Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: 600020937 - 7 months ago

Maak een oefenexamen over het onderwerp: Aan het optimisme waarmee de twintigste eeuw begon komt definitief een eind door de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1954 en 1962 voert Frankrijk een bloedige strijd in Algerije, dat geen kolonie van Frankrijk meer wil zijn. Door deze oorlogen gaan mensen nadenken over de zinloosheid van geweld en van het leven in het algemeen. Heersende ideen over het leven en de literatuur worden kritisch bekeken: het moet allemaal anders. Dat gaat ook op voor genderpatronen en seksuele normen. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog verzetten jongeren zich tegen heersende normen en waarden. Ze willen een nieuwe maatschappij waarin meer ruimte is voor het individu: mensen moeten voor zichzelf denken en verantwoordelijkheid nemen. Dat principe komt naar voren in het existentialisme, waarvan Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir de belangrijkste vertegenwoordigers zijn. Existentialisten geloven niet dat er een hoger doel is in het leven, maar sporen mensen wel aan zich in te zetten voor een betere maatschappij. In de jaren 1940 ontstaat ook het absurdisme, een stroming die net als het existentialisme vindt dat een mens zelf zijn weg moet vinden in het bestaan. Groot verschil is dat het absurdisme niet focust op een actieve bijdrage aan een betere wereld, maar gaat over hoe je als individu omgaat met de zinloosheid van het leven. Albert Camus (1913-1960) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het absurdisme. Zijn werk stelt vragen als: waarom zou je je ergens voor inspannen als je toch doodgaat? Dat klinkt pessimistisch, maar Camus geeft er een positieve draai aan: juist het besef van sterfelijkheid moet ervoor zorgen dat we het leven omarmen. Zijn bekendste boek is Ltranger (1942). Net als Camus is hoofdpersoon Meursault een pied-noir: iemand die opgroeit in Algerije, maar afstamt van Europese kolonisten en zich dus tussen twee culturen in beweegt. Meursault pleegt zonder duidelijke aanleiding een moord. In het proces dat op zijn misdaad volgt, speelt zijn emotioneel vlakke karakter een belangrijke rol. Heeft hij wel spijt van zijn daad? Hoewel hij geen eerlijk proces krijgt, legt Meursault zich neer bij zijn lot. In 2013 verschijnt Meursault, contre-enqute, geschreven door de Algerijnse auteur Kamel Daoud (1970). Dit boek vertelt het verhaal van Ltranger niet meer door de ogen van de witte kantoorbediende Meursault, maar de verteller is de broer van de vermoorde Arabier. Zon herschrijving van een verhaal vanuit een ander oogpunt is een vorm van intertekstualiteit die typisch is voor het postmodernisme (zie paragraaf E). Ieder verhaal kan op meerdere manieren en door verschillende mensen verteld worden. Door de ervaring van de Algerijnse bevolking centraal te stellen, geeft Daoud deze onderdrukte. Niet alleen in de maatschappij willen mensen veranderingen doorvoeren: ook in de literatuur gaan bestaande ideen op de schop. In plaats van de traditionele realistische roman komt er een nouveau roman: een genre waarin geen sprake meer is van een plot, maar verschillende momenten in het verhaal door elkaar heen gemonteerd worden, zoals in een film. Deze schrijvers gebruiken nieuwe vertelperspectieven en zijn gek op taalspelletjes. In 1960 richt Raymond Queneau OuLiPo (Ouvroir de Littrature Potentielle) op, een werkplaats voor experimentele literatuur. Leden van deze groep schrijven teksten op basis van vooraf bedachte beperkingen. Een voorbeeld hiervan is een boek waarin de letter e niet voorkomt (La Disparition van Georges Perec). Raymond Queneau (1903-1976) studeert in Parijs en reist veel. Hij is militair in Algerije en Marokko, waar hij Arabisch leert, en reist naar Griekenland en leert daar Grieks. Dankzij die nieuwe talen kijkt hij met andere ogen naar het Frans, en naast conventionele romans begint hij ook experimenteler werk te schrijven, waarin de taal centraal staat. Nog voor Queneau OuLiPo opricht, schrijft hij Exercices de style (1947), een van de beste voorbeelden van experimentele literatuur. In het boek staan 99 versies van precies dezelfde scne, maar steeds in een andere stijl of vanuit een ander oogpunt verteld.
Na de oorlog waait er een wind van verandering door Frankrijk. In mei 1968 gaan Parijse studenten in staking: ze verzetten zich tegen het autoritaire onderwijssysteem en willen dat er meer ruimte komt voor progressieve ideen. Bijna een kwart van de Franse arbeiders sluit zich aan bij de staking: zij willen betere werkomstandigheden en staan achter de linkse idealen van de studenten. De stakingen leiden tot nieuwe verkiezingen, maar de conservatieve president Charles de Gaulle wordt herkozen. Politiek verandert er niet veel, maar er is wel een culturele revolutie op gang gekomen. De anticonceptiepil is voor het eerst beschikbaar, waardoor er een vrijere seksuele moraal ontstaat. In de populaire cultuur (films, boeken, muziek) zie je deze nieuwe mentaliteit terug.
De belangrijkste stroming van de laatste decennia van de twintigste eeuw is het postmodernisme (letterlijk: na het modernisme). Postmodernistische schrijvers denken dat het onmogelijk is om de werkelijkheid te kennen, en dat taal nooit precies de werkelijkheid kan weergeven. Ze vertellen wel een verhaal, maar trekken dat vaak in twijfel of leveren commentaar op hun eigen schrijven: dat heet metafictie. Je wordt er als lezer steeds op gewezen dat je fictie aan het lezen bent: je bent nooit helemaal ondergedompeld in een fantasiewereld. Een ander belangrijk kenmerk van het postmodernisme is dat auteurs vaak verschillende tijdlijnen door elkaar heen monteren.Een van de belangrijkste postmodernistische schrijvers is Patrick Modiano (1945). In zijn werk zijn vergeten en herinneren grote themas. Zijn romans hebben een detectiveachtige structuur, ze laten de lezer als het ware spoorzoeken. Modiano is ervan overtuigd dat er geen definitieve waarheid te vinden is, maar dat je wel kunt zoeken naar subjectieve waarheden. Hij presenteert geen afgerond verhaal, maar een zoektocht naar het verleden. Typisch voor het postmodernisme is dat hij daarbij feiten en fictie door elkaar laat lopen. In Dora Bruder (1997) beschrijft Modiano hoe hij op een krantenartikel stuit over een joods meisje dat in 1941 van huis is weggelopen. Hij wil Doras verhaal reconstrueren, ook al weet hij dat het onbegonnen werk is.
. De oefenexamen moet geschreven zijn op het niveau van de Middelbare school. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 15.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit