Maak een oefenexamen van de volgende tekst: KRITISCHE EVALUATIE VAN BRONNEN I. EXTERNE KRITIEK
Klassieke historische kritiek
Een positieve erfenis
Professionalisering geschiedschrijving 19de eeuw
o het wordt een opleiding aan de universiteit
o positivisme = stroming die stelt dat kennis enkel gebaseerd kan worden op empirische waarneming en wetenschappelijke methoden, dus een grote nadruk op kenbaarheid
Geschiedschrijving = reconstructie kenbaar verleden
Als je met genoeg kennis en vaardigheden naar de historische bronnen kijkt, is het mogelijk om het verleden te reconstrueren
reconstructie van het verleden moet objectief zijn, maar het is toch vaak selectief
toen voornamelijk een nadruk op politieke en militaire gebeurtenissen (niet vb. over vrouwenemancipatie ofz)
Nadruk politieke en militaire gebeurtenissen
Historisme: de bronnen laten spreken
Belang technische analyse van bronnen
Leopold von Ranke (1795-1886)
Het doel is slechts aan te tonen hoe het werkelijk was (wie es eigentlich gewesen ist)
Opnieuw tot stand brengen van de geschiedenis (bij foto)
7 principes historische kritiek
Externe kritiek
Herstellingskritiek
Oorsprongskritiek
Ontleningskritiek
Interne kritiek
Interpretatiekritiek
Gezagskritiek
Bevoegdheidskritiek
Rechtzinnigheidskritiek
Een positivistische erfenis als handvat voor systematische kritische evaluatie van bronnen
Belang filologische traditie
Oorspronkelijke focus op teksten, maar brede toepasbaarheid
1. Herstellingskritiek
Verwijst vooral naar de vraag Hoe was de bron bij haar ontstaan?
is het een originele bron of een kopie?
Veel historici gebruiken bronnen van de oudheid en de middeleeuwen, maar vaak zijn de bronnen van voor de boekdrukkunst door vorige historici overgeschreven waardoor het kan zijn dat je aan het werk bent met een bron uit de 2e eeuw voor christus die dan een handschrift heeft uit de 12e eeuw
Vaak enkel een overgeschreven bron ter beschikking Kopiren wil zeggen, fouten maken:
lapsus: slordig en algemeen
dittografie: herhalen van woorden
metathese: het verspringen van letters
haplografie: weglaten van woord of zin
vereenvoudigen of hervormen
interpolaties: stukken toevoegen die niet in de oorspronkelijke tekst
Soms zijn er meerdere kopien van een bron, welke is dan de juiste?
Kopien die in een andere stamboom tot stand zijn gekomen
reconstrueren van een teksttraditie = tracht te gaan identificeren van stamboom: die kopie en die kopie hebben zich op deze kopie gebaseerd. confronteren van verschil
De methode van Lachmann = een techniek om de oorspronkelijke versie van een tekst te reconstrueren door verschillende kopien van die tekst te vergelijken en te analyseren, vooral door fouten in de kopien te bestuderen.
Zo wordt geprobeerd te achterhalen welke versie het dichtst bij het origineel ligt. Bredere toepasbaarheid op bronnen met verschillende versies vb. fims
Europese versie die niet altijd happy ending hebben, Amerikaanse versie dan vb. wel
2. Oorsprongskritiek
Verwijst vooral naar de vraag: Door wie, waar en wanneer werd deze bron opgesteld?
identificeren van de auteur, kan soms in de bron vermeld staan wie de auteur is (niet perse waar)
Het dateren van het document
Verschillende soorten auteurs
Intellectuele auteur = de persoon die het originele idee/ de creatieve inhoud van het werk heeft bedacht
Materile auteur = de persoon die het werk fysiek heeft vastgelegd, zoals een schrijver die een tekst typt. De materile auteur is niet altijd dezelfde als de intellectuele auteur
Juridische auteur = de persoon die wettelijk erkend wordt als de auteur van het werk, vaak degene die het auteursrecht bezit. Niet perse intellectuele of materile auteur, kan bijvoorbeeld een uitgever of werkgever zijn die rechten op het werk heeft gekregen
vb. koninklijke besluiten zijn in bezit van de koning, maar hij heeft die helemaal niet geschreven of bedacht
Belang van hulpwetenschappen
Hoe kunnen we bepalen hoe oud een document is, wanneer het document zelf niet zegt van wanneer het dateert
Koolstofdattering
Gebeurtenissen uit tekst
Endocrinologie (vb. hout ringen van bomen)
Woordgebruik (vb. taal uit 16e eeuw vs. taal uit 20e eeuw)
Terminus post quem = de vroegst mogelijke datum
Terminus ante quem = de laatst mogelijke datum, de eerste tijd waarop een gebeurtenis niet meer heeft kunnen plaatsvinden
vb. men heeft het over bronnen uit de bibliotheek van Leuven, die is afgebrand in 1914. De terminus ante quem is dan 1914 want de bron moet voordien tot stand gekomen zijn
Rol van Glaubens(un)willigkeit = vaststelling dat vervalsingen gemakkelijker ingang vinden als ze bevestigen wat we graag willen geloven. Zo zullen we veel kritischer zijn met informatie die niet strookt met onze overtuigingen
selectieve willigheid
Problematiek van vervalsingen:
Verschillende motieven: winstbejag, politieke of ideologische motieven, ijdelheid (wetenschappers die doen alsof zij het hebben ontdekt terwijl het al bestond)
Verschillende vormen: herschrijven, interpolatie (tekst dus toevoegen die er oorspronkelijk niet stond), natekenen, helemaal gefabriceerde bronnen
Verschillende gradaties: naspelen, restaureren (maar hoe ver gaat dat? soms zo hard gerestaureerd dat het bijna vervalst is), reconstructie, kopie, pseudo-origineel,...
voorbeelden van vervalsingen:
Hitlers dagboeken maar ja vervalst vant inkt en papier kwam niet uit de tijd van Hitler, voor 5 miljoen euro door duitse Stern gekocht en wereldwijd verspreid
Donatio Constantini = document uit 3e eeuw waarin beweerd wordt dat keizer constantijn de wereldlijke en kerkelijke macht zou hebben geschonken aan paus silvester I was niet waar, maar werd gemaakt om pauselijke macht te rechtvaardigen in de 8e eeuw
Toespraak van Lenin: Trotsky wordt van de foto gewist
reconstructie van de Amerikaanse mariniers die de amerikaanse vlag hijsen in Japan
ze hebben die foto opnieuw gemaakt omdat men op de eerste foto de vlag niet goed zag (grotere vlag)
Deep fake fotos en videos
3. Ontleningskritiek
Verwijst vooral naar de vraag: Was de auteur een rechtstreekse getuige van de feiten of heeft de auteur gegevens ontleend aan andere bronnen?
