Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Week 1:
- kenmerken, etiologie &prognose angststoornissen (GAS & fobie) & OCD en behandeling.
Kenmerken:
Angststoornissen (Gas & fobie)
- Angst is een normale reactie op een angst opwekkende prikkel. Angst kenmerkt zich door specifieke gedachten, emoties en daarbij passende lichamelijke symptomen en gedragingen. Angst beschermt het individu en zorgt dat het meer kans heeft om te overleven.
Wanneer na een angstprikkel een ongewoon intense en/of langdurige angst ontstaat die buiten proportie is, of wanneer angst zonder angstprikkel aanwezig is, word er gesproken van pathologische angst.
Er is sprake van een angststoornis als de pathologische angst klinisch relevant is.
Paniekcirkel: Het instant houden van angst:
1. Uitlokkende situatie ik loop naar de supermarkt
2. Negatieve gedachte wat als ik flauwval en niemand helpt?
3. Lichamelijke reactie hartkloppingen, duizeligheid, ademnood
4. Gedrag clint rent terug naar huis
5. Gevolg clint vermijdt de supermarkt nog meer, waardoor de angst versterkt.
Gegeneraliseerde angststoornis
- Overmatige, aanhoudende zorgen ( 6 maanden) over gebeurtenissen en activiteiten zonder dat daarvoor een aanleiding bestaat, samen met chronische angst en zenuwachtigheid.
- Rusteloos en opgejaagdheid gaan samen met een beklemd gevoel op de borst, duizeligheid, slaapproblemen, vermoeidheid, prikkelbaarheid.
- Patinten zien overal gevaren die mogelijk optreden zonder aanleiding of reden hier voor.
Fobie
- Intense, aanhoudende angst voor specifiek object/situatie.
- Wordt vermeden of onder grote spanning doorstaan.
OCD (OCS)
- Obsessies: terugkerende, ongewenste gedachten/beelden
- Compulsies: herhaalde handelingen (wassen, controleren) om angst te verminderen.
- Intrusieve gedachten: Deze nare gedachten veroorzaken angst en onrust, wat leidt tot de noodzaak om bepaalde handelingen uit te voeren.
- Dwanggedachten en -handelingen: Er is een duidelijk onderscheid tussen de dwanggedachten en de dwanghandelingen die mensen uitvoeren om deze gedachten te verlichten.
Etiologie:
Gegeneraliseerde angststoornis & fobie
- Psychologisch factoren:
Cognitieve bias: overschatting van gevaar, onderschatting eigen coping.
Dit kan ontstaan door de opvoeding.
- Erfelijkheid:
Erfelijkheid speelt ook een rol, als ouders een angststoornis hebben is de kans dat het kind dit ook krijgt 40-50%.
- Uitlokkende factoren:
Stressvolle gebeurtenissen
OCD (OCS)
- Erfelijkheid speelt een grote rol bij OCD
- Neurobiologisch -> veranderde functie ventrale en dorsale corticostriatothalamocorticale circuits(effect op planning, aandacht, doelgericht gedrag & motoriek)
- Psychosociaal opvoedingsstijl (controle belangrijke rol), stressvolle levensgebeurtenissen
Prognose:
Gegeneraliseerde angststoornis
- Vaak chronisch met wisselende ernst.
- Herstel mogelijk met cognitieve gedragstherapie (CGT) en/of medicatie.
Fobie
- Goed behandelbaar met exposuretherapie.
- Zonder behandeling blijft de angst meestal bestaan.
OCD (OCS)
- Meestal chronisch maar behandelbaar.
- 4060% ervaart duidelijke verbetering met exposure en responspreventie (ERP) en/of SSRIs.
Behandeling:
Gegeneraliseerde angststoornis & fobie
Psychologische behandeling
- Cognitieve therapie
- Gedragstherapie:
Responspreventie
Exposure in Vivo
- Overige CGT-interventies:
Sociale vaardigheidstraining
Farmacotherapie
- Antidepressivum (SSRIs)
- Tricyclisch antidepressivum TCA
(bij non-respons bij paniek of GAS
wordt dit ingezet).
- In laatste geval benzodiazepinen, maar vanwege risico op afhankelijkheid minste voorkeur.
