Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: PlatAm - 5 months ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Contextgericht handelen
Hoofdstuk 1: Algemene systeemtheorie en structurele systeemtheorie
Inleiding systeemgericht werken en visie op gedrag
we kijken naar het gedrag als een reactie op wat zich afspeelt in het systeem
Belangrijk om het gedrag van de jongere ruimer te kunnen verklaren dan enkel vanuit de jongere zelf
Algemene systeemtheorie
Ludwig von Bertalanffy
Kijken op een holistische manier
= totaal beeld, iets in zijn totaliteit bekijken
Algemene systeemtheorie als paradigma
= geheel van opvattingen, waarden, technieken, die leden van 1 wetenschappelijke gemeenschap gemeen hebben
Aanname over hoe de werkelijkheid in elkaar zit
Natuurwetenschappelijk Systematisch
- Oorzaak en gevolg - Wederzijdse benvloeding
- Alleen objectieve informatie - Objectieve en subjectieve informatie vullen elkaar aan
- Meten is weten
als we het niet kunnen meten, bestaat het niet - Het geheel is meer dan je kunt meten
- Waarnemer staat los van verschijnsel dat hij waarneemt - Waarnemer verbindt zich met wat hij waarneemt
- Doel? Begrijpen, verklaren, voorspellen en beheren - Doel? Beschrijven, waarderen, respecteren, samenwerken, verbinden

Het belang van systeemgericht werken als jeugdprofessional
Deze manier van kijken draagt bij aan een gevoel van verbinding, met onze omgeving, met elkaar en ook met onszelf
Sluit aan bij doelen en zienswijzen van werkveld en overheid
o Participatie, sociale cohesie, samenredzaamheid, regie voor de burger
Oplossingen worden gezocht binnen het systeem zelf, waardoor deze duurzamer zijn
Definiring: een systeem is?
= samenhangend geheel van elementen die samen als geheel functioneren

Mensen maken deel uit van verschillende systemen
Mensen zijn altijd in verbinding met anderen: familie, vriendengroep, collegas,
Algemene kenmerken van systemen
Totaliteit
de onderdelen van een systeem hangen samen die elkaar benvloeden
Samenhang is communicatie: hoe gaan de delen in interactie met elkaar?
Samenhang is structuur: systemen houden zichzelf in een dynamisch evenwicht
Homeostase
= alles is in evenwicht
Allostase
= proces dat het systeem ondergaat om terug te gaan naar een homeostase
Ordening
elk systeem is op zijn eigen manier georganiseerd, geordend of geregeld
Groepsniveau: een mens loopt rechtop
Individueel: manier van reageren, karaktereigenschappen,
Ordeningen herkennen?
o In gedragingen of verhoudingen
o In ontwikkelingspatronen
o Doordat een systeem op zijn eigen manier geordend is en die je kan onderscheiden van zijn eigen omgeving
Hirarchische ordening
Voor alle systemen geldt dat ze hirarchisch zijn geordend
Elk systeem omvat meerdere subsystemen en elk subsysteem is dan weer een systeem op zich
o Tafel = systeem
Hout, tablet = subsysteem
Klaslokaal = suprasysteem
Dynamiek
alles is continu in verandering
Duidelijk waar te nemen in levende systemen
Materie is beweging, materie is energie







Systeemgericht werken
Wederzijdse benvloeding
Onderdelen benvloeden elkaar
Actie tegelijk reactie
Je kan oorzaak en gevolg niet van elkaar onderscheiden
Systeem is een eenheid opgebouwd uit deelverhoudingen waarbij
o Het niet gaat om de delen op zich
o Het niet gaat om het geheel
o Het gaat om de doelgericht betrekkingen tussen allen
Complexiteit
Equifinaliteit
= er kunnen verschillende redenen zijn die leiden tot een bepaalde uitkomst
Multifinaliteit
= je kan verschillende uitkomsten hebben maar 1 reden
Verschillende lenzen
Ons referentiekader werkt als persoonlijke lens waarmee we waarnemen
o Waarnemingen zijn gekleurd door ons referentiekader
Verschillende lenzen:
o Lens vanuit sociologisch perspectief
situatie vanuit een groter verband
o Perspectieven voor buitenstaanders
hun perspectief geeft een andere benadering
o Perspectieven van betrokkenen
iedereen geeft een eigen betekening aan de situatie
Meerstemmigheid
Rekening houden met alle stemmen
of ze spreken of niet
Hoe hou je rekening met diversiteit en inclusie?
Contextualiseren
oog op verbinding, empowerment en samenwerking
Elke mens maakt deel uit van verschillende contexten
In een ontmoeting komen verschillende contexten samen
Door vragen te stellen en de verwoording die je gebruikt kan je contexten en dus ook identiteiten naar voren halen en plaatsen


Inclusiviteit
samenleving waarin anders zijn de norm is
Ieder system is divers
Wanneer er aanvaard wordt dat iedereen anders is, is er een nieuwsgierigheid naar het anders zijn
Diversiteit in het systeem omvat ook diversiteiten die jij meebrengt
Communicatie tussen systemen: van lineair denken naar circulariteit
Lineair denken
= iemand is schuldig aan bepaald gesteld gedrag
o Oorzaak van het gedrag wordt gezocht bij het individu
Oorzaken van problemen worden onderzocht op individueel vlak
Informatieoverdracht in het circulair denken

De uitwisseling van informatie tussen het systeem en de omgeving is wederkerig







Informatieoverdracht in systemen

Lineair
rechte en altijd voorspelbare lijn tussen oorzaak en gevolg
Circulair
gedrag wordt niet veroorzaakt door 1 iets
Systeemtheorien: 3 stromingen
Structurele systeemtheorie
gezinssystemen observeren: ziet de interactiepatronen
Kijkt naar de interactie tussen de gezinnen in het hier en nu
Kijkt naar de structuur binnen de gezinnen
Gezinsstructuur verandert doorheen de tijd = dynamisch
Individuele problemen worden verklaard als signalen van een gezin onder druk en het onvermogen van de gezinsstructuur om zich aan te passen
Strategische of communicatietheorie
kijkt naar de communicatie binnen een gezin: dynamiek en interactie
Intergenerationele of contextuele systeemtheorie
gaat niet alleen kijken naar het gezinssysteem van nu maar ook van vroeger
Intergenerationeel kijken
Kijken hoe de eigen opvoeding mee bepaald hoe jij vandaag in een relatie staat
Kijkt naar de betekenis van de relaties

Hoofdstuk 2: Begrippen kader en benadering volgens het structurele perspectief
Gezinsstructuur
wijze waarop de interacties in een gezin georganiseerd zijn en helpt de therapeut om zijn observaties over een familie te ordenen
Gezinssysteem
Gezin maakt deel uit van verschillen systemen
Vanuit het structurele denken bekijkt de professional het gezin als systeem met daarbinnen subsystemen
3 belangrijke subsystemen binnen een gezin (Minuchin):
o Subsystemen van het echtpaar
Liefdesrelatie tussen partners
Ouders dienen hun onderlinge relatie te beschermen door heldere grenzen aan te geven naar de kinderen
o Ouderlijk subsysteem
De opvoeder(s)
Uit de relatie tot de opvoeders leren kinderen zich te verhouden tot macht en autoriteit
o Subsysteem van de kinderen
Broers, zussen en andere kinderen in het familiesysteem
Dyade en triade
Dyade
= een tweetal
Triade
= een systeem van drie personen binnen het gezin
Alliantie en coalitie
Alliantie
= een samenwerkingsverband, doelgericht
o Gezamenlijk een doel nastreven
Coalitie
= een samenwerking die zich richt tegen 1 of meerdere anderen




Triangulatie
wanneer een dyade niet in evenwicht is, dan raakt soms een derde persoon erbij betrokken
Er is een probleem wanneer er sprake is van een machtsverschil
Kind als:
o Adjundant of hulpouder (parentificatie)
o Bliksemafleider
negatief gedrag stellen of ziekte van het kind als afleider
o Go-between
situaties creren om ouders tevreden te stellen
o Zondebok
negatieve gevoelens en machteloosheid op kind projecteren
Grenzen tussen systemen
Binnen- en buitengrenzen
- Buitengrens
de grens van een systeem naar de omgeving
o Regels die de communicatie met de omgeving bepalen
- Binnengrens
de grenzen in het systeem
Open systeem versus gesloten systeem

Problemen met gesloten gezinssystemen
o Geen wederzijdse benvloeding
o Weinig inspraak en mogelijkheden
Problemen met open gezinssystemen
o Geen duidelijkheid
o Moeite met de rolverdeling
o Vaak chaos


Belang van zich op grenzen vanuit de structurele systeemtheorie?
Centrale focus
het huidig functioneren van een systeem
o Onderzoek van de structuur van een systeem







Wanneer grenzen ongezond zijn
organiseren de afstand binnen het systeem
Belang van duidelijke grenzen
Belang van flexibele grenzen
Wanneer de grenzen niet (volledig) gerespecteerd worden

Perverse triade
= bijzonder coalitie
o Iemand uit hogere hirarchische rang sluit aan bij iemand uit lagere rang, tegen derde uit hogere rang
Positieve coalitie
kinderen in het gezin leggen een gemeenschappelijke spaarpot aan om een PlayStation te kopen
Negatieve coalitie
de ouders zijn tegen PlayStation, dus de kinderen kopen de PlayStation aan zonder medeweten van de ouders

Cohesie
samenhang en betrokkenheid van leden in het systeem op elkaar

Kluwengezin
= gesloten gezinssysteem
o Afhankelijk en op elkaar gericht
o Weinig autonomie/zelfstandigheid
Los zand gezin
= open gezinssysteem
o Onafhankelijk
o Iedereen doet zijn eigen ding
o Veel autonomie maar weinig interesse














Hoofdstuk 3: Communicatie
Grondleggers van communicatietheorien binnen systemen
De Palo Alto Groep
onderzochten de link tussen communicatieve processen en psychische moeilijkheden
Inzicht van invloed van paradoxale communicatie op ontstaan of triggeren van psychische problemen
Paradoxale communicatie
= communicatie is soms dubbel
o Zeggen dat je niet zo gehoorzaam mag zijn, maar je verwacht van het kind dat het gehoorzaamt
De Milanese school
paradoxale interventies en provocatieve gespreksvoering
Weinig spontaniteit
Provocatieve gespreksvoering
bepaalde therapie
o Kind krijst in school, leerkracht zegt tegen het kind dat het mag krijsen tussen 9u en 10u kind zal dit niet meer doen doordat de spontaniteit weg is
Ontwikkelingen op vandaag
invloed op communicatie op psychopathologien worden genuanceerd
Belang van communicatie en bijhorende strategische interventies worden nog steeds belangrijk gezien en gebruikt in de hedendaagse gezinstherapien
Meer aandacht voor de invloed van communicatie
De definitie van communicatie
alle gedrag, verbaal en non-verbaal, in de aanwezigheid van anderen, waarvan we ons bewust zijn
Vanuit systeemdenken
uitwisseling van informatie op welke manier ook
De functie van communicatie
de onderdelen van een systeem hangen samen doordat ze communiceren
Wederzijds proces
Homeostase
= systeem stuurt zichzelf bij naar een toestand van dynamisch evenwicht
o Evenwicht is dynamisch: het schommelt maar binnen een bepaalde marge