Heeft de auteur zich ergens op gebaseerd, is er een model?
Nee = het model kan verzwegen of verloren zijn, auteur kan het ook zelf hebben meegemaakt en is dus ooggetuige
Ja =verdere kritiek in functie van het model, of het model is verloren dan gaan we opzoek naar de datum, plaats en auteur
Is de bron zelfstandig opgesteld of nageschreven?
Citeren en parafraseren
Plagiaat
Postmodernisme: elke beschrijving van de werkelijkheid is gewoon tekst
Alles is ontleend want tekst verwijst niet naar de werkelijkheid maar gewoon naar andere teksten
Niemand brengt een authentiek, origineel idee
INTERNE KRITIEK = onderzoekt de inhoud van de bron zelf
Hoorcollege 6
KRITISCHE EVALUATIE VAN BRONNEN II. INTERNE KRITIEK
Interpretatiekritiek
A) Intentie: wat is de betekenis van de tekst voor de auteur? Welke boodschap?
B) Receptie: wat is de betekenis van de tekst voor de lezer? Hoe verstaat de Lezer het?
Vb. gift van Karel de stoute aan de Luikse kathedraal (1471) Sint-Joris met de draak, koker met een relikwie van de heilige Lambertus, jongen met relikwie gezicht van Lambertus idk
Context: 2j. voorheen, Karel de stoute ultieme vernietiging in luik aangebracht.
Intentie: wat bedoeld de communicator?
Vele valkuilen:
Verschuivende betekenis van woorden
o vb: gebruik woord wijf/ wif: vandaag is dat een denigrerend woord, impliceert een helemaal andere betekenis dan in de 18e eeuw, wanneer wijf wordt gebruikt om naar de echtgenote van iemand te verwijzen
Gevaar van hineininterpretierung & anachronismen
o een betekenis ergens gaaninleggen die er oorspronkelijk niet in lag Anachronisme: begrippen die op dat moment geen betekenis hadden toch gaan terugprojecteren in de tijd
o vb. grote discussie bij het opstel van het Vlaams Canon want het is een anachronisme om te spreken over een vlaamse identiteit voor de 19e eeuw, het ontstaan van Vlaanderen
Aandacht voor context
o oog voor maatschappelijke en psychologische positie van de auteur, wie is de auteur en wat is zijn leef- en gedachtegoed? Welke boodschap wil die in diens teksten leggen
Vertalen = herscheppen
Odysseus en de sirenen, door john william waterhouse, 1891
the past is a foreign country. They do things differently there E.P Hartley, The Go-Between (1957)
Semantiek -> betekenis leer
Studie van de (verschuivende) betekenisgeving
Vb. Grve (staking)
Woorden kunnen nietige stukjes arsenicum zijn, ze worden ongemerkt ingeslikt en lijken geen uitwerking te hebben, maar na enige tijd is de gif werking er toch. Als iemand maar lang genoeg fanatiek zegt in de plaat heldhaftig en deugdzaam, gelooft hij ten slotte echt dat een fanaticus een deugdzame held is en dat je zonder fanatisme geen held kunt worden
Viktor Klemperer, 20 april 1933
Zie ook opinie stuk
Receptie: wat verstaat de ontvanger?
Tekst-lezer: een problematische relatie
Verstaan en misverstaan van boodschappen
Noise (ruis)
Redundantie vs. Entropie (informatie dat herhaald wordt in een boodschap- herhalende informatie dat overbodig lijkt, maar het heeft wel een functie in het verduidelijken van de boodschap)
Verstaan en begrip = verwachtingspatroon
Communicatiemodel van shanon en Weaver
Mogelijke problemen bij transmissie
1. Technisch = hoe accuraat worden de tekens effectief overgebracht?
a. Vb. slordig schrift maakt het technisch moeilijk om te ontcijferen
2. Semantisch = hoe precies geven de tekens de bedoelde betekenis weer? Hoeveel ruimte is er voor verschillende interpretaties van diezelfde woorden? Vage formulering, veel interpretaties
3. Pragmatisch = wat is de impact van de boodschap? Hoe benvloedt het ontvangen bericht de ontvanger van het bericht?
Noise (ruis): dat op de boodschap kan zitten
o Concreet: omgevingslawaai, je verstaat het moeilijk minder concreet: ruis op de communicatie = elk signaal wordt ontvangen maar eigenlijk is het juist decoderen van de boodschap heel moeilijk
Redundantie = de voorspelbaarheid of overbodigheid in een boodschap, handig om fouten te corrigeren.
Entropie = de onvoorspelbaarheid of hoeveelheid nieuwe informatie in een boodschap.
o Hoge redundantie = lage entropie (meer voorspelbaarheid)
o Hoge entropie = minder voorspelbaarheid (meer nieuwe info).
Het begrijpen van een boodschap valt dus heel sterk te linken met het verwachtingspatroon
Van betekenisgeving naar ontcijfering
Communicatie
= productie van betekenissen
= interpretatie tussen teken mentaal concept object
Semiotiek = tekenleer
Ferdinand de Saussure (1857-1913)
Significant (de woorden die gebruikt worden) vs. Signif (de betekenis van deze woorden
Icoon (gelijkenis) index (verband) symbool (conventie)
Geen noodzakelijk verband tussen teken en mentaal concept -> bepaald door conventie
Ontcijferen als historische opdracht
Aberrant decoding verwijst naar een situatie wanneer we boodschappen anders gaan lezen dan ze bedoeld waren. (Verkeerd decoderen van boodschappen uit het verleden)
Denotatie vs. Connotatie: Denotatief -> wat er wordt gezegd, connotatief -> hoe het wordt gezegd (vb muzieknoten op blad zie opname)
Voorkeurs lectuur wordt niet enkel bepaald door de intentie van de auteur, maar ook door het wereldbeeld of positie van de ontvanger.
Gezag kritiek
= het beoordelen van de betrouwbaarheid en autoriteit van de maker van de bron
Wat kon de auteur weten uit eigen ervaring of ervaring van anderen om te getuigen?
Heeft de auteur het gezag van een ooggetuige?
Gevaar van positivistische overwaardering eerste hand
Waarneming en herinnering = selectief
Bevoegdheidskritiek
Is de auteur bevoegd om te getuigen?
1. Nauwkeurigheid van de waarneming
Hoe slordig of secuur is de auteur? Secuur = hoge betrouwbaarheid
Selectie bij observatie door interesse?
Confirmation bias -> We nemen sneller dingen op die overeenkomen met onze eigen visie
Emotionele omstandigheden? Als je heel erg overstuur bent, zal je waarnemingen anders opnemen dan wanneer je zeer geconcentreerd bent of emotioneel
Invloed van gezag? Eigen herinneringen aanpassen aan het dominant verhaal
Optekenen na verloop van tijd?
2. Begrijpen van de feiten
Problemen bij begrip van feiten door auteur
Gebrekkige of ontbrekende kennis van de sociale en culturele conventies
Het technisch karakter van situaties vereist voorkennis
3. Glaubens unwilligkeit
Cf. confirmation bias
Thomas Mann
Holocaust tijdens WO II
Lang ongeloof ondanks bewijs
Complottheorie pallywood
4. Bewustzijnsgraad
Bewust doorleefde werkelijkheid
Onbewust ondergane werkelijkheid
Heel veel elementen van onze dagelijkse werkelijkheid ervaren we niet bewust
Wanneer er heel onverwachte dingen gebeuren zijn we ons hier zeer bewust van, we gaan dit moment zeer bewust beleven en observeren
Een heel deel van onze dagelijkse werkelijkheid beleven we onbewust, we worden er pas bewust van als dit in contrast komt te staan
vb: wanneer we reizen en we realiseren ons pas hoe wij mensen groeten wanneer je een cultuur tegenkomt waar dit niet het geval is (wij kussen geven, zij een high five)
Rechtzinnigheid kritiek
Is de auteur bereid of geoorloofd de juiste toedracht van beschreven gebeurtenissen mee te delen?
Feiten verdraaien of verzwijgen
Motieven
Dwang
Politiek
Vooroordelen
Hoorcollege 7
HISTORISCHE BEWIJSVOERING
Bewijsvoering
Stap 3
Problemen bij confrontatie bronnen over zelfde feiten?
Hoe argumentatie en betoog opbouwen
Van klassieke 19de-eeuwse tot de hedendaagse methoden en interpretaties
Reflectiviteit
Kritische juxtapositie van bronnen
= het tegenover elkaar positioneren van verschillende bronnen op een kritische systematische manier
Hoe je verschillende getuigenissen tegenover elkaar kan afwegen
Langois en seignobos
Medivisten (gespecialiseerd in de middeleeuwen)
Positivisten
Seignobos was leerling van Leopold von Ranke
Gebruik hulpwetenschappen paleografie en diplomatiek
Kregen kritiek van Annales (Febvre) over uitspraken zoals pas de documents, pas dhistoire
Handboeken Bernheim (1889) en Langlois & Seignobos (1898)
1) Indien de getuigenissen allemaal onderling overeenstemmen, nemen we aan dat het verhaalde feit bewezen is
2) Niet de meerderheid van de getuigen haalt het, maar de versie die het best aan de kritieken weerstaat
3) Een bron die betrouwbaar blijkt op plaatsen waar we haar via andere bronnen kunnen controleren, wordt verondersteld ook de werkelijkheid weer te geven op plaatsen waar we haar niet kunnen controleren.
4) Wanneer twee bronnen elkaar voor een bepaald feit tegenspreken, geven we de voorkeur aan de bron die de meeste waarborgen biedt of het meeste gezag bezit.
5) Getuigenissen hebben meer kans nauwkeurig te zijn, naarmate ze feiten betreffen die zeer algemeen bekend waren in de tijd zelf
6) Indien twee getuigenissen, A en B, onafhankelijk van elkaar totstandgekomen, identiek zijn, wordt de geloofwaardigheid van de ene verstevigd door de andere
7) Indien bron B bron A tegenspreekt, kunnen we ten hoogste beide meningen afwegen door hen te toetsen aan de algemene logica in het menselijk handelen
Watergate
1) Mythe van unanimiteit
o Eerste fase: alle getuigenissen bevestigen niet-betrokkenheid Nixon
2) De meerderheid krijgt ongelijk: een oplosbare patstelling
o Tweede fase; Naarmate het onderzoek vorderde werd steeds duidelijker dat er meer aan de hand was. De getuigenissen van verschillende medewerkers, waaronder die van Adviseur Dean, brachten steeds meer info aan het licht . Er was steeds meer bewijs dat de president betrokken zou zijn bij een doofpotoperatie wat resulteerde in een situatie van woord tegen woord (dissonantie)
3) Hard bewijs
o Derde fase (doorslaggevende fase): bandopnames van Nixon (in het witte huis, van de gesprekken die daar hebben plaatsgevonden) leveren hard bewijs en brengt uiteindelijk water aan het licht
De regels van de historische juxtapositie van de bronnen kunnen helpen maar zijn niet volledig waterdicht, ze helpen ons niet hoe we nu een historisch betoog opstellen We stellen ons vandaag andere vragen dan die we vijftig jaar geleden stelden, we zijn een spiegel van onze tijd
we vertrekken vanuit actuele bekommernissen, reflexiviteit van groot belang, andere interpretaties ook trachten te toetsen
Oorzakelijkheid
Problemen:
Causaliteit vs. volgtijdelijkheid
Door de chronologie (de opeenvolging van gebeurtenissen) maakt de verleiding heel groot om te concluderen dat iets wat na een gebeurtenis plaatsvindt ook het gevolg is van het voorgaande
Post hoc ergo propter hoc (na dit, en daarom, omwille van dit)
o vb. als ik opsta gaat de zon op, maar de zon gaat niet op omdat ik opsta
o meer argumentatie nodig om aan te tonen dat er daadwerkelijk sprake is van een causaal verband
Veelheid aan factoren: er is zelden n duidelijke oorzaak
Multicausaliteit = vele verschillende oorzaken
o het is niet omdat iets multicausaal is dat het ons ontslaat van de vraag waarom sommige oorzaken misschien belangrijker zijn dan andere oorzaken
Hoe moet je een hirarchie aanbrengen in al die verschillende oorzaken, die allemaal een rol speelden maar misschien niet even doorslaggevend waren?
Niet reproduceerbaar: de geschiedenis is niet reproduceerbaar
Geschiedenis kan niet zoals een wetenschappelijk onderzoek opnieuw gedaan worden bij een negatieve uitkomst
Andere uitkomsten mogelijk?
Belangrijk om geen tunnelvisie
Worden we verblind
Oplossingen:
Argumentatie en bewijsvoering: waardoor je probeert de lezer ervan te overtuigen waarom deze visie op de gebeurtenissen verkieslijk is of meer waarde heeft dan alternatieve verklaringen
Zie quote
Analogische inductie
Verhelpt een hiaat in de informatie door vergelijking met bronnen over analoge feiten die explicieter zijn.
Nuanceren!
Analogie in watergate-zaak:
Pentagon-papers
Daniel Ellsberg smokkelde geheime dossiers over de Vietnamoorlog naar buiten
Maakte ze publiek via New York Times
Dezelfde inbrekers braken in bij Ellsberg en zijn psychiater
Redenering met hypothesen
Redenering in 4 fases
1. Observatie
2. Hypothese
3. Analyse van de consequenties van de hypothese
4. Verificatie van die hypothese met andere feiten
Dialectisch proces -> er wordt voortdurend getoetst of de hypothese kan worden bevestigd of verworpen op basis van nieuwe info
Bevestigingen of verwerpingen?
Risico op tunnelvisie
Falsificatietechniek
Zoeken naar de weerlegging van hypothesen
Niet enkel kijken naar wat het kan bevestigen, maar ook naar wat het kan ontkrachten
Taakverdeling Sherlock Holmes vs. Dr. James Watson
Hypothesevorming
Versch. manieren van hypothesevorming
o Deductie: vanuit vooropgestelde wet of hypthese zaken afleiden
o Inductie: vanuit de observatie een algemene these voorstellen
o Analogische inductie: vanuit observatie van ondertussen bekende situatie
o Abductie: passende conclusie zoeken gissen
Wetenschapper = zijn/haar (eigen) grootste criticus
Redeneertechnieken
Waarschijnlijkheidsredeneringen
o Als er twee mogelijke hypotheses zijn, geven we de voorkeur aan degene die al het meest succesvol is geweest in het verleden om gebeurtenissen te verklaren
Tegen feitelijke redenering
o Wat als redenering
o Deze redenering wordt gebruikt om te speculeren over hoe gebeurtenissen zich anders hadden kunnen ontwikkelen als bepaalde omstandigheden anders waren geweest
o Het dwingt je om expliciet te zijn in welke gebeurtenis het meest bepalend is geweest
vb. Begin eerste wereldoorlog, wat als Franz Ferdinand niet neergeschoten zouzijn, zou er dan nog steeds een eerste wereldoorlog zijn geweest?
Opgelet voor drogredeneringen
o Ze vormen vaak een valkuil in argumentatie.
o ze kunnen de logica en geldigheid van redeneringen ondermijnen waardoor het essentieel is om argumenten te onderzoeken en onterecht gebruik van logische fouten te vermijden
Argumentum ex silento
= een argument dat gebaseerd is op het zwijgen van de bron
Potentieel onthullend voor motieven van bron
Moeilijkheden:
o Niet vermeld = niet gebeurt?
o Onvolledige of onjuiste overlevering
o Ontdekken zwijgen = niet evident
Grote en banale feiten
Eenvoudig-evenementile feiten
Materile waarheid
Statistische waarheid
Psychologische en emotionele waarheid
Algemeen-evenementile feiten
Niet-evenementile feiten
Geschiedenis van la quotidiennet
Banaliteit (van het kwade)
19de-eeuwse evenementile geschiedschrijving
o focus op grote politieke gebeurtenissen
o histoire-batailles
Vroeg-20ste eeuw
aandacht grote industrien en handelsvenootschappen
Post-WOII
o aandacht voor sociale fenomenen, ongelijkheid, mentaliteiten
Opinies, geruchten en legenden
Hoe opinies, mentale en subjectieve feiten uit bronnen halen?
Annales-school: indirect materiaal op serile basis uit bronnen
Communicatie- en mediawetenschappen: opinies en representatie via media, persoonlijke factoren en opvoeding/onderwijs
Fictie als geprivilegieerde bron: zegt meer over publiek dan over onderwerp
Van geruchten naar feiten
Belangrijke rol massamedia bij ontstaan opinies!
Zender medium boodschap ontvanger
Val van de Muur
Belang geruchten
Zelfstudie Hoorcollege 8
Historiografie 1
Interdisciplinariteit
De grote invloed die in andere sociale wetenschappen/disciplines hoe die heel sterk een invloed hadden op de geschiedenis, zij hebben op hun beurt impact gehad op de sociologie
Wisselwerking tussen soc. wetenschappen en geschiedenis (foto)
Interbellum -> periode waarin de traditionele geschiedschrijving in crisis komt.
o We krijgen een algemene existentile crisis in het Europees denken wat moet het nu met de vooruitgang als die ook zo een vernietiging mogelijk maakt
De rode draad: belangrijke vernieuwingen binnen in de historiografie hand in hand gaan met de ontwikkelingen binnen in de bredere humane/sociale wetenschappen
De grote theorien
Interactie geschiedenis en soc. Wetenschappen
Soc. Wetenschappen zijn meer geneigd om opzoek te gaan naar de samenhang van gedrag in groepen. Terwijl historici gaan kijken naar de context. (Traditioneel verschil dat we moeten vergelijken)
Karl Marx (1818-1883)
Dialectiek -> het verwijzen naar dynamiek waarbij wanneer bepaalde veranderingen zich voordoen dat er ook andere veranderingen plaatsvinden die dan weer effect hebben op de oorspronkelijke veranderingen.
o These, antithese, synthese -> nieuwe historische realiteit = these, naarmate die zich ontwikkelt zal die nieuwe krachten creren = antithese en uit die interactie zal er een nieuwe realiteit voortvloeien = de synthese (is een cyclus)
Historisch materialisme
Na wo II: Versimpelde visie van het marxisme in opkomst doorheen Europa
Max Weber (1864-1920)
Ideaaltypes -> basis voor zijn typologie: zelfs als die in zijn zuivere vorm heeft bestaan, is het toch nuttig om die te gebruiken om de werkelijkheid te ordenen
Maatstaf om naar de werkelijkheid te kijken
Causale adequaatheid: een sterke waarschijnlijkheid dat het protestantisme een belangrijke waarde bracht aan de opkomst van het kapitalisme
Emile Durkheim (1858-1917)
Sociale feiten als externe dwingende invloed: het geheel dat de samenleving bijeen houdt die normen en waarden wat zal forceren op de individuen.
Moderniseringsparadigma
Hermeneutiek: het centraal stellen van het inleven, begrijpen van heel persoonlijke overwegingen. (Vb. teruggaan naar de plaats waar historische gebeurtenissen plaats vonden)
Typologien
Definities van maatschappelijke fenomenen (cf. erfenis Max Weber)
Verschillende opvattingen over dynamiek:
o Talcott Parsons: sociale mobiliteit
o Emmanuel Wallerstein: wereldsysteem
Historici: eigen concepten of die van tijdgenoten?
o vb. theocratie, adolescentie, trahison de la bourgeoisie, ...
Begriffsgeschichte
Historici werken met algemene begrippen en categorien
Gevaar voor generalisaties en verlies nuance
Linguistic turn begripsgeschiedenis
Bv. Reinhart Koselleck Geschichtliche Grundbegriffe
Methodologische vernieuwing (alles ervoor behoord hier ook bij)
Econometrische/cliometrische modellen -> de methode van de econometrie beruiken op de geschiedenis (Clio = de muze van de geschiedenis)
counterfactual / correlatie
prosopografie: collectieve biografie van een groep mensen waarbij je voor elke individue gegevens gaat verzamelen en daar verder onderzoek naar doet
Psycho-analyse en psycho-history (iden van freud, Jung)
outillage mental (L. Febvre)- > de mentale werktuigen ontbrakern voor het concept zoals het athesme (psychologische culturele kader maakte dat niet mogelijk)
Historische antropologie (invloed vqn de antropologie in de geschiedenis)
cultuur // symbolen (vb. knipoog)
thick description (C. Geertz)
bvb. Spektakelstaat
Paradigma: een complex van normen, veralgemeningen en filosofische uitgangspunten een vooronderstellingen die aanvaard worden door een groep wetenschappers.
Situeert zich na de 2de wereldoorlog
Gaat niet enkel over het beschrijven van gebeurtenissen, maar ook het opzoek gaan van samenhang en structuren van bredere maatschappelijke veranderingen.
New links en new history
Een Angelsaksische ontwikkeling
Geschiedschrijving van vergeten groepen
Centraal tijdschrift: Past & Present (1952)
Transitiedebat feodale naar kapitalistische samenleving
geschiedenis gender, Afro-Amerikaanse gemeenschap, etnische minderheden, ...
Micro-storia, nieuwe cultuurgeschiedenis, narrativisme
(Voortvloeien uit dezelfde frustraties)
Micro-storia: kleinschalige verhalen
Ginzburg: paradigma van de indices (meerv. Index) -> schijnbaar weinig zeggende details gebruiken als een soort sporen om de eigenlijke onderliggende realiteit bloot te leggen.
nieuwe cultuurgeschiedenis
Robert Muchembled (gesiedenis van hekserij), Peter Burke (volkscultuur en elite cultuur), Simon Schama (lage landen, nederlandse cultuur tijdens gouden eeuw 17e eeuw)
Narrativisme
Teksten als creatief product
Focus op representatie
Geschiedenis als literaire wetenschap en als literair genre
Zie filmpjes
Zelfstudie Hoorcollege 9
HISTORIOGRAFIE II
Geschiedenis en taal
Linguistic turn (theoretische herorintatie onder invloed van lingustiek)
Moderne lingustiek -> belang van betekenisgeving en (de)codering
Problematische relatie taal en werkelijkheid (bewustwording hiervan is van belang)
Lingustiek (sociale studie van taal)
Semantiek (studie van de inhoudelijke betekenis van woorden)
Semiotiek (tekens en symbolen om de werkelijkheid te beschrijven)
Lingustiek
Filologisch-kritische methode
Verbonden met methode historische kritiek
Taalanalyse en communicatiewetenschappen helpen historici
Inhoudsanalyse (content analysis): gaat bv tellen hoeveel keer bepaalde woorden voorkomen in een atrikel-> dit kan verschuivingen opsporen in berichtgeving. (vb. terrorisme)
Impact medium op boodschap
Semantiek
Studie van (verschuivende) betekenisgeving -> wat is de betekenis van een bepaald woord en hoe kan die betekenis veranderen doorheen de tijd of anders zijn naargelang de context
bv. grve
woorden kunnen nietige stukjes arsenicum zijn, ze worden ongemerkt ingeslikt en lijken geen uitwerking te hebben, maar na enige tijd is de gifwerking er toch. Als iemand maar lang genoeg fanatiek zegt in de plaats van heldhaftig en deugdzaam, gelooft hij ten slotte echt dat een fanaticus een deugdzame held is en dat je zonder fanatisme geen held kunt worden
Viktor Klemperer, 20 april 1933 (specialist in de frnase literatuur, was ook joods. Hield dagboeken bij over taal die werden na de oorlog ook gepubliceerd)
Semiotiek en Hermeneutiek
Semiotiek
Studie van tekens
Icoon (gelijkenis) index (verband) symbool (conventie)
Belang niet-verbale tekensystemen (kledij, lichaamstaal)
Hermeneutiek
Leer van de regels en hulpmiddelen bij uitlegkunde (decoderen)
Johan huizingen: voorloper op de intutieve benadering zich inleven in hoe de cultuurbeleving eruitzag in de middeleeuwen
o Verstehenslehre: nadruk op verstaan/inleven/aanvoelen
Paul Ricoeur: herinnering (datgene dat verwijst naar de recente ontwikkelingen) vs. Geschiedenis (streven naar de waarheid)
Spanningsveld met nomothetische ontwikkelingen (verklaren ipv verstaan)
Structuralisme, poststructuralisme en postmodernisme
Een voorstelling van de werkelijkheid is niet de echte werkelijkheid
Ferdinand de Saussure (1857-1913)
Signifiant (de woorden die gebruikt wxorden om iets te beschrijven)vs. Signifi (het ding/ begrip zelf)
Jacques Derrida (1930-2004)
relatie tussen signifiant en signifi is veranderlijk
Intertekstualiteit
aandacht vnl. voor wijze waarop iets gezegd wordt (discours)
Roland Barthes (1915-1980)
Historisch discours = vooronderstellingen historicus
Jean-Franois Lyotard (1924-1998)
Fundamenteel wantrouwen t.a.v. grote verhalen (meta-rcits)
Michel Foucault (1926-1984)
Studie van deviantie
Discours als machtsinstrument
Michel de Certeau (1925-1986)
Ontsnappen via toeigening
Tussen positivisme en postmoderniteit
Extreem postmodernisme
Keith Jenkins: kennis over het verleden is onmogelijk, enkel historische verhalen ( we kunnen nooit rechtreekst info halen uit het verleden)
Gevaar?
Theory of the Middle Ground
Umberto Eco The Limits of Interpretation (1990)
Roy Bhaskar Reclaiming Reality (1989)
kritisch realisme
Hoorcollege 10 (Online 8)
Herinneren en oordelen
Herinneren en geheugen
Geschiedenis exclusieve domein van historici
Herinneringspraktijken: manieren waarop de herinnering, beeld van het verleden in de samenleving een zichtbare plaats krijgt (vb. standbeelden, feestdagen, straatnamen, )
Collectief geheugen: Verwijst naar een aantal herinneringen die een groep mensen gemeenschappelijk hebben, zaken die ze samen hebben meegemaakt dat een diepe indruk heeft nagelaten (Vb. minderheids groep heel belangrijke betekenis voor hun)
Social memory
o Communicatieve geheugen (korte termijn)-> tussen generaties doorgegeven worden (face to face)
o Culturele geheugen (lange termijn) -> wat de maatschapij beslist om te onthouden
Plaatsen van herinnering
Pierre Nora: Les lieux de mmoire
symbolisch element in herdenkingserfgoed
Plaats, object, concept (vb. auswitz, dossin kazerne)
Contestatie over herinnering
Controverse in erfgoed: kolonialisme, slavernij, onderdrukking, nationalisme, collaborratie.
Standbeeld van Leopold II
Gespoten met graffiti na protesten BLM 2020, waar het koloniale verleden van Belgi ook in het vizier kwam te staan
Aanklagen van het feit dat deze standbeelden nog steeds een prominente plaats krijgen in de publieke ruimte
Het richten op de standbeelden heeft een hele lange geschiedenis (beeldenstorm)
Standbeelden als bredere discussie: wat willen we herinneren, waar willen we plaats voor maken, wat is geschiedenis en wat is glorificatie?
Geschiedenis als natievormend project
Historische bronnen die er zijn zijn ook weerspiegelingen van machtsverhoudingen uit het verleden
Natieproject gaat teruggrijpen naar figuren uit een heel ver verleden
een illustratie van hoe we de natie geschiedenis proberen te vinden in dit verre verleden, dat er al lang sprake was van deze nationale identiteit
vb. Standbeeld van Godfried van Bouillon
Geschiedenis en nationalisme
Negentiende-eeuwse staten
Actieve cultuurpolitiek door elites
Nationaal bewustzijn bij de onderdanen promoten als steunpilaar van de staatsmacht
Legitimatie van de moderne staat en de toevallige grenzen in het verleden situeren (teleologische geschiedschrijving)
Taak van historici: voor-geschiedenis traceren en breuklijnen verdoezelen
Twee boeken die geschreven werden om de natievorming te legitimeren:
Imagined Communities, Benedict Anderson
Het nationalisme slaagt erin om het idee van een gemeenschap te creren zonder dat men deze niet kent of ziet. Zelfs al kennen de mensen de gehele natie niet, hebben ze toch het gevoel van wel
The Invention of Tradition
Het einde van de 19e eeuw is een heel productieve periode in het creren van nationale tradities
context: andere identiteitsvormen zijn versplinterd en zwak, de katholieke kerk heeft haar kracht verloren tijdens deze tijd
Historici werden ingezet om de legitimiteit van de moderne staat te versterken door de toevallige grenzen uit het verleden te herinterpreteren en te situeren in een teleologische geschiedschrijving
Het ontwikkelen van de natiestaat eigenlijk onvermijdelijk was, een opeenstapeling van zaken die dit zouden verklaren
Het verleden werd gepresenteerd als een onafgebroken lijn naar het huidige nationale territorium.
De taak van historici was daarbij vaak om de "voor-geschiedenis" van de staat te traceren en breuklijnen in de geschiedenis te verdoezelen, zodat de staat een rechtmatige en natuurlijke voortzetting van het verleden leek.
vb: Karel V wordt afgebeeld als een voorganger van Leopold I tijdens de optocht in 1856 waarin het jubileum van de eedaflegging werd gevierd.
o Kan natuurlijk niet, Karel V leefde in 1500
o Dit geeft een idee alsof Leopold al eeuwen lang een voorvader was van de belgische natie, terwijl Belgi nog maar 25 jaar bestond
Teruggrijpen naar het verleden, bekende figuren gebruiken als verklaring voor het ontstaan van deze natiestaat
Binnen de tien jaar na het ontstaan van Belgi krijgen we de eerste boeken die de geschiedenis van Belgi trachten te beschrijven
Nationalisme en geschiedschrijving in belgie
Thodore Juste Histoire de Belgique (1840) -> heel snel geschreven na het onstaan van Belgi, man was ook nog maar 22 jaar. Hij begint niet bij 1830, maar bij de vroegste belgen in de tijd van Caesar.
Hendrik Conscience Geschiedenis van Belgi (1845)
o Na achttien eeuwen van lyden en stryden Hebben wy ze dan toch eens bevochten, De zoo vurig gewenschte onafhankelykheid!
Henri Pirenne Histoire de la Belgique des origines nos jours (1900-1932)
Pieter Geyl Geschiedenis van de Nederlandsche Stam (1930-1959)
Discussies over de canon van vlaanderen
Als deel van identiteitspolitiek een Vlaams canon opstellen om historische en culturele ontwikkeling van Vlaanderen te laten zien
- Oorspronkelijk voor het onderwijs en voor nieuwkomers
- Kritiek: komt eerder vanuit politieke doelstelling dan vanuit de werkelijke geschiedenis
- Waarom Vlaamse natie? in de tijd terug te gaan projecteren, waarom niet Belgi?
Subversieve geschiedenis?
Paul Valry: Geschiedenis als het gif, pessimistisch, wordt ingeschakeld in totalitaire Regimes. Geschiedenis als dienstmaagd van politiek/ideologie die in staat is mensen op te zwepen
o het vervormt de waarheid, creert valse herinneringen en wakkert nationale grootheidswaan of paranoia aan Geschiedenis heeft ook een rol gespeeld voor emancipatie en sociaal engagement
Antoon De Baets: We moeten reflecteren hoe we respect kunnen hebben over getuigenissen uit het verleden. Historici hebben de taak om de stemmen van zij uit het verleden te laten horen
Marc Bloch: Had sterk geloof in de emancipatorische kracht van geschiedenis Door steeds op zoek te gaan naar de waarheid, zullen we tot gerechtigheid komen streven naar het echte verhaal en niet zomaar naar de legitimatie
New Historians: groep isralische historici, vormende een grote rol in de legitimatie van de natiestaat van Isral, een van de landen waarin geschiedenis een enorme rol gespeeld heeft
o opkomst verschillende historische documenten die toch een andere visie dan degene dat toen prominent was, verschillende ideen worden doorprikt
o deze groep historici: enorm veel kritiek, gaandeweg meer ruimte gekregen
Eurocentrisme en kolonialisme
Ideologie van superioriteit van Europese volkeren
o Lange voorgeschiedenis in interactie met Europese expansie & kolonialisme
o Religieuze, wetenschappelijke en culturele legitimering van onderwerping (bijbel), slavernij en kolonialisme als basis van moderne racisme
o Darwiniaanse evolutietheorie als basis voor pseudo-wetenschappelijke rassentheorie
o Imperiale dromen Europese natiestaten
Dekolonisatiegolf jaren 1950-1960
o Postkoloniale theorie Frantz Fanon, Les damns de la terre (1961); Edward Sad, Orientalisme (1978)
Doorwerken dichotomisch denken in politieke ideologie
o Benjamin Barber, Jihad vs. MacWorld (1995)
o Samuel Huntington, Clash of Civilisations (1996)
De bijzondere plaats van eigentijdse geschiedenis
Terug een grote toename van verhalen, bronnen en getuigenissen over de hollocaust en de collaboratie
o specifieke bron situatie
Maatschappelijk en politieke gevoeligheid
Laatste jaren: grote publieke belangstelling en onderzoek naar verzet in Belgi
o drieledige docureeks: kinderen van
o Herinneringscultuur: manier waarop er plaats of geen plaats was om het verzet te herinneren
De bijzondere plaats van eigentijdse geschiedenis
Speciefieke bronnensituatie
Politieke en maatschappelijke gevoeligheid
Spanningsveld tussen enleven en verklaren
Zie link
Expertise van historici kijken om een oordeel te vellen Zeker wanneer het gaat over onverwerkte traumas vanuit het verleden
Collaboratie in Vlaanderen, Franco regime in Spanje, koloniaal verleden van Belgi,...
Bij kolonisatie is er vaak vanwege ontbrekende verontschuldigingen nog geen verwerkingsproces geweest. Ook het geval voor Congo, met de moord op Lumumba. Er is een onderzoekscommissie opgesteld om zijn dood te onderzoeken, heeft tot niets geleid vanwege politieke onwil
Wat we ons herinneren heeft duidelijk politieke oorzaken maar ook politieke gevolgen
- Discussies over erfgoed (wat willen we bewaren, herinneren, tonen) hangt ook samen met wat soort gemeenschap we willen zijn
Culture wars:
- Emancipatorische bewegingen langs de ene kant, waarbij minderheidsgroepen proberen een plaats te verwerven
- Langs de andere kant een sterke nationalistische reactie
Gastlezing
Fake news & factchecking
Claims op sociale media:
De EU verplicht slovakije om enkel nog maar wc papier te gebruiken van stro
De Europeese commissie verplichtSlovaakse molenaars om wormen aan hun meel toe te voegen
De EU geeft 3 miljoen euro aan Portugal voor elke gebouwde moskee
De eu wil kerst verbieden
Het hebben deze claims gemeen:
Ze zijn nep -> geen enkel bewijs
Focus op de Eu als dictator
Worden sterk verspreid door pro Russische media
4 terugkerende themas:
EU als oorlog stoker (Oekrane)
De EU als censurerende macht
De EU die ingrijpt op alle kleine aspecten van ons priveleven en conusmentenzaken (gelnagels, bruine eieren, )
De Eu die onze identiteit beinvloedt
allemaal verzonnen en geen bewijs voor
Doel:
Imago van de Eu ondermijnen
Polaristaie aanwakkeren
Huidig beleid verzwakken
Verkiezingen benvloeden
Concreet voorbeeld: Moldavi
BBC-journalist ging undercover
Een door Rusland gefinancierd netwerk trachtte verkiezingen in Moldavi te benvloeden
Deelnemers kregen training om berichten op sociale media te produceren en te verspreiden via Facebook en TikTok.
Doel: de pro-EU-partij van Moldavi beschadigen.
Undercoverjournalist van BBC moest ongegronde beschuldigingen schrijven.
Voorbeeld: dat het mogelijke EU-lidmaatschap van Moldavi afhankelijk zou zijn van het feit of de burgers van het land hun seksuele geaardheid zouden veranderen naar LGBT
Wat is factchecken?
Definities:
Nagaan of beweringen in overeenstemming zijn met de werkelijkheid
Omvat het voeren van een klein onderzoek om na te gaan of bepaalde informatie, beweringen of beelden in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en dus waar zijn
Wat kunnen we factchecken?
Begint met de vraag: is dit waar, klopt dit wel?
Enkele voorwaarden:
o Het moet feitelijk verifieerbaar zijn (kan gevalideerd of weerlegd worden op basis van feiten)
o Geen toekomst voorspellingen
o Diversitiet aan themas
Selectie: Wat factchecken we?
Verifieerbare info, actueel en breed publieke bvereiken
Is er twijfel over de uitspraak/het beeld
Relevantie (maakt het een maatschappelijk verschil?)
Hoe bertouwbaar is een factcheck?
Nadruk op transparantie: bronnen worden genoemd en waar mogelijk met een link voorzien
Doel: lezer kan onderzoek zelf overdoen
o Wetesnchappelijke studies, experteninterviews, onderzoekrapporten,
Kwaliteitslabels
Waarom factchecken?
VRT
Ongeveer 80% vindt desinformatie een maatschappelijk probleem
1 op de 2 vlamingen geeft aan dat ze niet zeker zijn of ze nepnieuws wel zouden herkennen
Reuters institutie
Publiek ziet desinformatie als wijdverspreid
Meer dan de helft (56%) maakt zich zorgen om onderscheid tussen echt en nep op het internet als het gaat om nieuws.
Wat is nepnieuws?
Verschil tuissen desinformatie en misinformatie :
Misinformatie: Bij misinformatie wordt valse of misleidende informatie niet doelbewust verspreid en weet de verspreider vaak niet dat de informatie onjuist is.
Desinformatie: Desinformatie is het doelbewust verspreiden van valse, verkeerde of misleidende informatie om schade toe te brengen.
Waarom wordt nepnieuws verspreid?
Aantal clicks
Belongingssystemeem sociale media en algoritme
Meer verkeer naar eigen platform en website
Platformen die geld opleveren bij veel clicks
Aandacht, entertainen, drang naar chaos
Benvloeding en propaganda
Politieke agenda
o Pro-Israelische media -> complottheorie pallywood, fake slachtoffers in Gaza
o Rijkdom Zelenski, uitgaven (herhaling werkt -> meerdere verhalen)
o Nep websites tijdens de franse verkiezingen
o Flood te zone with shit -> zoveel mogelijk nep nieuws verspreiden zodat mensen niet meer weten wat wel en niet echt is.
Geld:
Verkopen
Scams en oplichting
Like farming:
Acounts worden na veel likes en clicks doorverkocht -> dezelfde post en acounts worden iets helemaal anders
Hoe gaat fake nieuws viraal:
Sociale media, desinformatie-websites, berichtendiensten, offline, publieke figuren
Versnelling via sociale media: bv. Via social media bots
Hoe?
Wanneer geloven we nepnieuws?
Volgens onderzoek wanneer het:
o Aansluit bij onze waarden en overtuigingen
o Een emotionele reactie veroorzaakt
o Het gedeeld wordt door mensen die we vertrouwen
o Ons herhaaldelijk getoond worden
o Het wantrouwen toont in bepaalde instanties (bv. Overheden)
Grote gebeurtenissen:
Vaak op crisis momenten waar alles heel snel gaat en weinig info over is
Schietpartij op trump
Beelden over Soedan
Hoe factchecken:
Stel jezelf de vragen:
Wie delt deze info en waarom
Wat is de originele versie van dit bericht of dit beeld?
Bestaan over dit feit andere bronnen?
Check:
o Datum bericht
o Afzender bericht
o Echte naam of nieuwsmedium
o Bestaat profiel al lang?
o Post het nog andere zaken?
o Met welke intentie?
Hoe ai herkennen:
Kijk goed
Kijk nog eens
Tel vingers
Let op details
Tekst
Stel je de vragen kan dit?
Zijn er nog andere beelden van dit?
Factchecking en Ai
Nieuw rapport van de Amerikaanse orgaisatie NewsGuard waarschuwt: in 1 op de 3 gevallen verspreiden chatbots foute of misleidende info
Bots baseren zich soms op verouderde bronnen, verznnen antwoorden of baseren zich op nep nieuws
We kunnen niet alles zelf: experts
Naar wie ga je voor bepaalde info
Niet alle meningen zijn gelijk
Motief?
Bv. Aan welke instelling verbonden
o bv. waterkwaliteit cfr. verkoper van waterfilters
Werd onderzoek gepubliceerd (+ waar?)?
o Bv. academisch artikel vs. eigen blog
Is expert autoriteit in domein?
o Bv. plastisch chirurg niet bevragen over klimaatverandering
Wanneer factchecken?
Als verontwaardigd bent
Als het te mooi is om waar te zijn
Als je iets wil delen
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question