Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: PlatAm - 5 months ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Divers-sensitief handelen
Inleiding
In de huidige samenleving worden professionals geconfronteerd met een steeds diversere doelgroep en bijhorende uitdagingen
Toenemende meervoudige complexiteit
= niet beantwoorden aan de dominante vorm
iemand met autisme groeit op in een gezin waar het heel onveilig is
Divers-sensitief handelen is een essentieel onderdeel die het verschil wil maken in het werken met kinderen, jongeren en hun context
o Proberen in staat te zijn om in interactie te gaan met de ouders
o Proberen ervoor te zorgen dat jouw referentiekader naast de anderen te leggen
Wat is divers-sensitief handelen?
= bewust een respectvolle manier van omgaan met verschillen tussen mensen
Proberen te leren om te gaan met de verschillen
Als jeugdprofessional moet je een actieve en open houding aannemen
Proberen ervoor te zorgen dat jouw vooroordelen jouw handelen niet zullen benvloeden
Wat kan een vooroordeel of stereotiep zijn?
kind met gelijke naam van iemand die zeer ambetant is, kan het zijn dat je snel een oordeel zal maken over het kind
Gelijkheid, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid
Gelijkheid
= voor iedereen hetzelfde doen
Gelijkwaardigheid
= je probeert een individu te ondersteunen om gelijke kansen te krijgen
Rechtvaardigheid
= je gaat je focussen op hoe je de ongelijkheidsmechanismen kan weghalen uit de samenleving
Voorbeeld opstap van de trein:
Gelijkheid: het is voor iedereen hetzelfde maar er zijn bepaalde mensen die moeilijk toegang hebben tot de trein (rolstoelgebruikers)
Gelijkwaardigheid: je kan vragen om een hulpmiddel om met een rolstoel de trein op te gaan
Rechtvaardigheid: in de nieuwe stations merken we op dat het perron en de trein gelijke hoogte hebben en dat er een lift is in bepaalde stations




Waarom is divers-sensitief handelen zo belangrijk?
Bevorderen van inclusie
Kinderen en jongeren worden gezien en begrepen
Voorkomen van uitsluiting en discriminatie
Voorkomen dat bepaalde groepen kinderen en jongeren worden buitengesloten
Bevorderen van gezonde ontwikkeling
Kinderen en jongeren die zich geaccepteerd en begrepen voelen, ontwikkelen zich beter op emotioneel en cognitief vlak
Voorkomen handelingsverlegenheid
Angst hebben om iets te doen
Waar zou dit kunnen optreden? Jeugdprofessional zal niet meer durven handelen vooral bij kinderen, jongeren en context waar ze zichzelf niet herkennen
Proberen interesse te tonen: wanneer de kinderen en jongeren zich belangrijk voelen, zal de samenleving heel goed verlopen
Helpen met het bouwen van wederzijds begrip
We leren de kinderen en jongeren respectvol met elkaar te laten omgaan
Gaan meer openstaan voor de andere kinderen en jongeren
Conclusie
Het draagt bij aan het welzijn en de ontwikkeling van de kinderen en jongeren
Helpt om een inclusieve en rechtvaardige maatschappij te bevorderen
Kinderen en jongeren krijgen gelijkwaardige kansen










Hoofdstuk 2: Diversiteit
Polarisatie
= vervallen in wij/zij-denken of zwart-wit denken
o In plaats van open te staan, gaan we er een probleem van maken
Onduidelijkheid
= men ziet vaak alleen maar het verschil in nationaliteit of migratie
Is een feit
= in onze samenleving is er vaak nog sprake van diversiteit

Diversiteit is meer dan verschil in nationaliteit
Diversiteitsvlecht
= verschillende vormen benvloeden elkaar
Belangrijk om te handelen vanuit zoveel mogelijk
diversiteitskenmerken
Proberen om de grootste ondersteuningsnoden in kaart
te brengen
Elke mens wordt gekenmerkt door een unieke combinatie
van deze factoren
Sociaal culturele achtergrond
niet hetzelfde als nationaliteit
Etniciteit: culturele achtergrond, gedeelde geschiedenis, taal,
o Maori of Aboriginals
Nationaliteit: verwijst naar het juridisch behoren tot een bepaald land of staat
o Nieuw-Zeelands, Australisch,
Acculturatie
= bepaalde gewoonte of culturele eigenschappen wordt overgenomen door anderen
o Minderheidsgroepen gaan zaken overnemen van de dominantere groepen
Welke zaken zijn typisch van een andere sociale achtergrond die wij overnemen in Vlaanderen?
Couscous
Spaghetti
Pittazaken





The Iceberg model of culture
Het onzichtbare zijn eerder gewoontes, die niet iedereen kent

Oppervlakte cultuur
= lage emotionele beladenheid
o Kans op irritaties zijn heel groot
Diepe cultuur
= vaak onuitgesproken regels waarbij de emotionele beladenheid zeer hoog ligt
Onbewuste regels
= we gaan minder begrip kunnen opbrengen voor de andere

Uiterlijke kenmerken
Met sommige uiterlijke kenmerken worden we geboren
o Huidskleur
o Haarkleur
Andere uiterlijke kenmerken zijn het gevolg van gebeurtenissen in je leven
o Auto-ongeval litteken in gezicht
Zelf invulling geven aan uiterlijke kenmerken
o Haarkleur
o Plastische chirurgie
Op basis van uiterlijke kenmerken gaan we een eerste indruk maken



Evoluties
Positieve evoluties
Zorgwekkende evoluties

Seksuele orintatie
gaat over tot wie je je aangetrokken voelt op basis van hun geslacht
Emotioneel of fysieke aantrekkingskracht
Meest voorkomende vormen van seksuele orintatie
o Heteroseksualiteit
je voelt je aangetrokken voor het andere geslacht
o Homoseksualiteit
je voelt je aangetrokken voor hetzelfde geslacht
o Biseksualiteit
heel bewust voel je je aangetrokken voor zowel mensen met hetzelfde geslacht als mensen met het andere
o Panseksualiteit
het geslacht/genderbeleving maakt niet ui
o Aseksualiteit
geen seksuele aantrekkingskracht voor de andere
LGBTQ+
beweging die actief opkomt voor de rechten en gelijke kansen van mensen met een seksuele orintatie en genderbeleving die anders is dan de heteronorm
Seksuele orintatie
o L, G, B
Queer
je plakt er niet echt een label op, iemand die niet wil beantwoorden aan de dominante vorm
o Genderbeleving en seksuele orintatie


Sociale status
betreft het aanzien, de eer, het prestige die iemand krijgt en met zich meedraagt in diens sociale groep of samenleving
Verkregen via:
o Toewijzing
via ouders, familiecontext,
o Verwerving
bouw je zelf op door bepaalde studies
Bestaat op:
o Individueel niveau
door bepaalde engagementen als individu, gaat jouw sociale status hoog liggen
Je organiseert een feest in jouw wijk
o Collectief niveau
bereikt een sociale status omdat je rechter bent geworden
sociale status hangt samen met jouw beroep
Arts
Kan verschillen van context tot context
o Afhankelijk van wie naar jou kijkt, kan je een heel hoge status hebben maar ook een lage
Je kan werkloos zijn, maar binnen de familie heeft hij veel eer
(laag hoog)
Jongeren die strafbare feiten hebben gepleegd, hebben een lage status in de samenleving maar zij kunnen ook een hoge status krijgen door hun vrienden
Financile status
ongelijkheid in toegang tot middelen en mogelijkheden en het kan een bepaalde factor zijn in iemands sociaaleconomische status






Educatie
Variaties in opleidingsniveau
Toegang tot onderwijs
Onderwijskansen
Leerstijlen
De kwaliteit van onderwijs die kinderen en jongeren ontvangen
concentratiescholen: leerlingen met dezelfde sociaal-economische status
meer segregatie: er ontstaan 2 aparte werelden (scholen met veel gekleurde lln en scholen met witte lln)
school waar er veel Nederlands wordt gesproken, heeft dit een iets hogere kwaliteit







Effecten van onderwijssegregatie in de VS
opvallend witte scholen, gekleurde scholen, scholen met lln met hogere sociale status,
Vaak vooroordelen
Meer isolement
iedereen blijft in zijn eigen leefwereld en hebben minder begrip voor de leefwereld van anderen
Stijgende polarisatie in de samenleving












Onderzoek: impact van sociaal-economische achtergrond op onderwijstraject in Vlaanderen


Leeftijd
elk kind moet de kans krijgen om volledig te ontluiken en te bloeien
Kinderen zijn heel afhankelijk van volwassenen (kwetsbaarheid)
We vertrekken te weinig vanuit het perspectief van de kinderen/jongeren


Gezondheid
fysieke en mentale gezondheidstoestanden tussen individuen en groepen
Conditie
Beperkingen
Chronische ziekten
Mentale gezondheid
Algemene welzijnsstatus
Levensverwachting volgens SES

Verklaring van het verschil?
slechtere huisvestiging + sneller ziek
Slechte luchtvochtigheid, schimmel op de muren, ..
ligging huis
eetgewoontes en wat je je kan permitteren
chronische stress



Gender en sekse
Sekse
verschillende biologische kenmerken
o Man, vrouw, intersekse
Gender
verschillende culturele en maatschappelijke betekenis van biologische kenmerken
o Man, vrouw, two-spirit (beide), genderqueer (je behoort tot alles die buiten het dominante spectrum ligt), genderloos (je identificeert je met geen gender)
Onderzoeken

Taal en geletterdheid
Taal
verschillende manieren waarop mensen communiceren
o Moedertalen, dialecten, communicatiestijlen
Geletterdheid
vermogen om te lezen, schrijven en begrijpen
o Van cruciaal belang voor toegang tot informatie, onderwijs en arbeid
Arbeidsparticipatie
toegang tot de arbeidsmarkt
Bredere interpretatie van participatie in de samenleving
o Zorg voor anderen, vrijwilligerswerk, studeren,
Religie en levensbeschouwing
Religie
geloofssystemen
o Christendom, Islam, boeddhisme
Levensbeschouwing
seculiere overtuigingen
o Wetenschap, humanisme, athest (geen geloof)


Diversiteit in de samenleving
Iedereen heeft migratieachtergrond in zijn/haar stamboom
Superdiversiteit
beschrijft de evoluties van de samenleving over verschillende decennia
3 transities
overgang, verandering
Kwantitatieve transitie (cijfers)
migratiecijfers en demografische evolutie wijzen op een kwantitatieve toename
20ste eeuw: immigratieland
er komen meer mensen naar hier en minder mensen van hier naar het buitenland
o Tijdens interbellum: migratiegolf
werken + hadden ze nodig
Crisisjaren: politiek geproblematiseerd
o Migratiestop (1974) en aanstelling Commissaris voor migratiebeleid (1989)
Vreemdelingen
overheid registreert mensen die geen Belgische nationaliteit hebben en die in Belgi wonen

Personen met buitenlandse herkomst
Personen met een huidige buitenlandse nationaliteit (vreemdelingen)
Personen met een huidige Belgische nationaliteit maar een buitenlandse geboortenationaliteit
Personen met Belgische geboortenationaliteit maar met minstens 1 ouder met een buitenlandse geboortenationaliteit
Majority minority cities
steden waar de meerderheid gevormd wordt door minderheden
Meerderheid is gevormd door kleine minderheden
o Mensen met roots in Frankrijk, Marokko,
Brussel, Antwerpen, Genk, Vilvoorde
Demografische evolutie
als we gaan kijken naar de bevolkingsgroep, zeker in grootsteden, zien we dat vooral de jongere generatie roots heeft uit het buitenland en de oudere generatie allochtoon zijn
Groep van personen met buitenlandse roots groeit
Zorgt ervoor dat er in steden sprake is van een majority minority cities
Kwalitatieve transitie
voor 1990 was migratie relatief eenvoudig
Migranten komen uit alle hoeken van de wereld
o Enorme versnippering in de achtergronden van migranten
Overheid verstrakt het asielsysteem
o Toegang tot formele rechten beperkt tot een steeds kleinere groep
Uitzicht van westerse steden verandert grondig
o Buurten worden meer gelaagd, escalerende diversiteit aan betrokkenen
Migratie evolutie
Oostende, mensen met migratieachtergrond
1990 2011


Sociaal-culturele achtergrond blijft een belangrijke factor bij identiteitsopbouw en om maatschappelijke posities te begrijpen
Veel diversiteit binnen diversiteit
superdiversiteit zorgt voor een groeiende complexe diversiteit
Leren kijken vanuit veeldelingen in plaats van tweedelingen
niet vanuit migratieachtergrond geen migratieachtergrond
Toenemende complexitiet
o Gezinsrelaties minder stabiel
o Arbeidsmarkt verandert in hoog tempo
o Sluit steeds meer ongeschoolde burgers uit
Voor mensen in een kwetsbare positie is het steeds moeilijker om een plaats in de samenleving te verwerven
Proces van normalisering van diversiteit
Commonplace diversity of Convivialiteit
het samenleven wordt genormaliseerd
o Samenleving met verschillende mensen met culturele achtergronden
Normalisering is geen rechtlijnig proces
Proces vertrekt vanuit steden
majority minority city
Kritische blik op de term superdiversiteit
Superdiversiteit belicht te weinig de machtsverschillen die samengaan met verschillende vormen van diversiteit in de diversiteit
Er komt in de samenleving een tegenreactie op normalisering
o Beleidsmakers gaan net strengere integratie-eisen opleggen
Een te wit of zelfs hypocriet kader
Divers-sensitieve jeugdprofessionals
Divers-sensitief ipv cultuur-sensitief
o Diversiteitsvlechtwerk
Het waarderen van het sociaal kapitaal van jongeren
Maximale kansen creren
Diversiteit brengt uitdagingen en kansen
Proces van discriminatie
Stereotype
denkbeelden die je hebt over de werkelijkheid
Beeld dat we nodig hebben om te functioneren
Krijgen dit mee in onze opvoeding: culturel, sociale of media-invloeden
Rigide: zeer nauw denkbeeld waar we dingen in kotjes plaatsen
Vereenvoudigen de werkelijkheid
Vooroordeel
houding waar er vaak een waardoordeel bij komt kijken
Negatieve of positieve houding tegenover persoon/groep
o Niet gebaseerd op eigen ervaring of feitelijke kennis
Attitude die ontstaat vanuit generalisatie en associaties die men over een groep heeft





Unconscious bias











Gender bias: sollicitatieprocedures voor brandweer: alle vrouwen krijgen geen kans (discriminatie)
o Iemand die hulp nodig heeft om zware dingen te dragen ik heb een sterke man nodig die mij kan helpen dragen
Ageism: op basis van leeftijd gaan we bepaalde vooroordelen hebben + zijn er ons niet van bewust waardoor we mensen gaan discrimineren op basis van hun leeftijd
o 55+ers hebben niet zoveel kans op werk, omdat zij al dichter bij het pensioen staan dan 3Oers
Beauty bias: in sollicitatieprocedures krijgen mensen die aan het schoonheidsideaal voorrang krijgen
o Alle blondjes zijn dom
Halo-effect: op basis van 1 positief kenmerk, ga je de hele persoon verschillende positieve kenmerken geven
o Collega ziet er goed uit, dus zal ze waarschijnlijk slim zijn
The horns effect: op basis van 1 negatief kenmerk, ga je de hele persoon verschillende negatieve kenmerken geven
o Collega die af en toe te laat komt, ga jij denken van ah dit is geen goede collega
Confirmation bias: enkel de info die jouw vooroordeel bevestigd ga je gaan evalueren
o Complotdenkers
Conformity bias: onbewust ga je de mening van iemand anders overnemen
o Omdat we bij een bepaalde groep willen horen ook al vind jij dit niet
Affinity bias: als je gelijkaardige kenmerken in iemand ziet ga je snel geneigd zijn om positieve kenmerken te geven aan die persoon


Micro-agressie
handelingen waarmee iemand dagdagelijks mee geconfronteerd wordt
Doordat dit dagelijks gebeurt ziet iemand dit als agressie
Subtiele discriminatie die niet zo bedoeld is, maar die constant gebeurt
o Geeft een negatief effect op de persoon in kwestie
Type Microinvalidatie Microbelediging Ongepaste nieuwsgierigheid
Definitie = ontkennen of aanvallen van iemands beleving/ervaring = subtiele beledigingen, gebaseerd op identiteit = nieuwsgierigheid die vertrekt vanuit een sterk stereotiep
Voorbeeld - Racisme bestaat niet in Belgi ontkennen of niet willen aanvaarden van iemands seksuele orintatie of genderbeleving - Tegen een man van kleur: de tweede klasse is daar meneer - Een vrouw van 30j die constant de vraag krijgt wanneer ze aan kinderen zal beginnen
Effecten - Gevoelens van onzichtbaarheid en frustratie - Stereotypen blijven bestaan, impact op zelfbeeld - Vermijden van bepaalde situaties

Discriminatie
ongelijk behandelen van personen of groepen op basis van bepaalde kenmerken
Waardeoordeel in actie
Directe discriminatie: duidelijk beleid dat je hebt
o Iemand met een hoofddoek moet niet bij ons op de sociale dienst werken
Indirecte discriminatie: onbewust of bepaalde voorwaarden in het leven roepen waarvan je weet dat je een bepaalde doelgroep gaat fixeren
o Toegang krijgen tot sociale woning = minstens 5j in gemeente wonen
Racisme
waardeert en beoordeelt mensen op basis van hun raciale of etnische achtergrond
Implicatie dat sommige zogenaamde rassen inherent superieur of inferieur zijn aan anderen
Begrip Definitie Kernkenmerk Voorbeeld
Stereotype = vereenvoudigd en veralgemeend beeld over een groep - Generalisatie
- Denkbeelden Alle Duitsers drinken veel bier
Vooroordeel = attitude of houding tegenover een persoon/groep zonder feitelijke basis - Attitude (waardeoordeel)
- (aan)voelen De overtuiging dat vrouwen minder geschikt zijn voor technische beroepen
Discriminatie = ongelijke behandeling van personen op basis van kenmerken - Actie/gedrag
- Handelen Een verhuurder wijst een persoon met licht spectrum van autisme af
Racisme = overtuiging/systeem dat bepaalde rassen superieur zijn dan anderen - Systeem van ongelijkheid
- Onderdrukking op basis van zogenaamd ras Gekleurde mensen die systematisch niet uitgenodigd worden bi vacatures ondanks dat ze over geschikte ervaring beschikken

Maatschappelijke systemen














Kruispuntdenken
aandacht voor processen van macht en ongelijkheid
Bij juridische kwesties: zwarte vrouwen onvoldoende gehoord worden omdat ofwel enkel seksediscriminatie of racisme erkend werd
Manier van denken over zichtbaar krijgen en omgaan met verschil
o In vraag stellen van dominante ideen/normen
Machtsverschillen in de maatschappij: focus op ongelijkheid en privileges
Wie is er in een bepaalde context in- of uitgesloten en op basis van welke criteria?
Ervaringen verschillen tussen en binnen groepen
Verwevenheid van onderdrukking: racisme, seksisme, klassisme, hangen samen en versterken elkaar
Iedereen is anders, maar niet elk anderszijn wordt normaal gezien



Basisprincipes van intersectioneel denken
Stap 1: wat zijn sociale ordeningsprincipes?
gender, etniciteit, klasse, seksuele orintatie, leeftijd
Sociale ordeningsprincipes waar ieder van ons op gesitueerd is
Assen van identiteitsvorming










Stap 2: rele impact?
bepaalde kenmerken kunnen ervoor zorgen dat de mensen hier een nadeel/voordeel van ondervinden
Voordeel Nadeel
-21jaar = kortingen bij bepaalde zaken, zoals treinticket = mensen onderschatten jou omdat je nog te jong bent
Groot netwerk = veel babysitters voor de kinderen = vervelend omdat je soms geen tijd meer hebt voor jezelf in het weekend

Beantwoorden aan de dominante norm in de samenleving
o Vergroot de kans dat je voordelen ervaart
o Niet beantwoorden aan de dominante norm lokt sneller nadelen uit




Stap 3: kijken naar hoe de dimensies op elkaar inspelen
Machtsverhoudingen
Dimensies zijn machtsgeladen
Privilege
het al dan niet beschikken over een bepaald kenmerk heeft een belangrijke impact op onze positie en onze kansen
Onzichtbare norm
Normen zijn vaak onbewust en onzichtbaar
Norm lijkt normaal als het ware de macht vanzelfsprekendheid ten opzichte van de anderen
Kern van kruispuntdenken
Kruispuntdenken vertrekt vanuit de samenhang en verwevenheid van kenmerken die mensen en groepen doen verschillen van elkaar
Multidimensionaal perspectief
elk individu is gesitueerd op het kruispunt van de verschillende machtsassen of dimensies
Hoe werkt kruispuntdenken?
De andere vraag stellen
je gaat na welke andere dimensies er kunnen meespelen bij een situatie van uitsluiting
Tellen, stapelen of kruisen?
uit ervaringen van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen blijkt dat discriminatie meer is dan een optelsom van afkomst + sekse
Meerlagigheid en complexiteit van de verschillen raken verwaarloosd
Het kruispuntdenken maakt de samenloop van discriminatiegronden zichtbaar en houdt ook rekening met de rol van de dominantere opvattingen
Een en-en-verhaal en niet het of-of-denken
Kruispuntdenken kijkt vanuit een en-en perspectief
identiteiten werken altijd samen en benvloeden elkaar
o Gender, etniciteit en machtsverhoudingen zijn altijd met elkaar verweven
Of-of denken ziet identiteitskenmerken los van elkaar
o Meervoudige discriminatie
6 cultuurdimensies van Hofstede
hoe culturele verschillen het gedrag, de communicatie en de samenwerking kunnen benvloeden
Effectiever en met meer empathie werken met jongeren en hun families
o Effectiever aan de slag kunnen: wat je doet, zullen op interventies meer effect hebben
o Empathisch werken: als je je beter kan inleven, kan je beter rekening houden
stelt dat internationale en interculturele samenwerking alleen succesvol kan zijn als we inzicht hebben in elkaars waarden en normen