OCD (OCS)
Psychologische behandeling
- Cognitieve gedragstherapie
Exposure in vivo
Responspreventie
Farmacotherapie
- Antidepressiva
Die inwerken op het serotonerge systeem (SSRIs, TCA).
Relatief hoge dosis nodig voor werking bij OCS
Minstens 10-12 weken
Bij staking, herstart verminderd het effect.
Eventueel in combinatie met antipsychotica.
DBS of TMS bij ernstige klachten
- Verpleegkundige interventies bij angststoornissen
- Creer rust en veiligheid.
- Observeer en signaleer angstklachten.
- Geef uitleg over angst en behandeling (psycho-educatie).
- Stimuleer ontspanning, coping en zelfregie.
- Werk samen met behandelaren en bewaak medicatiegebruik.
- Bespreek terugvalpreventie en ondersteun bij structuur en herstel.
Week 2:
- kenmerken, etiologie &prognose PTSS& stemmingsstoornissen (bipolair, depressie/dysthymie)
Kenmerken:
PTSS
- Een stoornis die kan ontstaat na een heftige gebeurtenis. Pas na langer dan 6 weken klachten PTSS.
- Kenmerken: herbelevingen, nachtmerries, flashbacks, vermijdingsgedrag, verhoogde prikkelbaarheid, negatieve cognities over zichzelf/de wereld.
- Pathofysiologie:
HPA-as: vaak ontregeld (verminderde cortisolrespons, verhoogde adrenaline).
Hyperactiviteit amygdala (angst/emoties), verminderde regulatie door prefrontale cortex
Hippocampusfunctie vaak verminderd (problemen met geheugen/context).
- Medicatie (zoals stemmingsstabilisatoren) en therapie kunnen het verloop stabiliseren en terugval beperken.
Bipolaire stemmingsstoornis
- afwisseling van (hypo)manische en depressieve episoden.
- Manie: verhoogde stemming, grootheidsideen, verminderde slaapbehoefte, impulsief gedrag.
Bij een manie vaak grootheid ideen, bij hypomanie is dit niet/nauwelijks
- Depressie
- Een lichte bipolaire stoornis word ook wel een cyclothyme stoornis genoemd.
- Een manie kan veel lijken op een psychose alleen bij een psychose verlies je contact met de werkelijkheid. Bij een manie is dat niet zo.
Depressie/dysthymie
- Sombere stemming
- Verlies van interesse/plezier (anhedonie)
- Slaapproblemen
- Vermoeidheid
- Verminderede eetlust
- Schuldgevoelens
- Concentratieproblemen
- Geheugenproblemen
- Sucidaliteit
- Als de milde depressieve episode langer dan 2 jaar bezig is word dit een dysthymie genoemd.
Etiologie:
PTSS
- Traumatische gebeurtenis
- Intense hulpeloosheid (vastzitten in freeze reactie)
- Meeste mensen ontwikkelen na psychotrauma geen PTSS
- Risicofactoren:
Genetische aanleg
Kwetsbaar temperament
Psychische problemen (in gezin)
Hoog risico-beroepen
Lagere intelligentie
Lagere sociale klasse
Eerdere traumatische ervaringen
- Beschermende factoren:
Sociale steun
Adequate coping
- Neurobiologisch:
Te veel gevaar informatie kan niet verwerkt worden werkgeheugen blijft vol met herinneringen aan het trauma
Verhoogde staat van activiteit stress-systeem (overactieve amygdala)
Hippocampus en prefrontale cortex dempen angstrespons te weinig
Bipolaire stemmingsstoornis & Depressie/dysthymie
- Erfelijkheid
Speelt belangrijke rol, nog meer bij bipolaire stoornissen (85%). Bij unipolair meer de invloed van de omgeving, zoals stressvolle gebeurtenissen (life events).
- Neurobiologische oorzaken
Afwijkende stressregulatie, noradrenaline, dopamine en serotoninesystemen. Verhoogde activatie immuunsysteem (cytokinen).
- Psychosociale factoren
Psychotraumatische ervaringen in de jeugd, hogere score op neurocitisme, aangeleerde hulpeloosheid. Positieve en negatieve life events (positief vaker bij manie). Verstoord dag-nachtritme
Prognose:
PTSS
- Verloop vaak chronisch zonder behandeling
- Goed herstel mogelijk met trauma-gerichte therapie (zoals EMDR of CGT).
- Vroege interventie verbetert de prognose.
Bipolaire stemmingsstoornis
- Levenslang terugkerend patroon van depressieve en manische episoden.
- Medicatie (zoals stemmingsstabilisatoren) en therapie kunnen het verloop stabiliseren en terugval beperken.
Depressie
- Vaak episodisch; herstel meestal binnen maanden
- Kans op terugval is groot.
- Goede respons op therapie en/of antidepressiva.
Dysthymie
- Chronisch en langdurig, met wisselende ernst.
- Behandeling (CGT, antidepressiva) kan klachten verminderen, maar volledig herstel is minder vaak.
Week 3:
- Kenmerken, etiologie &prognose psychotische stoornissen, werking antipsychotica, verpleegkundige zorg bij psychose
Kenmerken:
Psychotische stoornissen
- Symptomen
Positieve: wanen (ideen of overtuiggingen die absoluut niet overeenstemming zijn met algemeen geaccepteerde ideen of opvattingen), hallucinaties (een waarneming zonder dat er een externe prikkel is).
Negatieve: sociaal terugtrekgedrag, minder energie, somberheid. Het ontbreken of verminderd aanwezig zijn van psychische uitingen die normaal wel aanwezig zijn
Desorganisatie: een onvermogen om orde aan te brengen (in spraak en handelingen)
- Voorstadium van psychose
Verminderde aandacht, concentratie, motivatie, helder nadenken
Slaapstoornissen, angst, prikkelbaarheid
Sociaal terugtrekken, achterdochtige ideen, achteruitgang in functioneren.
- Psychotische stoornissen:
Schizofrenie (meer dan 6 maanden, zowel positieve als negatieve symptomen)
Schizofreniforme stoornis (zelfde als schizofrenie alleen dit onder de 6 maanden)
Schizoaffectieve stoornis ( schizofrenie + stemmingsstoornis)
Waanstoornis (minimaal 1 maand, kan redelijk functioneren)
Kortdurende psychotische stoornis (hallucinaties daarnaast geen kenmerken dan een stemmingsstoornis, minimaal 1 maand)
Door een middel/somatiek/medicatie
Etiologie:
Psychotische stoornissen
- Biologisch
Erfelijke aanleg (familiaire belasting), dopaminedysregulatie (bij positieve symptomen te veel in centrale hersenen, bij negatieve te weinig in frontale kwab), hersenafwijkingen.
- Psychologisch
Stressvolle levensgebeurtenissen, trauma, cognitieve kwetsbaarheid.
- Sociaal
Sociale isolatie, armoede, migratie, middelengebruik (vooral cannabis en amfetaminen).
- Vaak een multifactorieel samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren.
Prognose:
Psychotische stoornissen
- Verloop is wisselend: sommige mensen herstellen volledig, anderen hebben terugkerende of chronische episoden.
- Vroege behandeling (psychose-interventie, medicatie, psycho-educatie) verbetert herstelkansen.
Werking antipsychotica:
- Antipsychotica
Werkt vooral in op de positieve symptomen.
Sommigen iets gunstiger effect op negatieve symptomen
Effect vooral gebaseerd op de juiste dosering.
Zelfs sprake van een gering placebo-effect.
Let wel op bijwerkingen. Start met zo laag mogelijke dosis
Verpleegkundige zorg bij psychose
- Ondersteuning bieden bij de 5 fasen van herstel:
Vroege fase (eerste signalen van een psychose)
Overweldigd zijn door de psychose (eerste keer psychose, weinig contact met andere, je gevoel is erg versterkt, erg wantrouwig en somber)
Worstelen met psychosegevoeligheid (realiseren dat je psychosegevoelig bent en leren omgaan met een psychose)
Leven met psychosegevoeligheid (je probeert weer normaal te leven, kleine dingen worden een uitdaging)
Leven voorbij de psychose (door beter inzicht op je weerbaarheid en kwetsbaarheid kan je er mee omgaan, hoeft niet symptoom vrij te zijn)
- Verpleegkundige interventies:
Geven van psycho-educatie
Begeleiden van CGT opdrachten
Sociale contacten ondersteunen / onderhouden
Begeleiden naar activiteiten / dagbesteding
Activeren / motiveren
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question