Positieve en negatieve feedback
systeem zal steeds een evenwicht nastreven
Feedback
elke reactie is een vorm van feedback
o Signaal waaruit de ander kan opmaken hoe zijn gedrag wordt ervaren en gewaardeerd
Negatieve feedback
draagt bij aan het behoud van homeostase
Positieve feedback
is gericht op verandering van de homeostase
Feedbackloops
wisselwerking van pos. of neg. feedback en gevolgen voor de andere
Communiceren binnen systemen: 5 axiomas van Watzlawick
Je kan niet niet communiceren
er is constant een wederzijdse benvloeding
Communiceren is een gelaagd proces
Inhoudelijk niveau
wat wordt er gezegd
Feitelijke, zakelijke informatie
Boodschap kan nduidig zijn of juist niet
Verbale communicatie is belangrijk
Redelijk objectieve en toetsbare feiten
Betrekkingsniveau
de betekenis van de boodschap + hoe het overkomt
Relationele aspect
hoe de relatie met de ander wordt ervaren
Expressieve aspect
wat laat de zender in zijn communicatie zien over zichzelf
Appellerende aspect
de vraag of hoe het verzoek die in elke boodschap besloten ligt
o Openlijk of verborgen
Mensen zijn geneigd een beginpunt aan te wijzen, de interpunctie
Mensen zijn geneigd om te zoeken naar een beginpunt, terwijl het om een keten van interacties gaat
Interpunctie
het aanwijzen van een beginpunt
o Interpunctieprobleem
wanneer er een verschillend beginpunt wordt aangeduid

Communicatie verloopt digitaal en analoog
Digitale communicatie berust op logica en afspraken
o Gebaren, woorden, pictogrammen,
Verbale taal maar ook niet-verbale signalen
Analoge communicatie: alle niet-digitale informatie
o Beelden, geuren, geluiden,
Communicatie is symmetrisch of complementair
Symmetrische interactie
gedrag wordt beantwoordt met ongeveer hetzelfde gedrag
o Kies jij maar wat we eten vanavond. Neen, kies jij maar
Complementaire interactie
de reacties zijn tegengesteld, zodat ze elkaar aanvullen
o Karin roept tegen Marco dat hij een luierik is. Marco blijft rustig en vraagt aan Karin wat hij voor haar kan doen
Circulaire vragen
een vraag die je aan de ene stelt over de beleving of het gedrag van een ander
Vermijdt conflicten door weg te blijven van de interpunctie
Door circulaire vragen te stellen:
o Elkaars intenties leren kennen
o Stilstaan bij van waar die intentie zou kunnen komen door de gesprekspartner te laten nadenken
Geweldloze communicatie
1. Vertel wat je waarneemt
gedrag van de ander
2. Vertel welk effect dat op jou heeft
3. Vertel wat je behoefte is
4. Stel een vraag vanuit je behoefte








Hoofdstuk 4: Contextuele hulpverlening
Uitgangspunt van het contextuele denken
een mens is nooit alleen of staat nooit op zichzelf
Mens is altijd verbonden met zichtbare of onzichtbare banden met de mensen om hem/haar heen
Grondlegger contextueel gedachtegoed
invloed binnen vele terreinen van de hulpverlening, vooral ook binnen de jeugdhulpverlening
Problemen dienen niet gezocht te worden bij het individu, niet in het gezin, maar in de bredere context
Het begrip context
dynamische en ethische verbondenheid van een persoon met andere personen die voor hem of haar betekenis vol
Zowel huidige relaties, als die uit het verleden en die in de toekomst
Gegeven en verworven relaties
Wie: in de eerste plaats directe familierelaties
o Kleinere kring
o Intergenerationele familieverband
o Genogram
o Contextuele benadering kijkt naar de samenhang tussen 4 generaties
Verschil tussen gegeven relaties en verworven relaties
Gegeven relaties
de relaties zijn hem/haar gegeven
o Je wordt geboren uit 2 ouders
Verworven relaties
relaties die in de loop van je leven verwerft
o Buren, collegas, partner, vrienden,







Genogram
visuele weergave waarbij aan de hand van symbolen de samenhang van de familie wordt weergegeven

Overdracht binnen families
Problemen in huidige relaties hangen in grote mate samen met de manier waarop relaties zich hebben ontwikkeld in het gezin van herkomst
Belang van zicht te krijgen op de context van de clint
Erfelijke aanleg
= nature
Eigenschappen bepaald door de genetische aanleg
o Uiterlijke kenmerken
o Psychische of lichamelijke ziektes
Sociale omgevingsfactoren
= nurture
Eigenschappen die niet genetisch bepaald zijn maar wel door opvoeding en leefomstandigheden
o Karaktereigenschappen en talenten
Wat genetisch wordt meegegeven komt al dan niet tot uiting afhankelijk van de omgeving
Gewoonten en gebruiken
Gewoonten en gebruiken worden door persoonlijke omgang tussen ouders en kinderen overgedragen
Eigenheid van het gezin en gewoontes
Gewoonten en gebruiken vinden vaak hun oorsprong in opvattingen over wat hoort en niet hoort


Waarden en normen
Regels worden impliciet of expliciet meegegeven over de generaties heen
Waarden en normen worden gezien als vanzelfsprekend binnen het gezin
Relationele ethiek: het fundament van het contextuele denken
Geven en ontvangen is onlosmakelijk met elkaar verbonden
Relatie is rechtvaardig als alle betrokkenen in een relatie of gezinssysteem daarin mogen geven en ontvangen
Geven en ontvangen
Balans van geven en ontvangen
een kind heeft recht om te ontvangen van zijn ouders wat hij nodig heeft maar heeft ook recht om te mogen geven
Wanneer is de balans in onevenwicht?
Wanneer een kind van zijn ouders niet ontvangt wat het nodig heeft doordat:
o Ouder heeft als kind zelf niet gekregen wat het nodig heeft
o Spanningen in relatie, vanuit de omgeving
Soms geeft een kind meer dan goed voor hem is doordat:
o Het niet passend is bij de leeftijd, ontwikkeling of persoonlijkheid van het kind
o De ouders niet zien wat het kind geeft en dit niet waarderen
De 4 dimensies van de relationele werkelijkheid











Feiten
objectieve gegevens
Socio-economische omstandigheden
Feitelijkheden van de voorouders spelen een rol om de omstandigheden in het nu te kunnen verklaren
feiten en gebeurtenissen in het leven van (groot)ouders hebben consequentie voor het leven van hun nakomelingen
Onrecht
feiten of omstandigheden die een beschadigend effect hebben op het leven van de mens






Psychologie
zuiver subjectief
Op welke manier hebben de feiten het leven van iemand benvloed en wat zijn de gevolgen ervan op de persoonlijkheidsontwikkeling
Beleving van de feiten
Karakter, persoonlijkheid, verlangens, behoeften en overlevingsmechanismen
Interacties
interacties binnen een genogram, ecogram
Herkennen van patronen van waarneembaar gedrag
Actie en reactie
Hoe is de relatie tussen de gezinsleden
Relationele ethiek
Heeft het kind wel voldoende ontvangen van zijn ouders wat hij nodig had?
Heeft het kind kunnen geven aan de ouders en werd dit gezien en erkend?



Belang van erkenning
= geven van erkenning
Mensen ervaren onrecht vaak als iets normaals
Erkenning geven aan geleden onrecht
Direct erkenning geven
als hulpverlener kan je het initiatief nemen en het onrecht actief gaan benoemen
Vragenderwijs erkenning geven
parafraseren, samenvatten en doorvragen
o Zo geef je erkenning aan de persoon waarmee je in gesprek bent
Loyaliteit tussen de ouders is vaak heel groot
Erkenning geven aan verdienste
= erkenning geven aan we de clint heeft gegeven of geeft aan zijn/haar ouders, partner, gezin, kinderen
Geven wordt soms door anderen niet gewaardeerd
Kinderen geven vaak intutief, zonder zich bewust van te zijn
Hulpverlener heeft erkenning aan de verdiensten
empowerment en krachtgericht werken
Erkenning geven vanuit de context
Erkenning krijgen vanuit de professionele hulpverlening
goed en nodig
Erkenning krijgen vanuit de context
beter en de doelstelling
Goed luisteren naar de balans van geven en ontvangen waardoor je de andere erkenning zal geven
Wat doet de jeugdprofessional?
context aanzetten om de verdiensten te benoemen maar zo moeten ze eerst inzicht krijgen in dat zij dat misschien niet gegeven hebben

Dialoog
als jeugdprofessional tracht je een kind/jongere, maar ook ouders/opvoeders te helpen de dialoog aan te gaan met hun context
Doel: betrokkenen uit de context helpen om elkaar erkenning te geven voor gelden onrecht en verdiensten
Helpt de clint in zijn proces:
o Draagt bij aan zelfafbakening: ik ben ik en anders dan iemand anders
o Draagt bij aan zelfvalidatie: ik ben waardevol


Dialoog aangaan met context is niet evident
Clint heeft meestal goede redenen waarom dit uit de weg gegaan werd
o Indien te grote stap: moratorium inlassen
periode van even niks doen, even nadenken en een tijdje de situatie stabiel houden
Om over te gaan naar dialoog is wederzijds respect nodig
Soms is het handig om eerst in te zetten op afspraken maken vooraleer je in dialoog gaat
Het gebruik van hulpbronnen
iemand uit de context in wie de clint voldoende vertrouwen heeft om er beroep op te doen voor zijn steun
Vragen over de context van de clint
Over de context van de clint
Hoe was dat vroeger bij jou thuis? Hoe ging dat in het gezin waarin je zelf bent opgegroeid?
Op welke manier heb jij vroeger thuis geleerd om met zulke dingen om te gaan?
Welke plek had jijzelf in het gezin waarin je opgroeide?
Wat wil je graag vanuit je eigen opvoeding doorgeven aan je kind?
Wat zou je graag anders willen doen?
Hoe was de relatie met je eigen vader of moeder?
Vragen die zich richten op wat een kind geeft of gegeven heeft binnen een gezin
Wie heeft gezien op welke manier jij hebt geprobeerd je ouders te helpen?
Hoe hebben je ouders gereageerd op wat jij toen meemaakte?
Op welke manier laten je ouders merken dat ze waarderen wat je voor ze doet of gedaan hebt?
Mogelijke vragen die je aan ouders kan stellen als het gaat om het geven van hun kind
Op welke manier heeft uw kind geprobeerd u te steunen in uw moeilijke situatie?
Hoe hebt u aan uw kind laten merken dat u dit hebt gezien?
Ontschuldigen
erkenning in het begrip dat je tekort bent gekomen blijft maar je hebt inzicht dat de ander niet bij de machte was om jou te geven wat je nodig had
Door de clint te helpen kijken vanuit een volwassen bril naar wat erin de jeugd is gebeurd
Inzicht krijgen in de achtergrond van de ouders








Intergenerationele verbondenheid
verbondenheid van de clint met de generaties voor en na hem
3 generaties: clint, ouders en grootouders
Familie erfgoed: legaten en delegaten
Familie-erfgoed
alles wat een kind van zijn familie, ouders en grootouders meekrijgt
o Materieel: dit kan je bedanken
o Immaterieel: je krijgt dit of je het nu wil of niet
Legaten
erfgoed dat recht doet aan de identiteit en eigenheid van een kind
Niet dwingend: je mag er een eigen invulling aan geven
Zorgt voor verbondenheid binnen een familie
Delegaten
wordt tevens door de ouders of eerdere generaties aan het nageslacht doorgegeven, maar zijn dwingende opdrachten waar een kind/later de volwassene, aan moet voldoen
Zorgt voor een blokkade en belemmert iemands persoonlijke groei
Ontneemt iemand de ruimte om zijn eigen leven in te richten volgens zijn eigen keuze
Belangen van de ouders gaan voor op de belangen van het kind



Doel van de hulpverlening
Door inzicht te creren in de delegaten vanuit de opvoeding
afstand creren van deze overtuiging of deze overtuiging herzien en er een eigen invulling aan geven
o Kan leiden tot spanningen, met zichzelf, met de familie of omgeving
Meerzijdig gerichte partijdigheid
grondhouding binnen de contextuele hulpverlening
Proberen contact te maken met iedereen binnen het gezin en deze ook erkenning geven
Wanneer je je neutraal zou opstellen geef je geen recht aan wat de persoon heeft doorstaan
Wisselende partijdigheid
je bent partijdig met degene die je op dat moment het meest nodig heeft
Valkuilen
Te snel wisselen in meerzijdige partijdigheid
Je eigen geschiedenis als blokkade in partijdigheid
En iemand uit het gezin wil hulpverlener achter zich scharen
afgrenzen
Ernstige misdrijven/destructief gedrag: uitdaging = de mens achter het gedrag zien
Loyaliteit
leidt tot waardevolle banden: men voelt zich verbonden
Existentile loyaliteit
= bloedband
Verworven loyaliteit
= komen erbij
Existentile loyaliteit
de door de geboorte ontstane verbondenheid
Band is oersterk doordat kinderen het leven van hun ouders hebben ontvangen
Kinderen zijn heel trouw aan hun ouders, zelfs wanneer zij niet correct behandeld worden
Aandachtspunten binnen de contextuele hulpverlening
Steeds rekening houden met de sterke verbondenheid van de clint met zijn ouders
Opletten met uitspraken over de ouders
Wat kan je wel doen?
Erkenning geven voor gelden onrecht zonder een waardeoordeel uit te spreken over de ouders
Aandacht hebben voor de ouder die niet in beeld is
Opletten met uitspraken door nieuwe partners/pleegouders, over biologische ouders

Verworven loyaliteit
niet door geboorte, maar ontwikkelt zich in de relatie tussen een ouder en een kind
Ouders en kinderen geven elkaar zorg, liefde,
Ontwikkelt zich ook in andere relaties waarin zorg en liefde wordt gegeven
Gespleten loyaliteit
wanneer een kind de keuze moet maken tussen beide ouders
Zorgt voor een enorme last bij het kind
Continue tegen een ouder moeten ingaan om de andere te plezieren
o Gaat in tegen de existentile loyaliteit
Loyaliteitsconflicten
ontstaat wanneer de belangen van mensen aan wie iemand zich loyaal voelt met elkaar botsen
Uitleg geven over existentile en verworven loyaliteit, zodat er bij de clinten inzicht komt en zij de jongeren kunnen begrijpen en ondersteunen
Onzichtbare loyaliteit
wanneer iemand niet openlijk loyaal kan/mag zijn aan de ouders
Kind kan voor onzichtbare loyaliteit kiezen door zich sterk vast te houden aan gewoonten uit het ouderlijk gezin
Moeilijk te herkennen als hulpverlener
Passend en niet-passend geven





Het belang van geven


Roulerende rekening
wanneer een kind niet ontvangen heeft wat het nodig heeft of niet passend gegeven heeft dan zal zich dit verhalen eens het kind volwassen is
Mensen die blijven geven in hun latere leven
Destructieve gerechtigheid
volwassenen die dit gemis verhalen op anderen die niets te maken hebben met het gemis aan zorg of erkenning
Passend geven
Het geven is goed voor het kind
Draagt bij tot het ontwikkelen van een positief zelfbeeld van een kind
Sluit aan bij de persoonlijkheid, leeftijd en ontwikkeling van een kind
Het geven wordt gezien en erkend
positieve parentificatie
Niet passend geven
Wanneer er met regelmaat door een kind gegeven wordt, wat niet bij de leeftijd, ontwikkeling en persoonlijkheid van een kind past
Is niet erg als dit eens gebeurt, wel als het met regelmaat gebeurt
Wanneer een kind regelmatig niet ontvangt wat het nodig heeft of niet-passend geeft, dan komt het kind ernstig tekort
destructieve gerechtigheid
Wanneer er een patroon ontstaat van ongepast geven
destructieve parentificatie


Vormen van destructieve parentificatie
Het kind als ouder
neemt de rol op van ouder
Het kind als ouder van de ouder
je zorgt voor de ouder
Het kind als partner
parentificatie
Het perfecte kind
hoge verwachtingen van het kind (destructieve parentificatie)
Het zwarte schaap
het kind waar alle negativiteit over gaat
De zondebok
gaat er tegenin gaan, schuld van het probleem ligt bij het kind
Het kind dat kind moet blijven
als kind volwassene wordt is er plots geen ouderrol





Werkcollege 1: Duplo-methode
Gebruik van popjes in de hulpverlening
Worden op verschillende gebieden gebruikt binnen de hulpverlening
Uitbeelden van situaties en de ondernomen acties in beeld brengen
Proberen niet te veel popjes te gebruiken
Toepassingen
Begeleiden van clinten, individueel, in een gezinsgesprek
Bespreken van casussen op team met collegas voor hulp
Duiden van bevindingen van het interdisciplinair team naar clint en context
Supervisie
Coachen van personeel
Linken leggen tussen hulpverlener en eigen geschiedenis als mens
Wat bevindt zich in de koffer van de hulpverlener?
Poppetjes
staan voor de mensen die bij de situatie horen
Proberen om een poppetje te nemen waarmee jij een persoon mee kan beschrijven
Blokjes
verhogingen aanbrengen, macht in relaties
Kind neemt de zorg over van de ouders
Kleuren
gevoelens of ervaringen
Kind kan samen met begeleider kiezen welke kleur voor welk gevoel staat
o Rood: boos, trauma, agressie
o Groen: blij, rustig, talenten
o Zwart: angst
o Bruin: onverschilligheid, onbenoemd
o Paars: verdrietig
o Wit: niet voelen, ontkenning
o Geel: zorgen
Koordjes/veters
tonen de loyaliteiten en coalities aan
Tover-stafje
grenzen aangeven of veranderingen zichtbaar maken
Houten staafje
scheiding
Schatkistje
mooie gebeurtenissen, kwaliteiten of helpende mensen
Krijgertjes
traumas en schade

Enkele begrippen
Loyaliteiten
balans tussen geven en ontvangen zodat er een gezonde verbinding ontstaat
Hoe betrouwbaarder de onderlinge relatie met beide ouders, hoe beter men loyaal kan zijn aan zowel de ene als de andere
Onzichtbare loyaliteit: twee poppetjes neer leggen voor 1 ouder, die de positieve en negatieve eigenschappen van de ouder toelichten
Partentificatie
kind wordt onevenredig zwaar belast in de zorg voor beide of 1 ouder
Kind staat op een blokje
Rouelerende rekening
ouder die bv. onvoldoende liefde kreeg, kan dit tekort onbewust doorgeven aan zijn kinderen (generatie op generatie)
Delegaat en legaat
Wordt aangeduid met schatkistjes en krijgertjes

Toepassing in de 4 dimensies
1. Dimensie van de feiten
in de exploratie- en contactfase
Gesprek verloopt rechtstreeks
o Huidige gezinssituatie
o Genogram
o Ras, cultuur
o Geboorte en overlijden
o Nieuw samengesteld gezin
2. Dimensie van de psychologie
Clint kiest zorgvuldig de popjes die voor de gezinsleden staan
Gerichte vraagstelling helpt clint om zich uit te drukken via de popjes of via aanvullende commentaar
Emoties worden uitgedrukt:
o Afstand nabijheid
o Popjes recht zetten of zittend
o Niveauverschillen
o Attributen
Onderscheid tussen de volwassene en het innerlijke kind
o Innerlijke kind: gevoelens en angsten die de volwassene ervaart in relatie met de anderen en in relatie tot zichzelf
o Zichtbaar maken van de bepaalde gevoelens en emoties
3. Dimensie van de interacties
machtsposities voorstellen binnen het gezin
Coalities worden voorgesteld door een touwtje
Gebruik maken van dieren die bepaalde zaken symboliseren
4. Dimensie van de relationele ethiek
Legaten en delegaten komen aan bod
Voorstelling kan via kleine voorwerpen
Confrontatie met destructief recht en roulerende rekening



















Werkcollege 2: Positie van de jeugdprofessional
Rol van de jeugdprofessional
Steeds meerzijdig partijdig binnen contexten
Vaak een bemiddelende rol of houding tussen:
o Ouders en kinderen
o Kinderen/ jongeren in een leefgroep
o Jongeren in een stad en stadsbestuur
o Jongeren die een delict gepleegd hebben en slachtoffers
o Collegas
Meerzijdige partijdigheid is n kenmerk van de bemiddelende rol van een jeugdprofessional.
Bemiddelende rol van de jeugdprofessional
Als jeugdprofessional heb je te maken met verschillende partijen.
Welke partijen?
o Kind/ jongere
o Moeder/ vader/ ouders als subsysteem
o Opvoeder(s)
o Leerkracht
o Organisatie
o Beleid
o Wetgeving/ rechtssysteem
o Collegas
o Samenwerkende organisaties
Wat is een conflict?
verschil dat we niet overbrugd krijgen
C=VDWB x C x OA x E2
Een verschil in denken, waarden, belangen of doelen (VDWB)
In combinatie met een negatieve vorm van communicatie (-C)
Vermenigvuldigd met onderlinge afhankelijkheid (OA)
Gecombineerd met emotie en escalatie mechanismen (E2)
Positieve en negatieve overtuigen over conflicten
Positieve overtuigingen Negatieve overtuigingen
Brengen problemen op tafel
Leiden tot vernieuwingen en verandering
Helpen zaken te verduidelijken
Geven grenzen aan
Brengen duidelijkheid
Helpen om jezelf en de ander beter te begrijpen Zijn destructief
Kosten tijd en geld
Gaan gepaard met negatieve emoties
Resulteren in winnaars en verliezers
Moeten vermeden worden
Beschadigen relaties

Warme conflicten
er worden hevige emoties getoond
Mensen zeggen waar het op staat, onderbreken elkaar
Zijn overtuigd van hun gelijk
BRANDWEERMANNEN
Koude conflicten
duurt even vooraleer we het bestempelen als conflict
Cynische opmerkingen, van onderwerp veranderen, afwijken van oorspronkelijk verhaal
Mensen zijn beleefd, weinig tot geen rechtstreekse confrontatie
PYROMANEN
Omgaan met conflicten: bemiddelende rol
Wat is bemiddelen?
wettelijk erkende manier om, op een minnelijke wijze, samen op zoek te gaan naar oplossingen voor een conflict
Vrijwillige, vrijblijvend en vertrouwelijk
Bewezen, doeltreffende manier om sneller, goedkoper en duurzamer conflicten aan te pakken
Bemiddelaar: onafhankelijke, neutrale en onpartijdige derde
Basisprincipes van bemiddelen
Transparant
Duidelijkheid geven over je rol, takenpakket,
Heb je adviesfunctie? Deel dan correct welke info je gaat noteren in je advies
Vrijwillig
Vrijwilligheid als belangrijke factor in officile bemiddelingsprocessen
Vrijwilligheid is een relatief begrip: vanaf wanneer werkt iemand vrijwillig mee?
Strikt vertrouwelijk
Als JP heb je meestal beroepsgeheim, afhankelijk van de organisatie
In bepaalde functies heb je ook een adviesplicht en meldingsplicht
o Gedwongen hulpverlening
Neutraal/meerzijdig partijdig
Kan je neutraal zijn?
Geef je dan erkenning aan het gezin/jongere?



Meerzijdige partijdigheid
je bent niet onpartijdig, maar je geeft nooit erkenning en steun aan enkel 1 persoon
Het is van belang om niet alleen de individuele clint, maar ook iedere andere betrokkene in zijn context recht te doen
Oog hebben voor iedereen die benvloed wordt door de interventies
Je kan niet gelijktijdig maar wel wisselend naast iedere betrokkene staan
Voordelen en valkuilen
Voordelen Valkuilen
Beurtelings partijdig zijn met alle betrokkenen uit de context
Er zijn voor de ene zonder tegen de andere te zijn
Groei van onderling begrijp en herstel van vertrouwen Te snel naar de andere betrokkenen uit de context willen gaan
Themas uit je eigen leven
Wanneer een clint of de personen uit de context teveel appl op je doen om je aan hn kant te scheren

Gelijkenissen en verschillen naast elkaar zetten
De bemiddelaar maakt inhoudelijke conflicten hanteerbaar
Meningen over oplossingen naast elkaar zetten
Buiten de strijd blijven en vanop afstand kijken (balkon)
Strijd om gelijk omzetten naar begrip voor elkaars mening
Meningen over oorzaken van conflict naast elkaar zetten
Clinten zien elkaar als oorzaak van hun meningsverschil
Gevecht om het gelijk over de geschiedenis stopzetten

Werkcollege 3: Netwerkversterekend werken
Netwerkkaart- en cirkel


Ecogram










Gastcollege: Intrafamiliaal geweld
Wat is intrafamiliaal geweld
elk herhalend dwingend en/of intimiterend gedrag, uitgeoefened tegenover een gezins- of familielid of een (ex-)partner
Kan zowel fysiek, psychische/emotionele, seksuele en/of economisch aard hebben ongeacht de leeftijd van de betrokkenen
Verschil met huiselijk geweld?
geweld dat gepleegd wordt door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer
Partner, ex-partner, gezinsleden, familieleden en huisvrienden
Komt voor in alle lagen en groeperingen van de bevolking
De locatie waar het geweld plaatsvindt is niet belangrijk, maar de relatie tussen slachtoffer en dader
Ruimer dan partnergeweld, ruimer dan fysisch geweld
Vroeger meer focus op lichamelijk geweld.
Op vandaag bredere definitie
Mannen kunnen ook slachtoffer zijn.
Fysiek geweld is natuurlijk het duidelijkst (ook voor de rechtbank), psychologisch geweld is moeilijker aantoonbaar.
Slachtoffers zijn ook vaak van mening dat enkel fysisch geweld volstaat om klacht in te dienen of om hulp in te schakelen.
Vormen van intrafamiliaal geweld
Fysiek geweld
iemand lichamelijk pijn doen of verwonden
Seksueel geweld
seksuele handelingen tegen iemands wil
Socio-economisch geweld
iemand controleren via geld, werk of sociale contacten
Psychisch/emotioneel geweld
iemand bang maken, kleineren of controleren
Verwaarlozing
niet voorzien in iemands basisbehoeften





Typen huiselijk geweld
- Intimate terrorisme
eenzijdig geweld, intentioneel en een uiting van machtsverschillen
- Situationeel geweld
onmacht van zowel dader als slachtoffer
o Geweld kan wederzijds zijn, meestal in de hitte van de strijd (verlies van controle)
- Gewelddadig verzet
reactie op een bedreigende situatie, gepleegd uit verdediging
- Geweld bij scheidingen
zowel incidenteel als vaker
Typen plegers
Psychopatische (partner)mishandelaars Overgeremde (partner)mishandelaars Cyclische (partner)mishandelaars
Geen geweten, geen gevoelens van schuld
Handelen bewust en uit eigenbelang
Geen empathisch vermogen Kroppen gevoelens van woede en irritatie op en vermijden conflicten
Handelen uit eigen frustrateis en gevoelens van onmacht Zijn emotioneel labiel
Begrijpen hun partner niet en voelen zichzelf niet begrepen
Vertonen wisselend gedrag: aantrekken en afstoten

Typen slachtoffers
Incidentiele slachtoffers Chronische slachtoffers
Per toeval Keer op keer in geweldsrelaties
Bepaalde risicofactoren zoals: als kind slachtoffer of getuige geweest van huiselijk geweld

Waarom gaan ze niet gewoon weg? Simpel toch ?!
= vaak gehoorde mening in de volksmond
Inzicht in het fenomeen IFG is nodig om enerzijds te begrijpen wat het slachtoffer doormaakt, anderzijds om te weten welke aanpak nodig is
Geweldspiraal geeft meer inzicht in de opbouw van geweld
Wanneer de veiligheid in bedwang is, moeten we dringend ingrijpen

Geweldspiraal











Welke risicofactoren kunnen leiden tot partnergeweld?
Sociodemografisch: burgerlijke status, gezinssituatie,
Psychopathologisch: alcoholmisbruik, depressie,
Stress: werkgerelateerd, levensstressoren,
Attitudes en opvattingen: opvattingen over genderrol, pro-geweldopvattingen
Relationele aspecten en gedragingen: controlerend gedrag, hechtingsstijlen,
Twee belangrijke algemene risicofactoren voor huiselijk geweld
1. Ontstaan van IFG kan samenhangen met een familienorm waarbij gebruik van geweld normaal is en aanvaard wordt
o Familieverbanden in kaart brengen alsook de familie- en relatiegeschiedenis

2. Stress is een belangrijke risicofactor bij het ontstaan van vrijwel elke vorm van IFG
o In kaart brengen van de verantwoordelijkheden en zorgen van vermoedelijke plegers: zorg voor kinderen, mantelzorg, financile zorgen,
Opbouw van een agressie-incident

toont hoe stress in een conflict oploopt tot een punt waarop praten niet meer lukt, en dat een time-out nodig is tot de spanning zakt en het gesprek weer mogelijk wordt






Signalen van IFG
vermoeden van IFG is vaak gebaseerd op meerdere signalen
Angst, paniekaanvallen, depressie, slaapproblemen, hyperventilatie, chronische pijn
Middelenmisbruik
Somatische stoornis, borderline persoonlijkheidsstoornis
Gynaecologische klachten, ongewenste zwangerschappen
Somatische onverklaarbare factoren
Vele doktersbezoeken
Afwerende reactie bij vragen naar spanningen
Relatieproblemen/ (seksueel)geweld in de voorgeschiedenis
Voor welke signalen moeten we alert zijn als SRWer?
Isolatie: koppel komt enkel met 2 op gesprek. De ene partner laat niet toe dat je alleen praat met de andere partner.
Geen toegang tot eigen middelen: eigen bankrekening, eigen telefoon, eigen sociale media,
Weinig eigen netwerk of netwerk zwakt af (bv. ruzie met familie, eigen vrienden deugen niet, etc)
Lichamelijke tekenen
Onduidelijke, negatieve, vage uitspraken over de relatie of (overdreven) positief/ beschermend
Angstreacties en uitspraken
Wat is er nodig om IFG op te sporen en bespreekbaar te maken?
Alertheid
Durven bespreekbaar maken bij ongerustheid
Huisartsen zijn vaak de eerste personen met een vermoeden van IFG
Gevolgen van IFG
Fysieke en seksuele gevolgen
Psychologische gevolgen
Sociale gevolgen: isolement











Basisvaardigheden om in te zetten als jeugdprofessional
Aanpak van IFG, als rol van SRWer
o Micro: psycho-educatie
o Meso: psycho-educatie voor de zorgverleners, huisartsen,
o Macro: signalerende rol
Keuzes moeten gemaakt worden op individueel niveau, waarbij je als hulpverlener steeds alert moet zijn voor de gevolgen van de keuzes die je maakt
Hoe ga ik in gesprek over dit thema?
Stap 1: maak het geweld bespreekbaar
Durven benoemen wat je ziet vanuit een zorgvraag of bezorgdheid
De-normaliseren van het gedrag van de pleger
In vraag stellen:
o Hoe maken jullie ruzie?
o Wat gebeurt er als er spanningen zijn thuis?
o Blijft het bij woorden?
o Hoe zag de ergste ruzie er uit?
o Zijn er kinderen? Zijn zij al getuige geweest van deze ruzies?
Meerzijdige partijdigheid
Stap 2: exploreren van geweld
Laat de partijen vertellen wat er gebeurd is, in een chronologische volgorde
o Mogelijke triggers komen aan bod
Welke onderliggende factoren bewerkstelligen het geweld (welke stressoren?)
Is er motivatie om aan de slag te gaan met deze onderliggende problemen? Is er sprake van interne of externe attributie?
Zijn er situaties waarin het geweld zich niet voordoet? Hoe gaan zij dan om met bv meningsverschillen?










Stap 3: bekijk de veiligheid
Zijn er kinderen aanwezig?
Waar kan het slachtoffer naartoe als het geweld escaleert?
Time-out methode installeren
Wie is er op de hoogte van de situatie?
Welke noodnummers kunnen gebeld worden?
Maak hier zeer concrete afspraken rond! = veiligheidsplan opstellen
Stap 4: probeer door te verwijzen naar laagdrempelige hulpverlening
Praat met collegas over je bezorgdheden
Tracht gericht door te verwijzen en samen te werken rond aanpak IFG
Ethische en deontologische keuzes
vanaf wanneer is de veiligheid in het gedrang?
Slachtoffer inlichten over rechten, klacht indienen of niet?
o Doorverwijzen naar Veilige Huizen
Zijn er kinderen aanwezig?
kindreflex gebruiken


















. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit