de kleurencirkel?
Kleurencirkel = cirkel met daarin alle basiskleuren.
Begint bij de primaire kleuren, rood, blauw en geel.
Met deze kleuren kun je secundaire kleuren maken, zoals oranje, groen en paars.
Tertiaire kleuren als magenta, olijfgroen en turquoise.
Complementaire kleuren: secundaire kleur wat een primaire kleur versterkt. Primaire kleur is de ontbrekende kleur. Vb. secundaire kleur oranje is complementair met blauw (om oranje te krijgen meng je primaire kleuren geel en rood).
Wat zijn pastelkrijtjes?
Soort krijtstift om mee te tekenen en bestaan in de varianten;
Hard pastelkrijt,
Oliepastelkrijt,
Zacht pastelkrijt.
Verschil tussen pastel en krijt?
Zachte pastels zijn geen krijt.
Ze bevatten meestal geen krijt en lijken in niets op schoolbord- of stoepkrijt, behalve de vorm en het gevoel.
Zachte pastels gemaakt van pigment en bindmiddel om het in een bepaalde vorm te houden.
Begin situatie in kaart brengen
Wat kunnen 4 5 jarige en wat hebben ze nodig?
Motorische vaardigheden: wat kunnen ze fysiek?
Psychische vaardigheden: Hoe denken en voelen ze?
Sociale vaardigheden: hoe gaan ze om met andere?
Wat is een moodboard?
Een moodboard is een visualisatie van een concept, idee, gedachte of gevoel. Het is een hulpmiddel waarmee je keuzes kunt maken en waarmee je doel of wens tastbaarder wordt: je verzamelt allerlei afbeeldingen en teksten die de sfeer en inhoud van het doel dat je wilt bereiken, weergeven. En van die afbeeldingen en teksten maak je een collage.
Begrippen economisch en duurzaam handelen
Economisch: Betrekking hebben op de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten in een samenleving. Voorbeeld: De economische groei van een land wordt gemeten aan de hand van het Bruto Binnenlands Product (BBP), Industrie.
Productie: Het proces van het maken of creren van goederen en diensten. Voorbeeld: Een fabriek die auto's in elkaar zet of een boer die groenten verbouwt.
Distributie: Het proces van het verdelen en leveren van producten aan consumenten of bedrijven. Voorbeeld: Een groothandel die voedingsmiddelen levert aan supermarkten.
Consumptie: Het gebruiken of verbruiken van goederen en diensten door consumenten. Voorbeeld: Het kopen en opeten van een brood of het gebruik van elektriciteit in huis.
Goederen: Fysieke, tastbare producten die worden geproduceerd om te verkopen of te gebruiken. Ze kunnen een financile / persoonlijke waarde hebben. Voorbeeld: Een fiets, een boek, of een smartphone.
Diensten: Activiteiten of handelingen die worden verricht om te voorzien in een behoefte, vaak niet tastbaar. Voorbeeld: Een knipbeurt bij de kapper of een taxirit.
Samenleving: Een groep mensen die samen een sociaal geheel vormen, interactie met elkaar hebben en vaak dezelfde culturele waarden en regels delen. Voorbeeld: De Nederlandse samenleving of een lokale gemeenschap klasgroep.
Duurzaam: Duurzaamheid betekent het streven naar een evenwicht tussen mens, milieu en economie. Het draait om langdurige houdbaarheid, met respect voor natuurlijke hulpbronnen, het klimaat, sociale rechtvaardigheid en economische stabiliteit. Voorbeeld: Zonnepanelen installeren om duurzame energie op te wekken.
Milieuvriendelijk: Producten of processen die weinig tot geen schade toebrengen aan het milieu. Inclusief de leefomgeving van mensen, dieren en planten. Voorbeeld: Het gebruik van biologisch afbreekbare verpakkingen.
Ecologisch: Gerelateerd aan de relatie tussen levende organismen (mensen, dieren, planten) en hun omgeving. Voorbeeld: Een natuurgebied beschermen tegen vervuiling om het ecosysteem te behouden.
Recyclage: Het proces van hergebruiken van materialen om nieuwe producten te maken. Voorbeeld: Glas wordt verzameld, gesmolten en opnieuw gebruikt voor nieuwe flessen.
Som de 5 voorleestips op en geef telkens een voorbeeld.
1. Kies een boek dat bij jullie past. Als je kindje van dieren houd, kan het een goed idee zijn om hierover een verhaaltje te lezen.
2. Voorlezen kan altijd en overal. Het kan gezellig zijn in bed, maar je kan het boekje ook meenemen op de trein, op de bus of naar het park.
3. Lees voor zoals je bent. Je kan een ander stemmetje gebruiken maar dit heeft niet.
4. Interactie is de max. Fantaseer eens verder met je kind. Je kan af en toe ook eens afwijken van het verhaal.
5. Op voorlezen staat geen leeftijd. Het maakt niet uit hoe oud een kind is, iedereen vind het fijn om voorgelezen te worden.
Wat is voorlezen?
Een boek hardop voorlezen, meestal voor iemand anders. Dit kan zijn om de kleuters te vermaken of juist om de taalontwikkeling te stimuleren.
Wanneer kun je voorlezen?
Je kunt altijd voorlezen. Voor het slapen gaan, in de bus Je kan al voorlezen vanaf de geboorte.
Voorlezen heeft verschillende doelen: som ze op en leg ze uit.
1. Het is goed voor de taalontwikkeling: ze leren nieuwe woorden, uitspraak
2. Hebben meer interesse in boeken: ze vinden de verhalen leuk en ze krijgen meer zin om zelf beginnen te lezen.
3. Stimuleert de fantasie: kinderen kunnen zelf dingen fantaseren als je een boekje voorleest.
4. Je kunt ze iets bijleren: kinderen leren iets bij over de verschillende themas.
5. Het zorgt voor rust: het kan een rustmoment zijn, bv voor het slapen gaan.
6. Moeilijke themas aankaarten.
7. Het kan de band versterken tussen de opvoeder en het kind.
8. Probleemoplossend denken.
Wat versta je onder interactief voorlezen?
Neem de kinderen mee in het verhaal. Laat ze vertellen en vragen stellen. Laat ze fantaseren.
Geef een voorbeeld van een ervaringsmoment in je boek en hoe kun je dit in de werkelijkheid toepassen?
Ga eens naar buiten als het sneeuwt. Laat de kinderen met de sneeuw spelen. Lees hierna een boekje over de winter.
Welke pedagogische items vind je terug in prentenboeken?
Emotionele, morele ontwikkeling, sociale vaardigheden, wiskundige vaardigheden. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question