verschillende landen worden geplaatst op deze verhouding


Machtsverdeling
hoe ongelijk of gelijkmatig is de machtsverdeling in de cultuur
Identiteit
is de cultuur meer gericht op het individu of op de groep?
Tijdsorintatie
mensen die belang hechten aan het hier en nu, maar ook mensen die toekomstgericht zijn
Rolopvatting
wat zijn de maatschappelijke verwachtingen over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen?
Onzekerheidsvermijding
hoe gaat men om met onzekerheid en risicos?
Levenshouding
wordt geluk gezien als iets wat je actief nastreeft of als iets wat ontstaat door het leven aan te nemen zoals het komt?
Machtsverdeling: sterke of zwakke hirarchie

Sterk hirarchische samenlevingen
ongelijkheid binnen de samenleving wordt doorgaans geaccepteerd zonder deze gerechtvaardigd hoeft te worden
K&J: leren hierin al op jonge leeftijd hun positie te accepteren en respect te tonen voor autoriteit
Oekrane, Syri, Marokko, China
Zwak hirarchische samenlevingen
hirarchie enkel wanneer echt nodig, WNs krijgen inspraak bij belangrijke beslissingen
K&J: zijn gewend dat er ruimte is voor inspraak en dat hun mening wordt gevraagd
Nederland, Denemarken



Identiteit: individualistische of collectivistische samenleving
gaat over hoe mensen zichzelf zien

Individualistische samenlevingen
nadruk op persoonlijke prestaties, vrijheid en onafhankelijkheid
K&J: worden aangemoedigd om zelfstandig te denken en hun eigen weg te kiezen
Nederland, Belgi, Zwitserland, Verenigd Koninkrijk
Collectivistische samenlevingen
wordt het welzijn van de groep, familie/vrienden/gemeenschap, belangrijker gevonden dan individuele ambities
K&J: leren om zich in te zetten voor het groepsbelang en om loyaliteit aan hun groep te tonen
Marokko, Syri, Turkije, Zuid-Korea
Tijdsorintatie: korte of lange termijn
wordt er vooral waarde gehecht aan het verleden en het heden of eerder aan de toekomst

Lange termijn orintatie
veel waarde hechten aan planning, educatie, en het opofferen van kortetermijnsucessen voor toekomstig voordeel
K&J: van jongs af aan hechten zij belang aan studie en discipline, omdat succes op lange termijn voor hen belangrijk is
Nederland, Belgi, Oost-Azi, Noord-Europa
Korte termijn orintatie
focus op verleden en heden: tradities en religieuze verplichtingen
Weinig sparen voor of investeren in de toekomst
o Focus op behalen van snelle resultaten
Marokko, Syri, Turkije, Itali
Rolopvatting: masculine of feminiene samenleving
wordt er vooral waarde gehecht aan masculiene waarden of eerder feminiene waarden

Masculiene samenleving
veel waarde aan persoonlijke prestaties en competentie
K&J: vroeg focus op ambitieus zijn
Itali, Japan
Feminiene samenleving
focus op zorg en kwaliteit van leven
K&J: zoeken harmonie in groep
Nederland, Oekrane


Onzekerheidsvermijding: risicomijdende of pragmatische samenleving
hoe wordt er omgegaan met een toekomst die onbekend is?

Risicomijdende samenleving
regels en structuren volgen om onzekerheid en risicos te beperken
K&J: minder risicobereidheid en bekende patronen
Oekrane, Belgi
Pragmatische samenleving
ontspannen houding tov onzekerheid
Flexibele houding ten opzichte van regels en durven experimenteren om te leren wat werkt
Gematigd: Nederland
Jamaica, Singapore











Levenshouding: sterke of zwakke sociale controle
worden verlangens en impulsen eerder beheerst of is er ruimte voor genieten en plezier beleven

Zwakke impulscontrole
openlijk genieten van het leven
K&J: veel ruimte en vrijheid, sterke feestcultuur
Gematigd: Nederland en Belgi
Sterk: Mexico, Colombia
Sterke impulscontrole
grote nadruk op discipline en religieuze waarden
Terughoudende opstelling bij tonen van emoties en verlangens of openlijk genieten van het leven
Oekrane, Marokko, Pakistan, Egypte










Belgi en jeugdprofessionals op de verschillende cultuurdimensies
Belgi Jeugdprofessional
Machtsverdeling Scoort relatief hoog
Leidinggevende worden gemiddeld gezien minder in vraag gesteld Kunnen ervaren dat niet alle jongeren het gewoon zijn om actief deel te nemen aan het gesprek
Identiteit Individualistische samenleving (Vlaanderen)
Collectivistische samenleving (Walloni) Jongeren uit collectivistische culturen gaan minder snel hun persoonlijke wensen vooropstellen
Tijdsorintatie Gematigd lange termijn orintatie Gezinnen met korte termijn orintatie hechten een groter belang aan familiebanden
Rolopvatting Gemiddeld: focus op streven naar compromis Attent zijn voor K&J die meer gericht zijn op competitie en niet te snel om hulp zullen vragen
Onzekerheidsvermijding Hoog: regels, structuren en gedetailleerde planning zijn belangrijk Sommige K&J zullen geneigd zijn snel te durven experimenteren en initiatief te nemen
Levenshouding Balans tussen openlijk genieten en zelfbeheersing Leren vooral te gedragen volgens de normen en zijn eerder terughoudend in het tonen van emoties















Hoofdstuk 3: Omgaan met diversiteit
gevoeligheid hebben om te weten wanneer verschillen relevant zijn en wanneer niet (Dirk Geldof): aandacht voor verschillende uitsluitingsmechanismen en diversiteit binnen diversiteit
Belangrijk om te weten wanneer je moet handelen en aandacht geven voor de verschillen en wanneer niet
Wie werkt vanuit een divers-sensitieve benadering, schort zijn of haar moreel oordeel over het verschil op
o Iedereen gelijkwaardig behandelen
moeite doen om het te begrijpen vanwaar het verschil komt
Identiteiten deels:
o Biologische bepaald
aangeboren beperking: wat je meekrijgt van jouw geboorte
o Zelfgekozen
geloof, geslachtstransitie
o Door de samenleving worden ingevuld
omgaan met mensen die tot de LGBTQ behoren, geloof (als je geboren bent in Vlaanderen is de kans groot dat je katholiek bent, Marokko zal islam zijn)
7 valkuilen bij JP die niet divers-sensitief handelen
Irritatie bij verschillend referentiekader
je zal op zaken stoten waar je bij jezelf irritatie zal voelen opkomen
o Mensen die te laat komen, maar jij staat erop dat je op tijd komt
Benoemen als dit jou irriteert: bespreken en kijken wat er nodig is om die irritatie te verminderen
Handelingsverlegenheid
angst hebben om met diversiteit om te gaan
o Valkuil? Als je naar een gezin moet gaan die islamitisch is en jij weet daar niet zoveel over, kan het zijn dat je niet meer naar dat gezin zal gaan
Interesse tonen en empathie tonen
o Gezin die geen migratieachtergrond heeft maar met onveiligheid waarbij je niet weet hoe je dit moet aanpakken, moet je blijven naar het gezin te gaan als jeugdprofessional
Benoemen dat het niet makkelijk is
Misvattingen
jij denkt dat het heel duidelijk is maar de gezinnen vinden het moeilijker
o Zorgen dat je in de communicatie voor duidelijkheid zorgt, zodat er geen misvattingen ontstaan
o Dingen anders interpreteren door vroegere ervaringen
je gaat naar een huis met een bepaald geloof en je moet jouw schoenen afdoen voor je binnenkomt. Je gaat naar een ander gezin met hetzelfde geloof en jij doet automatisch jouw schoenen af, maar eigenlijk is dit niet nodig
o JP die op een bepaald moment denken dat ze het moeten overnemen van het gezin
kind die denkt dat het tussen hun blijft, maar de JP vertelt dit door aan de ouders
Etnocentrische houding
eigen cultuur als norm zien en als je daar verder in doorslaat zie je dit als best mogelijk en de andere als minderwaardig
Oversympathiseren
door te veel rekening te houden met de andere, ga je jouw eigen cultuur verwateren
o Goede balans vinden tussen mensen in verbinding brengen met onze cultuur
o Omgekeerde van etnocentrische houding
o Wat heeft geen helpend effect?
sociale voetbalploeg (met spelers met een mindere achtergrond) tegen een voetbalploeg met zonen van rechters: een van de sociale ploeg smijt met stenen als je oversympathiseerd dan ga je akkoord dat hij met stenen gooit
(Blanke) Privileges
mensen die met de beste bedoeling dingen installeren maar niet nadenken dat dit in het voordeel is voor de blanke privileges
o Onbewuste denkfouten: matheus-effect
Kleurenblindheid
je ziet geen verschil, je behandelt iedereen gelijk maar gelijk behandelen is altijd in het nadeel van de minderheid
o Kruispuntdenken: mensen die onderaan de lijn zitten, zijn dan vaak in het nadeel
o Vaak vanuit de best mogelijke bedoeling
TOPOI-model Hoffman (voorbeeld in cursus voor op het examen)
5 gebieden die onderscheiden waar, met betrekking tot de communicatie en culturele verschillen misverstanden kunnen worden opgespoord
Bij elk gebied vertrekken ze vanuit 3 vragen:
o Wat is mijn aandeel als JP hierin?
o Wat is het aandeel van de ander?
o Wat is de invloed van de heersende waarden, normen, beelden, van de sociale omgeving op de communicatie van iedereen?









Taal
omvat de verbale en non-verbale taal van deelnemers aan het gesprek
Vragen of de andere het begrijpt
in sommige culturen is het verboden om tegen ouderen te praten
Geen gewone ja-neenvraag stellen

Ordening
hoe mensen de werkelijkheid waarnemen en interpreteren
De kijk ofwel de zienswijze van de deelnemers op de kwesties die spelen in hun gesprek
o Wij zetten Europa centraal, maar anderen zetten hun continent centraal


Personen
verwijst naar de personen die deelnemen aan het gesprek en naar hun onderlinge relatie
Machtsverhoudingen, rolverwachtingen en persoonlijke gevoelens
Iemand die altijd dicht bij jou staat als ze praat, maar jij staat erop voor persoonlijke ruimte
Duidelijk maken wat jij van de jongere verwacht maar ook wat de jongere van jou verwacht







Organisatie
maatschappelijke en professionele organisatorische omgeving waarbinnen de communicatie plaatsvindt
Machtsrelatie
Waar focust divers-sensitief handelen zich op?
o Hoe jij als JP zich gaat plaatsen ten opzichte van het gezin
o Gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid

kruispuntdenken
Intentie
op zoek gaan naar de onderliggende intenties, motieven, behoeften, verlangens en drijfveren van de gespreksdeelnemers
Duidelijk maken wat die van jou zijn maar je vraagt ook naar de intentie van de andere

Ouders hebben de best mogelijk intentie, maar de jongeren zien dit meestal niet
o Taal eraan geven
Intenties worden vaak niet duidelijk verwoord omdat de andere denkt dat het duidelijk verwoord is en dat de andere dit begrijpt


Beschermjassen
veilige omgeving of symbolische bescherming bij veranderingen, verlies of onzekerheid
Inzetten vertrouwde symbolen en tradities
Voor JP: werken vanuit begrijp voor de culturele achtergrond van de doelgroep
Waarom beschermjassen?
nood aan veiligheid, verbinding en herkenning, voor families in een transculturele situatie is dit extra belangrijk, omdat zij vaak te maken krijgen met:
Cultuurschok
verlies van bekende waarden en normen in een nieuwe omgeving
Intergenerationele spanningen
spanningen in het gezin tussen kinderen/jongeren en de ouders
o Kunnen extra beladen zijn in gezinnen in transculturele situaties
ouders die geboren en opgegroeid zijn in een andere culturele achtergrond, hechten veel belangen aan de normen van die cultuur. Terwijl de kinderen net de waarden en normen gaan gebruiken van de nieuwe cultuur
In sommige culturen kan het zijn dat wanneer de dochter samenwoont met een andere vrouw, dat zij niet meer binnen mag thuis
Discriminatie en uitsluiting
De kernprincipes van beschermjassen (examen)
Veiligheid creren
zorgen voor een situatie die veilig aanvoelt
Symbolen en rituelen gebruiken
als sommige feestdagen voor de jongere belangrijk is, moet je dit respecteren en proberen daar interesse in te tonen
Culturele identiteit respecteren
als bepaalde denkbeelden heel sterk komen vanuit culturele achtergronden, moet je daar respect voor tonen
o Respect tonen = aanpak volgen oversympathiseren
Relatiegerichte aanpak
gesprek fascineren: gesprek regelen om te helpen dat ze respect opbrengen voor de anderen voor hun visies
Focus op veerkracht
je zorgt ervoor dat je manier vindt dat je ze kunt ondersteunen en de dingen die goed gaan, versterken




Beschermjassen in families

Ik en wij- gerichte systemen
Ik-gerichte systeem: individu staat centraal
o Zelfontplooiing, persoonlijke vrijheid en autonomie worden belangrijk gevonden
Wij-gerichte systeem: nadruk op het belang van de groep zoals familie, gemeenschap of religie
Belgi: ik-gericht systeem
Nadruk op individuele rechten en zelfontplooiing
Families met migratieachtergrond komen vaak uit wij-gerichte culturen
o Leidt tot verwarring en spanning binnen het gezin
Alleenstaande moeders (sociaal-culturele achtergrond)
Vaak in kwetsbare positie
kruispuntdenken: als een alleenstaande moeder op meerdere zaken onder de dominante vorm zit
o Vaak een klein, sociaal netwerk (opgegroeid in een ander land, familie in ander land)
Ervaren gebrek aan steun en financile daadkracht
steun: netwerk die vaak minder uitgebreid is of helemaal afwezig is
financile daadkracht: jobkansen die iemand heeft
o Als je bijvoorbeeld niet zo een groot netwerk hebt, maar veel geld. Zal je op hotel gaan als je in moeilijkheden komt


Project Miriam
aandacht voor de doelgroep alleenstaande moeders
Ontstaan in OCMW waar men merkte dan meer alleenstaande moeders nood hadden aan financile middelen van de OH
o Budgetbegeleiding, klein netwerk waardoor ze snel terugvallen
In elke buurt in Kortrijk werd er een groep opgericht van alleenstaande moeders die naar het OCMW gingen. Zij kwamen samen en wisselden verschillende zorgen uit
o Moeders gingen elkaar zelf ondersteunen: begonnen te babysitten voor elkaars kinderen
Waarom bij beschermjassen? Vanaf het moment ze samen kwamen, naast de steun wat je doet als moeder, was er ook veel culturele invullingen
o Verbinding tussen verschillende culturele achtergronden
o Vaak problemen hiermee: de begeleiders zeiden dat de kinderen naar de opvang moeten, maar in de cultuur van de moeders, kon dit niet
Rol van de vaders (sociaal-culturele achtergrond)
spanningsveld afhankelijk van de culturele achtergrond
Balans tussen:
o Hun traditionele verantwoordelijkheden
vaders zeggen over de opvoeding van de kinderen, trekken zij zich daar niks van aan
o Verwachtingen van een moderne samenleving

Intergenerationele spanning
relaties tussen ouder en kind, grootouders en kleinkinderen, : generaties binnen dezelfde familie
Binnen relaties met culturele achtergrond kan dit voor veel spanning zorgen
o Ouderen houden zich vast aan de vele culturele zaken
Berschermjassen helpt gezinnen om trots te blijven op hun culturele wortels, terwijl ze zich aanpassen aan de uitdagingen van een nieuwe samenleving
o Zeer helpend om te zeggen dat het oke is dat ze trots zijn, maar tegelijkertijd is het belangrijk om na te denken hoe je kan meedraaien in de nieuwe samenleving
Vanuit de culturele wortels vindt men heel belangrijk dat jongens en meisjes niet samen zitten: het is dus belangrijk dat je aan het gezin meldt dat dit in school door elkaar is (duidelijk maken dat je bv in school je zal moeten aanpassen, maar tijdens de vrije tijd kan dit wel)
o JP: respect tonen voor wat zij belangrijk vinden, maar je moet ze er ook op wijzen op de leerkansen van hun dochter/zoon




Rollen van jeugdprofessionals (examen)
samen met de kernprincipes toepassen
Facilitator
zorgt ervoor dat de dingen die veel te weinig gebeuren in het gezin, wel gebeurt vanuit een ondersteunende rol
Ouders gaan in gesprek met de kinderen
zorgt ervoor dat het gesprek zo goed mogelijk verloopt, maar ook voor veiligheid zorgt voor ieder gezinslid
Cultuursensitieve luisteraar
je gaat heel attent en open zijn voor hun culturele wortels, je bent bereid om ernaar te luisteren waarom dit voor hun belangrijk is
Je stelt de dingen in vraag vanuit een luisterende niet veroordeelde houding
Bruggenbouwer
tussen culturele wortels die ze hebben, en de verwachtingen die heersen in de samenleving waaraan je aan de slag bent
Tussen de verschillende culturele identiteiten
bespreekbaar maken en ervoor zorgen dat iedereen zijn beleving evenwaardig aan bod komt
Coach
gezin ondersteunen; je laat geen enkele kans om in te zetten op wat wel goed gaat en wat niet













Handelingskader divers-sensitieve jeugdprofessional
gevolg van uitgebreid onderzoek
5 handelingsprincipes
om op een inclusieve, respectvolle en effectieve begeleiding te bieden
Inclusieve manier
proberen ervoor te zorgen dat je geen apart circuit organiseert voor mensen met een andere achtergrond zodat ze aansluiting vinden aan het reguliere begeleiding
o Kinderen zoveel mogelijk laten aansluiten bij het regulier onderwijs
ook al hebben ze een culturele achtergrond
zorgen dat zij aandacht hebben voor de bepaalde groepen

Effectieve begeleiding
proberen te kijken of wat je doet een impact/resultaten heeft op lange termijn
wat is er nodig om echt het verschil te maken + goed afgestemd zijn op wat het gezin/kind zelf wil
o Meerwaarde op lange termijn
o Als een bepaald gezin groter noden heeft dan een ander gezin, ga je daar een intensievere begeleiding hebben (je zal meer aandacht hebben voor het gezin met grote noden dan het gezin zonder noden)
Open, respectvolle basishouding
zo nabij als mogelijk/nodig zijn
Vertrouwensrelatie tussen betrokkene en JP
juiste evenwicht zoeken tussen verschillen en gelijkenissen
o Efficinte benadering: vaak te weinig tijd voor vertrouwensrelatie
o Effectieve benadering: veel tijd voor de vertrouwensrelatie
Oordeel opschorten
o Actief luisteren
o Oprechte betrokkenheid
o Presentie
aanwezig op gelijk welke manier dat nodig is voor de doelgroep waarmee je werkt
Gezin waarbij je merkt dat het moeilijk is om tot bij jou te komen
ga bij hun thuis
Onderhandelende afspraken: iedereen mag mee bepalen wat menswaardig is
o Gelijkwaardigheid: afspraken samen opstellen met betrokkenen
effectief installeren moet je dingen zoeken waar ze zelf in geloven




Gericht op samenwerking en dialoog
aanpak en oplossingen samen met de kinderen, jongeren en context vormgeven:
ook kinderen inspraak geven: gelijkwaardigheid
Kinderen, jongeren en context erkennen als expert van hun eigen leven
Leidt tot een gelijkwaardige relatie tussen JP en kinderen/jongeren/context
Vragen om een actieve rol van kinderen/jongeren/context in het hulpverleningstraject
Valkuil: oversympathiseren
Krachtgerichte kijk
stoppen met enkel denken in termen van tekorten of pathologische benadering
(pathologische benadering: labels erop plakken)
Aandacht verschuiven naar de mogelijkheden, betrokkenen en de hulpbronnen in de context
Aandacht geven aan de dingen die goed werken, maar soms moet je ook eens het negatieve benoemen
o Zorg dat je in jouw achterhoofd hebt, dat je al meer hebt bevestigd op wat er goed loopt dan wat er minder goed loopt
Interculturele communicatieve vaardigheden (TOPOI Hoffman)
Lingustische verschillen: verschil in taal
Bewust zijn van hoe cultuur de manier van communiceren kan benvloeden
Meertaligheid verdient erkenning en waardering













(niet vanbuiten leren, ligt bij het examen)
Kritisch tov machtsverhoudingen in de samenleving (kruispuntdenken)
bewust zijn van hun eigen positie en van de impact van maatschappelijke structuren op de kansen en mogelijkheden van hun kinderen, jongeren en context
bewust zijn dat sommige identiteitsfactoren ervoor zorgen dat je minder kansen krijgt
Wij/zij: basis van gelijkwaardige behandeling en waardering
JP zet zich in om barrires te signaleren en weg te nemen, zodat kinderen, jongeren en context toegang hebben tot alle beschikbare hulpbronnen
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit